De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verliezen wij de vroomheid (7)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verliezen wij de vroomheid (7)

11 minuten leestijd

In het vorige artikel poneerde ik voorzichtig de stelling, dat men soms beter kan zwijgen dan spreken. U herinnert zich wellicht nog wel het voorbeeld waarin kinderen tot hun moeder zeiden, dat zij haar niet meer zouden bezoeken, wanneer zij steeds opnieuw weer over God en Zijn dienst sprak. Het kan zijn dat iemand dit voorbeeld wat overtrokken vindt, doch laten wij niet vergeten dat dit voorbeeld geen fictie doch een incident is. Het mag dan iets zijn dat weliswaar niet dagelijks voorkomt en ik schrijf: Gode zij dank niet, niettemin wordt iedere pastor van tijd tot tijd toch hiermee geconfronteerd. Dat een moeder die als een oprecht en vroom christin begeert te leven en het hiermee moeilijk heeftj zal een ieder wel begrijpen. Zij heeft haar kinderen niet alleen onder haar hart gedragen, maar draagt hen niet minder in haar hart. Daarom voelt zij ook pijn in haar hart, wanneer zij ziet dat haar kinderen zich verzetten tegen wat zij zegt van de Heere en Zijn goede dienst. Maar wat kan zo'n moeder nu nog doen als zij opmerkt dat wrevel en weerzin het hart van haar kinderen bevangt en er zelfs een relatie-breuk kan ontstaan, wanneer zij blijft spreken over wat haar hart vervult en beweegt? Moet zij dan maar stilzitten en verder niets doen? Lijdelijk afwachten totdat er betere tijden aanbreken? De handschoen in de ring werpen en zeggen: zoeken jullie het dan zelf maar uit? Ik denk niet dat dit de weg is! En als het werkelijk een moeder is die door de Heere wordt geleerd en het allerhoogst en eeuwig goed van harte aan haar kinderen gunt zal zij dit ook niet doen. Zou het niet zo zijn, dat zij in zo'n moeilijke situatie meer met de Heere over haar kinderen spreekt dan dat zij dit doet met haar kinderen over God? Behoort juist dit niet tot de echte vroomheid en daarmee tot de heiliging van het leven, wanneer dan het gebed wordt geïntensiveerd. Ik lees zo in de Schrift, dat het gebed van de rechtvaardige veel vermag. Te denken valt in dit verband zeker aan de moeder van Augustinus. Wat een gebeden heeft Monica voor haar zoon gedaan en hoe heeft de Heere op een verrassende wijze haar gebeden willen verhoren. Deze Heere is nog altijd Dezelfde! Dit laatste wil ik onderstrepen, juist voor al die vaders en die moeders die hun kinderen zien afdwalen van de wegen des Heeren. Laten zij toch het gebed niet vergeten. De Heere hoort het geroep van Zijn ellendigen. De Heere hoort ook, wanneer wij als vader en als moeder met de nood van onze kinderen tot Hem komen. Hij kan een omwending in hun leven aanbrengen. Hij kan hen bekeren. En dan is het niet verkeerd om in de gebeden ook te pleiten op het Verbond Gods. Want laat men niet vergeten: ons kind is gedoopt. Dat is maar niet niets. Immers, toen ons kind gedoopt werd, was er de handslag Gods. Daarin sprak de God des Verbonds reeds: kind, ik heb recht op je! Ik denk in dit verband aan een preek die ik ooit van wijlen ds. G. Boer hoorde. Hij zei daarin o.a. het volgende: 'vaders en moeders, wanneer u ziel dat de weg die uw kinderen gaan haaks staat op de weg waarop God uw kinderen wil doen wandelen, bidt dan maar en zeg het maar voor de Heere: o God, mijn kind is gedoopt en U hebt recht op mijn zoon of dochter en niet de duivel en de hel. En als zij niet willen, sla ze dan maar naar U toe'. Inderdaad kan de liefde tot ons afdwalend kind zo groot zijn dat wij dit gebed doen. En nogmaals: vergeet het Verbond Gods niet! Het verbond met Zijn krachtige en ontwijfelbare beloften. En verder: als wij met onze kinderen over dit alles niet meer kunnen spreken, laat dan naast een intensivering van het gebed, ook onze handel en wandel een getuigenis zijn van de hoop die in ons ligt. Met dit alles wil ik maar zeggen, dat onze levenswandel niet in flagrante tegenstelling moet staan met wat wij met de mond belijden. Een oude spreuk zegt: woorden wekken, voorbeelden strekken. Wie weet of juist onze levenswandel in oprechtheid de kinderen niet tot jaloezie brengt, wanneer wij hen met woorden niet (meer) weten te bereiken.

