De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hervormde Kerk zoekt het gesprek met Israël

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hervormde Kerk zoekt het gesprek met Israël

Afzwakking kerkordeartikel

10 minuten leestijd

De hervormde synode heeft in grote meerderheid een voorstel van de Commissie voor Kerkordelijke Aangelegenheden (KOA) aanvaard tot wijziging van het kerkordeartikel, dat over de verhouding van Kerk en Israël handelt. In artikel VIII (over het apostolaat) staat te lezen dat de kerk zich in het gesprek met Israël richt tot de synagoge en allen, die tot het uitverkoren volk behoren, om vanuit de Heilige Schrift te betuigen dat Jezus de Christus is. In het nu aangenomen voorstel wordt gezegd dat de kerk het gesprek met Israël zoekt 'inzake het verstaan van de Heilige Schrift, in het bijzonder betreffende het Koninkrijk Gods en het getuigenis dat Jezus is de Christus'. Een voorstel van de Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël om in plaats van Jezus Christus te volstaan met 'de Messias' kreeg weliswaar steun van enkele synodeleden (12) maar onvoldoende om aanvaard te worden.
dr. H. Vreekamp, secretaris van de Raad, leidde het gesprek ter synode in door te zeggen dat na 16 eeuwen erkend christendom in Europa de plaats van Israël voor het eerst in een kerkorde werd opgenomen in 1951, namelijk in de kerkorde van de Hervormde Kerk. Na de afgrijselijke maatregelen van het nazisme in de Tweede Wereldoorlog en na de oprichting (desalniettemin) van de staat Israël was het besef doorgebroken dat Israël een aparte plaats heeft in het geheel van de mensheid, met levens een speciale roeping. Nu, zoveel jaren later, gaat het erom de juiste toon te treffen met betrekking tot de verwoording van het gesprek met Israël. De apostel Paulus heeft ons vermaand niet hoogmoedig te zijn. Er blijft een geheimenis tussen de Eeuwige en Zijn volk, een geheimenis, dat wij niet mogen schenden. Nu het gaat om bijstelling van de kerkordetekst wil niemand terug achter het huidige artikel, waarin niet over zending aan maar over gesprek met Israël wordt gesproken. Wij naderen in dat gesprek het joodse volk vanuit het geloof, dat Jezus de Christus is. Hij is het Hoofd der Kerk en Heere der wereld. Maar we zullen moeten beseffen dat de kerk zonder Israël niet volgroeid is. Daarom is het beter om het gesprek met Israël te zoeken dan dat de kerk zich louter richt tót Israël. Het gaat in dat gesprek om het verstaan van de schriften inzake het Koninkrijk Gods, en ook inzake de Messias. Dat de Kerk uit de Schriften gehoord heeft, dat Jezus de Messias is mag uitgangspunt zijn. Maar dat behoeft niet apart verwoord te worden. Omdat het Israël betreft mag het de uitzondering zijn, die hier de regel bevestigt.
Ds. P. van den Heuvel (KOA), lichtte toe waarin en waarom de KOA met de Raad verschilde (bij alle overeenstemming, die er op wezenlijke punten was), namelijk t.a.v. het al of niet opnemen van de naam van Jezus Christus. Hij achtte het voorstel van de Raad om te volstaan met het noemen van de Messias niet toereikend om tot uitdrukking te laten komen dat voor de kerk Jezus de Messias is. Elke schijn van een 'verborgen agenda' in het gesprek met Israël moet worden vermeden.

