De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De functie van de wet in de prediking en in liet geloof (II)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De functie van de wet in de prediking en in liet geloof (II)

8 minuten leestijd

Nadat wij in het eerste deel van onze inleiding over Gods wet in prediking en geloof, op de vraag ingingen, hoe in de Bijbel (OT en NT) over Gods wet wordt gesproken, willen wij nu een aantal conclusies daaruit trekken voor de praktijk.
Welke lessen leren wij uit dit alles? De Schrift is toch van God ingegeven en is nuttig tot lering (2 Tim. 3 : 16). Zou het ook kunnen zijn, dat wij op het punt van de verhouding wet-evangelie de Bijbel niet altijd zo goed gelezen hebben? Van Luther is bekend, dat hij – vooral ook door de wijze waarop hij tot bekering is gekomen – altijd sterk de nadruk heeft gelegd op de rechtvaardiging van de goddeloze. Men leze o.a. zijn verklaring van de Galatenbrief. Volgens John Bunyan naast de Bijbel van alle boeken 'het meest bekwaam voor een gewonde consciëntie'. Hoe heilzaam en nodig is het om met Luther en Bunyan levenslang te leren om te sterven aan onze vleselijke begeerte om wat voor God te zijn of te worden buiten Christus Jezus om. Om het met Kohlbrugte te zeggen: 'Wij komen met onze heiligingskrukken de berg Sion niet op'.
Maar hoezeer Luther er ook de nadruk op heeft gelegd, dat wij met de wet in het doodlopende slop terechtkomen ('kwasi heilig met grote inspanning en ijver trachten de toorn Gods te verzoenen'), hij heeft ook niet nagelaten erop te wijzen, dat de Geest Gods in de harten der gelovigen wordt uitgezonden en die harten reinigt. Hij schrijft zelfs (in zijn verklaring van Gal. 4 : 6), dat er uitwendige tekenen zijn, waardoor wij verzekerd en achteraf bevestigd worden, dat wij in de genade zijn. En die uitwendige tekenen zijn: 'gaarne van Christus horen, onderwijzen, dank zeggen. Hem prijzen en belijden, zelfs met verlies van goederen en leven; verder overeenkomstig zijn roeping in het geloof, met vreugde en naar behoren zijn ambt volbrengen, geen vermaak in de zonde scheppen, zich in eens anders roeping niet indringen, maar zijn eigen roeping opvolgen, zijn behoeftige en arme broeder behulpzaam zijn, de treurigen vertroosten (en dergelijke vruchten des Geestes voortbrengen)' (Galatenbrief, blz. 410).
Ik volsta met dit citaat van Luther. Bij Calvijn echter komt naar mijn besef het bijbelse evenwicht tussen wet en evangelie klaarder tot zijn recht. Want hoezeer bij hem ook de dodende functie van de wet aan de orde komt, het gaat Calvijn in alles om de heiliging van Gods Naam op de aarde. De 'Gloria Dei'. Tot in het dagelijkse maatschappelijke en politieke gebeuren toe. Wet en evangelie zijn geen tegenstelling. De wet roept om het evangelie. Het evangelie vraagt om de wet. De gerechtigheid die het deel wordt van de gelovige in de omhelzing van Christus, is geen dode zaak. Christus die door Zijn Geest in de harten der gelovigen wil wonen, is de bron van alle daadgerechtigheid.

Gods dienenswaardigheid
Wat houdt dat in voor de prediking? Wat houdt het in voor het leven van het geloof? Ik kom terug op het begin van mijn inleiding. Eerbied voor Gods heilige wet (Kohlbrugge). Dat betekent, dat we de dienenswaarheidheid van God prediken. Of wij de Heere ook dienen kunnen, is vers twee. Laat ons in elk geval de mensen niet kopschuw maken voor Gods wet, door de doodsstaat van de mens te prediken, los van Gods dienenswaardigheid. Geen sterveling zal schuldenaar voor God worden, als hij niet eerst de Heere en Zijn heilige wet Heft heeft gekregen. Nogmaals, predik de dienenswaardigheid van God.

Bij ons geen draad gerechtigheid
In de tweede plaats: laat er geen onzekerheid over bestaan, dat de mens, ook al is hij in zijn vroomheid z.g. heel wat mans, verdoemelijk is voor God. Laat de mens geen draad gerechtigheid. Als wij van het heilig recht des Heeren iets afdoen, als wij er de scherpe kanten afvijlen en als wij dan voorts veronderstellen, dat de mens met enige helpende genade wel weer overeind komt voor God, zijn wij bezig 's mensen ziel en zaligheid te verkwanselen. Het zou wel eens kunnen zijn, dat er zoveel halve en ook onverzekerde christenen onder ons rondlopen, omdat ze nooit geleerd hebben met zichzelf en met Gods wet aan een eind te komen.

