De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Denken vanuit de gemeenschap?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Denken vanuit de gemeenschap?

Schets 1988 voor Samen op Weg

9 minuten leestijd

Binnenkort van 27 tot 29 oktober, wordt weer een combisynode gehouden, een gemeenschappelijke vergadering dus van de henormden en de gereformeerde synode. In het geheel van dit proces zijn er twee grote hindernissen, te weten de kwestie van het beheer van de kerkelijke goederen en het modaliteitenvraagstuk, beter gezegd de onwil van een deel van de kerken. dat principiële weerstand biedt tegen het proces dat aan de gang is. De laatste kwestie zal wel permanent aan de orde blijven. De kwestie van het beheer van de kerkelijke goederen wordt intussen van vergadering naar vergadering doorgeschoven. Het blijkt uitermate lastig te zijn om beide kerken, met een geheel verschillende achtergrond en praktijk als het over het beheer gaat, op één lijn te krijgen. Binnen de Hervormde Kerk zelf is overigens de kwestie van het beheer al een nimmer opgeloste kwestie. Met de invoering van de Nieuwe Kerkorde in 1951 hebben kerkvoogdijen zich laten inpassen in de kerkorde (ouderling-kerkvoogd), terwijl óók een groot aantal kerkvoogdijen vrij beheer hielden, los dus van de kerkeraad hun beheer voeren.


Het belangrijkste, wat nu op de agenda van de komende combisynode staat, is een 'Schets 1988' van de commissie voor Toekomstige Vormgeving. Deze commissie is enkele jaren geleden in het leven geroepen om de permanente doordenking van de voortgang van het Samen op Weg proces ter hand te nemen. Vandaar dat de schetsen, die deze commissie ontwerpt, gedateerd zijn. Zo ligt nu de schets 1988 voor ons.
Toen ondergetekende net deel was gaan uitmaken van de Raad van Deputaten was aan de orde een schets 1984. Daarin werd gesproken over de in de Gereformeerde Kerken gehanteerde uitdrukking 'dynamische binding aan de belijdenis'. Ik heb toen een minderheidsnotitie bij deze schets geschreven. Wie het allemaal nog eens na wil lezen verwijs ik naar het recent uitgegeven boekje in de Reformatie Reeks 'Om de erve der vaderen'. Het bezwaar, dat toen geuit werd tegen het opstellen van zulk een minderheidsnotitie, was dat de schets geen beleidsstuk van de Raad van Deputaten was maar 'slechts' een praatstuk. Maar intussen wél een praatstuk. waarmee de synode zich op weg begeeft. De aanbevelingen in zo'n praatstuk worden, wanneer die aangenomen worden door de synode, uiteindelijk toch beleidslijnen.
Welnu, in de nu voorliggende schets worden ook zaken aan de orde gesteld, die op langere termijn zullen worden uitgewerkt in beleid, zaken intussen die van het grootste belang zijn. Zelf deel uitmakend van de Raad van Deputaten ervaar ik telkens weer hoe moeilijk het is de juiste ingang te vinden als het gaat om de beslissingen ten aanzien van de voortgang van het proces. Er zijn 'specialisten', die dagelijks de bezinning ter hand nemen over de voortgang, zowel in kerkordelijk opzicht als in beleidsmatig opzicht.
Een aantal gespecialiseerde werkgroepen stelt stukken terzake samen.
Alle lijnen komen bijeen in de Raad van Deputaten, die daarover vaak op te korte termijn moet beslissen.
Bovendien is er het overleg van de moderamina van de Generale Synoden. Maar elke discussie is maar een moment in het geheel. En uiteindelijk moeten de (arme) synodeleden maar zien dat ze eruit komen. Maar van hun beslissing hangt het uiteindelijk toch een keer af.
Intussen is het geen wonder dat synodeleden soms de indruk hebben dat ze gemanipuleerd worden. Misschien is het wel zo dat ieder die bij de doordenking van het proces betrokken is zich van tijd tot tijd gemanipuleerd acht. Alleen is het altijd onduidelijk door wie. Het gaat hier om structurele manipulatie.
De gang van de schets 1988 door de Raad van Deputaten was geen eenvoudige. Er waren op onderdelen fundamentele verschillen van inzicht. Weinig van wat door de leden van de raad zelve is ingebracht als kritiek op de schets is echt gehonoreerd. Intussen wordt het stuk toch afgegeven aan de combisynode omdat de zaak nu eenmaal voortgang moet vinden.

