De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vroomheid in hout en steen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vroomheid in hout en steen

Impressie van een kerkhistorische reis

9 minuten leestijd

Voor de zesde maal werd onder leiding van drs. K. Exalto en ondergetekende een kerkhistorische reis gemaakt. Ditmaal werd een bezoek gebracht aan enkele steden in Duitsland en Tsjecho Slowakije. Dat deze reizen iets zijn gaan betekenen voor de deelnemers, mag worden afgeleid uit de spontane opgave van deelnemers van de vorige reizen aan de reizen, die jaarlijks worden opgezet. Er is iets gegroeid van gemeenschap. Dank zij de deskundige leiding van drs. Exalto, wat betreft het doceren van de geschiedenis van de kerk, komen de verworvenheden van de Reformatie en de strijd, die er om het reformatorisch erfgoed geweest is, heel dicht bij de deelnemers. Over de grenzen van kerken heen ervaren we bovendien gemeenschappelijk wat de Heere ons, juist ook gemeenschappelijk geschonken heeft in de Reformatie, waarbij elk land een eigen geschiedenis heeft, die ook al veelkleurig is. Zo'n reis leert derhalve ook verschillen te relativeren. Zou men dat niet doen dan blijft alleen het eigen kerkelijke huis en de eigen kerkelijke geschiedenis als alleenzaligmakend over.
Het is onmogelijk om in het bestek van één artikel een verslag te geven van wat gezien en gehoord werd tijdens zo'n reis. Van jaar tot jaar wordt aan de deelnemers overigens een verslag geboden, dat meer dan honderd bladzijden beslaat, samengesteld door de heer A. de Visser te Middelharnis en voortreffelijk technisch afgewerkt door de heer A. Brugmans te Aalst. Zo langzamerhand is er een omvangrijke documentatie ontstaan van dit reisgebeuren. Ieder kan het beleefde nog weer eens opnieuw beleven in de documentaires, die zijn opgesteld.


Ik volsta nu met het geven van enkele impressies van deze reis, niet meer dan het trekken van wat houtskoollijnen.

Marburg/Coburg
De eerste avond overnachtten we in Marburg, waar een godsdienstgesprek is gehouden tussen Luther en Zwingli. Vandaar ging de reis naar het eigenlijke eerste doel, te weten Coburg. Maar tussentijds werd Fulda aangedaan, waar het gebeente van Bonifatius wordt bewaard. Het grafmonument in de Domkerk aldaar houdt de herinnering levend aan de apostel der Friezen, die in feite ons het Evangelie bracht, mét Willibrord, 'de man op het peerd', wiens standbeeld op het Janskerkhof in Utrecht staat.
De vesting Coburg is een van de grootste burchten uit de duitse middeleeuwen. In het jaar 1530 verbleef Luther daar vijf maanden in afwachting van het verhoor door bisschop Cajetanus in Augsburg, die tevergeefs zou pogen hem zijn nieuwe leer te laten herroepen. Evenals toen hij op de Wartburg als 'Junker Jörg' vertoefde, had hij zich ook hier een volle baard laten groeien om minder herkenbaar te zijn. En wanneer hij brieven schreef – en hij schreef er vele, o.a. voor de komende Augsburgse Rijksdag en over de dood van zijn vader aan zijn vriend en broeder Melanchton – wilde hij ook de naam van de plaats niet noemen, waar hij vertoefde, en verbasterde hij Coburg tot Gruboc of Groboco. Ook schreef hij wel 'uit de woestijn'.
In die Coburger tijd schreef Luther, toen het er geestelijk op aan kwam, aan de muur van zijn kamer in de Coburger vesting het woord uit psalm 118: 'Ik zal niet sterven maar leven en de daden des Heeren verkondigen'. (In het latijn: Non moriar, sed vivam et narrabo opera Domini). Vanuit de Coburg schreef Luther ook een brief aan zijn vierjarig zoontje Hansje. Het begin van de brief luidt:

