Conciliar Proces (II)
Over: gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping.
Gerechtigheid
Over dit begrip, evenals de andere begrippen kunnen aparte artikelen worden geschreven. We beperken ons in dit kader tot enige algemene aspekten, die met de begrippen te maken hebben.
Gerechtigheid als een sleutelwoord voor de andere aspekten: vrede en heelheid. Een machtig, rijk en wonderlijk woord. Het behoort toe aan JHWH! Immers: Hij is een God van recht en gerechtigheid.
Ps. 72 spreekt over deze gerechtigheid: 'O God, verleen den koning uw recht, en uw gerechtigheid den zoon des konings'. Het hebreeuwse woord voor gerechtigheid is 'tsdaka'. Vertaald betekent dit: dat wat aan zijn bestemming voldoet. Van gerechtigheid is sprake in de bijbel, als mensen of dingen aan de verwachtingen beantwoorden. Gerechtigheid wijst ook op de oorzaken van de nood en wil die wegnemen. Dit in tegenstelling tot barmhartigheid, waarbij het gaat om troost, het verzachten van leed, het geven van hulp. Gerechtigheid is in de Heilige Schrift allereerst een eigenschap van de Heere, de God van Israël. Hij vooral heeft gedaan wat van hem mocht worden verwacht! Hij is immers de Redder van zijn volk. Ps. 22: 'Zij zullen zijn gerechtigheid verkondigen aan het volk dat geboren zal worden, omdat Hij het gedaan heeft'. Door Israël wordt de gerechtigheid van God vooral ervaren in zijn reddend ingrijpen ter verlossing voor zijn volk. Gerechtigheid is dan ook niet primair een woord dat doet denken aan rechtspleging en strafmaat, maar aan reddend handelen voor een arm en verloren volk.
Dat God een God is van gerechtigheid lezen wij maar al te vaak bij de Profeten. Waarschuwend en bestraffend toornen de profeten tegen hen die de kleinen en armen verdrukken en het recht vergeten: Gods oordelen worden aangezegd. Het onbeheerst leven is in strijd met het diakonale leven dat de Heere van Zijn volk vraagt en Hij mag het vragen, want Hij geeft Zichzelf dienend en zorgend voor hèn!
Gerechtigheid heeft dus een horizontale dimensie en een vertikale. Je kunt beiden niet los van elkaar zien. De sociale gerechtigheid, d.w.z. de onderlinge verhoudingen, het betrachten van recht voor armen en rechtlozen, dient verstaan, begrepen en uitgewerkt te worden vanuit de vertikale dimensie. Vanuit de gerechtigheid Gods. De rechtvaardige God eist en onderling rechtvaardig handelen, omdat Hijzelf rechtvaardig is. In Hem is geen onrecht! Rechtvaardig handelen komt nu tot uitdrukking in het opkomen voor rechtlozen en armen, in de verantwoordelijkheid voor de Schepping en is er sprake van gerechtigheid, wanneer er sjalom is, vrede! Vrede met God allereerst en vanuit Hem vrede met alle mensen. Ps. 122: 'Wel moeten zij varen, die U beminnen'.
