Globaal bekeken
Soms moet je het eens van een ander horen. Onder de titel 'een nieuw taboe in de kerk' verscheen in het Vlissings Kerkblad van de hervormde gemeente en de Geref. Kerk in Vlissingen bijgaand stuk van de hand van ds. J. D. de Boer.
'De laatste tijd krijg ik elke week het blad 'De Waarheidsvriend' in de bus. Ik ben geen abonnee en ik heb er ook niet om gevraagd. Meestal gaat bij mij allerlei lektuur, waarom ik niet gevraagd heb en die ik ook niet wil hebben, regelrecht de prullenmand in. Dat lot overkomt bijvoorbeeld het zedeloze en schandalige geschrijf van de Zuid-Afrikaanse ambassade, elke keer als ik het in de bus vind, maar ook alle reklamefolders, waarop met vette letters mijn naam te lezen staat en dat ik vast en zeker een fantastische hoofdprijs zal winnen.
Eerlijk gezegd was mijn eerste reaktie ook zo, toen ik 'De Waarheidsvriend', het wekelijks orgaan van de Gereformeerde Bond in de Nederlands Hervormde Kerk, ontving. Ik ben nu eenmaal geen aanhanger van de Gereformeerde Bond, heb ook allerlei bezwaren tegen haar kerkpolitiek en ben een verklaard tegenstander van haast alle ethische keuzes die de Bond maakt.
Door een toeval ben ik er toch in gaan bladeren en op den duur in gaan lezen. En nu moet ik eerlijk toegeven dat ik elke week dit blad, naast Hervormd Nederland, met genoegen lees. Dat is wonderlijk, want ook theologisch ben ik het haast met geen enkel artikel eens en op het moment dat ik het bondsblad lees, waan ik mij in een volkomen vreemde wereld van mannenverenigingen, toogdagen, breed uitgemeten reportages van intrede, bevestiging en afscheid van dominees. Maar wat mij aantrekt is, dat het in dit blad in ieder geval over theologie en geloof gaat, over God en over Jezus en over de Heilige Geest.
Is dat dan zo vreemd in de kerk?
Naar mijn gevoel wel! Afgezien van gesprekskringen en kursussen, heb ik hoe langer hoe meer de ervaring gekregen dat één van de grote taboes in de kerk is om te praten over God en over datgene wat ons in het geloof ten diepste aangaat. In de vertrouwde omgeving van de eigen kerk valt het nog mee, maar het taboe is duidelijk in het kontakt met mensen van andere wijken en kerken en zeker als wij vanuit een verschillende richting in het geloof bezig zijn.
Ik geef maar wat voorbeelden.
In Vlissingen maak ik, zolang ik hier ben, gesprekken mee over Samen-op-Weg, maar het gaat altijd over organisatie en geld, nooit over de verkondiging van de bijbel;
vergaderingen van Centrale Kerkeraad, Kerkeraad Algemene Zaken/Centrale Kerkeraad, Classis enz. gaan over van alles en nog wat, maar nooit over hoe wij in onze tijd kunnen geloven en wat wij te verkondigen hebben;
het kost de grootste moeite om op predikantenvergaderingen met elkaar te praten over onze theologie.
Het gaat haast ongemerkt – en ik doe er zelf even hard aan mee als alle anderen – maar voor je 't weet ben je jaren lang met elkaar in de kerk bezig zonder over de inhoud van ons geloof te praten.
Welnu, dat is de reden dat ik, ondanks al mijn bezwaren, met rode oortjes in 'De Waarheidsvriend' zit te lezen, zoals in het laatste nummer over Staphorst en Ouddorp, het geloof van de vaderen, over Josia, het Verbond en over alles waar de Bond nu weer allemaal tegen is.
O, begrijpt u me goed, ik wil niet terug naar vroegere tijden en ik pleit ook niet voor een geloofsbeleving, die ik zelf niet kan invoelen en zeker niet voor de maatschappijkritiek uit de kring van de Bond. Maar ik zou zo langzamerhand wel eens op de vergaderingen met andere wijken en kerken over de inhoud van ons geloof willen praten. En dat doen ze in de Bond wel.
Misschien kunnen wij het in Vlissingen ook eens over iets anders hebben dan over het geld en de organisatie. Wie weet, misschien kunnen wij het weer eens over ons geloof in God hebben.'
Het is ondoenlijk in ons blad aandacht te geven aan het overlijden van leden van de Gereformeerde bond, ook niet als ze trouwe bezoekers van de jaarvergaderingen waren. Nu is dezer dagen heengegaan mevr. M. P. D. ter Braake de Waal (v.h. Ingenhousz). Op de hoge leeftijd van 93 jaar is ze gestorven. In de kleine kring van familie en vrienden, die haar omringden in de laatste jaren, is ze begraven op de rustieke begraafplaats Naarden-Vinkeveen, na een overdenking aldaar door prof. dr. H. Jonker. Jarenlang was mevrouw Ter Braake de enige vrouwelijke bezoeker van de jaarvergaderingen van de Gereformeede Bond. Intens leefde ze met het wel en wee van de Gereformeerde Bond mee. In Trouw verscheen daarover het volgende stukje van de heer A. J. Klei, onder de titel 'een dame in het lichtgeel':
'vanmiddag wordt ze begraven, Paula ter Braake.