'Ik zie graag dat je goed leert en ijverig bidt. Doe alzo, mijn zoontje, en ga er mee door… Ik weet een mooie, leuke tuin, waar veel kinderen in gaan, met gouden rokjes aan en die mooie appels zoeken onder de bomen, en bessen, kersen en pruimen; die zingen, springen en vrolijk zijn; ze hebben ook mooie kleine paardjes met gouden teugels en zilveren zadels. Op een bepaald moment vroeg ik aan de man, van wie deze tuin is, vanwaar die kinderen waren. Hij zei: 'het zijn kinderen die graag bidden, leren en vroom zijn'. Toen zei ik: 'beste man, ik heb ook een zoon, genaamd Hansje Luther… die ook graag in die tuin zou willen komen… Toen sprak die man: 'wanneer hij graag bidt, leert en vroom is dan zal hij ook in de tuin komen, net als Lippus en Joost (de zonen van Melanchton) en wanneer ze allen bij elkaar komen zullen ze ook spelen op de fluit, de trommel en de luit…'.

Aldus het geestelijk onderwijs van Luther, waarin hij in feite de beeldspraak van Openbaring 21 op kinderlijke wijze vertolkt.
Rest nog te vermelden dat in de historische St. Moritzkirche in Coburg, waar Luther ettelijke malen preekte gedurende zijn vijfmaandelijks verblijf, ds. J. van der Velden (vaste deelnemer aan deze reizen, emeritus predikant te Woerden) voor de reisgenoten preekte over Rom. 9 : 16: 'want het is niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt maar des ontfemenden Gods', een preek waarin het liefdevolle wél-behagen van de ontfermende God krachtig doorstraalde. Waaróm toch zijn deze van liefde bewogen woorden (ontferming en wel-behagen) zo vaak tot afschrikwekkende woorden omgebogen? Luther zou met instemming onder deze vertolking van de verkiezing hebben gezeten, aldus drs. Exalto.

Praag
Van Coburg ging de reis naar Praag in Tsecho-Slowakije. Daar werden we geconfronteerd met Johannes Hus, hoewel geen reformator, toch wel een voorloper van de Reformatie, en dan intussen een voorloper, die zijn getuigenis aangaande het Evangelie met de dood moest bekopen. Hij kwam uiteindelijk op de brandstapel terecht, nadat hij zich in Constanz voor vorsten, kardinalen, aartsbisschoppen en doctoren in de godgeleerdheid had moeten verantwoorden. Hus volhardde in zijn bijbelse visie dat men het volk de kelk van het avondmaal niet mocht onthouden. Op het marktplein in Praag staat een indrukwekkend standbeeld te zijner ere. Voor het raadhuis in Tabor is nog de steen te zien, die herinnert aan de avondmaalsviering door het volk, toen gebroken was met de paapse mis.
Hus was toch de Tsjechische Luther. In een boekje 'Gods leidingen met Johannes Hus' wordt het zó gezegd: 'was hij gelijk een Paulus voor Agrippa, gelijk een Luther te Worms met geen hogere godskracht bezield geweest, hij zou voor al die glans en geleerdheid teruggedeinsd zijn. Maar in die godskracht werd hij gesterkt om met bescheiden vrijmoedigheid de mond tot verdediging van zichzelf en zijn leer te openen'.

Intussen leefden we tijdens de reis door Praag mee met de huidige christenheid in Tsjecho-Slowakije. God houdt ook daar, ondanks de tegenwerking van de overheid Zijn kerk in stand. De staat probeert de godsdienst weg te dringen maar ook onder jongeren is er sterk toegenomen aandacht voor de religie, soms ietwat charismatisch getoonzet, maar intussen ook reformatorisch, theologisch gevoed door contacten, die er (Gode zij dank) mogen bestaan met theologen in het westen, die ook vandaag leven uit de bronnen van de Reformatie. We waren er op indrukwekkende wijze getuigen van.
Ik moest denken aan het woord van Berdjajew in Rusland. Een communistisch functionaris vroeg aan een russisch christen: 'wie zal overwinnen, het christendom of het communisme?' Het antwoord van de christen was: 'het communisme zal overwinnen, maar na al uw overwinningen zal Christus overwinnen'.
Zullen intussen glasnost en perestrojka toch ook iets mogen betekenen voor Tsjecho-Slowakijke vandaag?

