Emotionele overstroming
De EO jongerendag verslaat haar duizenden. Vele duizenden jongeren trekken van jaar tot jaar naar deze manifestatie. Het aantal bezoekers neemt eerder toe dan af. In het vraaggesprek met prof. Jonker, vorige week geplaatst in ons blad, merkte deze op dat de verpolitiekte prediking in feite geen boodschap meer heeft en dat het gevolg daarvan is dat jongeren het in de kerk niet meer zien zitten maar bij Henk Binnendijk terecht komen. Die vertolkt recht toe recht aan de boodschap van het Evangelie. Ongetwijfeld is dat waar. Ik denk aan het jongerenwerk binnen de Gereformeerde Kerken. Vroeger werden toogdagen gehouden met duizenden bezoekers. Dat is voorbij. Het is een bekend feit dat veel jongeren uit de Gereformeerde Kerken de warming up, de opwarming zoeken op de EO jongerendag, die ze in eigen kerkelijk huis niet meer vinden. Er is een evangelische tak binnen de Gereformeerde Kerken, die de armoede in de prediking aanvult op de EO jongerendag.
Toch is hiermee niet alles gezegd en verklaard. Het zou interessant zijn de bezoekers van de EO jongerendag eens door te meten op hun kerkelijke afkomst. Ik maak me sterk dat het grootste percentage van de bezoekers aan deze dag bestaat uit jongeren van gemeenten binnen de Gereformeerde Gezindte. 'De besten van mijn jongeren gaan er heen', zo vertrouwde me ooit een predikant uit de Gereformeerde Gemeenten toe. Me dunkt, dat we zullen moeten peilen, tot op de bodem toe, waarom inderdaad jongeren uit de Gereformeerde Gezindte deze massaal bezochte dag zoeken. Het heeft dunkt me te maken met de nadruk, die wordt gelegd op het werk van de Heilige Geest, een zaak waarmee de jongeren intuïtief vertrouwd zijn geraakt onder de prediking in de gerneenten, waaruit ze komen maar waarin ze waarschijnlijk bijvoorbeeld de levensheiliging desalniettemin een dimensie missen.
Het is bijvoorbeeld tekenend dat, voorafgaand aan de laatst gehouden EO jongerendag, een waarschuwend, afmanend artikel werd geplaatst in de Saambinder, het orgaan van de Gereformeerde Gemeenten. De heer G. Dijkgraaf, schrijver van het artikel, gaat, zoals al zo menig keer is gebeurd, uitgebreid in op 'remonstrantse' tendenzen, die op die dagen te signaleren zijn. Hij schrijft dingen die me uit het hart gegrepen zijn. Anderzijds raakt hij toch verstrikt in de spanning tussen eigen verantwoordelijkheid van de mens en het eenzijdige van het werk Gods, waardoor hij – bij alle benadrukking van de vreugde die Gods volk kent – in feite spreekt over een voor jongeren moeilijk bereikbaar ideaal, namelijk de vreugde van het volk, waartoe men niet zó maar behoort. Nadat ik het artikel gelezen had dacht ik: zo bevorder je deelname aan een dergelijke toogdag. Je bevordert wat je wilt bestrijden. Jongeren willen ongecompliceerd(er) de Evangelieboodschap horen.
Er is intussen echter één zinsnede in het betreffende artikel, die me niet losliet en waaraan de titel van dit artikel is ontleend.
Emotie
In het betreffende artikel voert de heer Dijkgraaf een gedachtengang in van de bekende Duitse predikant prof. dr. G. Hunteman, onder andere betrokken in de beweging 'Kein anderes Evangelium'. Dijk graaf vat een hoofdstuk van Hunteman uit diens boek 'Der Himmel ist nicht auf Erden' als volgt samen, al is het niet duidelijk dat hij inderdaad citeert.
