Onze hoogste profeet
Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broeders, als mij, zal u de Heere, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen.Deuteronomium 18 : 15
Eens had God aan Mozes een belofte gegeven.
In het machtig gebeuren bij de berg van de wetgeving was het volk Israël vol huiver voor de ontzagwekkende stem van God.
Toen had het aan Mozes gevraagd hun middelaar te zijn.
'Nader gij en hoor alles wat de Heere, onze God, zeggen zal en spreek gij tot ons'.
Deze profetische dienst om de woorden Gods te ontvangen en over te brengen heeft Mozes jarenlang getrouw vervuld.
Nu loopt zij ten einde, want Mozes wordt van zijn aardse post afgelost.
Zal dan nu voortaan de mond des Heeren zwijgen, nu de mond van Mozes gesloten wordt?
Dan blijkt het wondere geheim, dat God destijds bij de Sinaï hem vertelt heeft en dat hij nu bij zijn heengaan aan het volk doorgeeft.
Het is het geheim van de adventsverwachting, dat in de unieke positie van Mozes verscholen lag.
Juist dit geheim, door Mozes al die jaren als een kostbare schat bewaard en nü onthuld, was de bron van zijn kracht om zijn zware middelaarsambt te bedienen.
Het was tevens de bron van zijn troost en hoop, nu hij de staf Gods uit handen legt.
De hóógste Profeet en Leraar is immers in aantocht!
En Hij zal de verborgen raad en wil Gods van de verlossing van Zijn volk volkómen openbaren.
Wij behoeven waarlijk niet te vragen Wie in het profetische woord van onze tekst schuilgaat.
Is deze oude adventsbelofte niet vervuld van Christus, 'de Profeet, Die in de wereld komen zou'?
Welk een hemels licht valt er vanuit dit woord der profetie over de komst en het werk van Hem, Die als de Zoon over Zijn eigen huis zoveel meerder heerlijkheid waardig geacht is, dan Mozes, die in geheel zijn huis getrouw geweest is als een dienaar.
In Mozes' leven en ambt wordt Christus afgebeeld en vertegenwoordigd.
Dat is het onvergelijkbare in zijn levenswerk, waartoe geen ander profeet ooit geroepen is.
Tot hem sprak God van mond tot mond, en hij aanschouwde de gelijkenis des Heeren. Deze man Gods is geroepen tot een ongeëvenaarde taak.
Hij verloste het volk uit de slavernij, hij onderwees en leidde het.
In zijn hand is door de dienst der engelen de wet Gods besteld.
Mozes is de strijder, de voorbidder, de middelaar, in zijn ambtelijke dienst tegenover een hardnekkig volk zeer zachtmoedig, die de Naam van God en het heil van zijn volk in het hart droeg en op het oog had.
Daarom kan hij zeggen, dat God een Profeet zal verwekken 'als mij'.
Tegenlijk verstaan wij, dat de 'waarheid' de schaduw verre overtreft.
Het Licht van Chrsitus verbleekt de glans van Mozes.
Deze hoogste Profeet komt immers bij God Zelf vandaan!
En Hij kende de eeuwige heilsraad Gods door hetgeen Hij bij de Vader had gezien en gehoord.
Als de Eniggeborene van de Vader heeft Hij die raad Gods mede bepaald.
En als de Gezondene van de Vader heeft Hij de wil van God aanvaard en gedaan.
Hij heeft de weg Gods in waarheid geleerd en de raad Gods tot verlossing bekend gemaakt.
Welk een Profeet was Hij!
Wie werd zo verteerd door de ijver voor Gods huis als Hij?
Wie was zo met ontferming bewogen over de verloren schapen van Israël als Hij?
Was Hij niet zachtmoedig en nederig van hart?
Heeft Hij niet ten einde toe de tegenspraak van de zondaren tegen Zich verdragen?
De weg aller profeten, vol smaad en verguizing, moest in Hem vervuld worden. In die wetenschap koos Hij nochtans deze weg om Zijn broeders gelijk te worden. Hij is immers door God verwekt uit het midden van Zijn broeders.
Al Zijn glorie en luister geeft Hij prijs om ons vlees en bloed aan te nemen.
Mozes was hoog geplaatst.
Hij kende God van aangezicht tot aangezicht.
Tegelijk kende het volk hem als hun broeder, die voor hen streed en tot God naderde, die voor hen bad in hun nood en angst, in hun schuld en ongehoorzaamheid. En van hem ontvingen zij de woorden Gods ten leven.
Ja, zúlk een Profeet hebben wij nodig!
Met Wie wij mogen spreken.
Tot Wie wij mogen gaan met al de noden van ons hart en leven.
Bij Wie wij mogen rusten van onze vermoeidheid en belast zijn.
Van Wie wij woorden van eeuwig leven mogen horen.
Die onze Middelaar wil zijn om ons de weg der zaligheid te verkondigen.
En zúlk een Profeet is ons gegeven!
Hij is door God Zèlf verwekt.
Nu klimmen bij dit adventswoord van Mozes onze gedachten hemelhoog.
Het Kind in de kribbe is het geschenk van de Vader aan een wereld en een mensheid, diep verloren in schuld.
God, eertijds veelmaal en op velerlei wijze gesproken hebbende door de profeten, heeft nú, in de laatste dagen, gesproken door de Zoon.
De Vader gaf Zijn Zoon en de Zoon kwam in gehoorzaamheid.
Zo gaat het welbehagen Gods in mensen voort.
Zo wordt de wil van God tot redding en zaligheid geopenbaard aan mensen, die in hun blindheid en vijandschap de weg tot God niet kennen, noch begeren.
Mensen vragen niet naar God, noch naar Zijn Kind.
Maar Gods gedachten zijn hoger.
Hij wordt gevonden door een mens, die naar Hem niet vraagt.
Want in deze Profeet ontvouwt Hij Zijn plan ter verlossing.
In deze Profeet vergadert Hij Zich Zijn gemeente ten eeuwigen leven.
Hoe zeer worden wij dan geroepen naar de stem van de eeuwige liefde uit de mond van deze Profeet te horen.
Mozes zegt het er nadrukkelijk bij: naar Hem zult gij horen!
Hij wist het immers uit eigen leven hoezeer de ware profeet wordt toegesproken. Het spreken Gods prikkelt tot verzet.
Daarom is de profeet, die alleen met God in rekening staat, voorbestemd tot ergernis. Was dat niet de diepe levenssmart van de hoogste Profeet?
Hij is niet gekomen om bewonderd en bezongen, maar om hegóórd te worden.
Dan worden inderdaad onze stemmen tot zwijgen gebracht.
Dan worden wij evenzeer ontledigd en ontluisterd.
Maar dan zullen wij aan Zijn lippen hangen, waarop genade uitgegoten is.
Zalig de mens, die vernederd onder de ontzagwekkende woorden van de wet deze belofte hóórt.
Zalig op de school van deze hoogste Profeet te leren en aan Zijn voeten te zitten. Zalig op de profetenweg van het Kind van Bethlehem mee te gaan en Zijn woord te bewaren.
Ja, zalig die Gij hebt verkoren,
die G' uit al 't aards gedruis
doet naad'ren, en Uw heilstem horen,
ja, wonen in Uw huis.
E. F. Vergunst, Zoetermeer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's