Remonstrantse Broederschap bij Samen op Weg
Zonder dat er bepaald stevig over gediscussieerd is, is op de laatst gehouden combisynode besloten dat de Remonstrantse Broederschap als waarnemer mee gaat doen in het Samen op Weg proces. Dat is te meer merkwaardig als we bedenken dat met name vanuit de Gereformeerde Kerken nauwelijks bezwaar werd gemaakt. De Nederlandse Hervormde Kerk heeft al jarenlang een zogeheten consensus met de remonstranten. En in 1966 is er een uitgebreide theologische bezinning geweest op met name de uitverkiezing, juist vanwege die relatie met de Remonstrantse Broederschap. Er verscheen toen een synodaal geschrift, getiteld 'Enige aspecten van de leer der uitverkiezing'. De Gereformeerde Kerken hebben echter tot heden geen enkele relatie met de Remonstranten gehad. Men zou derhalve verwachten dat het meedoen van de remonstranten in het Samen op Weg proces eerst tot de bodem confessioneel doordacht en besproken zou zijn geworden. Maar nee, de Gereformeerden hadden eerder de vlag en de wimpel klaar liggen dan dat ze bezwaar maakten.
Het gereformeerd moderamenlid drs. A. Borman had nog wel in het achterhoofd, dat ooit Johannes Bogerman op de synode van Dordrecht de remonstranten had toegvoegd:ite, ite (ga, ga). Maar het was maar de vraag – zo stelde hij – of de remonstranten vandaag nog wel dezelfden zijn als in 1619. Bovendien heeft ook in de gereformeerde wereld de geschiedenis niet stil gestaan. Op de gereformeerde synode is ook al een keer een gravamen tegen de dubbele praedestinatie aan de orde geweest. Wat kunnen we van de vrijzinnigen (zo vulde Borman intussen zelf al in) leren? Het ite, ite, moet worden: venite, venite; kom, kom.
Wel werd van gereformeerd zijde bezwaar aangetekend tegen deelname door oud. S. Bruinsma (Franeker), die eraan herinnerde dat Nehemia en Ezra de Samaritanen buiten de deur hebben gezet. Tegelijk zei hij overigens dat 'we' de vijf artikelen tegen de remonstranten wel niet meer handhaafden. Maar hij wilde het proces graag 'subtiel' houden.
Prof. dr. H. B. Weijland had – we schreven het al eerder – wel fundamentele bezwaren tegen deelname. Hij meende dat het de integriteit van het proces zou schaden omdat het proces op zijpaden zou komen. Hij sprak zelfs van 'verzieking' van het proces. Op deze wijze dreigd Samen op Weg een soort Raad van Kerken te worden.
Van hervormde zijde was het met name ds. R. A. Grisnigt (Bennekom), die bezwaar aantekende. In de toelichting was gezegd dat de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformerde Kerken met de Remonstrantse Broederschap al deel uitmaakten van andere oecumenische verbanden. Zijn er echter ook nog confessionele verbindingen, zo vroeg hij. De remonstranten hebben eerder gezegd dat de Leuenburger Concordie (overeenstemming tussen Gereformeerden en Lutheranen in Europees verband) voor hen geen vastgelegde belijdenis is maar meer een verklaring van gemeenschap van de kerken. Nam men het belijdende dan maar op de koop toe? Ds. Grisnigt herinnerde aan drs. R. H. Kieskamp, die in de tijd dat hij hervormd moderamenlid was, uitdrukkelijk had gesteld dat ook de Dordtse Leerregels, de vijf artikelen tegen de remonstranten tot ons belijden behoren (Ds. Kieskamp schreef daarover in ons blad).
Dr. J. Weernekers, de toekomstige voorzitter van de Raad van Deputaten Samen op Weg, heeft, in een globale verantwoording van de sprekers ter synode, opgemerkt dat we in de zeventiende eeuw een stuk van de wereldkerk zijn kwijt geraakt toen de remonstranten heengingen. Zij hebben voorop gelopen in de communicatie met de moderne wetenschap. Weernekers sprak al van participatie van de remonstranten en herinnerde aan de synodale discussie over de uitverkiezing en het rapport, dat in 1966 daarover in de Hervormde Kerk verscheen. Weliswaar merkte hij op, dat Van Ruler toen tegen Van Nifrik gezegd heeft dat de Dordtse vaderen zich niet zó maar onder de tafel lieten werken maar intussen sprak dr. Weernekers zeer relativerend over de functie van de belijdenis. De nieuwe inzichten waren belangrijker dan de Dordtse Leerregels.