Haar overlijdensbericht had ik niet gelezen. Tijdens onze zondagse wandeling in het Vondelpark zei mijn vrouw:
– Dat vergat ik je nog te vragen: heb jij gisteren in de krant die rouwadvertentie gezien van een mevrouw Ter Braak of Ter Braake? Jij hebt een poos terug toch gecorrespondeerd met iemand van die naam?
't Zou kunnen dat zij het is, maar dan moet ze heel erg oud zijn geworden, antwoordde ik.
Geboren in 1895, meende mijn vrouw, ik moest het straks thuis maar nakijken.
En nu zit ik met de overlijdensadvertentie voor me en ik lees: 'Na veel strijd is, naar wij geloven, eindelijk Thuisgekomen…' Thuis met een hoofdletter.
Mijn ogen glijden verder, naar haar geboortedatum: 25 juli 1895.
Ik kijk naar buiten, maar ik zie niet de spelende kinderen op het schoolplein schuin tegenover ons huls. Ik zie mezelf als jeugdig verslaggever zitten aan de perstafel achterin een zaal van het oude K. en W. in Utrecht. Het was een jaarvergadering van de gereformeerde bond in de hervormde kerk die ik moest verslaan en ik had het uitzicht op de ruggen van de in 't zwart gestoken mannenbroeders.
Maar opeens ontwaarde ik tussen al dat zwart een lichte plek, halverwege de zaal links. Ik stootte mijn collega's aan: Moet je eens zien, een vrouw bij de bonders!
Dit was opmerkelijk genoeg, want gewoonlijk waren de vergaderingen van de gereformeerde bond In de hervormde kerk een louter mannelijke aangelegenheid. En nu: een vrouw erbij – en niet zomaar een! Geen vrouw in stemmig grijs, die kennelijk door haar echtgenoot was meegesleept en er bedeesd bij zat, maar een dame in een lichtgeel mantelpak met op het fier geheven hoofd een breedgerande hoed in dezelfde tint. Zij viel op en naar ik later begreep, was dit ook haar bedoeling.
In de pauze kwam ze op de perstafel af, ze wou weten wie er voor Trouw zat, omdat ze die krant las.
Dit was mijn eerste kennismaking met Paula ter Braake, die toen nog mevrouw Ingenhoes heette. Toen ik erop ging letten, trof ik haar naam wel eens aan ondereen ingezonden brief In de krant. Veel jaren later ontving ik haar eerste brief; zij ondertekende: Paula ter Braake. Na de dood van de heer Ingenhoes was ze hertrouwd – en nu opnieuw weduwe.
Waarover de brief handelde weet ik niet meer. Wèl dat ik haar fraailopend handschrift bewonderde en ook haar voornaam-levendige stijl. Zij was – en daarvan getuigden ook latere brieven – een zeer ontwikkelde vrouw met een veelzijdige belangstelling. Ze las veel en over de meest uiteenlopende onderwerpen.
Helemaal niet iemand om bij de gereformeerde bonders te horen, vond ik. Maar zij hield van de gereformeerde bond in haar kerk en ik vermoed dat de gespierde en tegelijk innige vroomheid die je in die kring kunt tegenkomen, haar aansprak. Zelf was ze ook vroom, op een volstrekt onsentimentele manier. Ik neem de advertentie weer voor me: 'Na een lange strijd…'
Plotseling herinner ik me dat ene telefoongesprek dat ik met haar heb gevoerd. Ze had me al geruime tijd niet geschreven, ze stuurde ook geen ingezonden brieven meer naar de redactie – en toen belde ze onverwacht, op een morgen, naar de krant. Hoe lang was het geleden dat ik voor 't laatst een brief van haar had gehad? Ze was, zo te horen, erg in de war, ze riep door de telefoon: ze houden me hier vast, ik wil hier weg, kun je me helpen?
Je staat in zo'n geval machteloos. Ik heb nog gebeld met een familielid van haar – en daarna… hoe gaat dat?… gleed ze uit m'n herinnering weg.
'Na veel strijd…'
Het is niet altijd een zegen, heel oud te worden.'
boven de rouwkaart stond Nahum 1 : 3: 'Des Heeren weg is in wervelwind en in storm'.
In een boekje over de Statenvertaling van 1637, getiteld 'De nieuwe Bijbel van een vrij volk' (Uitgave N.B.G. 1987), troffen we de volgende 'kleine greep uit alledaagse woorden en zegswijzen die hun oorsprong vinden in de Statenvertaling.'
'Een aanfluiting: 'Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een aanfluiting' (Jeremia 25 : 9).
Oogappel: 'Bewaar mijn geboden, en mijn wet als de appel uwer ogen' (Spreuken 7 : 2).
Ziende blind: 'Omdat zij ziende niet zien en horende niet horen noch ook verstaan' (Mattheüs 13 : 13).
Dader: 'Zijt daders des woords' (Jakobus 1 : 22).
