De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De volkomen Zaligmaker

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De volkomen Zaligmaker

6 minuten leestijd

En gij zult Zijn naam heten Jezus; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.Mattheüs 1 : 21b

In Zijn naamgeving wordt het Kind van Bethlehem ons van meet af aan voorgesteld als de grote Ambtsdrager.
Niet alleen in Zijn latere leven, in Zijn woorden en werken aanschouwen wij Hem in de bediening van Zijn ambt.
Ook Zijn geboorte behoort wezenlijk tot Zijn ambtstaak.

Van eeuwen her zijn mensen van Godswege in het ambt gesteld.
Als profeet, als priester of als koning hebben zij daarin gediend.
Soms werden zij op directe wijze geroepen en midden in het leven door Gods stem op een ander spoor gezet.
Soms waren zij geroepen krachtens geboorte en werden zij van 's moeders schoot af tot de dienst des Heeren afgezonderd.
Maar niemand van hen is in het ambt geboren, evenmin als iemand van hen ambtelijk gestorven is.
Dat nu is het unieke van Jezus' ambt!

Reeds in de moederschoot begint Zijn ambtswerk.
Zijn geboorte is, evenals Zijn sterven, een ambtelijke dienst.
Daarom nàm Hij bewust uit het vlees en bloed van de gelukzalige maagd Maria onze natuur aan.
Hij wordt niet als elk ander kind in de wereld gebràcht om vanàf Zijn geboorte Zijn levenstaak te beginnen.
Maar Hij komt Zèlf om door Zijn heilig ingaan in ons leven de zonde, waarin wij ontvangen en geboren zijn, voor Gods aangezicht te bedekken.
Zoals Zijn sterven, zo is ook Zijn geboorte geen levenslot, maar Zijn eigen daad.
Daartoe is Hij door de Vader verordineerd en aangesteld.
Daartoe heeft de Heilige Geest Hem het lichaam toebereid.
Maar daarin heeft Hij ook Zèlf ambtelijk Zijn Vader gediend.

Zó kan Hij waarlijk onze volkomen Zaligmaker zijn, reeds van het uur van Zijn ontvangenis af.
Zo was van Hem in de rol des boeks geschreven: 'En gij zult Zijn naam heten Immanuël: God mèt ons'.
In die profetische naamgeving bij monde van Jesaja lag het geheim van Zijn Persoon verscholen.
Het geheim en de zekerheid van Zijn ambtswerk worden nu onthuld in die andere naamgeving bij monde van de gezant uit de hemel.
'Gij zult Zijn naam heten Jezus; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden'.

Mèt die naam, Hem uit de hemel gegeven, komt Maria's Kind in de wereld.
Dat is al wonderlijk.
Zijn naam is al bekend vóór Zijn geboorte.
Daarmee is Zijn leven niet alleen aangekondigd, maar ook getekend.
Dat leven is niet alleeen uit God, verwekt als het is uit de eeuwige krachten van de Geest, maar het wordt ook van Godswege verkláárd.
Hoe zou Jozef anders ooit het mysterie achter Maria's kleed hebben kunnen kennen?
Nu wordt voor hem het pijnigende raadsel opgelost.
Hier vindt het wonder aller wonderen plaats.
Verrassend en vertroostend.
Heerlijker tijding ware voor deze begenadigde 'vader naar de wet' niet denkbaar.

Heerlijker tijding is trouwens helemaal niet denkbaar.
Want deze blijmare bevat het nieuws uit de hemel.
Alle eeuwen omvattend en wereld omspannend.
Er is onder de hemel een náám gegeven, waardoor wij moeten zalig worden!
Een naam, die niet door mensen is bedacht, zoals men soms 'redders van het volk' als zodanig heeft benoemd.
Déze naam is door God Zelf bedacht èn gegeven!
Niet achteraf, nadàt de verlossing tot stand gebracht is.
Maar van te voren, als een goddelijke waarborg en verzekering.
Nu de Zaligmaker in aantocht is, is de zaligheid in Hem gegarandeerd.
Zij ligt verankerd in de naam, waarmee de Vader Zijn Kind aanwijst en aanprijst.

En zo ooit, dan is het bij dit heilig Kind, dat de naam het wezen dekt.

Hij héét Jezus, omdat Hij Jezus is.
Hij zal daadwerkelijk Zijn volk zalig maken van hun zonden.
Hij zal het ook volkomen doen.
Want Hij zal die zaligheid niet alleen verwerven, maar haar ook deelachtig maken.
En Hij zal ook bij de geschonken verlossing bewáren.
Daar is geen twijfel over mogelijk of toegestaan.
Want Zijn naam staat er borg voor!

Hij zal als de grote Profeet de naam van Zijn Vader bekend maken.
Hij zal als de enige Priester bij God bezig zijn om de zonden van Zijn volk te verzoenen.
En Hij zal als de eeuwige Koning Zijn volk brengen èn bewaren onder de scepter van Zijn genade.
Heel de wet van God zal Hij vervullen en de toorn van God tegen de zonde dragen.
Hij zal het doen aan lichaam en ziel. Zijn ganse levenstijd op de aarde, van Zijn ingaan in de schoot van Maria tot Zijn ingaan in de schoot der aarde.
Heel Zijn levensweg van kribbe naar kruis zal hij Jezus heten.
Zelfs áán dat kruis zal deze naam uit de hemel prijken!

En daarmee zet God een streep door àl onze namen.
Nu behoeven wij toch waarlijk met te vragen, of dit Zijn volledige naam is.
Met deze naam heeft God alles gezegd.
Hij is vol en zwaar.
De zwaarte van die naam doet ons het gewicht der zonde diep verstaan.
Daarom is die naam ontdekkend, ontmaskerend, dodend.
Hij wijst ons immers de nóódzaak van de verlossing aan.
Hij spelt ons onze verlorenheid.
Hij tekent onze machteloosheid en brandmerkt alle zelfverlossing als ijdel.

Die naam is ook schiftend.
Hij scheidt mensen vaneen.
De eigengerechtige mens is hij tot ergernis, de ongebroken mens tot een val.
Maar de noodruftige en die geen helper heeft is die naam tot een opstanding.

En ja, dan is die naam rijk en vertroostend.
Hij is vol vrede en vreugde.
Vol zaligheid en zekerheid.
Vol ontferming en genade.
Want dit Kind stuurt rijken leeg weg, maar armen vervult Hij met Zijn goederen.

Nu mag een hulpeloos mens Hem bij Zijn naam noemen en aanroepen.
Hij heeft zelfs niets liever, dan dat!
Dan zal blijken, dat er kracht van uitgaat.
Sterkende en trekkende kracht.
Kracht om zichzelf te verloochenen en dit Kind te volgen.
Kracht om te volharden en te hopen.
In één woord: kracht om zalig te worden!
Nu èn straks.
In leven èn in sterven.

Zie, ik breng voor mijn behoud
U geen wierook, mirr' of goud;
moede kom ik, arm en naakt,
tot de God, Die zalig maakt.
Die de arme kleedt en voedt,
Die de zondaar leven doet.

E. F. Vergunst, Zoetermeer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1988

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De volkomen Zaligmaker

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1988

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's