Impressies uit Bluefields en Corn-Island
Van overzee
Verwoesting, dood en verderf, besmettelijke ziekten, honger, daklozen, het zijn de gevolgen van de hurricane 'Joan', die ons buurland Nicaragua heeft geteisterd. Als een furie is ze over de Atlantische kust geraasd met windsnelheden van 220 km/u. Bluefields, een stad aan de kust is voor 90% verwoest, evenals Corn-Island (Isla de Maíz), ongeveer 70 km uit de kust. Vier dagen na deze ramp was ik er als coördinator van een voedseltransport namens verschillende kerken uit San José.
Naderend vanuit de Caraïbische Zee ruik je de doordringende geur van rottende vissen, die bij duizenden in het water drijven. Om Bluefields te bereiken, moeten we een stuk van de Rio Escondido bevaren. Aan weerszijden moerassen met omgewaaide bomen en daartussen liggen allerlei schepen, daar neergekwakt door een enorme vloedgolf.
En dan de stad! Verbijsterd kijk ik naar de puinhopen van wat eens een bedrijvige kustplaats is geweest. Aan wal hongerende mensen, zieke mensen, dakloze mensen, smekend om hulp, om eten, schoeisel, kleding, kaarsen (er is geen elektriciteit) en medicijnen. Ik ben vastbesloten niet in te gaan op allerlei particuliere verzoeken om hulp, je wilt niemand bevooroordelen, want allen zijn in nood. Maar wat te doen met die oude vrouw, die me smekend aankijkt en naar haar gescheurde kleren en blote voeten wijst?
Wat te doen met die huilende kinderen, die om voedsel vragen? Die hoogzwangere vrouw met holle ogen?
'Gerardo (verbazend snel weten ze je naam), Gerardo, por favor!'
Vertwijfeld zoek ik mijn weg tussen de puinhopen, tussen de rondscharrelende mensen, varkens, honden en kippen, dia's makend met een schuldgevoel, omdat je deze ellende, deze nood wilt vastleggen met een dure kamera. Verstandelijk weet ik dat dit schuldgevoel, deze schaamte onzin is, maar gevoelsmatig wordt deze kamera de belichaming van mijn eigen welvaart en gezondheid.
'Mister Ceryl', het hoofd van het Rode Kruis in Bluefields, ziet er vermoeid uit. Hij is verantwoordelijk voor de voedseldistributie. Maar hoe moet je ruim 70.000 mensen voeden als er bijna niets is om te verdelen? Met diepe bewondering sla ik hem gade. Voor een ieder heeft hij tijd, ondanks de drukte en de spanning. En de mensen verwachten wonderen van hem. Hij was blij met de goederen, die we kwamen brengen en na ons gesprek hebben we gebeden om kracht, om hulp voor dit arme volk.
Honderd biddende, huilende en bange mensen in een huis, waarvan men dacht, dat het sterk genoeg zou zijn om de ontketende natuur te weerstaan (wat gelukkig ook gebeurd is). De wind bulderde rond het huis met een geluid als van een laag overvliegende jumbo-jet; buiten rondvliegende daken, planken, stenen en glasscherven, het geluid van instortende huizen. Een ieder heeft zo zijn of haar verhaal, maar allen stemmen overeen: het was een 12 uur(!) durende inferno.
De oude vrouw zit op de planken vloer van wat eens haar huis was. Het dak, de wanden, de meubels, alles is weg. Zoekend naar woorden van bemoediging, zeg ik tegen haar: 'Gode zij dank hebt u het leven behouden'. Ze kijkt me verbitterd aan en antwoordt: 'Was ik maar dood! Jaren heb ik gespaard voor een eigen huisje, voor eenvoudige meubeltjes en nu?' Zwijgend ga ik, niet wetend wat te zeggen.
Enkele dagen later op Corn-Island. Eigenlijk hetzelfde verhaal, alleen heeft de verwoesting hier iets onwezenlijks. Een tropisch eiland uit een reklamefolder van een reisburo. Witte stranden, een blauwe hemel, cocospalmen… nee, dat laatste is niet waar. Alle 20.000 palmen zijn omgewaaid of afgebroken als luciferhoutjes. Het doet onwerkelijk aan daar een middag te zwemmen om alle vuil van je af te spoelen. Er wonen vriendelijke mensen, een van hen leidt me het eiland rond. Kapotte huizen, honger, 20 families gehuisvest in 6 containers, een stalen 'woonplaats' in de brandende zon. Buiten is het 32 graden, binnen is het een oven. Automatisch denk ik aan de drie vrienden van Daniël in een oven en bid, dat ook deze mensen die vierde Man mogen zien in hun nood.
De pastor van de Iglesia Bautista wil me spreken. 'Zou u ons bijbels in de King James Version kunnen bezorgen, want al onze bijbels zijn verloren gegaan?' Ik beloof te doen wat ik kan, me voornemend om ze desnoods maar uit eigen zak te betalen, want een kerk zonder bijbel is als een schip zonder stuurman (de financiering is intussen al rond, met dank aan de GZB).
Sinds gisteravond ben ik weer thuis, me voorbereidend op de tweede reis, die voor volgende week op het programma staat. De verwerking is begonnen en hoe rustig ik ook tijdens de gehele reis geweest moge zijn (voor mijn vertrek hebben we in ons gezin Psalm 91 gelezen, wat een grote steun tijdens de gehele reis voor mij is geweest), maar nu is er de onrust.
Maar ook heb ik nog nooit met zoveel inhoud gedankt voor het dagelijks brood, de kleding, het dak boven ons hoofd en de gezondheid. Vaak gebeurde dit automatisch, nu was het anders. Een geestelijke verrijking!
Tegelijk groeit het verlangen naar de wederkomst, naar de nieuwe hemel en aarde, waarop geen ziekte en dood meer zullen zijn, geen honger, geen dorst, geen tranen. Hoe lang nog Heere? Kom, Heere Jezus! Niet alleen voor mijzelf, maar vooral ook voor al diegenen, die zo moe zijn van dit ellendige leven; voor hen, die het zo moeilijk valt om in deze nood in U te geloven, te vertrouwen. Voor hen, die bang zijn en die met mij meebidden: Heere, kom haastig! Bidt u mee?
ds. G. A. Schreuders, San José
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's