De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat 'geloven' onze catechisanten? (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat 'geloven' onze catechisanten? (2)

8 minuten leestijd

Je merkt dat sommige catechisaten rondlopen met de hen hevig beroerende vraag of het werkelijk wel iets uitmaakt of je je al dan niet iets van God aantrekt. De vraag: waarin verschilt een gelovige van de niet-gelovige? Wat zijn dan de dingen waaruit blijkt dat de naam God veel meer is dan een woord van drie letters? Welke richting geeft het geloof in God dan aan je bestaan? Welk nut heeft het om je met God bezig te houden? Hier steekt achter de vraag naar de functionaliteit van het geloof. Levert het wat op en geeft het je iets onmisbaars en wat is dat dan? Daar bestaat kennelijk twijfel over. Is het geloof wel zo nuttig als wordt beweerd? We spreken in dit kader over het referentieverlies. Met name jongeren vervreemden makkelijk van de gemeente waarbinnen ze opgroeien. Iemand schreef onlangs: jongeren ervaren de gemeente slechts zelden als een gemeenschap waar je God leert kennen. De woorden die ze horen en de daden die ze zien, liggen soms zo ver uiteen. Maar, zo hoor je ze denken, waar slaat dan dat spreken over God eigenlijk op? Waar zien we dat het leven er werkelijk anders van wordt? U kunt dat wellicht een sterk overtrokken visie vinden. Maar laat in elk geval de hier gestelde vragen tot u doordringen. Wij stellen onder ons elkaar graag ontdekkende vragen. Ik acht in de hier gememoreerde vragen een stuk ontdekking waaraan we ons niet mogen onttrekken. Hoe is het leven van de gemeente des Heeren onder ons? Trekt het jongeren aan? Werkt het aanstekelijk? Als het gaat om achtergronden van de omslag in de cultuur, spreken we ook over wat genoemd wordt de differentiatie van het alledaagse leven. Ook wel aangeduid met de ontvlechting van de verschillende levenssferen. Godsdienst, economie, politiek, gezondheidszorg, media, ze gaan zich elk volgens eigen wetten gedragen. Je komt er dan ook nauwelijks meer iets in tegen dat herinnert aan God, aan Zijn wet of woord. De relevantie van het geloof in de samenlevingsverbanden neemt sterk af. Waar kom je God buiten de deur van je huis eigenlijk nog tegen in positieve zin? Dat brengt mensen tot de soms knellende vraag: waar ligt nog de verbinding tussen mijn geloofsovertuiging en mijn alledaagse doen en laten, denken en spreken? Die relatie tussen geloof èn dagelijks leven wordt al minder dwingend, steeds minder vanzelfsprekend ook. Om niet te zeggen, al moeilijker en ongebruikelijker. Dat alles leidt tot wat we dan noemen de privatisering van het geloof. Dat wil zeggen: wie nog gelooft, kan daar alleen thuis nog maar mee uit de voeten of in eigen kerkelijke kring. Het zijn vooral de jongeren die deze spanning aanvoelen en dat in alle hevigheid ervaren. Ze kunnen zich daar soms heel moeilijk bij neerleggen. Juist als ze trachten buiten binnenkamer- en kerkdeuren gestalte te geven aan hun leven met God, ervaren ze een éénling te zijn op hun werk, in de kazerne of op de school. Hoe lang houden ze dat vol? Het is te begrijpen dat er zijn die afhaken onder deze druk, zeker als ze daar geen begeleiding en steun vanuit de kerk bij ondervinden. Als ze met hun vragen niet terecht kunnen bij hun predikant. Of als ze het sterke vermoeden hebben dat de dominee deze vragen niet kent of erkent. Anderen komen tot het gespleten leven dat ze soms zien bij vader en moeder en gemakshalve dan maar overnemen.
Dr. Okke Jager signaleert in zijn al eerder genoemde studie dat in onze cultuur de mogelijkheden tot onbevangen Godservaring zijn doodgevroren onder de ijzige adem van de alomtegenwoordige argwaan. Wie gelooft er nu nog? Hebben wij als predikanten weleens een ontmoeting gehad met één of meerdere onkerkelijken en in een gesprek getracht ons geloof in God en alwat daarmee samenhangt te verduidelijken? En hebben we niet gevoeld die kritische instelling van het moderne bewustzijn waarbinnen geen enkele plaats of gevoel meer is voor wat wij binnen de christelijke gemeente bedoelen? Jongeren, met name in stedelijke gebieden en voorzover ze niet in het reservaat van een reformatorische scholengemeenschap verkeren, ademen deze geest dagelijks in. Je kan stellen dat onze cultuur gestempeld is door de filosofie van de achterdocht. Pas op met die lui die zich op een God beroepen. De schijnheiligheid druipt van hen af. U kunt dat onbillijk vinden en van pure vijandschap getuigen. Maar intussen is het wel zo dat de kerk over het algemeen een slechte pers heeft in de wereld. Er wordt veelal slechts cynisch op de kerk gereageerd. Een geest van achterdocht en geringschatting waait om ons heen.