Ogenschijnlijk geen moeite
Nu acht ik de mogelijkheid niet uitgesloten, dat iemand onder ons zegt nadat men het bovenstaande heeft gelezen: 'van moeilijkheden dienaangaande wordt in mijn gezin niets gevonden'. Zo dit werkelijk het geval is, mag iemand daarvoor dankbaar zijn. Ik acht het een bijzonder voorrecht, wanneer onze kinderen nog 'in de pas' lopen. Trouw naar de kerk gaan, catechisaties en verenigingen bezoeken en in dat alles weinig òf geen moeite geven. Alleen schrijf ik wel neer, dat wij ons op dit alles toch maar niet moeten verheffen of – en dat gebeurt ook – neerzien op die gezinnen waarin dat alles zo heel anders gaat. Want wat bij anderen gebeurt, kan morgen bij ons in huis gevonden worden. Het proces van ontbinding staat niet stil, wanneer wij allerlei uitwendige vormen – hoe goed en waardevol ook – in stand houden. Ik ben erg gesteld op uitwendige vormen. Dat zal wellicht bekend zijn, maar als die uitwendige vormen geen inhoud hebben, dan hebben zij weinig of 5 geen waarde. Het gaat er maar niet om dat wij als ouders een aantal uitwendige vormen overdragen, doch dat wij onze kinderen laten zien hoe waardevol de inhoud daarvan is. Ik denk dat onze kinderen daarop recht hebben en zullen leren dat de dienst van God niet alleen een zaak is van de zondag òf van het uur dat zij op de catechisatie of de vereniging zijn, doch een zaak van het hart en daarmee een zaak van alle dagen in de week. Wat is het daarom nodig – ook als er ogenschijnlijk geen moeite is – om met en voor onze kinderen te bidden, met hen te spreken over het wezenlijke van de dienst van God, hen óók voor te gaan in een leven in overeenstemming met Gods geboden. Helaas komt het wel voor, dat vaders en moeders dit alles nalaten, omdat de kinderen de uitwendige vormen althans in acht nemen. Nooit wordt er eens een goed woord van de Heere Jezus gezegd. Nooit wordt er over de preek eens nagesproken. Het lijkt wel alsof met de damp van de koffie ook de preek verdwijnt. Dat is wellicht wat scherp uitgedrukt, doch is het anders? Ik vrees het ergste, wanneer wij als ouders alleen aan de vormen vasthouden alsof die ons zouden redden van het verderf. Wanneer er werkelijk niet meer is, zien wij de kinderen die nu nog 'in de pas lopen' op een bepaald moment toch afhaken. Innerlijk hebben zij misschien reeds afgehaakt en wachten alleen nog op het moment dat zij op eigen benen staan om dan ook met alles te breken. Vaak wordt er gepreekt over de verloren zoon. Laten wij evenwel niet vergeten dat in die gelijkenis ook over een andere zoon gesproken wordt. Evenals zijn jongere broer had hij bekering nodig. Met dit alles wil ik maar zeggen, dat wij niet moeten denken – en dit als ouders – dat alles wel goed is, wanneer slechts de vormen in acht worden genomen. Het gaat om de wortel van de zaak. Wat is het daarom ook van belang, dat wij de wereld kennen waarin onze kinderen en wij niet minder leven. Bijna alles wat van en in deze wereld is, staat loodrecht op het Woord Gods. Onze kinderen leven niet meer zo beschermd zoals wij dit min of meer in onze jeugd hebben gedaan. Allerlei normen die toen nog algemeen geacht werden zijn verdwenen. De sociale controle is ook weg. En zo zou er nog veel meer te noemen zijn. Ik noem nu alleen nog maar de 'ik-gerichtheid', de middelpuntigheid van het individu tengevolge waarvan het geheel uit het oog verloren raakt. Wat dat betreft hebben onze jongeren het veel moeilijker dan wij. Wij zagen de golven de saecularisatie nog enigszins aankomen, onze jongeren leven evenwei temidden van een gesaeculariseerde samenleving. Hoe hen als ouders daartegen te wapenen, opdat ze daarin niet zullen ondergaan? Ik denk: alleen met èn vanuit het Woord. Echter… dan zal dat Woord voor ons hart en leven wezenlijke waarde moeten hebben en zullen wij de tijdgeest goed moeten onderkennen, zodat wij het één en ander aan onze kinderen kunnen aanreiken c.q. overdragen. En dat alles dan met de bede en in de hoop dat er een vonk zal overslaan. Wellicht denkt nu een ouder: 'maar door een heilig wandel, een vroom leven zoals de Heere dat van mij vraagt, kan ik toch mijn kind niet bekeren?' Dat is juist opgemerkt! Echter… van ons als ouders wordt ook niet gevraagd dat wij onze kinderen zullen bekeren, maar wel vraagt de Heere van ons dat wij in woord èn in daad laten horen en zien welk een groot God en beste Heere Hij is. Ik schrijf dit alles maar eenvoudig neer, zodat een ieder begrijpt wat ik bedoel. Ook doe ik dit in alle ernst en liefde, omdat ik meen dat aan de vroomheid zoals de Schrift die ons voorhoudt soms juist in de gezinnen het één en ander hapert. En als ik dat zo stel, doe ik dat niet alleen als pastor, maar iliet minder als ouder die weet dat de zaken niet altijd zo eenvoudig zijn, zelfs niet als onze kinderen ogenschijnlijk nog 'in de weg' gaan. Desondanks ontslaat ons dat niet van onze verantwoordelijkheid. Ik breng alleen de doop van onze kinderen maar in herinnering. Doch als het waar is dat het gezin 'een kerkje in de kerk' is, zo zullen onze kinderen de Bijbelse vroomheid in het leven van ons als ouders zien. Ik schreef reeds dat dit te horen is uit de woorden die wij tot hen spreken, maar ook dat dit te zien zal zijn, hoe wij als man en vrouw met elkaar omgaan en hoe wij van maandag tot en met zaterdag de redelijke godsdienst beleven en uitleven.
Woorden wekken, voorbeelden strekken. En dan weet ik werkelijk wel dat niet wij, zelfs niet door onze vrome levenswandel het hart van onze kinderen kunnen omzetten. Maar dat wil niet zeggen, dat wij Gods wateren maar over Gods akkers laten lopen. Neen, wij zullen doen wat wij kunnen doen en het verder aan de Heere overlaten. Niet zorgeloos, doch heilig onbezorgd. En nogmaals scrijf ik neer: laten wij bij dit alles de belofte Gods die er ook voor onze kinderen ligt niet vergeten. Het zal waar zijn, dat je als ouder soms moedeloos kan worden. En vooral dan als het de begeerte van je hart is, dat de kinderen niet alleen zich houden aan uitwendige vormen, maar de wortel der zaak, het geloof in Jezus Christus en het het leven uit Hem leren kennen. Dan kan het wel eens moedeloos maken als van dat alles niets valt te bespeuren, zelfs geen ritselingen. Ik denk dat de belofte Gods zoals Petrus die in zijn magistrale rede in Handelingen 2 onder woorden heeft gebracht ons dan op de been kan houden. Hieraan moeten wij ons in het geloof vastklampen. Trouwens, wanneer wij als ouder weten hoe groot het verzet in eigen hart was en hoe de Heere dit door de kracht van Zijn onweerstaanbare Geest heeft opgeruimd en eigenlijk steeds opnieuw moet opruimen – want dat behoort bij het sterven van de oude mens – wel, dan zullen wij ook hoop en moed hebben voor onze kinderen, want als de Heere ons heeft overwonnen en ingewonnen voor Zijn zalige dienst, nu, dan kan Hij het niet minder onze kinderen.

