De zaligheid is in geen Ander
Handelingen 4 : 12'En de zaligheid is in geen Andere; want er is ook onder de hemel geen andere Naam die onder de mensen gegeven is, door Welke wij moeten zalig worden.'
Toen Wouter Leendert Tukker in 1939 zijn voorstel of proefpreek hield, was de u genoemde tekst de tekst voor de preek. Het lijdt geen twijfel dat in de eerste helft van Hand. 4, in het verweer van Petrus voor de Hoge Raad de NAAM van Jezus Christus een centrale plaats inneemt. Evenmin lijdt het twijfel dat de ambtsbediening van onze oom heeft gecirkeld en steeds meer is gaan cirkelen rond de betekenis van de Naam Jezus Christus. Voordat hij naar Delft trok, had de Heere hem tijdens een treinreis door Delft bepaald bij Ex. 25 : 22: En aldaar zal Ik bij u komen en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af… De Heere heeft die woorden vervuld op een Eerste Kerstdagavond, toen hij preekte uit Joh. 1 : 12: Maar zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven. Hij werd het eigendom van Christus en verkondigde Zijn Naam.
Velen onder ons zijn getuige van die tijd van de eerste liefde, en ik mag zeggen dat ik onder die bediening als kind geroepen ben tot het ambt. Het is typerend geweest voor die jaren, dat er van deze opening zoveel uitstraling merkbaar was. De plaats in het HB van de GB, het werk als visitator-generaal, de revisie van de Statenvertaling en het aannemen van beroepen naar moeilijke gemeenten en posten waar het werk vastgelopen was, het wekelijks gedurende vele jaren schrijven in het Gereformeerd Weekblad en nog zoveel meer: het is alles alleen maar denkbaar uit dat woord: Zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.
In zijn laatste gemeente die hij vóór zijn emeritaat diende, Groot-Ammers, viel hem de eer ten deel dat Hare Majesteit hem benoemde tot officier in de Orde van Oranje Nassau. Oranjegezind en vaderlandslievend als hij was, heeft hij die onderscheiding met blijdschap aangenomen. Wat betreft zijn bediening, had hij overigens altijd te kampen met de onvoldoendes die hij vreesde van de Heere te krijgen. Maar op de preekstoel werd hij boven angsten en vrezen uitgetild en toonde hij Wie Jezus Christus was.
Wouter Leendert Tukker was en werd steeds meer een dienaar van de katholieke kerk. Zijn contacten met Schotland, de rev. Sinclair, met Zuid-Afrika, met Hongarije, met de Verenigde Staten bewezen dat. Omstanders vonden dat hij weleens wat te goed van de mensen dacht en eens zei hij tegen me: Ik moet die uitdrukking 'prima mensen' wat achterwege laten. Maar wie hem beter kenden, wisten dat het eerder het vertrouwen in het werk des Heeren was, dat hem zo mild deed spreken over mensen en zo liefdevol over de kerk. Hij had een hekel aan groepen en groepjes, en het was een zwarte bladzijde in zijn leven, toen binnen eigen kring sommigen zich zelfstandig gingen organiseren. Felle uitspraken zijn door hem gedaan tijdens jaarvergaderingen van de Geref. Bond, en ze waren stuk voor stuk bedoeld om de afscheidingsgeest te keren. Op het laatst van zijn leven, toen hij door het verlies van Rika en door dementie en een voortschrijdend ziekteproces dreigde te vereenzamen, was zijn hoop alleen op de Heere gevestigd. In een gesprek met collega Kievit deed hij niet veel meer dan met de vinger omhoog wijzen. En toen mijn vrouw hem op de morgen van zijn sterfdag vroeg: Verlangt u er naar om naar de Heere te gaan? antwoordde hij duidelijk en hartgrondig: Ja! Het is bij ons weten het laatste wat hij zei.
Mijn oom zou het mij zeer kwalijk nemen, wanneer ik onze tekst niet zou verklaren. Het mag dan opvallen dat de woorden van onze tekst gesproken worden door een Petrus die zich niet als een gevangene gedraagt, maar met de Heilige Geest vervuld is. Hij is niet de onderhorige, maar de vrije man tegenover de Hoge Raad. Dat verklaart zijn positie. Het verklaart tevens dat niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn dan door de Heilige Geest. Men is wederom geboren door het werk van Christus, door de gelijkvormigheid met Zijn dood en opstanding, door het geloof dus, òf men is een vijand van de Naam die Petrus verkondigt. En die antithese met apologetische strekking is bij alle vriendelijkheid in het werk van mijn oom duidelijk aan het licht gekomen. Hij behoorde tot een generatie van predikanten binnen de Hervormde Kerk, die dat duidelijk verkondigde en het is te hopen dat deze ruime prediking van de smalle weg opnieuw de plaats zal krijgen, die zij verdient, zonder aanneming des persoons en zonder ontzien van het vlees, want 'oud-gereformeerd vlees en bloed is net zo goed vlees en bloed als vrijzinnig vlees en bloed, en vlees en bloed zullen het Koninkrijk van God niet binnen gaan', aldus een preek in de Noorderkerk aan de Jac. Catsstraat te Rotterdam gehouden.
