Hij trok van dorp tot dorp steeds voort (9)
Ds. IJ. Doornveld 1864-1925
Ds. Doornvelds beroep naar IJsselstein
Ds. IJ. Doornveld Hzn., Ned. Herv. Predikant te Oene, meldt ons het volgende: 'Door een ongesteldheid mijner echtgenote, die in verband met het beroep naar IJsselstein zich zorgelijk liet aanzien, zag ik mij tenslotte gedrongen den kerkeraad van genoemde gemeente te verzoeken om ontheffing van de op mij genomen verplichting. Daar er echter door Gods vrije barmhartigheid eene allergunstigste wending is gekomen in den toestand mijner vrouw, blijft de aanneming van het beroep naar IJsselstein van kracht en zal het afscheid te Oene D.V. plaatsvinden 21 april en de intrede te IJsselstein 27 april a.s.'
Nu willen we bezien hoe het ds. Doornveld in deze beproevingsweg verging. In de nachten van 26 op 27 en 28 op 29 december 1918 wordt er door de Oenese predikant weinig geslapen. Hij worstelt in het gebed om licht in de roeping die tot hem gekomen is. En de Heere laat zich niet onbetuigd. Het wordt voor hem duidelijk dat de weg naar IJsselstein gaat. Nu steekt er echter in de anders zo rustige pastorie een storm op die grote gevolgen heeft. Mevrouw Doornveld weigert haar man naar IJsselstein te volgen. Het komende vertrek naar IJsselstein bezorgt haar een zenuwinzinking die geruime tijd duurt. Het wordt zo erg dat dominee zich genoodzaakt ziet de aanneming van het beroep weer ongedaan te maken. Maar dat brengt geen verbetering in de toestand van mevrouw. Integendeel!
Ds. Doornveld moet dan ook erkennen dat hij met de gevraagde en verkregen losmaking van IJsselstein een vergissing begaan heeft. Als deze crisis op zijn dieptepunt is en er geen uitzicht lijkt te zijn, treedt er echter verandering op in de gedachten en gezindheid van mevrouw Doornveld. Zij verklaart met innige spijt en oprecht berouw voor het aangezicht des Heeren dat zij grotelijks gezondigd heeft door haar man niet te volgen. Ze had gezien op aardse voordelen, huis en tuin, die haar in Oene zoveel aangenamer waren dan in IJsselstein. Zij verklaart dat ze getoond had niets over te hebben voor de zaak des Heeren, Die alles voor Zijn gemeente had volbracht. 'Mijn zenuwtoestand was hoofdzakelijk onwil', sprak ze, 'ik wilde niet naar IJsselstein'. Ouderen uit Oene herinneren zich nog goed dat mevrouw soms in radeloosheid door de pastorietuin liep. Tegen de dienstbode vertelde ze dat ze bang was dat ze de zonde tegen de Heilige Geest had bedreven. Groot was dan ook voor haar de blijdschap toen de Heere al dit kwade ten goede wilde keren door Zich in gunst tot haar te wenden. Hierdoor ontstond een totale ommekeer in haar leven ten goede, die ook niet onopgemerkt bleef in de gemeente. Dit was duidelijk in geen hoek geschied!
Nadat dit alles heeft plaatsgevonden smeekt mevrouw voortdurend de Heere om de weg naar IJsselstein alsnog te banen. Ook de dominee zelf is niet los van IJsselstein. Een op zichzelf onbetekenend voorval tijdens een kerkdienst beweegt hem om via de geordende weg pogingen in het werk te stellen alsnog naar IJsselstein te mogen gaan. Hij schrijft over dit voorval zelf: 'De vergissing met een tekstbriefje – een onbeduidend voorval op zichzelf – was mij een wenk der Voorzienigheid, als ik enkele woorden uit de Heilige Schrift hoorde voorlezen, met zulk een kracht tot mijn geweten komende, als ik mij niet herinner, dat ooit bij zulk eene voorlezing geschied was. Het was Hand. 16 : 9-15, terwijl volgens het in dien dienst te behandelen onderwerp iets geheel anders moest zijn voorgelezen.'
Paasmaandag 1919 neemt ds. Doornveld afscheid in een overvolle kerk van de gemeente Oene met een predikatie n.a.v. Hebreeën 13 : 20 en 21. Hij wordt toegezongen Ps. 121 : 4. Na de dienst raakt de scheidende predikant enigszins in verlegenheid: het archief kan niet worden overgedragen aan de consulent; de archiefkist is bij vergissing door de verhuizers ingepakt. Direkt na aankomst in IJsselstein zal deze worden teruggezonden.
De zondag daarop wordt hij door zijn 80-jarige vader bevestigd, die dan in Maartensdijk (Utr.) staat. De tekst van de bevestigingspreek is Hand. 1 vers 8b. 's Middags preekt ds. Doornveld intree voor een tot de laatste plaats bezette kerk. De prediking is n.a.v. Exodus 3 : 14b, 'Ik zal zijn heeft mij tot ulieden gezonden!', nader uitgewerkt in: 'Een Goddelijke, een gedwongen, een beschamende en een gezegende zending'. Tussen de talrijke belangstellenden en nieuwsgierigen uit de omtrek bevinden zich ook de predikanten ds. De Groot uit Jutfaas, consulent; ds. Kievit uit Benschop en ds. Kloots uit Linschoten.
