Kerk en politiek in een turbulente tijd (1)
De serie artikelen over 'Kerk en Politiek' van drs. J. H. ten Hove, recent geplaatst in een zevental nummers van De Waarheidsvriend, nopen mij tot het maken van enkele kanttekeningen. Dit doe ik te gereder, omdat ik las dat reacties (via de redactie) zeer op prijs werden gesteld. Vooraf verklaar ik veel waardering te hebben voor de artikelenreeks, ze geven een helder beeld van de problematiek, de lijnen uit het verleden worden doorgetrokken naar vandaag en er wordt blijk gegeven van een grote belezenheid.Merkwaardig is wel dat ons een lijst gepresenteerd wordt van bekwame hedendaagse hervormd-gereformeerde politici, c.q. kenners van de politiek, die allen dit gemeen hebben dat ze niet behoren tot het CDA (hoewel je dat ook nooit helemaal zeker weet). Als zoiets vrijwel in het begin te lezen valt (blz. 381) prikkelt dat om met enige spanning uit te zien naar het vervolg. Het vervolg – soms tussen de regels door – is dan ook niet bepaald vleiend voor het CDA. Nu gaat het er mij niet om in De Waarheidsvriend het CDA aan te prijzen – daar is een kerkblad niet voor – maar wel om met betrekking tot enkele aan de orde gestelde punten ook deze partij zo getrouw mogelijk in het beeld te krijgen. Daarbij wil ik me vooral richten op de christelijke politiek als zodanig: hoe krijgt deze gestalte anno 1988?
Remmingen
Ik begin met hetgeen ir. J. van der Graaf schreef, dat 'de Gereformeerde Bonder na een historische en ook geografische band met ARP, CHU en SGP uiteindelijk in een vacuüm is terecht gekomen, waarbij allerlei remmingen zijn opgetreden die zijn politieke participatie hebben aangetast' (citaat uit Beproefde Trouw – 1981 – ook aangehaald door Ten Hove). Ik neem aan dat hij hier (ook) het oog had op het verdwijnen van o.a. ARP en CHU en de totstandkoming van het CDA. Ik sluit niet uit dat hier een kern van waarheid in zit en dat sommige mensen die nu eenmaal verknocht waren aan de 'christelijk-historische of antirevolutionaire richting' maar moeilijk de stap naar het CDA konden zetten. Maar moeten we dan ook niet wijzen op een andere kant van de zaak: 4 of 5 christelijke partijen, is dat niet wat veel? Ik denk dat de manifeste verdeeldheid in christelijke kring ook wel eens een oorzaak zou kunnen zijn waarom veel mensen de christelijke politiek voorbijgaan.
Daarbij moet ook nog het volgende bedacht worden. Tot 1966 vormden de christelijke partijen gezamenlijk een meerderheid in het parlement en konden we ons nog min of meer de 'luxe' van de verdeeldheid veroorloven. Immers, als er onverhoopt een 'halszaak' aan de orde was, konden we de rijen altijd nog sluiten en was er dus geen man overboord. Maar thans maken de 4 christelijke partijen maar 40% van de Tweede Kamer uit (en dat is nog veel als we het percentage van de laatste 15 jaar bekijken). Op vitale punten als euthanasie, vrijheid van onderwijs etc, zijn we dus per definitie in de minderheid en aan de verliezende hand, tenzij we via afspraken (in een regeerakkoord bijv.) de zaak in een door ons gewenste richting kunnen bijsturen. Deze verandering sinds 1966 heeft mede tot de totstandkoming van het CDA geleid. Dat zich daarbij een nieuwe protestants-christelijke partij aandiende – de RPF – die globaal maar weinig verrschilt van SGP en GPV – vond ik dan ook niet zo voor de hand liggend. Niet alleen buitenstaanders maar ook meer ingewijden zullen mede daarom wellicht hun wenkbrauwen fronsen nu er vanuit een van de drie kleine christelijke partijen gepleit wordt voor het instellen van een commissie die de verschillen tussen GPV, RPF en SGP in kaart moet brengen. De verschillen zijn blijkbaar onvoldoende bekend (zie Ten Hove, blz. 412).
