De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat 'geloven' onze catechisanten? (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat 'geloven' onze catechisanten? (1)

8 minuten leestijd

Referaat aan de catechesedagen van de HGJB gehouden op 24 augustus en 6 september 1988.

Aanzet
'Dominee, ik weet niet wat dat is en hoe dat komt, maar als ik de laatste tijd probeer te bidden, is het net of ik geen contact krijg met God, geen aansluiting vind bij God. Toen ik nog jonger was, een jaar of tien, toen had ik dat altijd wel en ik was daar heel erg gelukkig mee. Maar nu ik twintig jaar ben, is het net of het allemaal wegzakt en wegwijkt. Ik wil het o zo graag, maar het is net of het niet meer lukken wil.'
Bewogen en geroerd vertelt ze het mij in een persoonlijk gesprek op de studeerkamer. 'Ik heb er zo'n moeite mee om God weer te ervaren en te voelen in mijn hart. Een heel enkele keer is het er weer even, maar als ik dan op m'n werk kom, is het weer helemaal weg.'
Een ander zei eens: 'Och, ik weet het niet hoor. Ik twijfel soms aan alles. Als je alles hoort en ziet om je heen, dan kàn er toch eigenlijk helemaal geen God zijn. Als er een God was, dan zou het er in de wereld toch heel anders uitzien. Nee, ik zit hier wel op de catechisatie, omdat ik geen probleem wil met mijn ouders. Maar voor mij hoeft het eigenlijk helemaal niet. Er is van binnen iets afgeknapt.' Openlijk uit ze haar gevoelens in de groep van mede-catechisanten. Daar is wel een zekere moed voor nodig daar de sociale controle er bijna zeker voor zal zorgen dat haar gevoelens straks in enkele gezinnen ter sprake zullen komen.
Als ik naar aanleiding van deze ontboezeming vraag: 'Zijn er meer die zulk soort gevoelens herkennen in hun eigen leven', wordt er hier en daar aarzelend en door sommigen verlegen instemmend geknikt. Opvallend is dat niemand overtuigd met de andere kant komt.
Ervaringen opgedaan tijdens een uurtje catechese temidden van een talrijke groep jongeren van achttien jaar en ouder. En je raakt door zo'n gesprek bevestigd in watje soms al catechiserend aanvoelt. De twijfel hangt in de lucht. Er schuift soms een glazen wand tussen jouw woorden en veler oren en harten voor je.
Er zijn de laatste jaren een aantal onderzoeken geweest onder kerkelijke jongeren die het bovenstaande beeld in veel opzichten bevestigen. Onderzoeken onder kerkelijk Gereformeerde jongeren, maar ook onder wat we noemen reformatorische jeugd. De resultaten hiervan geven te denken. Je kan dat zomaar niet wegpoetsen en er met geladen theologische woorden aan voorbij gaan. Al weet ik best dat een enkel onderzoek ook weer niet alles zegt. Wij weten heus niet alles van wat er speelt tussen ongeren en God. Er zijn gelukkig, Gode zij dank, nog vele jongeren die bij het Woord en de dienst van God blijven en voor wie God in hun leven werkelijkheid is. Toch moeten we het hier gesignaleerde niet onderschatten. Ik meen dat wij dat gevaar lopen bij de aanblik van volle kerken en soms overstromende catechisatielokalen.
Sommigen denken onder ons: die regenbui van twijfel en moeite om tot Godservaring te komen heeft zich boven ons dorp of mijn wijkgemeente nog steeds niet ontladen en zal daarom wel overdrijven. Dat lijkt me een fatale vergissing. Fataal met name voor onze jongeren die kennelijk òf niet begrepen worden met hun vragen òf helemaal niet aan bod komen omdat ze ondergesneeuwd raken door de vertrouwde geluiden en klanken zonder zich ook maar één ogenblik echt aangesproken te weten.
Laten we niet vergeten dat wij vandaag met elkaar, dus ook met onze jongeren, de omslag meemaken van buitenkerkelijkheid als uitzondering naar buitenkerkelijkheid als norm. Het kan niet anders of zulk een ingrijpend proces moet invloed hebben op ons leven, op onze belevingswereld. In 1983 bleek bij een telling dat 66% van de jongeren tussen 16 en 24 jaar buitenkerkelijk is. Dr. Okke Jager citeert in zijn studie 'Geloven wordt onwennig' een godsdienstleraar op een christelijke middelbare school die zei: Ik sta dagelijks voor een vreemdelingenlegioen van religieuze analfabeten. En bekend raakten Jagers woorden dat voor steeds meer jongeren Jezus een almaar kleiner wordende stip is in hun achteruitkijkspiegel. Overheersend in onze samenleving is geworden een ongrijpbare religieuze onverschilligheid. 'Ongrijpbaar voor de betrokkenen zelf: zij kunnen er geen rekenschap van afleggen. Ze hebben er nauwelijks voor gekozen. Ze worden er eenvoudig in geboren als in de lucht die zij inademen' (O. Jager).
De onverschilligen, wie kent ze niet. De stille twijfelaars, wie spreekt ze niet als hij soms jongeren echt ontmoet. Trouwens, hoeveel zouden er zitten onder de prediking in de meest gerenommeerde bondsgemeenten. De nihilisten in spé. Ze bevolken de galerijen van de Oude Kerk te Putten en zitten op catechisatie in Giessendam-Hardinxveld. Ze zitten er hun tijd uit, soms met verglaasde blik. Velen zijn bezig in hun hart af te haken, anderen hebben dat al gedaan maar wachten een geschikt moment af. Ze willen geen heibel thuis. U zegt: voor onze jongeren in onze gemeente een zwaar vertekend beeld? Dat kan en ik hoop het. Maar ik denk wel dat het erger is dan velen van ons denken.