Als eendief in de nacht: 'Want gij weet zelf zeer goed wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in de nacht' (1 Thessalonicenzen 5 : 2).
De dood in de pot: 'Man Gods, de dood is in de pot' (2 Koningen 4 : 40).
In het duister tasten: 'Zij tasten in de duisternis' (Job. 12 : 25).
Duivelskunstenaar: 'Gij zult u niet keren tot de waarzeggers, en tot de duivelskunstenaars' (Leviticus 19 : 31).
Het is zaliger te geven dan te ontvangen: (letterlijk in Handelingen 20 : 35).
Niet van gisteren zijn: 'Want wij zijn van gisteren en weten niet' (Job. 8 : 9).
De haren rezen hem te berge: '… een geest, hij deed het haar van mijn vlees ten berge rijzen' (Job. 4 : 15).
Op handen dragen: 'Zij zullen u op de handen dragen' (Psalm 91 : 12).
Een man naar mijn hart: (letterlijk In Handelingen 13 : 22).
Iemands hart stelen: 'Alzo stal Absalom het hart van de mannen van Israël' (2 Samuël 15 : 6).
Zijn hart uitstorten: 'Stort uw hart uit voor Zijn aangezicht' (Psalm 62 : 9).
Hemel en aarde bewegen: 'Daarom zal Ik de hemel beroeren, en de aarde zal bewogen worden van haar plaats" (Jesaja 13 : 13).
Tot hiertoe en niet verder: (letterlijk in Job 38 : 11).
Op twee gedachten hinken: 'Hoe lang hinkt gij op twee gedachten?' (1 Koningen 18 : 21).
De inwendige mens: (letterlijk in Romeinen 7 : 22).
Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in: 'Die een kuil graaft, zal erin vallen' (Spreuken 26 : 27).
Geen kwaad met kwaad vergelden: 'Vergeldt niemand kwaad voor kwaad' (Romeinen 12 : 17).
Er gaat mij een licht op: 'De oprechten gaat het licht op in de duisternis' (Psalm 112 : 4).
Ter elfder ure: (letterlijk in Mattheüs 20 : 9).
De lier aan de wilgen hangen: 'Wij hebben onze harpen gehangen aan de wilgen' (Psalm 137 : 2).
Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet: (letterlijk in Mattheüs 6 : 3).
Een lust voor het oog: 'En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijs, en dat hij een lust was voor de ogen' (Genesis 3 : 6).
Iemand het mes op de keel zetten: 'En zet een mes op uw keel, als gij een gulzig mens zijt' (Spreuken 23 : 1, 2).
Zo moeder, zo dochter: 'Zo de moeder is, is haar dochter' (Ezechiël 16 : 44).
Muggen ziften: 'Gij blinde leidslieden, die de mug uitzift, en de kameel doorzwelgt' (Mattheüs 23 : 24).
Naam maken: 'En zij zeiden: komaan… laat ons een naam voor ons maken opdat wij niet misschien over de ganse aarde verstrooid worden' (Genesis 11 : 4).
In hart en nieren (ook: emand de nieren proeven): Gij Die hart en nieren beproeft' (Psalm 7:10).
Bij de pakken neerzitten: 'Issaschar is een sterk gebeende ezel, nederliggende tusschen twee pakken' (Genesis 49 : 14).
Ploegen op rotsen: 'Zullen ook paarden rennen op een steenrots? Zal men ook daarop met runderen ploegen?' (Amos 6 : 12).
Een rib uit je lijf: '… en Hij (God), nam een van zijn ribben, en sloot de plaats daartoe met vlees' (Genesis 2 : 21).
De schapen van de bokken scheiden: 'En Hij zal ze van elkander scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt' (Mattheüs 25 : 32).
Het verloren schaap: 'Weest blijde met mij, want ik heb mijn schaap gevonden dat verloren was' (Lucas 15 : 6).
Schapen zonder herder; '… als schapen die geen herder hebben' (Numeri 27 : 17).
In het rechte spoor brengen: 'Ik doe u treden in de recht sporen' (Spreuken 4 : 11).
Een teken des tijds: 'Het aanschijn van de lucht weet gij wel te onderscheiden, en kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden?' (Mattheüs 16 : 3).
Zijn tenten opslaan: 'En Abram sloeg zijn tenten op' (Genesis 13 : 18).
Kwade tongen: 'Een man van kwade tong zal op de aarde niet bevestigd worden' (Psalm 140 : 12).
Zonder vlek of rimpel: (letterlijk in Efeze 5 : 27).
Vergeven en vergeten: 'Want ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonden niet meer gedenken' (Jeremia 31 : 34).
Aan de vruchten kent men de boom: 'Want iedere boom wordt uit zijn eigen vrucht gekend' (Lucas 6 : 44).
Wie wind zaait, zal storm oogsten: 'Want zij hebben wind gezaaid en zullen een wervelwind maaien' (Hosea 8 : 7).
Je ziel in lijdzaamheid bezitten: 'Bezit uw zielen in uw lijdzaamheid' (Lucas 21 : 19).
Zoekt en gij zult vinden: (letterlijk in Mattheüs 7 : 7)'.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's