Gegeven de geschiedenis rondom de schets 1984 heb ik geen minderheidsnotitie opgesteld. Het gaat immers 'slechts' om een praatstuk. Wel heb ik de vrijheid gevraagd om over de schets, die nu voorligt, publiekelijk te schrijven. En dat niet zozeer omdat ik me in bepaalde beleidspunten moelijk vinden kan – zoals vergroting van het aantal classes en fundamentele voorstellen met betrekking tot de ambtelijke vergaderingen – maar vooral omdat de schets een principieel gedeelte bevat, waarin ik mij slechts ten dele vinden kan. Daarvan wil ik in het hiervolgende verantwoording geven. Het gaat dan om een zaak die al sinds jaar en dag ook het zijn of niet zijn van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk raakt.

Vanuit de koinonia
De schets is geschreven vanuit de zogeheten koinoniagedachte.
'Koinonia betekent elkaar volledig aanvaarden vanwege de wederkerig herkenbare oriëntatie op de ene Heer. Koinonia betekent elkaars geschenk zijn om Christus' wil, betekent vanuit de binnenste cirkel van de gemeente, waar brood en wijn worden gedeeld, op een aansprekende wijze kerk willen zijn in nationaal en mondiaal verband.'

Het is niet mijn bedoeling deze schets te gaan bespreken. Maar de vraag is of anno 1988 de gemeenschapsgedachte toereikend is om de kerk te schetsen. Natuurlijk is gemeenschap een uitdrukking uit de Schrift zélf. In Handelingen 2 wordt geproken over de apostelen, die bijeen waren in de gemeenschap en in de breking des broods en in de gebeden. Als zodanig is het niet zonder zin en reden dat de hervormde kerkorde spreekt van de gemeenschap met de belijdenis der vaderen. Ik herhaal wat ik eerder heb gezegd, namelijk dat gemeenschap met de belijdenis mij liever is dan dynamische binding aan de belijdenis. Gemeenschap is een bijbels woord. Dynamische binding is een buitenbijbelse gedachte. Men kan niet beweglijk gebonden zijn aan de belijdenis der kerk. Dat deze gedachte binnen de Gereformeerde Kerken opkwam doet mij vrezen dat de 'gemeenschap' met de belijdenis bij hen zeker niet veilig is. Ik heb er van gereformeerde zijde in het Samen op Weg proces tot heden weinig positieve, echt gereformeerde invulling over opgemerkt.
Maar ook in de nu voorliggende schets wordt intussen te onbekommerd met de belijdenis omgesprongen. 'De strijd om de waarheid kan niet beslecht worden door de belijdenis van het voorgeslacht slechts woordelijk te herhalen', heet het dan. Het is het oude liedje. Zelfs wanneer ik bereid ben om mee te gaan op een weg van voortgaand belijden, omdat elke tijd nu eenmaal onontkoombaar om eigentijdse belijdende beslissingen vraagt, moet ik zeggen: we hebben dit al zo vaak gehoord. Zonder dat nieuw belijden écht geconcretiseerd wordt, wordt het oude belijden gerelativeerd, betrekkelijk gesteld. Want intussen leert de kerkelijke praktijk dat 'zulke barsten en kloven in de "spiritualiteit", in de geloofslbeleving ontstaan, dat de discussie en de worsteling daarover maar beter niet ten einde toe over de rug van de gemeente moet worden uitgestreden'. De 'last van de tegenstellingen' kan niet altijd binnen de kerkelijke gemeente worden gedragen.
Dus moet er maar ruimte worden geschapen voor verschil in geloofsbeleving. Gezegd wordt dan: 'beide kerken verkeren in de paradoxale situatie dat deze ruimte wel stilzwijgend erkend of geduld wordt, maar dat men opschrikt zodra confessionele nuancering zwart op wit kerkordelijk wordt vastgelegd.' Welnu, het mag ook niet kerkordelijk worden vastgelegd. Dat wil ik als minderheid in het geheel van het proces vastleggen. We maken het elkaar dan te gemakkelijk en de kerk wordt te goedkoop.

