De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geestelijke lasten samen dragen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geestelijke lasten samen dragen

De predikant onder de loep

12 minuten leestijd

Jaren geleden plaatste ik in deze kolommen een vraaggesprek met wijlen ds. J. van Amstel, onder de titel 'Bemoedig de jonge predikanten'. Dat laatste had deze toenmalige nestor onder de predikanten me uitdrukkelijk gevraagd te doen. Ik moest er aan denken bij het lezen van een artikel in NRC Handelsblad.
'Er heerst – zo begint dit artikel – "substantiële onvrede" onder gereformeerde en hervormde predikanten. Van iedere tien dominees wil er één zijn ambt neerleggen en zijn er twee op zoek naar een functie buiten de gewone gemeente, als godsdienstleraar bijvoorbeeld of als pastor in een ziekenhuis'. Eén en ander wordt geconcludeerd in een proefschrift van de Groningse psycholoog Jimme Keizer, die enkele weken geleden promoveerde op een onderwerp, getiteld 'Aan tijd gebonden'. Maar ook wordt geciteerd uit een synodaal rapport van 1985 in de Hervormde Kerk: 'Veel beginnende predikanten lopen stuk zowel in hun gemeentewerk als in hun gezinsleven, in hun persoonlijke leven en in hun geloof. Dat brengt veel verdriet en narigheid'. En uit een rapport van de begeleidingscommissie voor predikanten in de Gereformeerde Kerken uit 1979 wordt geciteerd, 'dat voor een opvallend aantal predikanten en predikantsgezinnen het leven in een pastorie nauwelijks vol te houden is. Hoewel het aantal specialisaties toeneemt, is er voor de meesten, die wel zouden willen veranderen, geen "ontkomen" aan de pastorie'.


In het betreffende artikel wordt het begrip 'domineesdepressie' ingevoerd. Herinnerd wordt aan Francois Haversmidt, beter bekend als Piet Paaltjens, die ooit predikant in Foudgum was en daar al streed tegen 'de eenzaamheid, de depressies en zijn "worgengel". Ik citeer letterlijk:
'Het was in die jaren dat hij elke zondagmiddag, weer of geen weer, naar zijn familie in Leeuwarden liep, zijn hondje Snuif achter zich aan, "met druipende oren en druipende staart", en ooit zou het op zo'n tocht, zoals hij later schreef, zelfs "verdrinken in de regen". Dan waren er de begrafenissen – "achter de kist driemaal het kerkhof rond" – en de eindeloze visites waar alleen maar over de graanprijzen en de marktberichten gesproken werd, en waar vooral veel werd gezwegen, thee gedronken, koek en boterhammen werden gegeten en waar de dominee vergast werd op een glaasje wijn "uit dezelfde fles waaruit ik op de visite van het jaar tevoren ook al een paar glaasjes had gehad". En op het dorp weten ze nog steeds te vertelen hoe Haverschmidt de dorpsjeugd les gaf: zittend in de appelboom achter de pastorie, en voor ieder goed antwoord gooide hij een appel naar beneden'.
Genoeg over Haverschmidt. Zijn depressies hadden kennelijk vooral te maken met het eentonige van zijn bestaan. De hedendaagse 'Foudgumse ziekte' heeft echter gans andere oorzaken.
Er is de kerkverlating.
Er is veel minder mogelijkheid voor verplaatsing dan vroeger.
'De predikanten zijn gaandeweg in een spervuur terecht gekomen van allerlei uiteenlopende verwachtingen over hun rol en taak. En de keuzes die ze daarbij moeten maken worden steeds vaker betwist.'
De pastorale problematiek is veel ingewikkelder geworden dan vroeger, met name vanwege de stress, de relatieproblemen, de complexe – vaak spanningverwekkende – verhoudingen in het maatschappelijke leven. Er is zoveel dat onoplosbaar is en waar de predikant toch geacht wordt oplossingen te kunnen geven.

Bemoedig de jonge predikanten! Maar hoe dan? De domineesdepressie komt kennelijk her en der voor.

Verscheidenheid
Natuurlijk weten we best dat ook vandaag veel predikanten hun werk met vreugde verrichten. Uit het NRC artikel blijkt bovendien een zekere eenzijdigheid als het gaat om de predikanten, die onder de loep genomen worden. Er zal ongetwijfeld ook wel verschil zijn als het gaat om de doelstelling en de verwachting, waarmee de predikanten zélf de pastorie ingaan en waarmee ze dan soms vastlopen in de gemeentelijke en kerkelijke praktijk. Maar we onderschatten intussen niet dat het werk van de predikant vandaag uitermate zwaar is. Dat geldt over de hele linie, in welke kerk of modaliteit ook.

