Uit de pers
Kijk op de Evangeliën
De discussie rondom de geruchtmakende film The Last Temptation of Christ heeft vele pennen in beweging gebracht. Niet alleen gaat het om een emotioneel protest van velen uit en ook wel buiten de kerken, die geschokt zijn in hun geloofsbeleving vanwege deze smakeloze rolprent, maar ook zijn er allerlei juridische en theologische vragen in het geding. Mij kwamen in de bladen van de laatste tijd enkele artikelen onder de ogen die op deze facetten van de zaak ingaan. Het zijn beide reakties op een artikel van een tweetal historici in het NRC Handelsblad. Teneur van hun artikel is dat zij die een stopzetting van de film bepleiten, niet de consequenties aanvaarden willen van het feit dat Jezus waarlijk mens geweest is.
In de NRC van 10 oktober gaat de historicus Prof. dr. A. Th. van Deursen op hun artikel in. Ook Van Deursen wil voluit ernst maken met het 'waarlijk mens' in de lijn van Hebr. 4 : 15. Kernpunt ligt z.i. in het 'verzocht doch zonder te zondigen'. Juist hier gaat de film z.i. over de streep.
Is de film daarom godslasterlijk? Volgens mr. Asscher is dat niet het geval, getuige zijn uitspraak. De film mag dan in onderdelen afwijken van de bijbel, de visie van Scorsese is, aldus Asscher, niet godslasterlijk. Van Deursen acht de opvatting van Asscher moeilijk te rijmen met het gezonde verstand.
'Het kan zijn dat zo'n uitspraak juridisch volledig verantwoord is, maar ze is moeilijk te rijmen met het gezond verstand. Men kan het Nieuwe Testament beschouwen als de bundel geschriften uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, van grote historische betekenis door de bijzondere rol die deze verzameling in de geschiedenis heeft gespeeld, doch overigens van dezelfde aard als een willekeurig historisch document. Een boek, dat je kunt gebruiken als historische bron voor de kennis van het leven van Jezus van Nazareth, zoals we Plutarchus gebruiken als bron voor de kennis van het leven van Alexander de Grote. Wie een film maakt over Alexander, mag met het verhaal van Plutarchus doen wat hij wil. Niemand zal het in zijn hoofd halen door de rechter te laten uitzoeken of de visie van de regisseur wel in alle onderdelen overeenstemt met de geraadpleegde bron.
Openbaring
Als Paulus en Lucas op één lijn staan met Tacitus en Plutarchus, dan kun je over The Last Temptation je schouders ophalen, je verbazen, je ergeren, zoals je dat altijd kunt met een historisch spektakelstuk. Maar je kunt er niet over procederen. Het is niet strafbaar over het verleden onzin te vertellen. De vraag of een film over Jezus in onderdelen afwijkt van de tekst van de bijbel is dan niet van juridisch belang: Mr. Asscher geeft echter op die vraag wel antwoord. Hij acht die klaarblijkelijk relevant. Dat is ze ook, maar dan alleen wanneer je het Nieuwe Testament niet beschouwt als een gewoon boek van hoge ouderdom, doch als deel van de van God gegeven openbaring. Dat doen de klagers. Zij geloven dat in het Nieuwe Testament niet een mens aan het woord is, maar God Zelf. Daarom heeft dat boek voor hen een onvoorwaardelijk gezag.
Wie de opvatting is toegedaan, zal ook een afwijking op onderdelen niet zo licht opnemen. En het punt in kwestie is natuurlijk alles behalve een onbetekenend detail. De vraag of Hij Die Zich de Zoon Gods noemde in werkelijkheid een zondig mens was, raakt de kern van het Evangelie. Wie hier spreekt van een afwijking op onderdelen, heeft of het Nieuwe Testament nooit gelezen of zitten slapen in de bioscoop.
Van tweeën één: of een rechter zegt dat de justitie niet kan oordelen over het goddelijke karakter van het Nieuwe Testament, en daarom ook niet bevoegd is uit te maken of een bepaalde visie op Jezus in die mate afwijkt van het Nieuwe Testament, dat ze als godslasterlijk betiteld kan worden. Of de rechter verklaart zich bereid de bewuste visie te toetsen aan de bijbel: maar dat heeft alleen zin als je er van uitgaat, dat die bijbel meer is dan een gewone historische bron. Dat Scorseses film in dat laatste geval godslasterlijk is. valt nauwelijks te betwisten. Smalende godslastering is in Nederland verboden. Er is alleen geen enkele rechter meer te vinden die bereid is een veroordeling daarvan uit te spreken. Dat is begrijpelijk, want discriminatie van christenen stuit in de publieke opinie niet op weerstand. Een bewijs daarvan is het artikel dat Max Pam in deze krant aan mr. Asscher heeft gewijd. Antisemitisme is tegenwoordig in aller ogen strijdig met het openbaar fatsoen. Antichristelijke columnisten echter behoren tot de staf van nagenoeg ieder groot dagblad, NRC Handelsblad inbegrepen. Dat getuigt van onverdraagzaamheid en slechte smaak, maar het heeft niet veel zin daartegen te procederen. Processen brengen geen mentaliteitsverandering teweeg.