Achtergronden, oorzaken
Er wordt de laatste jaren nogal eens gesproken over 'een ingrijpende omslag in de westerse cultuur'. Anderen hebben het over een cultuurschok die heel de westerse wereld raakt. Daartegen proberen anderen deze woorden weer te relativeren door te zeggen: wat er vandaag gebeurt, is niets nieuws. Want het Evangelie heeft in alle eeuwen en onder alle culturen nooit vrienden gehad. En wat willen we bereiken met te spreken van een omslag in de cultuur. Aan het begin van deze eeuw verschenen ook al publicaties die hetzelfde zeiden.
Van mij mag dat best gezegd worden, als we daarmee maar niet proberen de ernst van de situatie te verdoezelen en onder de theologische deurmat te vegen. Daarbij denkend, misschien wel tegen beter weten in, dat òns huis in eeuwigheid zal staan. Want dan onderschatten we zwaar wat er zich eigenlijk vanaf de zestiger jaren aan het voltrekken is in onze samenleving. Sommige processen die soms al in de vorige eeuw of daarvoor begonnen waren, hebben zich de laatste decennia danig versneld. Nieuwe faktoren zijn er bij gekomen. De secularisatie lijkt thans door alle dijken heengebroken, ook door de robuuste wallen van de Drie Formulieren van Enigheid. Het hele publieke en persoonlijke leven wordt door de ontkerstening en ontkerkelijking aangegrepen. Dat gaat geen kerk of gezindte voorbij, hoe krampachtig we er ons soms tegen teweer stellen. Godsdienstsociologen hebben er sprekende termen voor bedacht die we kort willen releveren om achtergronden en oorzaken van de omslag in onze cultuur aan te geven.
Er is een verandering die wordt samengevat in het woord 'rationalisering'. Kennis van de natuur, van de menselijke psyche, van de kosmos, is de laatste eeuwen sterk toegenomen. Tal van godsdienstige voorstellingen zijn daardoor veel minder aannemelijk maar ook veel minder noodzakelijk geworden. De wetenschappelijke en technologische vooruitgang heeft zo de manier waarop de mensen zichzelf, elkaar maar ook de werkelijkheid bekijken, ervaren en benaderen, langzamerhand veranderd. Deze ontwikkelingen maakt mensen, ook jongeren, in principe veel minder ontvankelijk voor tal van godsdienstige en bijbelse noties. Zo komt het dat opvattingen over God, over Jezus, over het leven na dit leven, over de bijbel zelf, veranderen.
Men spreekt in dit kader dan ook over 'horizontalisering' of 'ontmythologisering'. Mensen raken het verleerd om in metafysische kaders en beelden te denken. Mensen uit het no-nonsense tijdperk kunnen niet meer zo makkelijk uit de voeten met niet-rationele schema's. Ze zijn het vermogen veelal verloren in dingen te geloven die ze niet met hun vingers kunnen tasten en niet met hun gezond verstand kunnen vatten. De antennes ontbreken die gevoelig staan afgestemd op God, openbaring, verlossing, verzoening, eeuwig leven. Sommigen noemen dat transcendentieverlies. En ze bedoelen daar onder andere mee dat het geloof aan iemand of iets die tijd eri ruimte overstijgt afneemt. Steeds meer mensen beleven het bestaan als een binnenwereldlijke realiteit. Er is niets boven of buiten of achter deze zichtbare werkelijkheid.
Jongeren (èn soms ook ouderen) hebben heel sterk het gevoel dat als ze bidden, ze slechts lucht verplaatsen. Ze ervaren geen contact met God en hebben het idee dat ze een illusie in stand houden. Soms slaan ze het over, met opzet of zomaar. Ze blijken het dan soms niet eens te missen. En verder, het hele gebeuren in de kerkdienst wordt vervolgens een weinig zeggend ritueel. Het gaat meestal over zaken die men niet of nauwelijk als relevant ervaart. Het slaat eigenlijk niet op het leven dat men leidt. In dit verband wordt dan gesproken over relevantieverlies. Mensen ontvluchten de kerk omdat het er zo vervelend aantoe kan gaan. Zo spanningloos, zo voorspelbaar. Iemand zei eens: we worden zo moe van het elkaar dingen zeggen die we allang weten. Moe van de preken die we zelf ook wel kunnen maken als we de tekst van de eerste tien zinnen weer gehoord hebben.

J. Maasland, Capelle a. d. IJssel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wat 'geloven' onze catechisanten? (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's