C. H. Spurgeon tussen uitersten (1)
Achtergrond
Charles Haddon Spurgeon was op vijftienjarige leeftijd heel bewust baptist geworden. Dat betekende een 'overdoop', want als kind was hij gedoopt bij de Independenten.
Toen hij overging naar het baptisme, kwam hij in aanraking met de 'Particular Baptists'; dezen geloofden in persoonlijke (particular) verzoening (i.t.t. de algemene verzoening), die zich beperkte tot de uitverkorenen.
Zijn directe geestelijke achtergrond werd echter gevormd door het Engelse puritanisme, waarmee hij in zijn jeugd op diepgaande wijze had kennis gemaakt. Vooral John Bunyan had hem bijzonder geboeid en we vinden dan ook heel veel van Bunyan terug bij Spurgeon.
Hypercalvinisme
De calvinisten ten tijde van Spurgeon waren voornamelijk het hypercalvinisme toegedaan. Het hypercalvinisme wilde 'calvinistischer' zijn dan Calvijn zelf. Vandaag zou de uiterst-rechtse stroming binnen de gereformeerde gezindte deze naam kunnen dragen.
Het Griekse woord 'hyper' betekent 'boven'; men wilde en men wil nog altijd boven Calvijn uitgaan, om vooral de rechtzinnige leer veilig te stellen.
Daarbij komt de leer van de praedestinatie (verkiezing en verwerping van eeuwigheid) voorop te staan. Het heil is immers alleen voor de uitverkorenen! Daartoe dienen er dan allerlei 'zekerheden' te worden aangebracht in de leer, opdat er toch vooral maar geen sprake zal zijn van algemene verzoening. Maar ook hier geldt, dat het doel de middelen niet heiligt. Met dit voorop stellen van de verkiezing en de verwerping ontstaan er allerlei verschuivingen ten aanzien van de leer van Calvijn, die zelfs de vorm aannemen van gevaarlijke afwijkingen.
Welnu, deze hypercalvinisten behoorden vanaf het begin tot de hardnekkige critici van Spurgeon.
Omgekeerd beschouwde Spurgeon het hypercalvinisme als een gevaarlijke eenzijdigheid, die de prediking van het Evangelie in de weg stond. Scherp onderscheidde hij, dat het Evangelie als zodanig in het geding was. En van het Evangelie is vooral de 'rechtvaardiging van het goddeloze' de kern. Naar het oordeel van Spurgeon werd vooral deze kern van het Evangelie aangetast door het hypercalvinisme.
Hij hekelde het hypercalvinistische standpunt, dat er geen algemeen bevel tot geloof en bekering zou zijn, en dat men alleen bevoegd was om diegenen tot Christus te nodigen, die zich bewust waren van een gevoel van zonde.
Ook het hedendaagse hypercalvinisme belijdt dit. Het komt hiermee echter regelrecht in strijd met de Dordtse Leerregels – om dan van Calvijn nog maar te zwijgen. Immers de Dordtse Leerregels belijden in Hoofdstuk I, artikel 3 'En opdat de mensen tot het geloof worden gebracht, zendt God goedertierenlijk verkondigers van deze zeer blijde boodschap, tot wie Hij wil, en wanneer Hij wil; door wier dienst de mensen (niet speciaal de uitverkorenen N.B.) geroepen worden tot bekering en geloof in Christus, de gekruisigde'.
