Prediking der verzoening
Ruimte
Wij beklemtoonden in een voorafgaand artikel, dat het Evangelie een breder ruimte heeft dan alleen rechtvaardiging voor God. De rechtvaardiging is zelfs geen einddoel, maar deur van toegang tot de schatten van het Koninkrijk Gods. Wie door die deur ingaat komt in het nieuwe leven. Allerlei levensaspecten komen dan aan de orde. Wij hebben verschillende zaken genoemd als het gebedsleven, het huwelijksleven, het beroepsleven, het gezelschapsleven, het ascetisme, ja, wat niet al meer. Toch moeten wij wel bedenken, dat vooropstelling van de prediking der verzoening met God, door het geloof in Christus, in bepaalde gevallen volstrekt noodzakelijk is. Vooral daar, waar het Evangelie gepredikt wordt aan wie nog niet geloven, aan jood of heiden. Wij hebben daarvan een voorbeeld in de apostolische prediking aan beiden, zoals weergegeven in de Handelingen der Apostelen. Al wat in het Evangelie ons geboden wordt, is oorzaak van vreugde voor wie door het geloof in Christus van zijn zonde is gerechtvaardigd. Schuld immers houdt ons buiten het Koninkrijk van God.
Toespitsing
Maar wij sluiten ons oog niet voor het feit, dat ook in het midden der gemeente vaak gelijke vooropstelling nodig is. Wat leven er toch temidden van de gemeente nog niet velen, die steeds met de stokbewaarder vragen: Wat moet ik doen om zalig te worden? Wat zijn er velen die op deze vraag een onhelder of mistig antwoord geven! Hier is het zaak de eerste beginselen van het Evangelie te onderwijzen. Hier moeten wij voeden met de melk van het Evangelie. Intussen doet zich dan de vraag aan ons vóór: Wat laat God dan de mens inzake de verzoening met Hem verkondigen? Welke inhoud heeft het Woord der Verzoening? Zijn inhoud is de opwekking om zich met God te laten verzoenen. Verzoenen betekent hier zoveel als: vrede maken; het onderstelt, dat God toornig op ons is, ons tot een vijand is vanwege onze zonden, maar bereid en volvaardig is om vrede met ons te maken en ons in zijn gunst te herstellen, doordat Hij ons rechtvaardigt van al onze zonden. De opwekking hiertoe komt tot ons door tussenkomst van de apostelen, die in dit opzicht evenwel als gezanten van God optreden, zodat het is als sprak en vermaande God door hen. Zo schrijft immers Paulus in de tweede brief aan de Corinthiërs, het vijfde hoofdstuk: zo zijn wij dan gezanten van Christus' wege, alsof God door ons bade: wij bidden van Christus' wege, laat u met God verzoenen. De apostel is getrouw aan de gegeven opdracht. Hij weet zich gezant van Christus, en als zodanig treedt hij op met het gezag van zijn Zender. Hij treedt op in het besef, dat God door zijn mond spreekt. De apostel handhaaft hier het stuk van zijn ambtsgezag. De inhoud van zijn prediking is een tedere, maar tegelijk dringende oproep: In Naam van Christus! Aanvaardt de verzoening.
Weg
Maar het woord der verzoening wijst tevens aan in welke weg onze vrede met God tot stand komt. God wil geen genade bewijzen ten koste van recht. Hij heeft op de zonde de straf van de dood gezet, een ontzaglijke straf, die ons voorgoed van Hem scheidt. Schijnbaar maakte dit elke verzoening tussen Hem en ons onmogelijk. Toch heeft God gezorgd dat Hij ons van onze zonden rechtvaardigen kon, zonder onrechtvaardig te zijn. Zijn Zoon Jezus Christus heeft Hij gesteld tot een verzoening, dat is, een zoen of genoegdoening voor de zonden. Daartoe heeft God al onze ongerechtigheden op Hem doen aanlopen en Hem overgegeven tot de dood des Kruises, opdat Hij tot zonde en vloek gemaakt worden zou. Christus Zelf heeft deze last gewillig op zich genomen, een schaap gelijk, dat stemmeloos is onder de handen van zijn scheerders. Hij heeft Zijn lichaam tot een offer overgegeven om er onze zonden in te dragen en Zijn ziel in de dood uitgestort. Zo heeft Hij een gehoorzaamheid aan de Vader betoond die Zijn genoegdoening volmaakt en over al de Zijnen de erfenis van het leven brengt. Het is God volle ernst met de apostolische prediking der verzoening. Dat bewijst de wijze, waarop Godheeft verzoend. Door het wonder der volslagen omwisseling. Christus, die geen enkele band met de zonde had, neemt onze plaats in en wordt één en al zonde. Wij, die zondaren zijn, komen op Christus' plaats en worden enkel gerechtigheid. Wij worden geen heiligen, maar Christus' gerechtigheid wordt, ons toegerekend. Het komt er nu op aan: alleen te geloven! Al wie gelooft, is van zijn zonden losgemaakt en inplaats van aan die zonden, aan Christus' gerechtigheid verbonden om daarvan de vrucht te erven.