De synodeleden
De discussie spitste zich vooral toe op de nevenschikking van 'het koninkrijk Gods' en 'het getuigenis dat Jezus is de Christus'. Sommige leden wezen erop dat de aanhef van artikel VIII (de kerk als Christusbelijdende geloofsgemeenschap… vervult haar apostolische opdacht… in het gespek met Israël) voldoende zegt over het uitgangspunt voor de kerk in het gesprek.
Ds. G. J. Shorer, Maurik, achtte het voldoende als volstaan zou worden met het noemen van het koninkrijk Gods, zonder de toevoeging 'en het getuigenis dat Jezus de Christus is'. Het koninkrijk Gods is namelijk het koningscháp Gods. Daarin is Israël de binnenste cirkel en de kerk de buitenste cirkel. Israël verwacht de Messias. Wij verwachten de wederkomst. Onze identiteit zal door een open gesprek met Israël weer aan het licht worden gebracht. Het gaat daarbij om 'de persoonlijke overgave aan de Heer'.
Ds. R. A. Grisnigt, Bennekom, pleitte voor ingehoudenheid. 'Zijt niet hooggevoelende maar vrees'. Vooral ook vanwege de eigen kerkelijke situatie. Zijn we er wel zo zeker van dat we staan in het geloof? Anderzijds gaat het om het getuigenis. In Handelingen 4 lezen we dat Petrus en Johannes niet anders kunnen dan spreken in de Naam van Jezus Christus. De apostelen gingen daarbij de weg van het gebed. Als ze gebeden hadden werd de plaats waar zij waren beroerd door de Heilige Geest. Het zoeken van het gesprek met Israël is daarom te vrijblijvend. Er mag ook sprake zijn van geestelijke vrijmoedigheid. Bovendien is het in het voorstel, zoals het er nu ligt, niet duidelijk wie we nu belijden als Koning van het Koninkrijk.
Ds. A. Tromp, Krimpen a/d Lek, stelde dat een kerkordewijziging de theologische fundamenten van de kerk raakt. In de voorstellen, zoals die nu voorlagen, is het getuige zijn van Christus in het geding. Hij constateerde een omslag tussen het nu geldende artikel en het voorstel tot wijziging. In het heersende artikel staan belijden en getuigen voorop. Dat is in overeenstemming met de Schrift. Paulus zocht altijd eerst de synagoge om vanuit het Oude Testament te getuigen dat Jezus de Christus is. Het voorstel tot wijziging spoort daar niet meer mee. In plaats van het getuigenis via het gesprek (met Israël) komt er nu een gesprek óver het getuigenis: 'laten we nu eens samen tegen dat getuigenis aankijken'.
Er wordt nu bovendien over twee afzonderlijke cardinale gespreksonderwerpen gesproken: het Koninkrijk Gods en het getuigenis dat Jezus de Christus is. Maar wat is het Koninkrijk Gods buiten Jezus Christus om? Kunnen we met Israël wel samen het Koninkrijk Gods geloven en (dus) niet het getuigenis dat Jezus de Christus is? Zijn er zo dan toch niet twee wegen naar het Rijk?
Ds. P. van der Kraan, Bleskensgraaf, sloot geheel aan bij ds. Tromp. Hij vroeg zich af, gezien het heldere verhaal van ds. F. van den Heuvel, waarom het toch niet zo helder was geformuleerd in het wijzigingsvoorstel. Hij waarschuwde ervoor bescheidenheid niet te verwarren met onbevangenheid. We hebben als christenen geluisterd naar 'een Joodse Man en Zijn leerlingen, die ons meegenomen hebben van het Oude Testament naar het Nieuwe Testament'.
Mevr. M. M. J. de Steenwinkel-Jens, Philippine, stelde dat we in onze formuleringen niet het laatste slokje uit de kan moeten willen hebben. Ze vroeg zich af of de uitdrukking apostolisch (apostolaat) wel op z'n plaats was ten aanzien van Israël.
Ds. R. van Kooten, Soest, vroeg: wat is het commentaar van onze man in Jeruzalem? De voorzitter van de Raad antwoordde daarop dat dr. G. H. Cohen Stuart, theologisch adviseur in Jeruzalem, zich uiteindelijk geheel had kunnen vinden in de voorstellen van KOA en het moderamen.
Ds. A. Tromp, Maarssen, vroeg zich af wat de eerste christengemeente gezegd zou hebben van onze beraadslagingen. De eerste christengemeente heeft de ergernis aangaande het Evangelie bij de Joden ervaren en ze hebben deze niet weggenomen. Hij proefde in de voorgestelde wijziging een poging die ergernis wél weg te nemen. Er zijn theologische ontwikkelingen aan de gang om die ergernis weg te nemen. Het gaat om het Koninkrijk Gods? Jawel, maar dat is met het Koningschap van Christus-verbonden. Moeten wij nu samen met de Joden gaan verstaan dat Jezus de Christus is? Jezus is de Christus. Dat staat voor de kerk vast.
Ds. P. Visser, Aalburg, wilde een formulering, die geen ruimte liet voor meerdere uitleg. Hij diende een amendement tot wijziging in die alsvolgt luidde: 'De Kerk zoekt het getuigend gesprek met Israël inzake het verstaan der Heilige Schrift, in het bijzonder betreffende: a. het getuigenis dat Jezus de Christus is, b. het getuigenis aangaande Zijn Koninkrijk. Dit voorstel werd met 12 stemmen vóór verworpen.
Ds. F. S. J. v. d. Sar, Maasbracht, ging uit meervoudigheid in God. Zo heeft het éne Rijk twee gestalten: Israël en de Kerk. Dat vond hij ook terug in Romeinen 9-11. Hij pleitte voor het volstaan met het noemen van de Messias. We moeten de tegenspraak van Israël op dat punt niet willen verdragen. In de gestalte van de vreemdelingschap in deze wereld staat Israël naast de kerk.
Ook ds. L. Korevaar, visitator generaal, achtte de formulering 'De Messias' de sterkste concentratie. In het gesprek tussen Kerk en Israël is sprake van ergernis aan twee zijden.