Wel stellen ze een rechter voor de vraag of hij de publieke opinie zal trotseren. Misschien vindt hij dat een kleine minderheid niet moet proberen een grote meerderheid te storen in de vrije keuze van haar culturele divertissement. Dan moet hij de vraag ontwijken, en weigeren Scorseses film te toetsen aan het Nieuwe Testament. Gaat hij echter wel tot toetsing over, dan moet hij dat ook doen in alle ernst. Misschien zou dat toch grondiger voorbereiding eisen dan een bezoek aan de bioscoop.'
M.i. laat Van Deursen in zijn artikel duidelijk zien, waar het ten diepste op vast zit. De visie op de aard van het bijbels getuigenis, ja op de Schrift zelf is van betekenis voor het standpunt dat men inneemt. Het siert deze historicus dat hij zonder grof geschut te gebruiken, maar het serieuze argumentatie, zijn opvatting in een dagblad als de NRC naar voren brengen. Tegelijk maakt hij duidelijk hoezeer de secularisatie in grote delen van ons volk doorwerkt, dat men geen antenne meer heeft voor een kijk op de Schrift zoals die door Van Deursen verwoord is.
Kijk op de Christologie
'De vraag of Hij Die Zich de Zoon van God noemde in werkelijkheid een zondig mens was' raakt, aldus Van Deursen, de kern van het Evangelie. Ook dr. A. A. Spijkerboer gaat in een artikel, getiteld 'Maar – wat is menselijk?' op deze vraag in in het blad Evangelisch Commentaar van 30 september. Dat Jezus mens werd betekent, aldus Spijkerboer, dat Hij het vervloekte menselijk bestaan op Zich neemt en toch niet, dat Hij zo'n gewone man was, die de dingen net zo aanvoelde als wij. God Zelf is in Christus de mensenwereld binnengetreden. Spijkerboer vindt noch in de evangeliën, noch bij Paulus, een spoor van het soort menselijkheid waarover men nu naar aanleiding van de film praat.
'Goed, maar in het Evangelie wordt toch ook verteld dat Jezus de bruiloft te Kana redde door water in wijn te veranderen en zo de bruid, de bruidegom en al hun gasten een overdaad aan vreugde te geven? Zeker, maar dat betekent nog steeds niet dat Jezus "zo gewoon" was! Alleen al de manier waarop Hij in Kana Zijn moeder bejegent is buitengewoon, en dat Hij zoveel water in wijn verandert dat een bataillon grenadiers er nog dronken van zou worden, is ook echt niet gewoon. Maar betekent de bruiloft te Kana niet dat er toch nog meer over het menszijn te zeggen is dan dat Hij Zich heeft laten dopen en dat Hij het vervloekte menselijke bestaan op Zich genomen heeft? Ja, er is nog wel meer te zeggen, maar wanneer je zou zeggen dat Jezus op de bruiloft te Kana gezellig mee gedronken heeft, en Zich misschien zelfs een stuk in de kraag gedronken heeft, zit je nog steeds op het niveau van Scorsese, en op dat niveau is het menselijke van Jezus niet te vinden.
Ik geloof eigenlijk dat de overdaad van vreugde, die Jezus aan de bruid en bruidegom van Kana en al hun gasten gaf een vrucht is van Zijn eigen gang naar het kruis en van Zijn opstanding. Want wat Hij gedaan heeft wil toch ergens heen, en wanneer Hij het vervloekte menselijke bestaan op Zich genomen heeft betekent dat toch dat ons menselijk bestaan in ieder geval ook een gezegend bestaan kan zijn? Die overdadige hoeveelheid wijn is er toch niet voor niets?
Door Zich te laten dopen en door het vervloekte menselijke bestaan op Zich te nemen heeft Jezus een mens-zijn mogelijk gemaakt, waarvan wij misschien wel iets vermoeden en waarop we ook stilletjes wel eens hopen, maar dat je tijdens Zijn "omwandeling op aarde" (zoals de mensen vroeger zeiden) pas werkelijkheid ziet worden.