Overdracht
Wie zijn oor goed te luisteren legt bemerkt dat velen zitten met de kwestie van de overdracht in de verkondiging. Voor diegenen, die genoegen nemen met een groep van gelijkgezinden, thuis in de taal van de Schriften en thuis in de taal van de kerk, is dat niet zó'n probleem. Maar voor wie het een zorg is om de gemeente in haar geheel, jong en oud, geletterd en ongeletterd, meelevenden en randkerkelijken te bereiken ligt dat niet zo eenvoudig. Hoe komt het toch dat de goede boodschap (Evangelie!) steeds minder aftrek vindt? Al tientallen jaren is de kerkverlating aan de gang. Een dienaar des Woords, die het heil der zielen op de ziel gebrand heeft gekregen, zal er aan lijden als hij ziet dat velen in de gemeente, ondanks trouwe bearbeiding en de grote zorg, die besteed wordt aan de prediking, niet wezenlijk geraakt en beroerd worden. Het valt niet mee om geestelijke spankracht te houden als men veel geestelijke onverschilligheid aantreft. Bovendien, welke predikant zal van tijd tot tijd zelf ook niet eens delen in de onvruchtbaarheid, die hij in de gemeente aantreft? Een toestand van depressiviteit kan ook met een toestand van geestelijke onvruchtbaarheid samenhangen. Maar, afgezien daarvan, het is geen geringe zaak om zondag aan zondag de hoogspanning van het Woord existentieel te verdragen en diezelfde hoogspanning, in verwachte en noodzakelijke diepe ernst, ook nog eens van dag te beleven aan ziek- en sterfbedden, bij begrafenissen en in zoveel situaties, waarin om geestelijke raad wordt gevraagd.

Geestelijke arbeid – en dan onafgebroken – kan op zich depressief maken, omdat er vaak de vertwijfeling kan zijn van 'ik haal het niet', ik haal de toonhoogte van het Woord niet, ik ervaar de aandrijving van de Geest der genade en der gebeden niet. Maar er komt nog een extra dimensie bij als dan geconstateerd moet worden dat het woord niet landt, dat er zoveel onvruchtbare aarde is, waarin het zaad terstond verdort.

Verhoudingen
Intussen moeten we er niet gering over denken welk een probleemveld ook vandaag een christelijke gemeente is. Het moderne levensbesef dringt door de kieren en reten van ons aller bestaan. Meer dan ooit zijn ook verhoudingen in de gemeente aangevreten. Hoeveel relatiestoornissen zijn er niet in alleen al de kleinste kring binnen de gemeente: het huwelijk en het gezin! Hoeveel gezinsproblemen zijn er niet waar de pastor wordt bijgehaald en waar hij ook niet het verlossende of bevrijdende woord kan spreken. De vergroeiingen en relatiestoornissen, die vandaag het moderne leven kenmerken, raken ook de gemeente. De predikant wordt bij en in vele problemen betrokken, waar deze vroeger niet in betrokken werd, alleen al omdat er op zoveel themata een taboe rustte (incest, homofilie, echtscheiding). Dat maakt dat hij niet, als weleer Francois Haverschmidt, depressief behoeft te worden van verveling. Eerder zou hij depressief kunnen worden, van de problematiek van het menselijke leven, dat zo vaak ver onder de maat van het Evangelie is. Een pastor, die zelf zo vaak in uitzichtloze situaties wordt betrokken, kan zelf ook iets van die uitzichtloosheid meekrijgen. Hoe een door-brekend woord te spreken in vastgelopen situaties? Als dat niet lukt kan eraan geleden worden. Dat geldt in het gewone leven, maar zeker in dat van de pastor.

Bovendien is het ook niet denkbeeldig dat in predikantsgezinnen heel reëel ook bepaalde problemen aan de orde zijn, die zich vandaag in de wereld en dichtbij in de gemeente voordoen. Maar dan is het zo dat van de predikant en diens gezin een patroon wordt verwacht, dat idealer is dan van de doorsnee gemeente. Als het op zich in een gezin al moeilijk is wanneer er problemen naar buiten komen, hoeveel te meer geldt dat dan voor de predikant, die zelf bij de problemen van anderen geroepen wordt. Maar ook predikanten kunnen kinderen hebben, die afhaken. Ze worden vandaag zelfs in boeken sprekende ingevoerd. Ook predikanten kunnen relatieproblemen hebben, omdat spanningen in het werk terugslaan op het gezin. Zij hebben alleen zelf vaak zo weinig mogelijkheden om met hun problemen ergens te biecht te gaan. Terwijl dat op zich al bevrijdend kan werken.

De tegenstellingen
Is het op zich al een probleem wanneer een dienaar des Woords constateert dat zijn gemeente smaller wordt, dat er iets hapert in de overdracht, dat de geestelijke toonhoogte bij het spreken en het horen niet wordt gehaald, het wordt zwaarder wanneer dienaren des Woords met de kerkeraden dit probleem niet samen dragen, in gemeenschap der heiligen. Diep ingrijpend is het wanneer geconstateerd moet worden dat predikanten in deze tijd van secularisatie, kerkverlating ook nog eens proberen elkáár de loef af te steken.
Het ik-tijdperk raakt ook de predikant. Als het hem niet een zorg is wanneer het bij zijn collega niet gaat zoals het zou moeten gaan, mag dan verwacht worden dat hij zelf zegen heeft? We leven in een tijd waarin groepsvorming aan de orde van de dag is. Individualisme teistert ook de domineeswereld. Dat geeft verwijderingen en verdeeldheid in de kerk. Met een deftig woord noemen we dat polarisatie, maar er zit zo vaak ook eigenbelang achter. Wanneer we zien dat ook vandaag, met een beroep op de Waarheid, de ene dienaar des Woords in de tuin van een ander loopt te werken dan is dat een hoogsternstige zaak. De concrete voorbeelden zijn voor het grijpen. Temidden van de geestelijke afkalving, die we beleven, neemt de kerkelijke ongeordendheid toe. Ook daaraan lijden dienaren van het Woord. Het diepst grijpt dat in wanneer het gebeurt onder hen, die allen zeggen te staan voor Schrift en belijdenis.

