Brood voor het hart
Van Overzee
Het hoort nu bij het straatbeeld in Lima: een lange rij (Spaans: cola) van mensen, die trachten een paar zakjes poedermelk, een kilo rijst en suiker te bemachtigen. Om die bittere ernst van de economische crisis te verzachten maakt men er een grapje over: 'Peru is het land van de coca-cola: veel coca (drugs) en veel cola!' Maar je moet maar eens in zo'n cola staan van 100 meter met een portomonnaie die steeds sneller leeg raakt. Gemiddeld 30% inflatie per maand! Twee keer in een half jaar tijds zijn de prijzen twee tot vier keer zo hoog geworden, terwijl de lonen maar maximaal 60% omhoog gaan.
In Nederland praten we over het weer. Hier praten we over prijzen. Vaste prijzen bestaan niet. Je wordt er beroerd van.
Het is een schrijnende crisis. We lijden er als gemeente aan mee. Het ontroert me soms als een eenvoudig gemeentelid in de gebedsdienst bidt: Heere God laten de prijzen toch mogen zakken. We bidden om de komst van het Koninkrijk en Zijn gerechtigheid èn we komen op het idee om evangelisatiefolders uit de delen en Bijbels aan te bieden aan de mensen die in de cola staan.
Met een aktetas vol Bijbels gaan Carlos en ik op stap. Ieder neemt een rij voor zijn rekening. Of ik geen schroom heb om dit te doen? Ja, want waar ik al bang voor was gebeurt: Een vrouw zegt achter mijn rug, maar duidelijk hoorbaar, tegen haar buurvrouw: 'Ik heb niet eens genoeg geld om eten te kopen, laat staan een Bijbel'. En wat heb je aan zo'n Bijbel? Geeft 'ie je te eten? Wat koop je ervoor? Laat die "gringo" (buitenlander) ons brood geven'.
Ja daar sta je dan. Ik kijk haar aan, maar zeg niets terug.
Het is zo begrijpelijk wat die vrouw zegt: Wat heb je aan Brood voor het hart als ik geen brood voor mijn maag heb.
Ik heb daarom ook niets teruggezegd, omdat ik voel dat er door de kerk teruggehandeld moet worden. Waarom dacht u dat we ons als kleine kerk inspannen voor een school, waar de kinderen havermout krijgen in de pauze?
Toch: het handelen schiet te kort. Het is ook maar een druppel op de plaat van de groeiende crisis. Juist in deze crisistijd voel je je als kerk machtelozer dan ooit.
Vandaar ook dat ik met schroom, maar ook met vrijmoedigheid Bijbels aan ging bieden. De Bijbel mag opengaan tot heil van de mens en maatschappij. Met de dichter van Psalm 73 moeten we de realiteit door een andere bril leren bezien. 'Totdat ik tot Gods heiligdom inging'. Toen ging ik pas beseffen dat het dwaas is om alleen aan brood te denken. Wie God liefheeft, heeft het beste ontvangen. Wie dàt ontdekt kan niet zonder de Bijbel: Brood voor het hart. Daar lees je in, dat we het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid éérst moeten zoeken en dat al het andere ons bovendien geschonken wordt. Maar we zoeken God niet in de eerste plaats om er beter van te worden. We zoeken Hem om Hemzèlf, Die alles gegeven heeft: Zijn Zoon. Nabij deze God zijn is verreweg het beste!
Maar wat is het belangrijk dat wij deze allerbeste boodschap niet bederven en tot het allerslechtste maken. Wee ons als we in deze tijd van crisis spanningsloos spreken over brood (voor het hart). Dat zou een ketterij zijn. De Bijbel is geen dooddoener, maar een boek dat spreekt over de Levendmaker, over het Brood des Levens: Jezus Christus, Die leven geeft. Echt léven. En daar hoort brood bij.
We zouden op aanraden van Calvijn maar vaker het avondmaal moeten vieren en op aanraden van de vroege kerk het liefdemaal erbij. Dan zou de kloof tussen Brood voor het hart en ons dagelijks brood niet zo groot geworden zijn en de onrechtvaardigheid tussen de eerste en derde wereld niet zo schrijnend. Aan het avondmaal ontspringt immers ook het (wereld)diakonaat. De reactie van deze vrouw was de enige negatieve. Allen namen de folders aan en we verkochten verscheidene Bijbels.
Eén mevrouw deed dat met het gezegde: 'We zullen eens kijken of dat geluk brengt!' Zij wil de Bijbel dus als amulet gebruiken: het weert wellicht de crisis uit haar huis. Dit is echter verkeerd bijbelgebruik.
Een Bijbel in huis hebben is niet genoeg. Je moet haar samen in de kerk lezen en thuis.
En wie gesmaakt heeft door middel van dit boek dat de Heere goed is, overwint de schroom om dit Boek bij anderen aan te prijzen.
Hebt u wel eens tegen iemand met schroom (Want wie zijn wij? Willen wij ons door de Bijbel laten gezeggen?) èn met overtuiging gezegd dat hij de Bijbel broodnodig heeft?
En zullen we in de kerk samen leren de Bijbel goed te gebruiken?
ds. L. W. Smelt, Lima, Peru
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1988
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1988
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's