Enerzijds en anderzijds
Iemand schreef het eens zo: 'Er is enerzijds de paulinische dimensie van de gerechtigheid: Maar nu is de gerechtigheid geopenbaard buiten de werken der wet, door het geloof in Jezus Christus (Rom. 3). Deze gerechtigheid, die de 'Borggerechtigheid' van Christus is, is het hart van het Evangelie. Daarom kan de goddeloze gerechtvaardigd worden om niet, door de kruisverdienste van Christus. Omdat aan Gods recht is voldaan. Snijd men dit hart uit de prediking van het Koninkrijk weg, dan is er geen Evangelie meer over. Maar gerechtigheid heeft in de Schrift ook alles te maken met de verhouding onder mensen en volkeren. 'Wat eist de Heere van u, o mens, dan recht te doen en weldadigheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met Uw God? (Micha 6 : 8). En zegt Jacobus niet in zijn praktische brief, dat het geschrei dergenen die geoogst hebben is gekomen tot in de oren van de Heere Zabaoth? Maar ook hier is gerechtigheid allereerst verworven gerechtigheid. Het gaat Christus om de vervulling van de ganse wet. En die raakt het hele leven, in het geestelijke en het wereldlijke. Daarom is gerechtigheid zowel de gerechtigheid, waardoor een zondaar voor God kan bestaan, als ook die gerechtigheid, waardoor het recht tóé gáát onder de mensen!' Heel konkreet: hoe gaan zwart en blank met elkaar om in Zuid-Afrika, hoe stellen de rijken zich op t.o.v. de armen in Latijns-Amerika, hoe stellen wij ons op bij de opvang van vluchtelingen in ons land en waarin openbaart zich onze betrokkenheid – als een apostolisch getuigenis – naar hen die verslaafd zijn, in de knel zitten, een bijstandsuitkering hebben, gehandicapt zijn, in krotten wonen, 'mislukt' zijn in deze prestatiemaatschappij, enz. enz.
Binnen het conciliair proces krijgt het begrip gerechtigheid een grote plaats en speelt het een belangrijke rol. Ter overweging en tegelijk ter afsluiting van dit onderdeel geef ik graag een aantal zaken ter nadere bezinning en gesprek door:
– Wat wij horen is het roepen van de armen overal in onze wereld;
– Wat wij zien is schreeuwend onrecht: hier een overdadige welvaart, daar een dodelijk tekort aan het meest noodzakelijke;
– De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter gemaakt. De rijken worden rijker en de armen blijven arm, terwijl het schrijnende van de situatie is, dat er op zich voldoende mogelijkheden zijn om de gehele wereldbevolking van voedsel te voorzien. Honger hoeft niet! Is hier onze levensstijl niet in het geding?
– Een problematiek die ons direct raakt, is de verarming van velen in ons eigen land, waardoor een tweedeling in onze maatschappij veroorzaakt wordt. Uit onderzoeken is gebleken dat in Nederland ongeveer 800.000 huishoudens moeten leven op of onder de grens van het maatschappelijke minimum: ouderen, langdurig werklozen, bijstandsvrouwen, gehandicapte en arbeidsongeschikten, kleine zelfstandigen, winkeliers, boeren, alleenverdieners met een minimumloon. Onder hen zijn vooral alleenstaande vrouwen met kinderen en migranten sterk oververtegenwoordigd. Hun besteedbaar inkomen neemt nog steeds af, zowel door stijgende lasten en kosten als door bezuinigingsmaatregelen. Resultaat is dat zij uitgesloten worden van ieder sociaal verkeer. De vraag is: 'Kennen wij deze genoemde groepen van personen binnen onze gemeente, of hebben zij de kerk al reeds verlaten? 'Worden wij wel al eens een 'middenklasse' kerk genoemd? Hoe staat het overigens met ons eigen inkomens- en bestedingspatroon?
– Tenslotte: Noteer voor uzelf op een papiertje de namen van drie mensen in uw gemeente die u kent en die van een minimum-inkomen moeten leven. Lukt dat, dan is de vraag: wat doet uw gemeente voor hen? Lukt dat niet dan is de vraag: zijn er niet of kent u ze niet en waarom niet?
– En dan helemaal als laatste: ds. L. Smelt noemt in de GZB brochure: 'Twee werelden één toekomst enkele trucs van de duivel. Ik geef enkele ter overweging:
* de slogans die vele kerkmensen gevoelloos maken: 'als rijke kun je toch ook geestelijk arm zijn' of: 'de arme kan toch ook geestelijk rijk zijn',
* de gedachte dat de druppel op een gloeiende plaat geen zin heeft en dat het verspilde energie is om er als klein groepje een andere levensstijl op na te houden,
* De zondige neiging om altijd weer een scheiding aan te brengen tussen leer en leven; zondag en maandag; het eeuwige en het tijdelijke; de strukturen en het hart, het geestelijke en materiële, de praat en de daad.
A. Peters, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's