Wat betreft het niet participeren in de politiek is er m.i. evenwel nog een belangrijker oorzaak aan te wijzen. Daarbij doel ik op wat Van Ruler noemt de 'steriele monomanie', dat 'men doet alsof er alleen het vraagstuk van de confessie is en geen oog heeft voor de kerkelijke en wereldlijke samenhangen waarin de confessie moet functioneren (blz. 367). Drs. Ten Hove sluit zich hierbij aan en houdt een pleidooi voor de noodzaak van deelname aan het politieke leven. Ik onderstreep dat. En ik ben het helemaal met hem eens als hij zegt dat de vraag die we vanuit onze kerkelijk belijdenis moeten stellen, niet in de eerste plaats is: 'Welke partij moet ik stemmen?', maar 'Wat zegt Gods Woord over de Overheid?' en: 'Wat betekent dat voor mij anno 1988 in de Nederlandse politieke situatie?' Al zou ik er dan nog aan toe willen voegen: ga dan ook met jezelf te rade hoe je je christelijke verantwoordelijkheid in de concrete situatie, met het oog op de dingen die men echt anders wil, het beste tot uitdrukking kunt brengen. Ongetwijfeld met vuile handen nu en dan en misschien ook een beetje kwetsbaar!
Alles moet Hem eren
Art. 1 van het Program van Uitgangspunten van het CDA zet als volgt in: Het CDS aanvaardt het bijbels getuigenis van Gods beloften, daden en geboden als van beslissende betekenis voor mens, maatschappij en overheid. Deze tekst is vrijwel letterlijk overgenomen uit het beginselprogram van de CHU. In die volzin wordt nogal wat gezegd. De hele creatuur moet op God gericht zijn. 'Alles moet Hem eren' (psalm 33). Dit uitgangspunt is de leidraad voor de christelijke politiek. In dit verband begrijp ik niet dat de heer Ten Hove kan schrijven dat men – 'wat in CDA-kring steeds gebeurt – principes en ideologieën (allemaal menselijke) gaat gelijkstellen met de Bijbelse principes' (blz. 476). En eveneens is het onjuist waar hij schrijft dat de KVP doorwerkt in het CDA door via de natuur en genade-leer een volledige tweedeling van het leven te bewerkstelligen (blz. 494).
Waar wereldse principes en ideologieën gelijkgesteld worden met het bijbelse getuigenis is er geen sprake meer van uitgangspunten van het CDA. Inderdaad is het zo dat het CDA als minderheidspartij, die regeringsverantwoordelijkheid draagt, telkens compromissen moet sluiten. Daar heeft ook de heer Ten Hove oog voor (blz, 4776). Hoe ver je daarmee mag gaan is erg moeilijk, zegt hij terecht. Daarmee worstelen christenen in de politiek. Vaak moet je tussen een aantal kwaden het minst kwade kiezen. Maar zeker is dat een compromis nimmer tot een uitgangspunt of principe van een (christelijke) partij verheven mag worden. Dat gebeurt ook niet. Wel kan door onvoldoende verantwoording naar buiten die schijn wel eens worden gewekt: men diene zich terdege te informeren. Als dus gepleit wordt voor duidelijke en gefundeerde keuzen in de politiek, ben ik het daarmee van harte eens. Echter men dient dan tevens oog te hebben voor de uitwerking van die keuzen, want duidelijk kiezen kan ook wel eens betekenen dat men in de praktijk Gods water maar over Gods akker laat stromen. Verantwoord kiezen moet tot verantwoord handelen leiden. Dit neemt niet weg dat er grenzen zijn die niet overschreden mogen worden. Wie kennis draagt van de strijd die het CDA de laatste jaren heeft moeten voeren om legalisering van de euthanasie tegen te houden – en dat in een minderheidspositie – weet dat art. 1 van het Program van Uitgangspunten ons niet onberoerd laat.
En dan de tweedeling van het leven. Daarover kan ik kort zijn. Deze verdraagt zich niet met het bijbels getuigenis. Misschien moeten we er allemaal tegen vechten, zeker ook in onze kring, omdat het indelen van de schepping bij de natuur ons in de praktijk van alle dag ons vaak o zo natuurlijk voorkomt. In de theocratische werkelijkheid gaat het evenwel om de eenheid, geheelheid en volheid van het leven. Ook in het lopende conciliaire proces moge dit bedacht worden. Alles is onder Jezus' voeten gelegd.
Drs. G. van Leijenhorst, Garderen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1988
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1988
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's