De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat 'geloven' onze catechisanten? (slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat 'geloven' onze catechisanten? (slot)

8 minuten leestijd

We eindigden de vorige keer door aan te geven dat er zoveel vragen en onzekerheden in het hart van jongeren kunnen leven. Dat doet hen soms wegkruipen in een afstandelijke houding. Ze nemen nog geen afscheid, maar laten het geheel op z'n beloop tot het misschien nog eens anders wordt in hun leven. Nogmaals: niet omdat de Godsvraag hen onberoerd laat, maar omdat ze er niet mee uit de voeten kunnen binnen de kaders van de gemeente. Laten we intussen wel bedenken dat we deze jongeren op catechisatie vóór ons hebben, zeker in de 18+-groepen, maar ook jonger. En ze zitten op de zondag in de kerk onder ons gehoor. Zien we ze ook echt zitten en hebben we liefde voor ze en denken we aan ze als we onze preken voorbereiden. Niet door twintig keer 'jongens en meisjes' te zeggen. Maar door hun vragen serieus te nemen en waar mogelijk een plaats te geven in de prediking.

Wat te doen?
We zijn toe gekomen aan de vraag: wat hebben we te doen? Hoe dienen we onder andere in de catechese deze zaken aan te vatten. U moet van mij geen pasklare antwoorden verwachten. Wie heeft die trouwens wel. Ik zou om te beginnen willen zeggen: laten we de realiteit waarin we als christelijke gemeente zijn terecht gekomen onderkennen en niet langer ontkennen. Ook niet bewust of onbewust theologisch wegduwen en onderdrukken. Ik denk dat het nog al te veel onder ons wordt gedaan. Zijn we er misschien bang voor en weten we er zelf niet goed raad mee? Verdringen we het soms onder vrome woorden? Troeven we vragende jongeren af met onze vermeende theologische visie? Of dicteren we de waarheden en stellingen zonder dat het ons interesseert of ze ook landen in de harten van onze jongeren? Maar ambtsdragers zijn toch bemiddelaars in het heilsproces? Zeker, we komen met een boodschap bij God vandaan. Dat is de ene kant. Maar er is ook die andere kant, de wereld, de cultuur waarbinnen wij en onze jongeren leven. Die situatie hebben we even serieus te nemen als onze Zender en Diens openbaring. We staan daar middenin, we planten, we maken nat. Dat vergt inzet en zorg, zeker vandaag. Dat vraagt om een gevoelige betrokkenheid voor jongeren en hun leefwereld. Een wereld trouwens waarin we ook zelf staan.
Laten we met geoefende oren speuren naar gevoelens bij onze kinderen, bij onze catechisanten. Luister nauwlettend naar signalen waarmee ze reageren op ingrijpende vragen, let soms zelfs op de trekken van hun gezicht. En als u aanvoelt: daar leeft kritiek, daar zitten vragen, tracht deze boven tafel te krijgen. Maak de problematiek rond bijvoorbeeld de Godsvraag bespreekbaar daar waar er aanleiding toe is. 'Als twijfel en ongeloof niet tijdens de catechese ter sprake kunnen komen, doen ze trefzeker hun werk buiten de catechese om' (Schippers). Absoluut nodig is dat de twijfel of zelfs het afwerend ongeloof van de catechisant voluit als heel begrijpelijk aanvaard wordt. Opdat niet gebeurt wat ik onlangs tot mijn verbijstering vernam, dat een catechisant die met zijn problemen rond de vraag naar God voor de dag kwam, openlijk werd berispt en terecht gewezen. Laat merken dat het tot een levend en persoonlijk geloof komen, niet wil zeggen dat je dan geen vragen meer mag hebben. En dat kinderen van God nooit aan het bestaan van God getwijfeld hebben of daar nooit hinder meer van ondervinden. Verder is, denk ik, nodig dat we met eerbied maar ook in zekere bescheidenheid over God spreken. Maar óók, dat we het overtuigd doen. Jongeren worden niet geholpen als de catecheet ineens ook een man blijkt te zijn die aan alles twijfelt. Jongeren worden wel geholpen als ze in ons iemand treffen die hun vragen kent en begrijpt! maar ook als ze in ons iemand vinden die door genade oprecht en echt geloven mag. Het kan soms goed zijn dat we er heel persoonlijk van getuigen uit eigen leven temidden van onze jongeren. Het is me weleens overkomen dat ik vanuit het onderwerp dat aan de orde was, iets uit m'n eigen leven vertelde en dat het ineens eigenaardig stil werd. Je ziet ze luisteren en denken: daar heb je kennelijk iets van God in die man daar. Hij kent God kennelijk. God is er dus toch. Hij laat dus toch iets van Zich horen.
Voorts, de catechese dient iets warms, iets getuigends te hebben, pastoraal van aard te zijn. Zeker in deze tijd dienen we te waken voor een al te dogmatische opstelling. We dienen meer verhalend, vertellend, bevindelijk te spreken over God, over het kennen van Hem, over het leven met Hem. Toegelicht door en toegespitst op heel concrete leefsituaties. Opdat begrepen wordt: God is geen zaak van theorie, maar veelmeer van leven.