In een globale beantwoording van de sprekers stelde dr. K. Blei dat de voorgestelde wijziging een stap verder is op de weg, die we vanaf 1951 gaan. Het oorspronkelijke artikel (de Kerk richt zich tót Israël) is echter meer sprake van de monoloog (het Israël áánzeggen), terwijl nu het echte gesprek (waarin we elkaar nodig hebben) meer wordt onderstreept. Wat Handelingen 4 betreft (vraag ds. Grisnigt), wij zijn de apostelen niet. Bovendien spraken die als joden tot hun volksgenoten. Wij zijn 'tweede keus'.

Verzwakking
In een verklaring van het Bezinnings Comité Israël (zie het vorige nummer van ons blad) is de wijziging, die nu in eerste lezing is aanvaard, een verzwakking genoemd. Mits goed uitgelegd (zoals ds. P. van den Heuvel deed) is er met de nevenschikking van Koninkrijk Gods en het getuigenis dat Jezus is de Christus niets aan de hand, namelijk als deze twee centrale zaken maar op elkaar betrokken zijn. Het geeft echter te denken dat een duidelijker formulering in deze geen kans maakte. De nu aanvaarde formulering laat alle ruimte om het Koninkrijk Gods te verzelfstandigen ten opzichte van Jezus, die de Christus is. Koning van Zijn Rijk. En in het zoeken van het gesprek aangaande dit getuigenis ligt toch een ernstige afzwakking van het getuigenis op zich, dat aan de kerk is toevertrouwd en dat tot haar wezen behoort.
In feite zou ook de formulering 'de Messias' toereikend (moeten) zijn, als we dan maar overeenstemming hadden over de vraag of Jezus inderdaad de Messias is en er inderdaad maar één weg van en tot het heil is, namelijk in Christus alleen. Het judaïsme verslaat in onze tijd immers zijn duidenden. Daarom mogen we dankbaar zijn, dat het voorstel van de Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël om uitsluitend over de Messias te spreken niet is aanvaard, ook al hadden we het voorstel, dat nu aanvaard is, liever zo geformuleerd gezien dat er geen tweeërlei uitleg mogelijk is als het gaat om Christus en Zijn Rijk. Dat de synode verder met algemene stemmen uitsprak dat ook christenen in het Midden-Oosten bij de gesprekken tussen de kerk (hier) en Israël betrokken moeten worden mag als positief worden aangemerkt, zij het dat het niet om het even is wie dan onze gesprekspartners zijn. Als het gaat om de plaats van Israël in de Schrift, in haar relatie tot de kerk vandaag, maar ook in haar concrete politieke gestalte is er ook sprake van de opvatting dat de Palestijnen in de plaats van Israël zijn gekomen.


Intussen achten we het een groot goed dat onze kerk nu al zo lang en zo indringend bezig is met de bezinning ten aanzien van Israël. Het blijkt echter soms ook balanceren op het scherp van de snede te zijn.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hervormde Kerk zoekt het gesprek met Israël

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's