Hoe verder?
Tot overmaat van ramp wordt in het betreffende NRC artikel ook nog gezegd dat een enquête onder schoolverlaters in 1986 aantoonde dat de dominee tegenwoordig tot de laagst gewaardeerde beroepsgroepen behoort. Nu valt daarop af te dingen, dat het een enquête onder een zeer speciale bevolkingsgroep is. Bovendien is het zo dat in allerlei kerken en kringen het ambt van predikant is gedevalueerd tot een functie, terwijl dat niet algeméén geldt. Daar, waar het ambt nog als ambt wordt gezien en gewaardeerd, is ongetwijfeld ook sprake van hógere waardering voor het werk van de predikant. Al zullen we ons niet ontveinzen dat er sprake is van een algemene vermindering van respect voor het ambt.

Kort en goed, er zijn nogal wat deprimerende factoren voor de predikant vandaag. Bemoedig de predikanten. Jawel, maar hoe?
Het mag danwel opvallend zijn, dat ook vandaag zovelen staan aangetreden om ermee te beginnen. Dat mag op zich bemoedigend zijn. Er is al zó veel publiekelijk gesproken en geschreven over het ambt en het werk van de predikant en we zien allerwegen zó veel neergang, dat men toch best weet waaraan men begint. Vandaag echter geeft de Heere God ook nog steeds roepingen in harten van jonge mensen. Dat is uitermate bemoedigend. Dat heeft ook de belofte in zich van oogst. Desondanks, nochtans!

Maar we zullen ook moeten leren om de nood van de prediking en de aanvechting van de prediker samen te dragen. Wat is gemeenschap der heiligen waard in deze tijd? In een gemeente, die leeft, zal de voorbede voor de prediking en dus voor de prediker een plaats hebben. Maar er mag ook bemoediging uitgaan door het tonen van waardering. We zullen samen de last van deze tijd moeten dragen.
Helaas kan minder dan vroeger ambtelijke tucht worden geoefend over ongeregeldheden in de gemeente, ook in de domineeswereld, die een loopje nemen met artikel 31 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, al hebben kerkeraden hier wel hun eigen verantwoordelijkheid. De kerkelijke anarchie, die dopers van aard is, mag niet worden getolereerd, willen we onze gereformeerde blijdenis niet tot een aanfluiting maken. Ze is geen symptoom van echt lijden aan de tijd en het samen dragen van eikaars lasten. Ze werkt op voorgangers intussen ontmoedigend, deprimerend.


Verder moeten we ook maar niet al te zeer in paniek raken over enquêtes, proefschriften, krante-artikelen. Want het meest wezenlijke onttrekt zich aan wat te verwoorden is in krant en boek. Ook vandaag zijn er nog vele goede dingen in Juda en blijkt dat de Geest der genade en der gebeden (Zach. 12) niet geweken is. Ongetwijfeld zijn er ook vandaag vele vreugden in het ambt en in de geestelijke arbeid in de gemeente. Maar als dan de neerdrukkende verschijnselen van deze tijd ook bij de pastor de overhand krijgen dan zal hij onzer één zijn.
Misschien moeten we als kerk en gemeente nog wel door dieper dalen heen. Misschien wel het meest dáár, waar het nog zo goed lijkt te zijn en we intussen niet lijden aan de algemene crisis, waarin land en volk, kerk en wereld verkeren. Het perspectief van de eindtijd is dat de mens der wetteloosheid zich openbaart en het beest los breekt. Maar hier en dan zal toch de lijdzaamheid en het geloof van de heiligen blijken. Van de heiligen àfzonderlijk en sámen.
'En toch preken' is de titel van een boek van prof. dr. H. Jonker. Als Dr. A. A. Koolhaas vroeger in zijn gemeente ergens aan de bel trok en iemand riep van boven: 'wie is daar?', dan antwoordde hij: 'de man van het Licht'. De hoofdletter kon die mevrouw boven niet horen. Maar zo is het, ook vandaag. Als predikanten ophouden met het Licht te weerkaatsen waar moet het dan nog vandaan komen?
De 'Foudgumse ziekte', de domineesdepresiviteit mogen we niet onderschatten. Geestelijke arbeid heeft iets van een eenzaam avontuur. Maar er staan, als het erop aankomt, toch mee-dragers en mee-lijders omheen. Zeker weten.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geestelijke lasten samen dragen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's