Laten we ook nog eens wat bladeren in het Oude Testament, want daar weten ze heus wel wat een gezegend menselijk bestaan is! Ziet u ze zitten, ieder onder zijn wijnstok en zijn vijgeboom, omdat God hun rust gegeven heeft van hun "vijanden rondom"? Ja, we zitten aan een rijk voorziene tafel, en onze beker vloeit over, want God is niet krenterig! En dan het niet aflatende gejubel van het Hooglied: ze krijgen maar niet genoeg van elkaar, en ze leven in één grote verrukking. Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen…
Je leest dan dat we al deze dingen uit het Oude Testament eschatologisch moeten verstaan, d.w.z. dat ze pas bij de laatste en definitieve komst van Jezus Christus werkelijkheid worden. Dat zal wel waar zijn, maar je kunt niet ontkennen dat de laatste dingen in Jezus Christus aangebroken zijn, en dat dat niet meer ongedaan te maken is. Dan moet er nu toch ook iets werkelijk kunnen worden van dat gezegende menselijke bestaan waarover het Oude Testament zo beeldend spreekt.
Wanneer je ziet hoe mensen, soms kinderen nog, aan vreselijke ziekten sterven, en wanneer je ziet wat mensen elkaar aan kunnen doen lijkt dat onmogelijk te zijn. Bovendien gaat ook in een gezegend bestaan niet alles van een leien dakje, want wie oprecht in het geloof in Jezus Christus leeft krijgt klappen te incasseren, en wanneer je over je heen krijgt watje door je eigen stommiteiten over je gehaald hebt doet ook dat pijn, al moet je dan niet klagen.
We krijgen dus bij vlagen een gezegend bestaan waarin we echt mens kunnen zijn, een voorproefje van de laatste dingen.
De vergissing van Demyttenaere en Van Hartingsveldt, en ook van Jan Greven, lijkt me dat ze er vanuit gaan dat wat menselijk is ons eigenlijk wel bekend is. Ik denk dat wij wel kunnen vermoeden wat menselijk is maar dat wij dat nooit helemaal vast kunnen stellen: we moeten ons dat laten zeggen. Echt mens-zijn kun je zeker niet zomaar pakken: ook dit zullen we ons moeten laten geven.'
Het blijkt dat in een discussie over deze zaken ineens de Christologie, de leer over persoon en werk van Jezus Christus ter sprake komt. Zou het feit dat men soms de film de bescherming neemt, omdat hier dan toch maar overduidelijk zou blijken dat Jezus waarlijk mens is geweest en de klagers dat nu maar eens moeten gaan inzien, ook te maken hebben met het feit dat men zelf geen weg weet met het bijbels gegeven dat de Zoon van God de ware menselijke natuur heeft aangenomen. Er is een sterke tendens in het denken en spreken over Jezus Christus, Hem helemaal in het aardse vlak te trekken (als de profeet, de joodse rabbi, de revolutionair, de mens met zijn driften etc). 'k Moet dan altijd denken aan Van Rulers nadruk op de plaatsbekleding en het Middelaarschap in het getuigenis aangaande Jezus Christus. God de Zoon gaat in de plaats van de mens staan. In een voor Kamper studenten uitgesproken rede 'Menselijkheid in de theologie' (zie Verwachting en voltooiing, blz. 182 vv) wijst Van Ruler er op dat weet hebben van de plaatsbekleding en van de middelaar essentieel tot het christen-zijn behoort. 'Reeds dat is erg genoeg: dat ik mijn eigen boontjes niet kan doppen. Nog erger is, dat het volgens het Evangelie God Zelf is, namelijk God de Zoon, Die in de plaats van de mens gaat staan. Wel in de menselijke natuur. Maar van deze mens, van Jezus, is te zeggen: Hij is God. Hij brengt het voor mij in orde. Mijn heil ligt buiten mij, in Hem en in Zijn werk. Dit mysterie van de verzoening bevat nog dieper vervreemding van de mens dan het raadsel van de zonde'. Van Ruler protesteert heftig tegen degenen die een rechte lijn trekken van Jezus naar onze menselijkheid. We verwaarlozen dan zijns inziens het middelaarschap van Jezus, het feit dat het de Zoon is Die de menselijke natuur heeft aangenomen. In de theologische discussie van onze tijd is het goed om naar de stem van Van Ruler te luisteren.
Terwille van het rechte belijden van de ene Naam.
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's