Waarschuwend voorbeeld
Waarschuwen is vandaag niet meer zo 'in'. Men wordt al heel snel voor moralist uitgemaakt als men waarschuwt. Dat zal wel komen doordat wij niet meer in een 'gehoorzaamheidscultuur', doch in een 'mondigheidscultuur' leven. Om het bovenstaande dat ik geschreven heb over alleen maar uitwendig vormen te illustreren, wil ik toch iets neerschrijven als waarschuwing voor ons als ouders die denken dat het alles wel goed gaat in de gezinnen. Ik denk aan dat meisje dat woonde in een zeer rechtzinnige gemeente. Trouw ging zij naar de kerk, trouw naar de catechisaties. Haar ouders hadden nooit last met haar. Een voorbeeldig meisje om zo te zeggen. Een vervolgopleiding bracht haar in de grote stad en u raadt het al: zij brak met alles! Toen ik haar vroeg, wat hiervan toch de oorzaak was, vertelde zij, dat haar ouders wel de uitwendige vormen in acht hadden genomen, doch verder nooit ergens over hadden gesproken. En van een echt Bijbelse levenswandel was nooit sprake geweest. Ik weet dat dit een hard oordeel van haar was en misschien ook niet helemaal juist, omdat ik de situatie bij haar thuis niet kende. Toch wel een voorbeeld om ter harte te nemen.
(wordt vervolgd)

G. S. A. de Knegt, P.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verliezen wij de vroomheid (7)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's