Er is nóg een opvallend ding in de wijze waarop Petrus de Naam van Jezus Christus citeert en proclameert. Hij is vervuld met Gods Geest, verkondigt Christus en zegt dat God (de Vader) Hem van de doden opgewekt heeft en Hem tot een hoeksteen heeft gemaakt. Dat is een trinitarische setting, en we mogen zeggen en er de Heere voor danken dat in die meer dan veertig jaren waarin W. L. Tukker het Woord heeft verkondigd en de sacramenten bediend, de Personen en het werk van de drieënige God voortdurend en steeds meer tot hun recht zijn gekomen. Dat is de redding van de theologie, de redding van de kerk, zoals het ook de redding was van die kreupelgeboren man. Onze oom verwachtte wonderen van de drieënige God voor een diepgevallen kerk en voor een diepgevallen volk. En hij verkondigde die wonderen in de vaste overtuiging dat God tijdens de prediking die wonderen deed. Hoevaak zei hij niet: God toont ons het heil niet alleen. Hij laat het ons niet alleen verkondigen en horen, maar Hij maakt ons tot uitdelers ervan. Ieder Schriftgeleerde, in het Koninkrijk Gods wel onderwezen…
En nu nog drie 'kleine' aspecten van onze tekst. Ten eerste staat er dat de zaligheid, de redding dus, maar tevens het heil dat langs de weg van de redding verkregen wordt, is in geen Ander dan in Hem, Wiens Naam onder de hemel gegeven is. Het wordt ook alleen in de gemeenschap met Hem ervaren, en dan is dat de hemel op aarde. Al wat bij God is – wie denkt niet aan de wonderschone preken uit Hebreeën in de Nieuwe Kerk te Delft op Hemelvaartsdagen? – al wat heerlijk is, dat schenkt de Vader in Christus Jezus onder de hemel. En wie in Hem is, die is een nieuwe schepping, een kind van de hemel. Ten tweede: deze Naam is er een van volmacht. Petrus zegt niet: door Jezus Christus, staat deze hier voor u gezond, maar: door de NAAM van Jezus Christus… God heeft Hem opgewekt en Hem een Naam gegeven, welke boven alle Naam is. Hij heeft heerlijkheid en eer van de Vader ontvangen. Hij is de Erfgenaam van alle dingen. Het is niet teveel gezegd, dat onze oom met grote klem die volmacht van Jezus Christus heeft verkondigd en er zelf ook in zijn bediening de tekenen van heeft vertoond. Wie hem tegen zich had, kon op toorn rekenen, soms niet altijd billijk, maar wel met een ondergrond van die volmacht van Jezus Christus. Het ging om zijn Koning! Ten derde: die Naam is gegèven, maar tegelijk staat er dat wij mòeten zalig worden. Het is genade, maar geen vrijblijvende genade. Er moeten, om een vaak door hem gebezigd beeld te gebruiken, parels worden gehecht aan de Middelaarskroon. En nu geheel afgezien van hem en ons allen: wij zijn hier in een doordeweekse eredienst samen om niet hem maar zijn Koning te gedenken. God geeft Zijn Zoon door de Heilige Geest, opdat u en ik door Hem zalig worden, maar dan: MOETEN zalig worden, en dat is geen moeten van ons, maar zoals iemand terecht opmerkte, een Goddelijk moeten. Het ligt in de band tussen de Vader en de Zoon, en de Heüige Geest en de Zoon, dat gij MOET zalig worden. De uitverkiezing wordt van een zwart gordijn, waar maar niemand achter moet kijken, tot een perspectief, eigenlijk tot een diabolo, waarlangs je in twee richtingen kijkt, terug naar de eeuwigheid, en tot in eeuwigheid. Wie bent u en wie ben ik dat wij deze drieënige God zouden weerstreven en verloren gaan? We eindigen zoals hij zijn bediening in een van zijn laatste gemeenten eindigde: Lof zij de Vader, lof zij de Zoon, lof zij eeuwig de Heilige Geest. Amen.
Dienst van Woord en Gebed bij de teraardebestelling van het stoffelijk overschot van
WOUTER LEENDERT TUKKER
op zaterdag 10 december 1988 om 13.00 uur te Hoek van Holland in de Hervormde kerk aldaar.
dr. C. A. Tukker
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1988
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1988
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's