Josia verzameld
'Zie, Ik zal u verzamelen tot uw vaderen, en gij zult met vrede in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al dat kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats en over haar inwoners brengen zal. En zij brachten den koning dit antwoord weder'. 2 Kronieken 34 : 28
De vorige keer zagen we, dat er voor koning Josia persoonlijk een uitzondering werd gemaakt in de verkondiging van het komende oordeel Gods over Juda en Jeruzalem. De boodschap van profetes Hulda had twee kanten. Aan de ene kant bevatte zij een bevestiging van de bedreigingen van de wet. Aan de andere kant verzekerde zij Josia ervan, dat zijn berouw en boetedoening door de Heere was aanvaard. Hij kreeg een genadevolle belofte, dat hij zou ontkomen aan de op komst zijnde storm. Wij zien in het hele Woord van God deze twee kanten: wet en evangelie, vloek en zegen, Ebal en Gerizim.
De vreselijke boodschap van het onvermijdelijke van de verwoesting, die als een dreigende wolk over Jeruzalem hing, loopt precies parallel met de inhoud en draagwijdte van de gehele prediking van Jeremia. Het was te laat om de val af te wenden. De uitwendige oordelen zullen nu komen. 'Mijn grimmigheid', zegt de Heere, 'zal uitgegoten worden tegen deze plaats, en niet uitgeblust worden' (vs. 25).
Op deze laatste woorden valt de volle nadruk.
Maar dat betekende niet, dat het te laat was om zich te bekeren. En op bekering zou volgen, dat de gehele aard en het karakter van de straf veranderd zou worden. Dan zou ze veranderd worden in een vaderlijke kastijding. Dat leerde Jeremia ook, toen hij aanspoorde tot onderwerping aan de Chaldeën. Het is nooit te laat om barmhartigheid te zoeken. Maar het kan wel te laat zijn om de hoop te koesteren de uitwendige gevolgen van de zonden nog te kunnen afwenden.
We lezen meermalen in Gods Woord, dat God zelfs aan goddeloze mensen – al zouden ze zich maar uitwendig tot God bekeren – de belofte geeft, dat de oordelen, die zeker komen zullen, in hùn tijd nog niet zullen komen. Denk aan Rehabeam. Hij verliet de wet des Heeren (2 Kron. 12). Toen kwam Sisak, de koning van Egypte, en bijna had hij Jeruzalem ingenomen. Het oordeel scheen vastbesloten te zijn. Maar dan lezen we, dat de koningen de oversten van Israël zich verootmoedigen. Zij zeiden: 'De Heere is rechtvaardig'. En zie, het gevolg was, dat de toorn des Heeren zich van hem afkeerde, opdat Hij hem niet ten uiterste toe verdierf
Een nog opmerkelijker geval is dat van Achab. Deze had Naboth laten doden om diens wijngaard in bezit te krijgen. Elia bracht het vreselijke vonnis van God aan hem over, dat zijn hele familie zou sterven en dat Izebel door de honden gegeten zou worden. Toen Achab dat vonnis gehoord had, kon hij zijn onbeschaamde houding niet langer volhouden, maar scheurde hij zijn klederen, trok een rouwgewaad aan en vastte. Toen zei de Heere tegen Elia: 'Hebt gij gezien, dat Achab zich vernedert voor Mijn aangezicht? Daarom dewijl hij zich vernedert voor Mijn aangezicht, zo zal Ik dat kwaad in zijn dagen niet brengen' (1 Kron. 21 : 29).
Nog duidelijker spreekt dit bij Gods kinderen, zoals Josia er een was. Zij zijn onder de vaderlijke tucht van God. Hij zal hun Zijn vaderlijke kastijdende roede doen voelen. Maar als ze zich vernederen, dan matigt God Zijn kastijdingen, ja, dan kan het wezen, dat Hij de roede weglegt. Josia's boetedoening werd door de Heere aanvaard. Hij zou tot zijn vaderen verzameld worden, en dat met vrede. Josia stierf in een veldslag. Was dat dan een sterven in vrede? Ja zeker. Toen hij stierf voelde hij Gods tegenwoordigheid. In de duisternis zag hij een groot licht. Iemand die zo sterft, al zou het in het laatst van een veldslag zijn. en al zou uit een pijlwonde zijn hartebloed wegstromen in de bak van een strijdwagen, sterft in vrede en tot vrede.
De dood is voor Gods kinderen slechts een 'verzameld worden'. In plaats van dat de Heere zegt: 'Gij zult sterven', zegt Hij: 'Gij zult verzameld worden'. Dit veronderstelt, dat Gods kinderen in deze wereld verstrooid en verspreid zijn temidden van goddeloze mensen, in plaatsen, waar zij onheus worden bejegend en met tegenspoeden te kampen hebben. Als bijwoners in een vreemd land. Daarom is het nodig, en ook zo troostrijk, dat ze verzameld worden. Verzameld tot hun Vader, Die in de hemelen is, vanuit een verwarde wereld, die in het boze ligt.
Tevens wijst de uitdrukking 'verzameld worden' erop, hoe kostbaar en waardevol de gelovigen zijn in Gods oog. De Heere heeft niet de gewoonte om dingen te verzamelen, die geen waarde hebben. Josia was een sierlijke edelsteen. Hij was de moeite waard om te verzamelen. Hij stond in hoge achting bij God. ledere gelovige is duur gekocht, met het bloed van Christus. Daarom zal God ook niet toelaten, dat er één van Zijn gunstgenoten verloren gaat. Hij zal hen allen inzamelen vóórdat de kwade dagen komen. Als er brand ontstaat in ons huis, dan beijveren we ons om onze kostbare spullen bijeen te grissen voordat het vuur en vat op krijgt. Zo zegt God als het ware tot Josia en tot alle gelovigen: Ik zal er zorg voor dragen, dat Ik u verzamel, vóórdat Ik verwoesting over het land breng.
Wij allen zijn van nature verloren in Adam en verstrooid, vèr weg van het aangezicht van God. Daarom moeten wij bij vernieuwing verzameld worden in Christus. Want in Hem wordt alles verzameld en bijeengebracht wat kostbaar is in Gods oog. Deze inzameling geschiedt door middel van Woord en Geest. Christus zei tot Jeruzalem: 'Hoe menigmaal heb Ik u bijeen willen vergaderen'. Hij doelde daarmee op de prediking des Woords, die tot deze stad gekomen was. Helaas, Jeruzalem had de dag van haar bezoeking niet verstaan. Maar wanneer een mens door de Geest Gods mag buigen voor het Woord, dan wordt hij ingezameld door het geloof. Daarop volgt een verzameld worden door de liefde tot de gemeenschap der heiligen. En dan komt er, na dit verzameld worden door genade, door de dood heen een verzameld worden tot Christus in heerlijkheid. De grootste verzameling echter zal plaats vinden op de jongste dag. Dan zal er een grote vergadering van alle heiligen zijn, wier ziel en lichaam samen zullen herenigd worden, om zo voor eeuwig bij de Heere te zijn.
De goddelozen zullen ook verzameld worden. Maar kun lot zal droevig zijn. Zij zullen verzameld worden als een bundel onkruid, om in de hel geworpen te worden. Zij zijn als kaf, dat nooit tot Christus vergaderd werd door het geloof, en evenmin tot het lichaam der kerk door de liefde. En daarom zijn zij als het kaf, dat de wind henendrijft. Zij zullen tot hun eigen gezelschap verzarneld worden. Gans anders is het met hem, die God bemint, zoals Josia. Hoe zal het zijn met u?
dr. I. Boot, Hardinxveld-Giessendam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's