Uitluiden
We gaan naar een afsluiting. Ik kan me voorstellen dat u denkt: wat moet ik met zo'n verhaal? U vindt het overtrokken of u herkent het in uw bezig-zijn op geen enkele manier. Of u denkt: dat red ik nooit, ik begin er maar niet aan rekening te houden met een gewijzigde cultuursituatie. Ik ga gewoon door onder het motto: Frisz Vogel oder stirb. Hier sta ik, ik kan het niet anders. God moet het toch doen, ook in 1988. En we moeten eronder door, onder het juk van de secularisatie. Het is een oordeel Gods en we hebben er maar onder te buigen. En dan valle maar wat valt. Dat is toch met geen technieken tegen te houden.
Ja, om te beginnen zou ik dan willen zeggen, wat ook prof. Runia schrijft in 'Waar blijft de kerk?': laten we ons niet zo vlot neerleggen bij het gegeven van de omslag in de westerse cultuur, bij wat we als gevolg daarvan zijn gaan noemen de Godsverduistering. Alsof we daarin te maken zouden hebben met b.v. een natuurramp, een onafwendbaar lot waar je niemand voor verantwoordelijk kunt stellen. Dan zou de geschiedenis zich als het ware over ons heen storten. En op de catechisatie houden we ons alleen nog maar bezig met achterhoedegevechten, terwijl het pleit allang beslecht is en er geen redden meer aan is. Voor die houding moeten we oppassen. Ze werkt verlammend en demotiverend om niet te zeggen deprimerend.
Prof. Runia noemt in zijn genoemde studie de bekende Newbigin die de stelling heeft geponeerd dat de hele secularisatie bezig is zich stuk te lopen. Hij baseert zijn visie op het gegeven dat de kritische fase, in gang gezet door de Verlichting en voortgezet door de moderne wetenschap geen antwoord blijkt te hebben op de diepste vragen van de moderne mens.
Ook al is zo'n stellingname niet direct met harde bewijzen te onderbouwen, het helpt ons wel van het verlammende idee af als zou de secularisatie het laatste zijn voor de kerk in het westen en als zou er geen alternatief meer op volgen. We mogen met moed de toekomst met onze jongeren ingaan. Niet met de moed der wanhoop maar in geloofsmoed. Niet met heimwee en nostalgie naar voorbije tijden. Maar wel wetend dat de Levende ons Zijn Evangelie heeft nagelaten, nog altijd een kracht Gods tot behoud en een Woord voor de wereld. En verder, we hebben gesteld dat de onmacht tot Godservaring een cultureel verschijnsel is. Dat wil zeggen: een tijdbepaald, een contextueel verschijnsel. Het wil niet zeggen dat er daarom geen Godservaring meer mogelijk zou zijn. En dat we, willen we nog religieus blijven, maar hebben te zoeken naar alternatieve vormgevingen en verhalen.
Juist Gereformeerde christenen hebben altijd benadrukt het genade-karakter van het heil, van het geloof. Geloof is niet iets natuurlijks, iets schepselmatigs, iets wat je ergens kunt opduiken in de wereld om je heen of in je eigen existentie. Het is een gave Gods, een wonder van boven, een vrucht van de Geest. En dat ongeacht de tijd of cultuur of tijdsgewricht waarin we ons bevinden. Ook al is het nimmer vanzelfsprekend dat God Zich openbaart onder een volk temidden van een cultuur. Wij kunnen geen rechten laten gelden vanwege vermeende rechtzinnigheid of belijdenistrouw of Schriftgetrouwheid. We zijn er als Gereformeerde beweging in onze kerk niet te goed voor om gespaard te blijven voor de vloedgolf van ontkerstening en verwereldlijking.
Geloof in God komt van de Eeuwige Zelf Wiens Woord wij mogen spreken. Hier past immer bescheidenheid, beslistheid, eerbied. We hoeven niet ineens op verhoogde toon over God te gaan spreken, schreef iemand onlangs. Hard gaan roepen, zou ik erbij willen zeggen, als een kind dat in het donker bang is maar heel hard schreeuwt: wij zijn niet bang.
Tenslotte, we behoeven dringend een geestelijke vernieuwing binnen onze gemeenten, binnen onze kerken door de Geest. Want we hebben wel steeds gedaan alsof het vooral een jongerenprobleem is. Maar het is naar mijn diepste overtuiging mede een ouderenprobleem. Veel ouderen dragen een leeg testament over. Er zijn onder ons nog wel vormen maar waar is de inhoud? Waar wordt het inspirerende leven uit Christus gevonden? Waar is de onderlinge verbondenheid in het Hoofd der Kerk en waar komt dat in vruchten openbaar? Waar treffen onze jongeren God en Zijn Christus aan als ze ambtsdragers ontmoeten of ouderen vaak zo negatief over de kerk en haar dienaars horen spreken? We praten soms wel over de bevinding, maar wordt er ook bevindelijk, geestelijk leven gekend?
We moeten samen weer terug tot Hem Die we hebben verlaten als kerk, als samenleving. Samen met onze jongeren om van onze God het ABC van het geloof opnieuw te leren.

J. Maasland, Capelle a/d IJssel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wat 'geloven' onze catechisanten? (slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's