'Een van de hoofdstukken daarin draagt de titel: Jezus als consumptieartikel. Getuigen, zo schrijft hij, worden op het toneel geroepen om te vertellen welke goede ervaringen zij met Jezus hebben. Zonde wordt vertaald als zaken die het leven onaangenaam gemaakt hebben. Wedergeboorte? Ja. De smart van de wedergeboorte? Nee. Het is zo vaak een bekering van de zonde tot de deugd. De zonde wordt niet ervaren in de radicaliteit van de schuld. Wat missen we? "Tegen U, U alleen heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad was in Uw oog'. Emotionele overstroming, zo betoogt Hunteman, komt in de plaats van overtuiging door het Woord'. Niet het Woord staat centraal, niet Wet en Evangelie, niet gericht en genade, maar de oppervlakkige geestdrift in een religieuze roes, die tot niets verplicht'
Die emotionele overstroming is dunkt me een punt, dat nader uitgewerkt had moeten worden door de schrijver. Een vorige generatie predikanten in de kerk, waartoe de heer Dijkgraaf behoort, had de zakdoek immers constant bij de hand vanwege een bepaalde emotionele overstroming. Waar het hart vol van was liep niet alleen de mond maar ook het oog van over. Ik had daarvoor respect. Het sloot aan op de uitwisseling van geestelijke ervaring op gezelschappen. Ik weet dat men daarbij kan overdrijven. Ook heb ik me, wanneer ik in gezelschappen verkeerde, vaak afgevraagd hoe het toch mogelijk was dat mensen zo maar van het ene op het andere moment, wanneer ze over geestelijke zaken gingen spreken, hun traanbuizen zagen overlopen. Ik wil zelfs ook zeggen dat het ook wel weerstanden bij me opriep wanneer een predikant al te nadrukkelijk zijn emoties toonde en zó de gemeente vanwege de ontroering van de dominee mede ontroerd raakte. Ik kan me daarom best inleven in wat een reeds overleden oude broederpredikant opmerkte, namelijk dat hij, als hij de aandrang tot tranen kreeg in zijn preek, hij er juist toe overging om luider te spreken. Hij wilde niet dat zijn ontroering de gemeente zou ontroeren.
Maar genoeg nu over de negatieve kanten van de emotionele overstroming. We zijn namelijk die emotionele overstroming langzamerhand kwijt geraakt, terwijl we altijd maar over bevinding spreken. De inhoud van het Evangelie raakt echter ook het gemoed van de mens. Wanneer Gods Geest ons overtuigt van zonde en schuld heeft dit toch in het leven van de christen ook een emotionele kant. Hij kan dan inderdaad tot tranen toe geroerd worden. En wanneer de overmacht van Gods genade komt over een mens is er eveneens de ontroering om zoveel goedheid. Ik heb mijn tranen onder het klagen, tot mijn spijze dag en nacht, zegt de psalm maar er zijn ook vreugdetranen.
We hebben de tranen in onze verzakelijkte maatschappij te veel weggedrongen. Op kerkhoven mag zelfs al niet meer worden gehuild. Maar arm is de mens intussen, die niet meer huilen kan. De lach en de traan behoren bij het mens zijn. Als een mens niet meer lachen en niet meer huilen kan is hij een ding geworden. Als dat al geldt voor het gewoon menselijke hoeveel te meer geldt dat dan niet voor het geestelijke.
Wat ik hiermee zeggen wil is dat prediking ook zo dogmatisch, kil en afstandelijk kan zijn dat het hart van de mens niet wordt geraakt en bewogen, dat de ontroering ontbreekt, dat het gemoed van de mens niet wordt aangesproken. Dat behoeft niet altijd in concrete tranen tot uitdrukking te komen. Maar het bevindelijke leven heeft wel ook te maken met ons gemoed. Het gaat in de prediking bepaaldelijk om de rechte leer. Maar de verkondiging ervan is geen dood leer maar leven. Wanneer ons wordt verkondigd dat de Heilige Geest samen met de Vader en de Zoon eeuwig God is (zoals de beproefde Heidelberger dogmatisch zegt) maar ook mij is gegeven (zoals dan pastoraal wordt uitgewerkt) dan wekt de Geest toch zelf ook verwondering, ontroering.
Wie preken van bijvoorbeeld Spurgeon, opwekkingsprediker bij de gratie Gods, leest zou hem wel eens hebben willen horen preken. Als zijn geschreven woord al ontroert, hoeveel te meer zullen dan zijn gesproken woorden indruk hebben gemaakt. Christusprediking kan niet anders dan indruk-wekkend zijn. 'Hij voor ons daar wij anders de eeuwige dood hadden moeten sterven', zegt het Avondmaalsformulier. Zo'n boodschap gaat je niet in de koude kleren zitten.
