Er is een plaats bij Mij
'Hij zeide verder: Gij zoudt Mijn aangezicht niet kunnen zien; want Mij zal geen mens zien en leven. De Heere zeide verder: Zie, er is een plaats bij Mij; daar zult gij u op de steenrots stellen'.(Ex. 33 : 20 en 21)
Wie is God?
Die vraag heeft al veel mensen de eeuwen door intens bezig gehouden. Vele antwoorden zijn gegeven. Het enige antwoord is een Naam. De Naam! Ik ben. Die Ik ben – Ik zal zijn, Die Ik zijn zal.
Twee dingen lichten hier op: Gods Heiligheid en Gods ontfermende Liefde. Hiermee is de boodschap van de tekst van deze overdenking samengevat. We vallen er zo maar middenin…
Er is een gesprek gaande op het allerhoogste niveau tussen God en de man Gods, Mozes. Spreken met God is het betreden van heilige grond. Daar is Mozes zich goed van bewust. Toch waagt hij het… nee, niet zomaar, maar met een beroep op Gods genade, met de hand op Gods eigen Woord.
Er is voor Mozes dringende reden om met de Heere te spreken. Als leider van het volk bevindt hij zich samen met het volk in een ernstige crisis. De Heere heeft Zich teruggetrokken. Godsverduistering – Godsverberging!
Want Mijn volk wou niet naar Mijn stemme horen.
Israël verliet/ Mij en Mijn geboon.
't Heeft zich and're goôn,/ Naar zijn lust verkoren.
Na lang en innig smeekgebed van Mozes – 'indien Gij hun zonden vergeven zult! Doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek' – belooft de Heere een engel voor Mozes' aangezicht uit te laten gaan.
De donkere wolken van Gods toorn beginnen te wijken voor het licht van Zijn vriendelijk aangezicht. God is er niet op úít om Zich te verbergen, maar wij maken het ernaar. Daarom is het pure genade als Hij in het oordeel. Zijn handen niet van ons terugtrekt. Ook de slaande hand van God, is een uitgestoken hand. Ook temidden van de Godsverduistering van ònze dagen klinkt Zijn stem: 'Wendt u tot Mij, wordt behouden alle gij einden der aarde!
Het is die Hand en die Stem waardoor Mozes zich verstout om de Heere opnieuw te naderen in het gebed.
De Heere heeft beloofd een engel voor Mozes' aangezicht te zenden. Maar zou de Heere ook Zelf meetrekken?! 'Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons van hier nier optrekken'. Heere als U er niet bij bent, als U niet mee optrekt, gaat het niet. Dan kunnen wij niet gaan en niet staan. Herkent u die worsteling? De verberging van Gods aangezicht is degenen die God vrezen bitterder dan de dood, maar de aanschouwing daarvan zoeter dan het leven (DL v. 13).
Hoor daar spreekt de Heere: 'Ook deze zelfde zaak, die gij gesproken hebt, zal Ik doen, dewijl gij genade gevonden hebt in Mijn ogen, en Ik u bij name ken'.
Genoeg Mozes! Uw gebed is verhoord. Amen!
Het wordt een ogenblik stil… Maar Mozes heeft nog geen 'amen' gezegd. Hij schijnt met het Woord niet tevreden. De Gòd van het Woord wil Hij zien. Zijn volle glans van Zijn majesteit. 'Toon mij nu Uw heerlijkheid'.
Dit is haast geen bidden meer. De woorden hebben iets van een bevel. Toch bedoelt Mozes het oprecht. Liefde maakt begerig om te zien. Geloof ziet uit naar het 'aanschouwen'. Altijd bij de Heere wezen. Zien van aangezicht tot aangezicht. De Koning in Zijn schoonheid. Zien gelijk Hij is (1Joh. 3 : 2).