Predik de wet concreet en radicaal
In de derde plaats: laat de prediking van de wet, ook in zijn ontdekkende functie, concreet en radicaal zijn. De mensen die onder de prediking van de boetgezant Johannes de Doper aan de Jordaan, gingen vragen, wat zij moesten doen, kregen concrete antwoorden. De soldaten moesten niet langer roven, de tollenaars niet meer stelen. Wat baat het ons, als wij duizend keer in een preek zeggen, dat de mens zondaar is, als niemand bij het woord zonde zich iets kan voorstellen dat op zijn dagelijkse handel en wandel betrekking heeft? Maar laat ons niet alleen concreet, laat ons ook radicaal zijn. Dat wil zeggen, dat we tot de wortel gaan. De fundamenten van het mensenhart blootleggen. Zijn hoogmoed (ook in het betrachten van burgerlijke braafheid), zijn egoïsme (ook in de manier waarop hij vaak bezig is alleen aan zijn eigen ziel en zaligheid te denken), zijn wetticisme (vooral ook in zijn arglistig pogen om in tranen en bevindingen grond voor de zaligheid te zoeken).

Met Christus onder het recht doorgaan
In de vierde plaats: laten wij Christus prediken als de enige Zaligmaker en Borg, met wie God genoegen neemt in Zijn heilig gericht. Hij is het tot wie wij gestaag de toevlucht mogen nemen, als het ons bang is als tot onze Middelaar in Wie alles gereed ligt wat wij nodig hebben om voor God te bestaan. Er behoeft van mij niets meer bij. Hij staat midden in het recht van God. Hij heeft het liefgehad. Hij heeft het volbracht. Plaatsvervangend. Dat is het enige, rustpunt voor het hart. En rust zal ik daarin vinden, naarmate ik geleerd heb onder het recht van God door te gaan en eraan stuk te gaan. Dat laatste heeft niets te maken met het in het middelpunt stellen van de mens en zijn bevindingen, wat Berkhof de Gereformeerde Bondsprediking in zijn genoemd boekje in de schoenen schuift. Wil het recht Gods werkelijk overeind komen in een mensenleven, dan zal het moeten worden 'opgericht in een mensenhart' (A. A. van Ruler).

Vingerwijzingen voor dagelijkse leven
In de vijfde plaats: laat ons de wet van God prediken als het heilzaamste dat ervoor de mens is. Als Christus door het geloof in onze harten woont, behoeven we niet krampachtig en angstig door het leven te gaan. De liefde zal onze drijfveer zijn. En dan komt het er op aan, dat wij tot in de kleinste dingen van het leven naar Gods wil vragen. Het moderne leven is moeilijk genoeg. En vooral onze jongeren staan voor duizend en een vragen. Hoe komt het dan, dat juist die jongeren vaak het gevoel hebben, geen les voor het leven mee te krijgen in onze prediking? Laten wij hen in de steek? Of denken we stilletjes: als zij in Jezus geloven, vinden zij hun weg door het leven wel? Maar dan moest u toch nog eens goed nalezen, hoe concreet de apostel Paulus in zijn brieven aanwijzingen geeft voor het christenleven van alledag (in huwelijk en gezin, in wereld en maatschappij). Het komt er immers op aan, dat wij kinderen des lichts zijn. Juist in onze dagen waarin de mens der wetteloosheid (2 Thess. 2) zich breed maakt en de wets- en wetteloosheid ten top gestegen is. 'Gij geheel anders'. 'Christenen' – aldus de brief aan Diognetus (een oud-christelijk geschrift) – 'onderscheiden zich van de wereld o.a. hierin, dat zij met anderen wel hun tafel, maar niet hun bed willen delen.'

Leven naar Gods wet in wereldverband
En dat betekent dan tevens, dat we ons ernstig zorgen maken over het lot van onze medemens, ook in wereldverband. Christenleven begint in de binnenkamer en bij de voordeur. Ook bij de deur naast die van ons. Aan iemand werd eens gevraagd: 'Bent u christen?' Hij antwoordde: 'Vraag het aan de buurman.' Maar in feite kent het christenleven geen beperkingen. Een christen bemoeit zich overal mee. Met het milieu dat de moderne mens bezig is steeds meer te verderven. Met de hongerlijdende mensheid aan het andere eind van de wereld. Met de problemen van oorlog en vrede. Want de aarde en de schepping behoren de Heere toe. En Hij heeft deze de mens gegeven om er in harmonie met Hem en met elkaar in te leven.
Zeker, christenmensen kunnen moeilijk overhaasten. Zij wachten op de komst van hun Heere. En zij kunnen dan ook maar moeilijk overweg met een z.g. conciliair proces waarin de komst van het Rijk van God geheel afhankelijk wordt van menselijke activiteiten.
Christenen behoeven er dus niet overspannen van te worden, als zij de wereld om zich heen steeds verder van huis zien raken. Maar inmiddels doen zij wat hun hand vindt om te doen. Al was het dan maar, dat zij kaarsjes aansteken midden in de nacht.
Gereformeerde prediking is prediking van wet en evangelie. En door het evangelie worden wij niet verlost van de wet. Integendeel, wij worden verlost tot de wet. Want al is dan het ganse schepsel te zamen in barensnood tot nu toe (Rom. 8), de Geest Gods gaat er zuchtend en kreunend doorheen. Ook het kreunend en zuchtend christendom. En onze kinderen mogen het aan ons merken, dat de woorden van Gods heilig recht in onze harten zijn. Wij zullen hen die inscherpen. Bij dagen en bij nachten.

C. den Boer, Bilthoven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De functie van de wet in de prediking en in liet geloof (II)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's