De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gebrek aan kennis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gebrek aan kennis

11 minuten leestijd

We hebben in onze tijd niet te klagen over gebrek aan informatie. Een veelheid van kranten, tijdschriften, boeken, uitzendingen via de media geven ons alle mogelijkheden om bij-de-tijd te zijn.
Intussen is allerwegen de klacht te horen dat er in de gemeente te weinig kennis is. Zelfs wordt soms over gebrek aan kennis geklaagd bij hen, die leiding moeten geven aan het gemeentelijke leven. En ook wat dit betreft hebben we in onze tijd niet te klagen, als het gaat om informatie, lectuur tot bezinning. Maar het schijnt wel, alsof onze tijd, zeg de tijdgeest, blokkades opwerpt als het gaat om verdiepte kennis.
Predikanten klagen er bijvoorbeeld over, dat ze aan hun catechisanten in veel gevallen zo weinig kennis meer kwijt kunnen. Vragen leren (en antwoorden dus) is er vaak niet meer bij. Dat past niet meer in het leefpatroon van jonge mensen. Dat heeft op zijn beurt weer alles te maken met het jachtige en tegelijk het vluchtige van deze tijd. Wat mensen zich eigen maken voltrekt zich langs de weg van bijvoorbeeld de televisie. Hoeveel uren worden niet aan de buis doorgebracht, waardoor mensen geheel thuis zijn en thuis raken in alles wat onze moderne tijd te zien en te horen geeft, zónder dat ze intussen echt in de leer zijn, in die leer, die tot verdiepte geestelijke kennis leidt. Die leer maakt een mens zich niet eigen door televisieprogramma's of door reclame-achtige informatie of door minuten-programma's. Wat is nu verder ook eigenlijk één uur catechese (vaak drie kwartier) per week, gedurende niet meer dan een halfjaar?
De lezer zal best begrijpen, dat ik hiermee niet de predikant(-catecheet) afval, die er elke week maar voorstáát om met soms weerbarstig materiaal en staande in deze jachtige tijd, waarin voor alles meer aandacht is dan voor de leer der kerk, er het beste van te maken. Nee, ik bedoel juist naast hen te staan als het gaat om de worsteling om jongeren ook vandaag iets bij te brengen, waaraan ze levenslange winst kunnen hebben.

Kennis en verstand
Intussen moeten we wel goed onderscheiden als het gaat om kennis in de gemeente. De gemeente vandaag is, zoals in álle tijden, geschakeerd samengesteld. Er zijn mensen die, omdat ze zich de dingen gemakkelijk eigen maken, ook graag kennis vergaderen. Ze leren of studeren gemakkelijk. Wat ze één keer opborgen in hun geheugen zit er vast in.
Er zijn echter ook mensen, die zich de dingen niet of moeilijk eigen kunnen maken. Ik herinner me een huisbezoek, waarbij een inmiddels overleden broeder ons bij het heengaan – we stonden al bij de deur – toevoegde: 'nu hebben jullie zulke goede dingen gezegd, en aan het eind van het gesprek ook zulke prachtige bijbelwoorden aangereikt, maar ik ben het nú al weer vergeten. Ik kan het niet vast houden.' Maar het leven van de bewuste broeder was geheel gekenmerkt door geheiligde kennis en godsvrucht.
Is het zó ook niet de ervaring van de predikanten? Mensen kunnen na afloop van de preek alleen maar zeggen, dat ze het zo jammer vinden dat ze er zo weinig meer van kunnen navertellen, terwijl ze de preek toch zo mooi vonden. Toch hebben ze namenlijk onder de prediking de glans van de dingen Gods ervaren en ook mogen verwerken. Zonder dat ze het in woorden kunnen uitdrukken en in concrete kennis kunnen overdragen weerkaatsen ze toch iets van die glans in hun omgeving; op hun werk en in hun gezin. Ze zijn christen, zonder al te veel dogmatische, leerstellige kennis. Toch zijn ze levende christenen. Dat is aan hen te zien. Intuïtief gaan ze de weg, die de Heere God in deze tijd wijst voor hen en de hunnen. Voor mensen, die zó leven, kan het geheel verkeerd overkomen en ook geheel verkèèrd zijn wanneer al te veel benadrukt wordt, dat er zo weinig kennis in de gemeente is. Niet ieder is in staat om de leer des heils te leren, terwijl men toch uit de diepten van de leer des heils leven mag.
Dat is iets anders dan, wanneer men zeer wel in staat is om zich verstandelijk alles eigen te maken wat zich aandient – voor het werk en in het culturele leven en in wat de wereld biedt – men intussen weigert te woekeren met de talenten, die de Heere schonk om daarmee ook dienstbaar te zijn in de gemeente. Daarom is toch de vraag op z'n plaats: wat lezen we in de gemeente? Hoe is de antenne gericht als het om kennis gaat? Dan zijn er bepaald ook zorgwekkende verschijnselen. Van het woekeren met de talenten wordt eenmaal rekenschap gevraagd, van de vijf talenten, de twee talenten en het ene talent. De befaamde Bavinck heeft ooit de eenvoudige vrouw achter de 'wastobbe' benijd, die zich niet behoefde af te matten met die dingen waarmee hij zich vermoeien moest, maar hij woekerde intussen met wel met zijn vijf talenten. Wie niet studeert is niet bekeerd. Ieder dan in de mate waarin hij talenten ontvangen mocht.