God zien… Er is ook in onze dagen, bij alle Godsvervreemding, iets merkbaar van een verlangen om God te zien. Een klacht in de nacht van vertwijfeling en vrees: God, waar bent U. Als U bestaat, laat mij het dan zien. Laat mij ervaren dat U er bent. Dat heeft iets weg van dat gebed, dat dwangbevel, van Mozes. Maar er is toch een hemelsbreed verschil. Voor Mozes staat het vast, dat God is en dat Hij een Beloner is dergenen, die Hem zoeken. Er is geen 'zien' zonder geloof. Alleen gelóóf gaat over in aanschouwen. Geloof is de vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken, die men niet ziet. De Godsvervreemding van onze dagen kan alleen overgaan in Godservaring als het harde ongelovig hart stuk breekt onder de overmacht van Gods Openbaring. Maar die Openbaring geschiedt hier en nu op de wijze van het Woord. Daarin blijft een stuk verborgenheid. Wie zal God zien en leven? Mozes' verlangen – hoe begrijpelijk ook – kan niet worden vervuld. Hij is eenmens en 'Mij zal geen mens zien en leven', zegt de Heere. Mozes moet halt houden voor de grens. Afstand, o mens! Ik ben de Heere. De Heilige! Al hebt u genade gevonden in Mijn ogen, al ken Ik u bij name. Mij in al Mijn heerlijkheid zien kunt gij vooralsnog niet. De Heere bewoont een ontoegankelijk licht. De ogen beginnen te knipperen… de knieën beven: heilig, heilig, heilig! God enkel licht. Een vuurgloed gaat voor Zijn aangezicht. Dat mochten degenen die al te familiair met God om menen te kunnen gaan wel meer bedenken. Dan moet ons allen vervullen met eerbied. Hij is de gans Andere. Niemand kan bestaan voor Zijn aangezicht zonder meer. Wee mij, ik verga – want de Heilige kan het onheilige niet verdragen.
Onze tijd en cultuur is arm aan eerbied. Dat slaat ook over op de godsdienst. Wij worden hier met Mozes op onze plaats teruggezet. Er is teveel niveauverschil tussen hemel en aarde om zomaar bij God binnen te lopen. Daar gaapt een kloof. Wij zelf hebben scheiding gemakt. Adam verborg zich niet voor niemandal in die Hof. Houdt afstand Adam! Berg u o mensenkind voor de Heiligheid en Heerlijkheid des Heeren. Hebben wij er besef van gekregen:
'Want niemand zal in dat gericht,
Daar zelfs zijn hart hem aan moet klagen,
Rechtvaardig zijn voor Uw gezicht.
Maar, o wonder van genade! Daar klinkt de stem van de Heilige: 'Zie er is een plaats bij Mij'. In vers 19 staat: 'Ik zal Mijn goedigheid voorbij uw aangezicht laten gaan'. De Heere openbaart aan Mozes de schone glans van Zijn liefde en bermhartigheid. Nee, niet de vòlle glans. Dàt zou te veel worden. Mozes moet met doen met de Naam. De Naam is Gods wezen. Zijn verhulde heerlijkheid. Maar die Naam is tegelijk een belofte. Ik ben er voor u! Er is een plaats bij Mij. Mozes mag naderbij komen. De Heere zal hem met Zijn hand overdekken, opdat hij niet verteren zal in de gloed van Gods heiligheid. 'En wanneer Ik Mijn hand zal weggenomen hebben, zo zult gij Mijn achterste delen zien; maar Mijn aangezicht zal niet gezien worden'.
Wonderspreukig woord! De schoenen moeten hier van de voeten. Wij staan hier op heilige grond. Ja, laat ons maar beven voor 's Heeren aangezicht! Maar laat ons tegelijk horen dat nodigende woord: 'Zie, er is een plaats bij Mij!'
Sterven en toch leven! Oordeel en nochtans vrijspraak.
Geen mens zal Mij zien en leven en toch: er is een plaats bij Mij. Waarvan onze kant geen toenadering mogelijk is, legt de Heere een weg.
'Heug'lijke tijding, bron van hartverblijding – Evangeliewoord!'
Niemand heeft ooit God gezien, maar de Eniggeboren Zoon, Die in de schoot des Vaders is. Die heeft Hem ons verklaard. Er is een plaats bij de Heere – door Hem! Wie Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd. Een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid.
Wie is God? Het antwoord is een Naam. De Naam – uitgeschreven in die ene Naam, Die onder de hemel gegeven is door Welke wij moeten zalig worden: Jezus Christus! Voor Hem was geen plaats. Hij had geen plaats waar Hij zijn hoofd kon neerleggen. Geen plaats in de herberg. Geen plaats op deze aarde. Ten laatste ook geen plaats in de hemel. Plaats geweigerd! Van God verlaten. Verschroeid in de gloed van Gods heilige toorn! Maar niet voor eeuwig! Dwars door het oordeel heen heeft Hij plaats gemaakt voor mensen die de eeuwige dood hadden verdiend. 'Zie, ik ga heen om u plaats te bereiden'. Even mocht Mozes op de steenrots staan. Maar meer dan Mozes is hier. Hij bereidt een eeuwige plaats. Hij daalt af naar de diepte van onze verlorenheid met zijn Woord en Geest en opent onheiligen en schuldigen de poorten der gerechtigheid.
Hij komt en draagt u, die zelf geen schuilplaats vinden kunt, naar Gods Vaderhart en spreekt het verlossende woord: Vader, Ik wil niet dat deze in het verderf daalt, Ik heb verzoening gevonden'. En de Vader antwoordt: 'Zie daar is een plaats bij Mij'.
A. Visser, Putten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's