De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verwarring en vertraging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verwarring en vertraging

Impressies van de combi-synode

14 minuten leestijd

Vorige week werd vanaf donderdagavond tot en met zaterdagmorgen weer een combi-synode gehouden. Ongeveer tweehonderd mensen investeerden twee volle dagen in de voortgaande bezinning op het moeizaam verlopende Samen op Weg proces. Bij een zo groot aantal mensen is er voor ieder uiteraard slechts beperkte spreektijd. Ieder moet dan na afloop wel het gevoel hebben niet te hebben kwijt gekund wat hij (of zij) kwijt wilde. Een gevoel van machteloosheid maakt zich derhalve van velen meester. Want intussen is de combisynode er dan toch maar voor om het traject voor de trein van Samen op Weg vast te stellen. Maar waar wordt de koers nu in feite uitgezet?
De synode, zoals die nu is gehouden, werd gekenmerkt door besluiteloosheid, aarzeling, verwarring, terwijl zelfs het woord 'verzieking' viel (prof. dr. H. B. Weijland). In het hiervolgende geef ik geen verslag van alles wat gezegd is maar volsta ik met een impressie van de meest in het oog springende zaken.

Opening
Ds. J. Monteban, voorzitter van de Raad van Deputaten Samen op Weg, merkte in zijn openingswoord voor de combi-synode op dat het proces geestelijke diepgang moet hebben, zodat we de zaken niet louter organisatorisch benaderen. Het kerkelijk gesprek (tussen hervormden en gereformeerden) moet daarom worden hervat (Het ligt in de bedoeling dat een dergelijk kerkelijk gesprek, zoals er ook in de vijftiger jaren is geweest, er inderdaad zal komen, v. d. G.). Monteban stelde verder dat de veelkleurigheid in de kerken mede bepalend is voor de eigen kleurstélling van de afzonderlijke delen. Deze pluriformiteit zelve zou echter het Samen op Weg proces wel eens kunnen opbreken.
Ds. Monteban, die binnenkort om aftreedt als voorzitter van de Raad, betreurde het dat nog steeds een concept beheersregeling aan de synode moest worden onthouden. De kwestie van het beheer van de kerkelijke goederen is al jaren een slepende kwestie tussen hervormden en gereformeerden. Ds. Monteban zei ook dat in de voortgang van het proces niet altijd waterdichte schotten geplaatst kunnen worden tussen federatie en fusie van gemeenten.
Verder gaf hij even aan dat er in de Raad van Deputaten sprake is van verscheidenheid van opvattingen, zonder dat hij evenwel concreet maakte op welke beleidsmatige zaken en zaken van belijdende aard dit van toepassing was.

Evangelisch Lutherse Kerk
Al enkele jaren is de Evangelisch Lutherse Kerk (ELK) als waarnemer betrokken bij het Samen op Weg proces. Dat betekent dat men de beraadslagingen bij mocht wonen zonder dat men aan het beraad zelf deel mocht nemen. Thans is met algemene stemmen besloten dat de lutheranen ook deel gaan uitmaken van het proces. Elke deelname van een nieuwe partner maakt het proces uiteraard gecompliceerder. Hoe kan een kleine kerk als de Evangelisch Lutherse Kerk zodanig meedoen in het proces, dat de eigen identiteit behouden blijft en men niet verzwolgen wordt door de twee veel grotere kerken? Desgevraagd zei ds. J. Hallewas, voorzitter van de synodale commissie van de ELK, dat de Evangelisch Lutherse Kerk op grond van de Leuenburger Concordie (een overeenkomst tussen Lutheranen en Gereformeerden in Europees verband) zich gedrongen voelt in een breder oecumenisch geheel als Samen op Weg te participeren. Verder zei hij ook dat de Evangelisch Lutherse Kerk alléén, zonder de twee grote kerken niet meer kerk kan zijn. 'Gun ons de tijd om opgenomen te worden in dit grotere geheel'. Als eenheid niet mogelijk is, is er misschien toch een federatieve oplossing mogelijk.'

Artikelen tussenorde
Ter sprake kwam verder een aantal nieuwe bepalingen voor de zogenaamde 'tussenorde'. Mr. D. G. van Vliet (lid van de commissie voor kerkordelijke aangelegenheden voor Samen op Weg) benadrukte nog eens de functie van de tussenorde. De tussenorde is geen nieuwe kerkorde. De tussenorde functioneert slechts dáár, waar samenwerking is tussen hervormden en gereformeerden. De bepalingen in de tussenorde mogen niet in strijd zijn met de afzonderlijke kerkorden van beide kerken. Ze geldt echter alleen voor federatieve verbanden. Binnen de federatieve verbanden blijft een hervormd deel en een gereformeerd deel voortbestaan, beide onderworpen aan de eigen kerkorden. Ook in gefedereerde classes blijven niet-gefedereerde gemeenten bestaan met eigen kerkeraad. In federatieve gemeenten blijven afzonderlijke hervormde en gereformeerde adressen functioneren.