Kennis en vertrouwen
Maar kennis heeft intussen toch ook alles met geloof te maken. In zondag 7 van de Heidelberger wordt de verbinding heel direct gelegd. Een waar geloof is niet alléén 'een stellig weten of kennis, waardoor ik alles voor waarachtig houd, dat ons God in Zijn Woord geopenbaard heeft', maar ook een vast vertrouwen, 'door de Heilige Geest in mijn hart gewerkt, dat ook mij vergeving van zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken is 'uit louter genade, alleen om der verdienste van Christus' wil'. Waarom wordt dit toch vaak in de prediking zo weinig uitgezegd? Onze gereformeerde confessie biedt op dit punt geestelijk tegenweer tegen alle evangelische stromingen (onder welke naam ze zich ook aandienen), die de zekerheid en de blijdschap in het vaandel hebben geschreven. Reformatorische prediking mag worstelende zielen niet in verlammende on-zekerheid laten. Alleen al op grond van zondag 7 màg dit niet.
Kennis van het Woord Gods doet er dus blijkens deza zondag wel terdege toe.
Kennis van de gegevenheden van de Schriften!
Kennis van het 'vóórwerpelijke'. Het geloof gaat niet op klanken, op kreten of stichtelijkheden af, hoe vroom ook verpakt. Het geloof is gefundeerd op wat de Heere openbaarde. Het is een veeg teken als prediking aansluit bij een bepaalde 'gemeentetheologie', bij wat mensen willen horen, die alleen op klanken afgaan. Prediking voltrekt zich op de hoogte van de heilsfeiten, en wil derhalve de leer van Christus overdragen aan een volk, dat inderdaad het geklank kent, ook al heeft men maar in de verte de klok horen luiden. En die klank is diep. Maar die leer, die kennis daalt af tot in de harten en wekt daar vertrouwen. Het is niet alleen vóór mij maar ook in mij.
De Heilige Geest schenkt vertrouwen langs de weg van het weten, de kennis, het leren.
De Heilige Geest plaatst ons op de weg van het Woord. Ooit is aan ds. W. L. Tukker vroeger voorzitter van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, een bundel met eigen bijdragen aangeboden onder de titel 'De weg van het Woord, in het spoor van de vaderen'. In die titel ligt verwoord de worsteling om de geloofskennis van het Woord Gods en dan ook van datgene wat de vaderen ervan opvingen en doorgaven, in belijdenissen en geschriften, de worsteling ook om vervolgens deze kennis over te dragen op de generatie van vandaag.
We kùnnen niet zonder kennis, maar het moet toe-gepaste kennis worden. We geloven en belijden, zoals onze vaderen geloofden en beleden. We geloven met het hart en belijden met de mond, zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Het waarachtige belijden komt uit het waarachtige geloven voort. Zó belijden we met de geslachten vóór ons. In een vertrouwend kennen. Maar dan moet er ook verstandelijk kennis zijn van wat de geslachten voor ons gekend, geloofd en beleden hebben. Als we op de kerhoven lopen ervaren we dit.
Wijlen prof. dr. G. C. van Niftrik zei eens, dat veel moderne theologen het gemakkelijk hebben, omdat ze geen kennis meer behoeven te nemen van wat het voorgeslacht beleden heeft. Ze denken dat ze vandaag kunnen beginnen, dat de theologie pas vandaag begint. Gereformeerde theologen gaan echter terug op de generaties vóór ons, die op God vertrouwd hebben. Als we vandaag dan ook iets nieuws ontdekken – en in een wereldwijde samenleving ontdèkken we dat – is het maar een fractie méér van alles wat er in het verleden al was.
Het gaat om het geloof van patriarchen en profeten, van apostelen en kerkvaders, van de vaderen in de tijd van de Reformatie en daarna. Zonder hùn kennis tot de onze te maken is ònze kennis te ondiep. We staan in een Traditie van kennis en vertrouwen. De kennis van het verstànd steekt zó uiteindelijk een voet dieper af. Het gaat nooit om kennis, die een voet te hoog zit maar om kennis, die enkele spa-diepten afdaalt. Het gaat zó om kennis die vreugde verschaft, omdat ze stelt in de vrijheid der kinderen Gods. Als zódanig is het ernstig wanneer van onze tijd zou moeten gezegd, dat het volk is uitgeroeid omdat het zonder kennis is.