Pluriformiteit
Intussen wordt hier namelijk de pluriformiteit (veelvormigheid) en beter nog de pluraliteit( veelheid, maar dan van groepen, v. d. G.) tot een nieuw soort belijden.
Inderdáád is het zo, dat die veelvormigheid zich in de praktijk manifesteert maar de kerk mag van die nood geen deugd maken. De Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland zijn qua origine gereformeerde kerken. Die hebben zich in hun confessie en de binding daaraan onderscheiden van 'oecumenische' kerken. Gereformeerde Kerken denken niet vanuit de koinonia maar vanuit de Waarheid, die Jezus Christus Zelf is. Die Waarheid duldt geen on-waarheid. Die dult geen elkaar uitsluitende geloofsvisies.

De vraag is – maar het is eigenlijk geen vraag – of Galaten 3 past in de koinoniagedachte. 'O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd dat gij der waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn….Daar gij met de Geest begonnen zijt eindigt gij nu met het vlees?'.
Of Galaten 5: 'Christus is u ijdel geworden, gij zijt van de genade vervallen'.


Nu weet ik best dat de strijd om de waarheid tot in het oneindige is doorgevoerd. Ook binnen kerken van gereformeerde confessie wordt die vraag zolang gesteld, tot men bij de ander weinig of niets meer ontdekt van de waarheid der Schriften. Dat is de secte, dat is de vereniging, die op zich ook tot on-waarheid kan vervallen. Binnen de grenzen van het belijden naar de Schriften is er ruimte voor veelkleurigheid. Maar een kerk, die een pleidooi voert voor veelvormigheid, en dus voor 'meervoudig luisteren naar de Schrift', en dit pleidooi kerkordelijk vastlegt verloochent haar gereformeerd karakter.

De schets, die nu voor ligt, is vanuit een grondprincipe geschreven, dat moelijk de ijk van het gereformeerde kan dragen. Ze stamt wat de praktische consequenties ervan betreft uit een nieuwe Groninger richting (prof. dr. G. J. Dingemans en prof. dr. L. A. Hoedemaker). Binnen de Raad van Deputaten was voor een cri de coeur in deze wel een oor, maar geen oor met effect. Galaten 3 past niet binnen de koinoniagedachte. Binnen een gereformeerde kerk moet echter, naar mijn diepste overtuiging, gezegd kunnen worden: 'gij zijt van de genade vervallen'. Dat laat de hoop op bekering onverlet. Dat laat ook onverlet de bereidheid om met elkaar in gesprek te zijn. Binnen een plurale kerk echter, een ten-principale plurale kerk, hebben we aan elkaar geen boodschap meer. De vraag is dan bovendien of een plurale kerk naar buiten toe nog wel énig getuigenis kan geven van de waarheid. Hoe komt een boodschap over als ieder er het zijne of hare van kan denken?
De kerk van de toekomst, zoals deze schets het wil – ten principale verdeeld, omdat er nu eenmaal 'barsten en kloven in de spiritualiteit' zijn – zal geen getuigende kerk meer kunnen zijn. Alleen een kerk, die tot in haar botten gereformeerd is zal dat kunnen zijn. Omdat de gereformeerde Reformatie ten diepste heeft leren spellen wat genade is. En omdat een gereformeerde kerk nu eenmaal niet in de subjectiviteit blijft steken en dus bij verschil in spiritualiteit uitkomt, maar van een grondbelijdenis uitgaat, waaraan ook de spiritualiteit moet worden getoetst. Een spiritualiteit waaraan ook de wereld wat heeft.

Mijn conclusie tenslotte is dat onze tijd te subjectief is ingesteld om tot kerkelijke eenheid vanuit de koinonia te kunnen geraken. Ik speur een subjectivistische tendens in de Schets 1988. Daarom zeg ik 'nee' tegen de tendens van officieel vastgelegde pluraliteit. Om 'ja' te zeggen tegen een echt belijdende en getuigende kerk, juist ook in een Godloze cultuur als de onze. We kunnen met een gehalveerd en verdeeld getuigenis niet toe.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Denken vanuit de gemeenschap?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's