Schets '88
In een eerder stadium hebben we in deze kolommen al geschreven over de 'Schets '88'. De zogeheten Commissie Toekomstige Vormgeving brengt telkens voor een komende combi-synode de route in kaart, die op kortere of langere termijn wordt gevolgd. De schetsen, die ontworpen worden, zijn 'slechts' praatstukken maar wanneer de combi-synode met de grote lijnen ervan instemt worden dat uiteraard vroeg of laat beleidsstukken.
De schets, die nu voorlag, heeft in feite maar ternauwernood de combi-synode bereikt, omdat er in de Raad van Deputaten zélf grondig verschil van mening was over de inhoud. Weliswaar had de genoemde commissie het stuk doorgesproken met de Raad, maar de bezwaren die in de Raad zelf te berde werden gebracht, waren, naar de mening van diverse leden van de raad, onvoldoende gehonoreerd. Zelf heb ik in een artikel in dit blad (6 oktober l.l.) mijn bezwaren reeds onder woorden gebracht met betrekking tot het belijdende gedeelte van deze schets, geschreven van uit de zogeheten koinonia-gedachte, de gemeenschap. Uitgegaan wordt van een gegeven eenheid, op grond waarvan verscheidenheid (pluriformiteit of pluraliteit) niet alleen aanvaard wordt maar zelfs kerkordelijk wordt geregeld, terwijl 'meervormig luisteren naar de Schrift' tot een eigen daarachter liggend principe wordt.
Er waren echter ook met betrekking tot de beleidsmatige kant van de zaak zwaarwegende bezwaren, bijvoorbeeld als het ging om het aantal classes, dat wordt beoogd (120 tot 150); of het invoeren van een beperkt aantal 'algemene classicale vergaderingen', hetgeen betekent uitholling van de hervormde Provinciale Kerkvergaderingen; of de plaats van de visitatie (bij de classis); of de grootte van de synode (bijvoorbeeld 300 leden).
Welnu, al die bezwaren, die binnen de Raad van Deputaten ook al aan de orde waren geweest, werden (uiteraad) ook vanuit de synode aangevoerd.
Ds. R. A. Grisnigt (Bennekom) stelde, dat al te gemakkelijk van de koinonia werd uitgegaan. Intussen neemt in de gemeenten de verwarring toe. We zijn zo op weg naar de hotelkerk en kunnen elkaar niet meer de vraag stellen: wat dunkt u van de Christus? Wat levert het verder voor een kerk op als de gemeente niet meer één is? Ook ds. A. Tromp (Maarssen) stelde dat pluriformiteit geen dógma mag worden voor de kerk.
Ds. P. v. d. Kraan (Bleskensgraaf) stelde da de schets vanuit de toekomst (van de herenigde kerk) geschreven is en niet vanuit het heden. Welke ruimte zullen de gemeenten krijgen, die niet meegaan in het proces. Ook hij wilde niet uitgaan ván de koinonia, maar werken náár de koinonia toe, vanuit de waarheid. Als we aan elkaar geen boodschap meer hebben, welke boodschap hebben we dan nog wel aan de wereld? Ook ds. K. Bisschop (Naarden, Geref. Kerken) stelde, dat in de schets de spankracht van Samen op Weg wordt overschat. Het is te ambitieus wat we willen. We moeten niet méér willen doen dan een paar bescheiden lijnen trekken. De synode is alleen dan echt aan het werk wanneer ze spreekt over zaken, die de Schrift en het belijden van de kerk raken.
Ds. H. A. v. d. Pol (Boskoop), die bij een te grote synode te veel invloed van deskundigen vreesde, vroeg zich af of we, wanneer we de lijnen van deze schets volgen, wat de Hervormde Kerk betreft, niet weer terug komen in de situatie van vóór 1951.


