De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk en politiek in een turbulente tijd (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk en politiek in een turbulente tijd (2)

Kerk en politiek

6 minuten leestijd

In dit verband eerst een opmerking over de plaats van de Kerk tegenover de politiek. De heer Ten Hove schrijft: 'De bijbel leert ons dat vanuit het christelijk geloof te leven valt onder iedere staatsvorm' (blz. 443). En even verderop: 'In niet democratisch bestuurde landen hoeft de keus van wel of niet politiek meedenken en meestemmen niet eens gemaakt te worden. En daar mag een christen zich tot op zekere hoogte bij neerleggen. Het is zeker niet zijn roeping om het niet-democratisch in democratisch te veranderen.'
Ik vind dat deze uitspraken toch iets te passief klinken. Zeker, er bestaan dictaturen waar de kerk en haar leden het kunnen uithouden. Het is ook moeilijk om precies aan te geven hoe de kerk en christenheid zich in allerlei dictatoriaal of autocratisch geregeerde landen moeten gedragen. In Afrikaanse landen als Kenia, Zambia en Zimbabwe waar één-partij systemen bestaan, floreren de kerken wonderwel. Je wordt er enorm door bemoedigd als je ervaart hoe leer en leven van de christenen daar een eenheid vormen, althans veel meer dan in Europa. Toen we met een delegatie uit de Tweede Kamer begin 1987 Zambia bezochten en te gast waren bij President Kaunda, sprak hij zelf voor de maaltijd een gebed uit. Dit maakte op de hele delegatie grote indruk. Waar zal zoiets in de Westerse wereld nog gebeuren?
Maar zoals gezegd vind ik de gekozen stellingname te passief. Waar in het begin terecht gewezen wordt op de noodzaak van maatschappelijke en politieke participatie – het gaat immers niet alleen om de (verticale) relatie tot God – mag de Kerk er ook iets aan gelegen zijn dat die participatie daadwerkelijk kan plaatsvinden. Dat houdt in bepaalde democratische rechten en vrijheden: mensenrechten. Daar moet de Kerk op haar eigen wijze voor opkomen. Wij zijn er nog steeds dankbaar voor dat de Kerk in Duitsland door de Barmer Thesen in de Tweede Wereldoorlog een sprekende Kerk is geworden en dat in Nederland de kerken getuigenis aflegden tegenover het goddeloze nationaal-socialisme. Zo ook is het onontkoombaar dat in Zuid-Afrika en elders de kerken zich uitspreken tegen de apartheid, zoals ook is gebeurd. Ik meen overigens dat de nieuwe vulling die de schrijver geeft aan de drie woorden van de Franse Revolutie 'vrijheid, gelijkheid en broederschap' eindweegs in deze richting gaat.

De Nederlands-Hervormde Kerk
Als Nederlandse hervormden kunnen we over onze eigen kerk niet zwijgen! 'De Hervormde Kerk is te zeer verdeeld dat een éénduidig spreken over de overheid een fictie is. Dat lukt over duidelijker afgrensbare zaken als abortus en euthanasie niet eens', zo lezen we (blz. 412). Ik onderschrijf dit geheel en betreur het niet minder. Het profetisch spreken van de Kerk is zeker op de twee genoemde terreinen ernstig tekort geschoten. Christenen in de politiek mogen van de kerk toch wel meer steun ontvangen! Ook ten aanzien van de film 'The last temptation of Christ' heeft de Kerk (hebben de kerken in het algemeen) geen duidelijk geluid laten horen, terwijl het hier toch om het hart van onze belijdenis gaat. Het is natuurlijk wel lofwaardig door telkenmale te wijzen op het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting – zoals gedaan is – maar de Kerk zal toch ook hier op zijn minst de spanning moeten voelen met de profetische opdracht die zij heeft t.o.v. overheid en samenleving. Van die spanning heb ik helaas weinig bespeurd. En bovendien wordt er zo al te gemakkelijk voorbijgegaan aan de nood van de tienduizenden kerkmensen, die door de publieke vertoning van deze film in hun diepere godsdienstige gevoelens ernstig worden geraakt.
Zijn dat de 'zwarte schapen' geworden binnen de Kerk?
Blijkbaar kunnen de grondrechten, 'de vrijheid van godsdienst' en 'de vrijheid van onderwijs', wel worden ingeperkt als het om anti-discriminatiewetgeving gaat, waarom dan niet als het gaat om een zaak die de hartader van ons volksbestaan raakt; anders gezegd, wanneer het geestelijk draagvlak van de door ons alleen terecht zo gewaardeerde constitutionele rechten en vrijheden in het geding is? Immers, hier geldt in ultieme zin wat Van RuIer schreef: 'Waar het Kruis van Christus verdwenen is, blijft omwoelde aarde over'.

Bid en werk!
Zo staan wij dan als christenen, en nader aangeduid als hervormden – tot welke politieke partij we ook behoren – allen met de voeten in het water. Het is ook SGP, RPF of GPV niet beschoren om hun voeten droog te houden. Men kan ivoren torens bestijgen door zich boven de drassige aarde, die doordrenkt is van de secularisatie, te verheffen, maar om als kluizenaar te leven lukt niet meer. Overigens leert de ervaring in het parlement mij dat ook mijn collega's van de drie kleine christelijke partijen die rol niet begeren. Er is wel degelijk iets gemeenschappelijk tussen hen en ons in wat wel genoemd wordt het lijden aan de tijd, waarin de christelijke normen en waarden zo in verval zijn. Ir. J. van der Graaf gaf in De Waarheidsvriend van 24 september een beeld van hoe Nederland de zondag ziet en hoe het met de kerkgang gesteld is. Een beeld dat opnieuw bevestigt dat de zedelijke draagkracht van ons volk in zaken, die wij van levensbelang achten voor ons land, steeds kleiner wordt en die – hoe men het ook wendt of keert – in een parlementaire democratie ook een graad­ meter vormt voor de politieke beslissingen die tot stand komen. De politieke ruimte daarvoor wordt steeds geringer. Jazeker, in dergelijke situaties is politieke overtuigingskracht vanuit het heilbrengende Woord van onze God heel hard nodig.
Maar tegelijkertijd dienen we te beseffen dat we in dit opzicht niet alles van de politiek kunnen verwachten, waar de samenleving het op zo ruime schaal laat afweten. In die samenleving moet de kerk haar profetische en missionaire opdracht opnieuw gewaar worden, in een land dat eens gekerstend was maar dat nu niet meer is. Christenen verliezen evenwel de moed niet. Jezus Christus is opgestaan: Hij heeft de wereld overwonnen! Wij geloven in het baanbrekende werk van de Geest waarom we hartstochtelijk bidden en werken.
Het komt mij voor dat men beter niet kan overgaan tot het instellen van een werkgroep die de verschillen tussen SGP. RPF en GPV gaat uitpluizen, om over het CDA maar even niet te spreken. Christenen hebben wat belangrijkers te doen, indien wij niet zo zeer onszelf doch de eer van God en het welzijn van de samenleving op het oog hebben.

drs. G. van Leijenhorst, Garderen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kerk en politiek in een turbulente tijd (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's