Er is nog meer te noemen terzake achtergronden van de omslag in de cultuur. Veel jongeren worden als het ware getraind in het geven van korte klare antwoorden. Jager zegt dan: de gecodeerde informatie wordt een levenshouding. No nonsense. We laten ons niets meer wijsmaken. Alle verhalen over God en Jezus en Koninkrijk van God vallen buiten dit circuit van nuchter denken. Al zijn er zeker ook tekenen van een zekere kentering hier en daar, feit blijft dat we in onze samenleving overheerst worden door de kille geest van de secularisatie.
Het is juist waar onlangs iemand op attendeerde dat de huidige generatie van jongeren voor het eerst opgroeien, althans in het Westen van Europa, in een volstrekt geseculariseerde samenleving. De voor mijn generatie nog oude en vertrouwde kaders van de kerk en de geloofwaardigheidsstructuren van het christelijk geloof zijn zo goed als geheel verdwenen. Er is weinig meer over in onze samenleving wat nog aan God herinnert. Er is integendeel heel veel wat Zijn Naam weerspreekt: het onrecht in de wereld, de onbillijke verdeling van de goederen in de wereld. Zinvragen zijn voor veel mensen nauwelijks meer vanuit God te beantwoorden: hoe kan God het allemaal toelaten? School- en studieboeken verklaren de dingen zonder dat God er nog aan te pas komt. Een consumptieve samenleving als de onze, ziet en predikt het geluk in het hebben. Wie wat heeft, die is wat. Een ontstellende vermaterialisering van het hele leven drukt de behoefte aan geestelijk leven als het ware dood. Laten we bedenken dat in zo'n cultuur onze jongeren opgroeien.
Geen wonder is het dat voor hen de vanzelfsprekendheden van het verleden niet of nauwelijks gelden. Aan een bepaalde kerk gebonden zijn, kerkmuren zeggen hen over het algemeen heel weinig. Dat de kerk een randverschijnsel is geworden en teruggedrongen naar de privésfeer, zo is het gewoon en ze hebben nooit anders gekend. Dat de samenleving een pluralistische is geworden, ze hebben nooit anders meegemaakt. Wat voor hen wel belangrijk is, is wat ze voelen, ervaren, ervan vinden. Ze zijn immers opgegroeid in een cultuur die zich kenmerkt door subjectivering der dingen, door mondigheid. Een mens wil en mag in onze tijd voor zichzelf beslissen wat hij gelooft en hoe hij dienovereenkomstig handelt.
Hij wil subjekt zijn van eigen ervaring en geloof. Waarheden zijn geen objectieve gegevenheden meer waar je alleen maar ja of neen op kunt zeggen. Begin uw catechisatieles maar met hoofdstuk 1 van de intussen befaamde en zeer gewaardeerde methode van de collegae Verboom en Veldhuizen: wat zijn belijdenisgeschriften? De verveling druipt van veler gezichten af. Dogmatische statements en uiteenzettingen stuiten af. Iets is in onze samenleving alleen interessant en voor velen ook pas echt en waar als je het zelf ook zo voelt en als je het mee kunt maken. Wellicht dat hier ook één van de oorzaken ligt dat een deel van de jongeren een sterke hang heeft naar de vrije groepen. Omdat ook in deze kringen de ervaring, de eigen individualiteit van de mens zo van belang geacht wordt en zoveel aandacht krijgt.
Wat denken we voorts van de media die een golf van informatie over ons en inzonderheid ook over onze jongeren heengieten? Wat verbreedt dat de keuzemogelijkheden. Prof. Runia heeft er onlangs nog op gewezen hoe sterk relativerend dit werkt naar alles wat wij hen als het enig ware en zuivere trachten over te leveren. Runia heeft het in dit verband over een geestelijke marktsituatie. Ik citeer: 'Het is alsof we ons in een grote supermarkt bevinden, waar ons van alles wordt aangeboden We hoeven niet meer precies te vragen wat we willen hebben, zoals vroeger in het winkeltje op de hoek (leek de kerk daar niet veel op?), maar we kunnen maar uitzoeken en het allemaal in ons wagentje leggen om mee naar huis te nemen. De kerk is intussen niet veel meer in onze samenleving dan slechts één van de vele kraampjes op de markt van het dagelijks leven' (in: Waar blijft de Kerk?).

J. Maasland, Capelle a/d IJssel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wat 'geloven' onze catechisanten? (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's