Geloven
Wij worden daarmee zowel tegenover het Evangelie als tegenover Christus geplaatst. Ja, tegenover Degene, Die door de offerande van Zijn lichaam God verzoend heeft, zodat elk, die in Hem gelooft, vrede bij God vindt. Intussen, wat betekent het nu in iemand te geloven? Het wil zoveel zeggen als iemand erkennen voor wat hij zegt te zijn en op grond daarvan zich aan hem toe te vertrouwen. Wij vinden hier op die manier de beide betekenissen, waarin het woord geloven voorkomt, verenigd. En wel allereerst die van iets voor waar houden. En dan vervolgens: die van zich aan iets toevertrouwen. Het blijkt dan dat het geloof zowel de wil als het verstand omvat. Het is een zaak van het weten en van het willen beide. Als verzekerdheid omtrent iets, is het geloven een bepaald zijn van de bewustheid, en als vertrouwen in iets, is het een zich stellen in verhouding tot iets. Het omvat de gehele innerlijke mens. Nemen wij dit bestek nu over voor het geloof in Christus, dan geven wij het weer als een verzekerheid des harten, dat Hij de van God ons beschikte Zaligmaker is, krachtens welke wij ons tot zaliging aan Hem toevertrouwen. De inhoud van het geloof is evenwel hiermede nog niet ten volle weergegeven. Wat voor grond toch hebben wij om aangaande Jezus te geloven, dat God Hem tot een Zaligmaker heeft gesteld en welk recht hebben wij om ons tot behoud aan Hem over te geven?
Antwoord
Op de eerste vraag kan worden geantwoord, dat God ons in het Evangelie verzekert, dat Christus' offer een volkomen genoegdoening is voor de zonde. Ja, een grondslag van de hereniging met Hem. Christus is tot bewijs daarvan uit de doden opgewekt, ja, door Hem gesteld tot een volkomen Verlosser om dan Zijn gemeente de vrucht van Zijn offer in hun zaligmaking toe te brengen. Op de tweede vraag kan dienen, dat het Evangelie een belofte inhoudt, waarbij vergeving der zonden en aanneming tot kind toegezegd wordt aan elk, die in Christus gelooft. En zie, ook daarvan houdt de gelovige zich verzekerd. Hij gevoelt zich van God tot Christus geroepen. Door Hem wil God met hem samenkomen. Wij blijven daarom bij Christus niet staan, maar klimmen van Christus op tot God, de Vader. Van die Vader kregen wij de uitnodiging, ja, het liefdesbevel, om ons door het geloof met Hem te laten verzoenen. Dat kan trouwens niet anders. Elke vriendelijke uitnodiging eist een antwoord. Zou het niet verschrikkelijk wezen, wanneer iemand op zulk een kostelijke uitnodiging als het Evangelie in zich draagt, niet eens een antwoord gaf? Welnu, de gelovige geeft Gode Zijn Naam op als één, die gewillig is om in Christus met Hem verzoend en verenigd te worden.
Het geloof laat hem niet werkeloos en ledig. Neen, wij doen niet anders dan bezig zijn met het Woord. Wij geven ons zonder voorwaarden gaarne over. Neemt U ons maar, Heere, zoals wij zijn! Zonder U, Heere, ben ik eeuwig ongelukkig en dwaalziek. Wij geven de Heere in alles gelijk. In Zijn recht en in Zijn genade. In Zijn heiligheid en in Zijn tederheid. Dat is nu juist een bewijs dat wij de Heere te voet gevallen zijn. Wij kunnen van Hem niet meer loskomen. Die overgave gebeurt wel allereerst in het verborgene, in de stille binnenkamer. Het is waar. Daar is de mens met God alleen. Daar fluistert hij Hem de diepste gedachten toe. Maar straks komt de tijd, dat die overgave van binnen ook naar buiten openbaar komt, in de belijdenis van Christus' Naam.
A. v. Brummelen, Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's