Ruim tweeënhalf jaar zou ds. Doornveld in IJsselstein vertoeven. Het was een totaal andere gemeente dan bijv. Oene. De bevolking binnen de stad was merendeels niet erg welgesteld. Buiten de stad woonden wat rijke boeren, maar die waren evenals het merendeel van de IJsselsteiners rooms-katholiek. Deze twee gegevens zorgden o.a. voor een totaal andere mentaliteit van de bevolking dan die ds. Doornveld tot nu toe gewend was. Als hij nog maar enkele maanden in IJsselstein staat bindt hij de strijd aan tegen de heersende lichtzinnigheid in de gemeente, die zich vooral op zaterdag- en zondagavond uit. In verschillende wijken van het stadje vinden op straat openbare danspartijen plaats onder begeleiding van harmonicamuziek. De predikant besluit eerst eens met de burgemeester te gaan praten en zal dat niet helpen dan zal de kerkeraad een adres richten aan de Raad der Gemeente. Ook van de kansel zal de waarschuwende stem gehoord zijn! Het openbare leven in het begin van onze eeuw schijnt niet overal even rustig te zijn geweest. Op meerdere plaatsen in ons land werd door de kerkelijke overheid aan de burgerlijke overheid verzocht om meer toezicht hierop te houden. Zo lezen we dat in 1905 de kerkeraa van …Ouddorp, o.l.v. ds. J. Boss een verzoek aan de Gemeenteraad zal richten 'tot beteugeling van dat woeste leven, dat zingen en springen zaterdag- en zondagsavonds vooral rond de kerk.'
Wat betreft de verdere periode van ds. Doornveld in IJsselstein is er weinig schokkends te vermelden. Uit de kerkeraadsnotulen blijkt dat de ouderlingen het erg vaak af lieten weten op de vergaderingen. Dit ondanks het feit dat er sinds de komst van ds. Doornveld koffie geschonken werd tijdens de vergaderingen. Voor die tijd werd er niets gedronken (alleen door de kerkvoogdij).
Ondanks deze geringe medewerking, ook wat betreft het bezoekwerk, vond ds. Doornveld toch nog gelegenheid om in deze tijd wat vertaalwerk te verrichten. In 1920 verschijnt van hem in het weekblad 'De Weegschaal des Woords' het verhaal van een Engelse predikant, die zelf vertelt hoe de Heere hem gebruiken wilde als een middel in Zijn hand tot redding van een wanhopige ziel.
Later, in 1926, wordt dit als brochure gedrukt en uitgegeven bij uitgeverij Zuijderduijn te Woerden. De titel luidt: 'Ter elfder ure' door George Stedman, pred. te Brighton. Bij tweedehands boekwinkels en op boekenmarkten is er nu nog vrij gemakkelijk aan te komen.
Augustus 1920 wordt het eerste beroep al weer uitgebracht op de IJsselsteinse pastor, het komt van de gemeente Eemnes-buiten. In deze gemeente stond een kleine veertig jaar eerder ds. IJ. Doornvelds vader als predikant.
In het boekje, dat dhr. H. Hille uit Staphorst over deze predikant geschreven heeft, lezen we: 'Ook in deze gemeente (Eemnes-buiten) mocht ds. (H.) Doornveld zegen op zijn arbeid zien. Het behaagde de Heere met de derde preek, die hij hier hield een vrouw in het hart te grijpen en meerderen mochten volgen. In Eemnes heeft hij, staande op de kansel, een bijzondere inleiding door 's Heeren Geest in het verbond der genade mogen ervaren, zo zelfs, dat hij een poosje met spreken moest ophouden.'
Ds. Doornveld junior meent echter voor het beroep naar deze gemeente te moeten bedanken.
Nu blijft het weer een poosje rustig met de beroepen. Maar in april 1921 komt er een beroep van Flakkee, namelijk uit Oude Tonge. Wellicht kende men hier ds. Doornveld nog van zijn Ouddorpse tijd. De kerkeraad van Oude Tonge heeft goed uitgerekend, dat ds. Doornveld in april van 1921 juist twee jaar in IJsselstein staat. Ging een predikant namelijk binnen twee jaar weg uit zijn gemeente, dan moest hij de kosten van verhuizing e.d., die deze gemeente eertijds voor hem betaald had, desgevraagd terugbetalen.
Toch wordt ook voor dit beroep bedankt. Nu volgen snel achter elkaar de beroepen uit Baambrugge, 's-Gravenmoer, Leerdam, Hoevelaken en Driessum. Hiervan wordt het beroep naar Hoevelaken aangenomen.
Deze gemeente heeft dan juist een bedanken ontvangen van de welbekende ds. I. Kievit, die dan nog geen jaar in de Herv. Gemeente van Lunteren staat en tevens consulent van Hoevelaken is. In deze hoedanigheid beveelt ds. Kievit bij de kerkeraad van Hoevelaken ds. IJ. Doornveld van harte aan. 'Vooral wat betreft de vreze des Heeren, die in hem woont!' aldus ds. I. Kievit.
Op zondag 13 november 1921 neemt ds. Doornveld afscheid in een volle kerk van de gemeente IJsselstein, sprekend n.a.v. 1 Joh. 2 vers 18a: 'Kinderkens het is de laatste ure.' Na hartelijk te zijn toegesproken door de consulent, ds. P. C. de Groot uit Jutphaas en ouderling D. Broekman zingt de gemeente de scheidende leraar nog toe Ps. 121 : 4 en 119 : 9.
A.J. Nelis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1988
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1988
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's