Ondergetekende heeft toen als lid van de Raad van Deputaten het woord gevraagd. AI te eenvormig is de Raad van Deputaten steeds naar buiten getreden als het ging om beantwoording van vragen uit de synode. Weliswaar is een keer gesproken over verscvheidenheid in de raad, maar als het erop aan kwam was het slechts één stem, die naar buiten kwam. Dit vraagt bezinning op de procedure in de toekomst. Als men wil dat de verscheidenheid van de kerken binnen de Raad vertegenwoordigd is (voor de hervormden is dat overigens veel meer het geval dan voor de gereformeerden) dan moet dat ook loyaal woorden getoond en verwoord.
Ik heb herinnerd aan het feit dat ten tijde van de discussies over de verkiezing er ook een minderheidsstandpunt was van ds. J. van Sliedregt, die de Dordtse Leerregels ook voor de kerk vandaag bindend achtte. In de Hervormde Kerk is al sinds jaar en dag een worsteling gaande om een belijdende kerk met daarin de plaats en de functie van de belijdenis. Het is al sinds jaar en dag ook een kwestie van meerderheid en minderheid. Niet vergeten mag worden dat voor een belangrijk deel van de Hervormde Kerk de Dordtse Leeregels onopgeefbaar tot het belijden der kerk behoren. En dan niet alleen als een formeel statuut. Dat óók. Maar vooral ook omdat in de belijdenis, ook in de Dordtse Leerregels onze religie verankerd is. Toen in 1948, in een grote vergadering van leidinggevenden in de Hervormde Kerk, in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, aan professor dr. J. Severijn werd gevraagd wat hij nu bedoelde met de uitdrukking 'religie van de belijdenis' sloeg hij zich drie keer op de borst en zei: dat zit híér. 'Wij geloven met het hart en belijden met de mond'.
Gepleit is voor een bezinningsdag van beide synoden. Het zou goed zijn om op zo'n dag eens met elkaar in gesprek te zijn over de inhoud van de leerregels. Ik heb de hoop uitgesproken dat dan blijken zou dat we samen nog zó gereformeerd zijn, in de zin ook van de religie van onze belijdenis zoals die ook in de Dordtse Leerregels aan de orde is, dat remonstranten zouden zeggen: we gáán, we gáán. Of dat ze zelf zo gereformeerd zijn geworden, dat ze zeggen: we kómen, we kómen.
Als het erop aankomt gaat het om een klein aantal mensen, dat via de Remonstrantse Broederschap mee aanschuift bij het proces. En dan gaat het ook nog slechts om een waarnemerschap (wel kijken, niet spreken). Wie louter kerkpolitiek denkt zou kunnen zeggen: laat maar komen, het proces wordt er alleen maar door vertraagd. Maar zo zijn we in de kerk niet met elkaar getrouwd. Ook nu, als het gaat om deelname van een kleine kerk, die op het geheel weinig invloed zal kunnen hebben, moet confessioneel de onderste steen boven komen. Zo goed als hervormd gereformeerden telkens confessionele bezwaren hebben aangetekend tegen de Gereformeerde Kerken in hun ontwikkelingen van de laatste jaren, zo zullen we ook, confessioneel gezien, protest aantekenen tegen een deelname van de Remonstranten aan het proces. Dat uitgerekend uit de Gereformeerde Kerken zo weing tegenstem gegeven werd tekent de ontwikkelingen daar intussen zonneklaar.
Uiteindelijk stemden slechts negentien synodeleden (merendeel hervormden) tegen de deelname van de Remonstranten. Liefst zes hervormde classes waren overigens op deze dag helaas absent. Alsof het niet om een uiterst gewichtige aangelegenheid ging.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's