Fel nam Spurgeon afstand van hen, die de vermaningen van het Evangelie adresseerden aan diegenen, die 'geestelijk dood' waren in ongeloof en onverschilligheid. Immers op deze wijze ontstond er een onongeoorloofde schematische beperking van het Evangelie voor hen, die geacht werden te behoren tot de uitverkorenen. Men moest dan eerst aan de hand van allerlei verstandelijke beschouwingen concluderen, dat men tot de uitverkorenen behoorde, voordat men kon besluiten, dat het Evangelie ook voor zichzelf bestemd was. Op deze wijze valt er geen licht vanuit het Evangelie over de uitverkiezing, maar vanuit de verkiezing zou dan het licht vallen over het Evangelie. Maar hoe zullen we iets weten over of verstaan van de uitverkiezing zonder het Evangelie?! Trouwens, de uitverkiezing zelf behoort tot het Evangelie. Niet de uitverkiezing, maar het Evangelie moet dus voorop gaan, anders is het Evangelie geen Evangelie meer. Scherp brengt Spurgeon dit aan het licht: 'Zoals de priester in de gelijkenis (van de barmhartige Samaritaan) zien ze de arme zondaar, en zeggen: Hij is zich niet bewust van zijn nood, we kunnen hem niet tot Christus nodigen. Hij is dood – zeggen ze – het heeft geen zin om tot dode zielen te preken. Dus gaan ze voorbij aan de andere zijde, terwijl ze dicht bij de uitverkorenen en de levendgemaakten blijven, maar ondertussen houden ze hoegenaamd niet over om tot de doden te zeggen, opdat ze Christus toch maar niet al te genadig zouden maken en Zijn genade al te vrij… Ik heb predikers gekend, die zeiden: Welnu, u weet dat we de staat van de zondaar behoren te beschrijven en hem te waarschuwen, maar we moeten hem niet tot Christus nodigen! Jawel, heren! U moet aan de andere kant voorbij gaan, nadat u naar hem gekeken hebt, want naar uw eigen belijdenis hebt u geen goed nieuws voor de arme stakker. Ik prijs mijn Heere en Meester, dat Hij mij een Evangelie gegeven heeft, wat ik kan brengen aan dode zondaren, een Evangelie dat beschikbaar is voor de slechtsten van de slechten'.
Als de volmacht om te geloven gegrond wordt in enige kwalificaties en gevoelens van de mens, in plaats van in de beloften van God – die in Christus Jezus vast en zeker zijn – dan wordt het Bijbelse getuigenis scheefgetrokken met alle wanverhoudingen van dien in de prediking, die hij vergeleek met het effect van een lachspiegel: 'U hebt die spiegels gezien, u loopt er naar toe en u ziet uw hoofd tien keer zo groot als uw lichaam, of u loopt weg en u gaat op een andere plaats staan, en dan zijn uw voeten monsterachtig groot en de rest van uw lichaam is klein; dat is een vernuftig speelgoed; zij vergroten een hoofdwaarheid totdat het monsterlijk is geworden; zij verkleinen en spreken weinig van een andere waarheid totdat ze helemaal vergeten wordt'.
Deze prediking van het hypercalvinisme is meer op de mens gericht, dan op God en Christus. Het brengt de mensen tot lijdelijkheid en de gemeenten soms tot een algehele verlamming: 'De luie beenderen van onze rechtzinnige kerken roepen: God zal Zijn eigen werk doen! En dan zoeken ze het zachtste kussen op dat ze kunnen vinden en leggen dit onder hun hoofd en zeggen: De eeuwige besluiten zullen uitgevoerd worden, God zal verheerlijkt worden! Dat klinkt allemaal erg aardig, maar het kan worden gebruikt met de meest boosaardige bedoelingen. U kunt daar opium van maken, dat u in een diepe en gevaarlijke slaap kan wiegen en dat u verhindert op enigerlei wijze van nut te zijn'.
Spurgeon wist, dat zijn scherpe afwijzing van het hypercalvinisme hem te meer onder verdenking bracht de algemene verzoening te leren en zelf een 'arminiaan' te zijn, maar hij bleef zijn beschuldigers op een milde wijze benaderen: 'Als u zegt: Heel de wereld voor Jezus: dan openen zij hun ogen en zeggen: o, we zijn bang, dat u besmet bent met de algemene verzoening of wegdrijft naar het arminiaanse kamp! God geve deze beste broeders nieuwe harten en een nieuwe geest; op dit moment zijn hun harten veel te klein om Hem veel eer te brengen. Mogen ze ruimere harten krijgen, zo ongeveer als hun Meester, en moge hun genade gegeven worden om het dierbaar bloed hoger te schatten, want onze Heere stierf niet om een paar honderd zielen te kopen of om een handjevol mensen voor Zichzelf te verlossen; Hij stortte Zijn bloed voor een schare, die niemand tellen kan, en Zijn uitverkorenen zullen in menigte het zand overtreffen, dat de zee omzoomt'.
C. A. van der Sluijs, Veenendaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's