De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Een vrije kerk/een vrije staat. Uitgave van de Groen van Prinsterer Stichting, nummer 56. Uitgeverij De Vuurbaak, Barneveld 1988.
Medewerkers aan dit boekje zijn: drs. J. P. de Vries; prof. J. Kamphuis; mr. F. T. Oldenhuis; dr. A. J. Verbrugh, terwijl J. Haverman als secretaris is opgetreden.
Een boekje als dit staat vol politieke 'issues', en dat noodzaakt ons om ons tot de hoofdlijn te beperken. Ieder aangeraakt punt vormt immers een reden voor gespreksstof. De titel geeft het hoofdmotief aan: vermenging van kerk en staat schijnt soms op de korte termijn voordeel te brengen, maar is op de lange termijn schadelijk, doordat de kerk onontkoombaar aan de leiband van de overheid moet lopen.
Wie echter denkt dat we hier een liberaal standpunt voor ons hebben, blijkt zich ook te vergissen. Het Gereformeerd Politiek Verbond, dat achter deze uitgave schuilgaat, wil de overheidf uitdrukkelijk belijden als een staat-met-de-bijbel. In de botsing van de overtuigingen kan de staat niet neutraal blijven, en dient zij te worden aangesproken op de heerschappij van Christus, Die ons daartoe Zijn wet gegeven heeft. Uiteraard opent zich hier een spanningsveld, maar dit spanningsveld dér geesten is een ander dan dat tussen kerk en staat.
Toch blijft hier bij ons de vraag hangen of het liberalisme wel helemaal overwonnen is. Kan men de scheiding van kerk en staat, bepleit als deze wordt op grond van de bijbel, werkelijk volhouden, terwijl men tegelijkertijd van mening is dat het ene evangelie zowel de kerk als de staat de richting wijst? Leidt dit er niet toe dat de kerk onontkoombaar in de privé-sector wordt gedrongen, terwijl de overheid als overheid alleen maar wordt aangesproken op haar ambtelijke verantwoordelijkheid? Als het waar is – en wij vinden het waar – dat de wet van God universele betekenis heeft, dan hebben staat en overheid toch het omgaan met deze universaliteit gemeen? Ook als men in rekening brengt dat beide in dit opzicht een eigen verantwoordelijkheid hebben? Doet men er niet beter aan toe te geven dat de botsing der geesten in de geschiedenis, de strijd tussen licht en duister, niet in ijle lucht geschiedt, maar via de concrete kerk en de concrete overheid? Anders blijven zowel het uitgangspunt als het ideaal al te zeer in de lucht hangen.
Het klinkt natuurlijk in onze tijd erg pretentieus en achterhaald om het op te nemen voor het publiek karakter van het kerkelijk ambt en van de prediking, maar men kan een pleidooi hiervoor ook zien als uiting van een verantwoordelijkheidsbesef dat aan de overheid de laatste en diepste dienst, namelijk de herinnering aan het evangelie, niet wil onthouden.
Ook deze brochure getuigt er slag op slag van dat men er op uit is de overheid aan het evangelie te herinneren. Als men echter de vrije kerk voorstaat die van een vrije overheid ruimte ontvangt, is het laatste bolwerk dat van getuigende christenen. Wij zijn ervan overtuigd dat aan dit getuigen een belofte hangt. Tegelijkertijd hebben we dan de belofte o.i. ook verschraald. De belofte aan mensen hangt immers aan de belovende God, Die voor ruimte voor Zijn Woord zal zorgen, ook al haken mensen af zodat hun getuigenis overstemd wordt. Het is de prediking die voortgaat, niet het getuigenis van mensen, en deze prediking is aan de kerk toevertrouwd.
Ik vond dan ook allerlei in deze brochure dat mij sterk herinnerde aan een vorm van souvereiniteit in eigen kring waarin telkens vanuit het evangelie dan toch weer een eigen accent wordt ingedragen. De angst om theocratisch te worden in zijn denken overheerst echter. Maar, is er over theocratie en tolerantie dan niet genoeg geschreven om duidelijk te maken dat de ze beide elkaar juist nodig hebben?
S. Meijers, Leiden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's