Veelzeggende motie
Tijdens de behandeling van de schets werd toen een op zichzelf even merkwaardige als veelzeggende motie ingediend, namelijk een motie, waarin werd opgeroepen af te zien van de schets, die nu voorlag, en opdracht te geven een nieuwe schets te schrijven, die 'uitgaande van de praktijk in reeds gefedereerde gemeenten (curs. van mij, v. d. G), classes en provinciale kerkvergaderingen en particuliere synoden, werkbaar, bemensbaar en betaalbaar is.' Deze motie was namelijk ondertekend door mevr. C. W. J. v. d. Brom-Bogers, zelf komende uit een gefedereerde gemeente (Geldrop), alsook door drs. P. J. Visser (Aalburg), C. Hovestad (Rhenen) en W. Stappenbelt (Ommen), allen behorend tot dat deel van de synode, dat niet direct – om het zacht te zeggen – staat te dringen om samen op weg te gaan.
Het is duidelijk wat hier achter zit. De schets is geschreven vanuit de toekomst, vanuit een ideaal, dat voorlopig lang niet haalbaar is. Zij, die komen uit gefedereerde gemeenten, zeggen dan: regel het voorlopig maar voor ons, want we kunnen niet wachten tot het moment dat de hele kerk erin meekomt. En diegenen, die grote moeite hebben met het proces, zijn beducht dat vanuit een ideaal al forse voorstellen worden gedaan, terwijl dan niet of onvoldoende rekening wordt gehouden met dat deel van de kerk(en), dat niet of nooit (zei ds. R. A. Grisnigt) samen op weg gaat.
Wanneer nu één en ander wordt vastgelegd, doe het dan vanuit de gefedereerde gemeenten, zo wilde de motie. Dit nu ligt in de lijn van het manifest, dat op de vergadering van hervormd gereformeerde ambtsdragers in Barneveld (10 oktober 1988) werd aanvaard, namelijk: laat het proces niet bepaald worden door een minderheid, die samen op weg wil of al is, maar regel de voorlopige voortgang vanuit de gefedereerde gemeenten. Dit manifest komt op de komende hervormde synode officieel op de agenda.
Uiteindelijk werd deze motie door de opstellers ingetrokken. Naar het zich liet aanzien zou deze motie op flinke steun hebben kunnen rekenen, met name vanuit de hervormde synode. Nu besloot de Raad van Deputaten derhalve de 'Schets '88' zélf in te trekken om voor de volgende combisynode (najaar 1989) tot een nieuwe opzet te komen, gehoord hebbend de reacties in déze synode.
Zo werd uiteindelijk het geheel een jaar opgeschoven. De Raad zal nu moeten bezien in hoeverre de huidige werkgroep . Toekomstige Vormgeving deze taak kan afronden.

Werkorde
Er heeft zich nog een andere merkwaardige ontwikkeling voorgedaan op deze combi-synode. Het ging om een zogeheten werkorde. Voor goed verstaan het volgende. Toen de Hervormde Kerk na de Tweede Wereldoorlog wilde komen tot een vernieuwd kerkelijk leven, met daaraan ten grondslag een Nieuwe Kerkorde, is er jaren lang gedokterd áán en mét een werkorde, waaruit uiteindelijk die kerkorde ontstaan moest. Een kerkorde bevat veel meer dan wat bepalingen, waarin allerlei praktische zaken in de kerk geregeld worden. Een kerkorde heeft ook een theologische, een principiële achtergrond en inhoud. Een gereformeerde kerk is aan de principia, die in haar kerkorde verankerd zijn, herkenbaar. Er is sprake van gereforméérd kerkrecht. Het gaat dan om zaken als apostolaat, belijden, liturgie, eredienst, diakonaat, pastoraat, catechese, de ambtelijke vergaderingen in een presbyteriaal-synodaal stelsel en zo vele principiële zaken meer.

Nu is er in het Samen op Weg proces, als gezegd, reeds sprake van een tussenorde, waarin allerlei zaken praktisch geregeld worden voor gefedereerde gemeenten. Maar die tussenorde is onderworpen aan de kerkorden van beide kerken. Ze is zélf geen kerkorde en wórdt dat ook niet. De vraag was nu of er niet een begin gemaakt moest worden met een nieuwe kerkorde voor een toekomstige kerk. Er lag een stuk ter tafel, dat nog niet meer was dan een 'lege huls'. Het was geagendeerd als een praalstuk, zonder dat dit zou moeten uitlopen op besluitvorming, waarmee dit stuk als zodanig zou worden aanvaard. Het ging om een peiling.
Opnieuw lichtte mr. D. G. van Vliet toe dat de beide afzonderlijke kerkorden bleven bestaan; dat – zolang er van federatie sprake is – beide kerkorden blijven bestaan; dat op gemeenten geen dwang kan worden uitgeoefend om te gaan federeren; en dat de werkorde een soort overkoepelende kerkorde wilde zijn voor dat deel van de kerken, dat al samen op weg is. In plaats van over werkorde werd liever over statuut gesproken, omdat werkorde teveel deed denken aan de naoorlogse periode.