In Praag zagen we ook nog het indrukwekkende kerkhof bij de joodse synagoge. Joden ruimen hun graven niet. Daarin zijn ze ons ten voorbeeld. Lagen grond zijn over elkaar gelegd, zodat er op een beperkt oppervlak vandaag op die praagse begraafplaats ongeveer honderdduizend joden begraven liggen en de grafzerken elkaar opstuwen tot een barok geheel.
De joden, die daar begraven liggen, zijn gestorven in verwachting van de Messias, die, naar onze diepste overtuiging al gekomen is.
Waarom toch dit wachten?

Dachau/Augsburg
Op de terugweg deden we Augsburg en Heidelberg en Worms aan. Allemaal Luthersteden, die de sprake van de Reformatie in zich hebben. We denken aan de Augsburgse confessie (de belijdenis van de Lutheranen) en aan de Heidelbergse Catechismus.


En passant, dat wil zeggen op doorreis, deden we ook Dachau aan, het Vernietigingskamp uit de Tweede Wereldoorlog, waar pater Titus Brandsma omkwam en waaruit stamt het indrukwekkende boek van wijlen ds. Jan Overduin, 'Hel en hemel van Dachau'.
Op de kale vlakte, waar met bepaalde tijdsintervallen de galm van de (doods)klok, vlak bij het crematorium, hoorbaar was, dacht ik me in hoe Overduin en zovele anderen daar hun kampkleding droegen, hunkerden naar huis, baden tot hun God.
Overduin is als een levend geraamte uit Dachau gekomen, werd daarna desalniettemin opnieuw dienaar van het Evangelie. Zijn theologie na Dachau was niet de moderne theologie na Auschwitz. Hij preekte Jezus Christus en dien gekruisigd. Niet een theologie, die gekenmerkt is door de vraag of God wel bestaat. Overduin heeft in Dachau, door de hel heen, toch het Kerstevangelie en het Paasevangelie verkondigd.

Vroomheid
Waarom heb ik boven dit verhaal als titel 'Vroomheid in hout en steen' geschreven? Het is de titel van een boek van drs. R. Steensma, die zich sterk met historische kerkgebouwen bezig houdt. Ik heb die titel overgenomen, omdat er Goddank veel bewaard is gebleven uit het verleden, waaruit blijkt hoezeer kerkbouw te maken had met religie, met vroomheid en hoe de cultuur door het Evanglie gestempeld werd. Er zijn indrukwekkende tekenen opgericht van Godsverering. Torenspitsen wijzen recht omhoog naar de hemel. Afbeeldingen willen het heil in Christus verbeelden. De beeldenstormers hebben weliswaar huis gehouden in de tijd van de reformatie. Nu waren de beeldenstormers geen reformatoren. Ze hebben ons misschien meer afgenomen dan verantwoord was, hoewel we terecht van de 'stomme beelden' verlost werden. De navolgelingen van Luther hebben intussen veel intact gelaten van de kunst, die ons uit de voor-reformatorische tijd is nagelaten. Niet alles is vernield.

Het is te begrijpen, dat in de kring van Afscheiding en Doleantie te onzent wel eens de uitdrukking gehanteerd werd: 'de kerken van goud maar de predikers van hout'. Minder begrijpelijk is soms het omgekeerde: 'de kerken van hout, de predikers van goud'. Alsof het niet alles genade is en men nooit in de mens, dus ook niet in de vrome prediker eindigen mag.
Afscheiding en Doleantie hebben soms slechts preekruimten opgeleverd. Ruimten waarin het Woord centraal staat. Dat is goed. Maar er is ook nog zoiets als christelijke kunst, die ook in kerkbouw tot uitdrukking komt
Bouwkunst is in het Oude Testament, bijvoorbeeld bij de bouw van de tempel, vrucht van de Heilige Geest. We zijn dat goeddeels kwijt geraakt. We hebben in onze tijd functionele kerkgebouwen opgezet, waarin van alles gebeuren kan naast de verkondiging van het Woord. De kerken zijn zijn vaak 'lege' gebouwen geworden.

De oude gebouwen ademen de sfeer van de eeuwen; de eeuwen vallen als het ware op en over ons. Ze stralen de vroomheid uit van de geslachten voor ons. Ook wanneer de predikers van hout zijn en de gemeente er nog slechts armelijk functioneert stralen ze desalniettemin een getuigenis uit, een getuigenis naar de toekomst toe.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vroomheid in hout en steen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's