Zelfonderzoek
Ik weet niet of op jongerendagen van de EO het gemoed van jonge mensen wordt geraakt en er zo inderdaad sprake is van emotionele overstroming. In het genoemde artikel in de Saambinder doet de heer Dijkgraaf ietwat geringschattend over mensen, die met hun oude leven mochten breken dank zij de kracht van Gods genade. Als hij over de vreugde in God spreekt zegt hij: 'En dat is geen vreugde omdat we verlost zijn van pijn, verdriet, drugs of grove zonden'. Warempel, denk ik dan. Alsof het niet machtig is wanneer de Heere God ook vandaag mensen uit de wereld en uit de klauwen van de machten van deze tijd redt. En alsof er gradatie is in zonden voor het oog van de heilige God. Er zijn toch niet alleen maar 'nette' zonden van burgerlijke, kerkelijke mensen? Juist als God redt van grove zonden blijkt toch Zijn majesteit? Maar dat neemt niet weg dat de Heere juist in Zijn bizondere Verbondstrouw jongeren bij de gemeente houdt en brengt bij Zijn Woord.
Wanneer mensen over verandering in hun leven vertellen dan kan dat op zich ontroeren. Feike ter Velde heeft een programma 'God verandert mensen'. Ik heb op dat programma tégen, dat het altijd gaat over mensen die van de kroeg tot de kerk werden bekeerd. Alsof er ook en juist binnen de christelijke gemeente niet ontroerende getuigenissen zijn van levend geloof, van wegen van bekering en derhalve van vreugde.
Als jongeren in hun directe omgeving, in de gemeente echter zulke getuigenisssen niet (meer) horen, en als ze wat het heil betreft permanent op afstand worden gehouden, is het dan verwonderlijk dat ze geboeid worden door de getuigenissen van levensverandering, die ze in andere kringen horen?
De geestelijke emotie mogen we niet gaan missen. De emotionele overstroming is met het geloof verbonden, al zou niet ieder dat in dezelfde mate ervaren. Wanneer wet en Evangelie, zonde en genade (grote tegenstellingen, die existentieel worden doorleefd) in het hart van een mens een plaats krijgen is er ontroering. Een mens, die met God te maken krijgt, leert beven voor het Woord van Zijn majesteit. De emotie mag daarin helemaal meekomen. Het geloof is niet een kwestie van de leer alleen, het is met name een zaak van het hart. En juist jongeren zoeken naar een woord voor hun hart. Maar ook de ouder wordende mens heeft vaak, als hij denkt dat het geloof hem ontvalt, te maken met emotionele overstroming, óók als hij er geen tranen meer voor heeft.
Ik denk dat we in de gemeente de emotie, de verwondering serieus moeten nemen, zónder dat we op gevoelens inspelen. Juist als zonde en genade, wet en Evangelie gepredikt worden, wordt het gemoed van de mens beroerd. Dat mag ook een uitlaatklep hebben, om het maar heel eenvoudig te zeggen.
In een tijd van Godsverzaking en 'Godsverduistering' mogen we nog dankbaar zijn dat jongeren dáár willen zijn, waar ze het Evangelie horen. Ik ben ook best bereid om alle dogmatische geschut in stelling te brengen tegen remonstrantse uitingen aldaar. Ik besef ook best dat daar sprake is van een bepáálde emotionele overstroming, die opgewekt wordt in een sfeertje van de massa, ondersteund met handgeklap en lekker in het gehoor liggende muziek. Zulk een overstroming is verre van de vreugde van het volk Gods, dat in de binnenkamer vertoeft.
Aan de andere kant moeten we echter niet al te snel van remonstrantisme beschuldigen. Ook Spurgeon is voor remonstrant uitgemaakt. Terwijl hij toch alleen maar het Evangelie predikte, het Evangelie voor verloren mensen.
Zelfs als allerlei dingen op een EO jongerendag, voorzover ik er kennis van kan nemen – want ik ben er zelf nog nooit geweest – me tegenstaan, denk ik: waarom is er toch die aantrekkingskracht?
De jongeren van de gemeente mogen ons een zorg zijn. We mogen en moeten hen met het Evangelie, met het woord van zonde en genade, op de huid zitten. Ik denk aan een woord van ds. L. Vroegindeweij. Hij was een 'zware' dominee maar stond in Papendrecht op een zeepkist. Ooit hield hij een radiopreek voor de NCRV, waarin hij zei dat de Kananese vrouw niet tot het uitverkoren volk behoorde maar er toch bij mocht. Dát nu was gereformeerd remonstrantisme. In een preek mogen de bordjes wel eens scheef hangen. Om zielen te bewegen tot Christus, met alle ontroering van dien.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's