Uiteindelijk wilden allerlei gereformeerde afgevaardigden echter dat toch reeds nu een besluit genomen werd, namelijk dat van nu af aan de lege huls wordt opgevuld en dat zo het principe van een werkorde zou worden aanvaard.
Overleg van het hervormd moderamen en de Raad van Deputaten voorafgaande aan de combi-synode, had er echter toe geleid dat er geen voorstel tot besluitvorming lag. Het hervormd moderamen had de voorzichtige weg van een peiling beter geacht. Dit kennelijk tot ongenoegen van de gereformeerden. Toen toch een beslissing tot besluitvorming werd genomen, aanvaardde de gereformeerde synode in principe het op weg gaan met een werkorde, terwijl de hervormde synode met 26 tegen 20 stemmen het voorstel afwees. Ook dit punt is derhalve een jaar opgeschoven.


Persoonlijk heb ik geen moeite met een dergelijke werkorde. Integendeel, wanneer we willen dat de meerderheid van de kerk niet onder het juk van een minderheid (waar Samen op Weg reeds functioneert) doorgaat, dan moet ook geregeld kunnen worden hoe die minderheid in de gefedereerde gemeenten kerkórdelijk zal moeten leven. Dan moet er ook bezinning zijn welke principiële weg er, wat de ecclesiologie betreft, ligt voor die gemeenten die principieel wél (willen) samengaan. Als gemeenten, die niet samen op weg (willen) gaan, maar buiten die kerkorde en dus buiten die werkorde blijven.
De vraag is derhalve ook hier of zo'n werkorde zal worden ingevuld vanuit en voor de gefedereerde gemeenten en niet vanuit een model, dat men bij voorbaat wil opleggen aan het geheel van (een toekomstige) kerk.
Voorlopig zal het nog wel heel wat voeten in aarde hebben om die principiële artikelen van zulk een kerkorde handen en voeten te geven. Als intussen maar duidelijk is dat de hervormde kerkorde blijven zal.

Ten besluite
Ter afronding van deze impressie wil ik zeggen dat het proces van Samen op Weg op deze combi-synode sterk vertraagd werd. We komen kennelijk in de fase, waarin het steeds moeilijker wordt om voortgangsbesluiten te nemen. Ten dele hangt dat samen met het toetreden van nieuwe participanten, die ook tot hun recht moeten komen. Op de laatste dag van de synode werd immers ook nog besloten dat de Remonstrantse Broederschap als waarnemer mee zal gaan doen (daarover schrijf ik de volgende keer). In dat verband sprak prof. dr. H. B. Weijland zelfs over 'verzieking' van het proces, omdat door zulk een deelname de aandacht wordt afgeleid van de oproep van 'de achttien', die ooit Samen op Weg inluidden met de roep, dat gescheiden optrekken van de twee grote reformatorische kerken in ons land onduldbaar was. Nu vragen allerlei bij-belangen en zijwegen de aandacht en wordt de vaart uit het proces gehaald.
Anderzijds blijkt, dat er op zeker moment een grens wordt bereikt aan de haalbaarheid van het proces in het geheel van beide kerken, waarbij zij die al gefedereerd samengaan en zij die het proces voor de niet-gefedereerde gemeenten willen bewaken, uit verschillende inzichten tot dezelfde opstelling komen: laat het geheel verlopen vanuit de nu gefedereerde gemeente. De Hervormde Kerk ontpopt zich in toenemende mate als een rem in het proces, terwijl de Gereformeerde Kerken met voortvarendheid verder willen. 'Waarom moet de vluchtdeur zo wijd open blijven?'; 'Leeft de roeping nog wel?'; 'Ik wil het in m'n leven nog meemaken', waren enkele van de gehoorde uitroepen.
Maar ook nu weer is dunkt me gebleken, dat de pluriformiteit – als we dit woord dan toch willen gebruiken – binnen de Gereformeerde Kerken meer met de mond wordt beleden dan metterdaad wordt beleefd, terwijl de Hervormde Kerk het omgaan van uiteenlopende delen reeds lang praktiseert, hetgeen in de opstelling van de hervormde synode tot uitdrukking komt.

Echt resultaat is op deze combi-synode niet geboekt, of het moet zijn dat temeer is beseft hoe moeizaam het proces verder gaat.
Intussen heb ik nog één vraag. Als we zien hoe kleinere kerken ter ener zijde in het proces treden en tegelijk dit proces ook vertragen, zou er dan ook nog een taak kunnen liggen voor al die kleinere kerken, die vandaag, althans wat hun binding aan de belijdenis betreft, gereformeerd willen zijn? Ze zijn zo ver buiten het vizier geraakt. Hebben ze ook elkaar nog in het vizier? Waar is het platform waar deze kerken elkaar (nog) ontmoeten als het gaat om een gereformeerde kerk in Nederland in de toekomst? Wat is hun gezamenlijk adres. We blijven uit de hoop leven.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verwarring en vertraging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's