De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Ds. W. Pieters, Het huisbezoek, Kampen, 1987, 86 blz.
Het boekwerkje over het huisbezoek, een uitwerking van een lezing, gehouden voor ambtsdragers uit de kring van 'Het gekrookte riet', van de hand van ds. W. Pieters (Genemuiden) biedt veel lezenswaardigs en beharigenswaardigs voor allen die geroepen zijn uit hoofde van hun ouderlingschap in de gemeente te dienen. In kort bestek worden hier de voornaamste taken, betreffende het huisbezoek in het perspectief van de Bijbelse opdracht en uit de geschiedenis van de christelijke kerk van de vroege kerk tot en met de Nadere Reformatie naar voren gebracht. Vanaf blz. 28 gaat ds. Pieters hoofdzakelijk verder in op wat hij voor het huisbezoekwerk het meest wezenlijk acht, nl. het wachthouden over de zielen. Een ouderling, die zijn roeping recht verstaat, zal op huisbezoek vooral bezig zijn met de vragen die 's mensen eeuwig zieleheil betreffen en met de dingen die de heiliging van het leven aangaan. De blz. 43 tot 86 gaan over het laatste.
Mij trof de diepe ernst waarmee hier de dingen aan de orde worden gesteld. Kennelijk heeft de schrijver een hoge opvatting van het werk en de opdracht van de ouderling. Zijn bezig-zijn is er een 'Coram Deo', voor het aangezicht van God. Ds. Pieters acht het dan ook 'Zielvermoordend', 'als men elkaar aanpraat, dat je onbekeerd ook wel ouderling kunt zijn en dus een niet aan het Avondmaal gaande ambtsdrager! Of dat dan tevens inhoudt, dat een ouderling die een tijd van geestelijke dodigheid en duisternis doormaakt, ook' (wees eens eerlijk!) geen ambtsdrager kan wezen' (blz. 69), lijkt mij een weinig doordachte, ietwat apodictische bewering.
Vele zaken blijven liggen in dit boekje over het huisbezoek. Dat kan, gelet op de beperkte omvang van het boekje en gelet op het feit, dat het een uitgewerkte lezing is, moeilijk anders. Het vraagt dan ook duidelijk om een vervolg. Daarin zou in elk geval het huisbezoek bij rand- en buitenkerkelijken ter sprake moeten komen. Ds. Pieters zal het met mij eens zijn als ik zeg, dat daarvoor nog, weer een bijzondere wijsheid nodig is. Het boekje van ds. Pieters beperkt zich vooral tot het bezoekwerk in de kring van meelevende leden der gemeente.
Erg aansprekend en leerzaam vind ik zijn pleidooi voor een luisterhouding bij de huisbezoekende ouderling. Als ik echter zijn uitvoerige uiteenzettingen, over wat de ouderling ter sprake dient te brengen inzake het levensgedrag der gemeenteleden goed beluister, valt het me op, dat die luisterhouding van de ouderling iets van een 'detective' krijgt. In soms echt wel suggestieve vragen (zie blz. 49 over de televisie) moet de tegenstander over de brug komen, zich bloot geven, waarna de vermaning moet kunnen plaatsvinden. M.i. echter is luisteren iets, dat te maken heeft met een innerlijke openheid naar de ander toe en een hartelijke bereidheid om van die ander wat te leren, ook al lijkt hij aan de buitenkant alleen maar te 'beleren' te zijn.
Overigens zijn er in het boekwerkje over het huisbezoek van de hand van ds. Pieters een aantal uitspraken, die weinig doordacht zijn. Mag een gezin op zondagmiddag bij de grootouders niet op bezoek? Of bedoeld de schrijver: tijdens een kerkdienst of: als men er een paar honderd kilometers voor rijden moet? Een ander voorbeeld: 'Zijn wij, die zo heel terecht tegen kerstbomen zijn, enz. zijn wij ook tegen alle ander goddeloze kerstattrakties, als maaltijden, enz.?' Ik vraag: 'Wat voor een goddeloze kerstattraktie is een maaltijd?'
Zo zouden er nog wel wat dingen te noemen zijn. Mijn laatste opmerking is, dat het werk van de ouderling een 'treffelijk' werk is. En wie het vanuit een hartelijk weten door God geroepen te zijn ('in de vreze des Heeren en met een begeerte om de kerk te stichten', Calvijn) mag doen, die vermeerdert in en met zijn ouderlingschap niet 'slechts schuld met schuld' zoals ds. Pieters schrijft, maar die mag dit werk tevens verrichten met het oog op Hem, die gezegd heeft dat een ieder die in Jezus Christus gelooft vergeving der zonde ontvangt. Richard Baxter schreef eens: 'Een ieder dat is meer dan alle Richard Baxters bij elkaar'.
C. den Boer, (B)

[Tekst foto: Een 'geslachtsregister' of 'stamboom' is een lijst van geslachten. De Joden noemden alleen de vaders: 'Abraham kreeg een zoon, Isaak. Isaak kreeg een zoon, Jakob…' Hierboven is een boom afgebeeld waarvan koning David (beneden) de wortel is en Maria met haar kind Jezus de kruin.

Uit: Ontdek de Bijhel, uitgave N.B.G.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1988

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1988

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's