Kennis en bevinding
Dit brengt ons tot de dieptedimensie. Kennis, die een voet te hoog zit, voert tot koud, kil intellectualisme, kan zelfs 'opgeblazen' maken, zegt de Schrift.
Kennis, die verbonden is met vertrouwen, leidt tot de warmte van het bevindelijke leven. Die kennis, die leidt tot de godvruchtige wetenschap, dat mij eeuwige gerechtigheid van God geschonken is, geeft een eigen vertrouwelijke omgang met God.
Hij woont in het Hoge en Verhevene en wil desalniettemin met de mens gemeenschap hebben. Kennen is dan ook niet minder dan be-kennen. Zoals een man zijn vrouw bekent, in vertrouwen, in overgave, liefde zo bemint een mens zijn God. Omdat God Zich heeft geopenbaard als Degene, Die Zijn oog heeft gewend naar het verlorene. Die de eerste was in de opzoekende liefde. Op deze wijze is er ook een opklimming in de kennis. Er is de kennis van het geheiligde verstand; er is de kennis die samenhangt met het vertrouwen; er is de kennis, die samenhangt met de liefde. Maar in alles is Christus centraal: opdat ik Hem kenne en de kracht van Zijn Opstanding. Zonder Hem, zonder het grote werk, dat Hij verrichtte, is er geen kennis der zaligheid, is er geen kennis die vertrouwen inboezemt, is er geen kennis die liefde oproept. Dan rest het dogmatisme, waarmee een mens uiteindelijk voor God niet en nooit kan bestaan. Een mens krijgt Hem lief omdat Hij ons eerst heeft lief gehad. Een onheilig mens, die de heiligheid Gods leerde kennen en onheiligheid van eigen kant in het oog kreeg, komt tot verborgen omgang met God en leeft intussen uit de vergeving der zonden.
Verdiepte kennis is zó toch uiteindelijk kennis dragen van de vergeving der zonden. Daar gaat het ten diepste om in de kerk. Op Golgotha is het handschrift van de zonde, dat ons tegen was, uitgewist. We moeten het maar geloven! Ja, zéker. Langs de weg van door de Geest geheiligde kennis, langs de weg van het verlichte verstand.

Kennis en lering
Kennis moet toch maar op deze dimensie, namelijk die van het geestelijke, het bevindelijke gericht blijven. Anders kweekt catechese – en lering of prediking in het algemeen – kennis, die een voet te hoog zit, soms ook objectief-bevindelijk verpakt. De dijken zullen dan doorbreken, als het er op aankomt, nu de vloedgolven van de tijd (-geest) over ons slaan.
Als in déze tijd de catecheet worstelt met de vraag: hoe moet ik 'het' overdragen, dan is er één ding tot troost. Niet de verstandelijke vermogens dragen bij tot godvruchtige kennis. Als zodanig zit er best een waarheidselement in de opmerking, dat de professor in de theologie minder van het werk Gods soms weet dan een eenvoudige gemeentelid met geheiligde kennis. Er is een wijsheid Gods die het dwaze van geleerdheid te boven gaat.
Maar de kennis, waarin we ons mogen oefenen, draagt wel bij tot de godsvrucht. Zonder kennis, als uitstraling van datgene wat van het heilig Evangelie is opgevangen, in welke mate dan ook, is er geen Godsvrucht.
Kennis, vertrouwen, godsvrucht en bevinding moeten daarom maar dicht bij elkaar blijven.
Ik sluit af met de psalm, die we zondag in een doopdienst zongen,

Verborgenheên, niet diep ontzag te melden
die ons voorheen de vaderen vertelden
die wij, hun kroost, ook niet verbergen mogen
die stellen wij het nageslacht voor ogen
des Heeren lof uit 's lands historieblaân
Zijn sterke arm en grote wonderdaân.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gebrek aan kennis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's