De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerst in beeld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerst in beeld

10 minuten leestijd

Drie tijdschriften
Voor mij liggen drie kerstnummers van tijdschriften. Ze zien er zeer verschillend uit. Bij het ene vertoont de omslag een afbeelding van een stukje van een napolitaanse kerststal uit de 18e eeuw. We zien Maria met haar Kind op schoot. Met gebogen hoofd kijkt ze met een stille bezinnende blik langs haar Kind heen. Jozef staat ernaast. Z'n handen open in de richting van het Kind, alsof hij wil zeggen: Zie daar nu toch het wonder Gods. In de beschrijving aan de binnenkant van de omslag lezen we, dat deze kerststal te zien is in het Catharijneconvent te Utrecht. Ze is bijzonder rijk. Er moeten wel 56 figuren bij zijn opgesteld. In Zuid-Duitsland en Italië werd in die dagen aan het maken van kerststallen bijzonder veel aandacht besteed. In een museum te München is er zelfs een hele verzameling van te vinden. En wij kennen ze allemaal wel. Ook al zal het maken van Kerststalletjes in onze kring niet direkt veel voorkomen, we worden er wel allemaal mee gekonfronteerd. We vinden ze in etalages van winkels, in supermarkten, op kerstkaarten, en zoals hier, op de omslagen van kerstnummers. Het andere blad laat iets als een paneel van een kerkdeur zien, waarop het kerstgebeuren in hout is uitgesneden. Onderaan is Maria liggend afgebeeld. Naast haar een vrouwenfiguur, met een verlamde rechterhand. Maria kijkt naar die hand. Ergens anders las ik, dat bij de kerstvoorstellingen er twee vroedvrouwen zijn bijgevoegd om de echtheid van de geboorte te onderstrepen. Ze zijn ontleend aan apocriefe geschriften als Pseudo-Jakobus en Proto-Mattheüs. Hun namen zouden zijn Zelomi en Salome. De hand van de laatste was verlamd geraakt, omdat ze niet had willen geloven, dat Jezus uit de maagd Maria geboren was en daar een onderzoek naar had ingesteld. In Pseudo-Jakobus lezen we, dat ze zich om genezing wendde tot God en dat een engel kwam om haar te helpen. In het apocriefe evangelie van Mattheüs moet ze de doeken aanraken, waarin het Kindje is gewikkeld. Op deze afbeelding lijkt ze zich om genezing tot Maria te wenden.
Boven de vroedvrouw zien we het Kindje in de kribbe, met rechts daarvan Jozef, die met open hand er naar wijst. Links boven in de hoek is dan nog een vrij dominante voorstelling van de os en de ezel. Tussen hun koppen een stervormige bloem, die herinnert aan Numeri 24 vers 17. Aan de os en de ezel wordt in bijgaande overweginen nogal aandacht besteed. Terecht wordt verwezen naar Jesaja 1 vers 3. Het is niet bekend, wanneer zij precies de kerstvoorstelling zijn binnengekomen. De kombinatie ligt voor de hand vanuit het stalmotief Gregorius van Nyssa, die leefde in de tweede helft van de vierde eeuw heeft er zo over gepreekt, dat de os Israël is, dat aan het juk der wet is gebonden en de ezel de volken, die de last van de afgodendienst dragen. Israël en de volken mogen zich samen verbazen over de geboren Koning. Hij heeft die beiden tot één gemaakt.
Het derde kerstnummer is sober. Het beperkt zich tot de verluchting met kerstmotieven als kerkklokken, wat hulsttakjes en een brandende kaars. Motieven, die duiden op de verkondiging van het woord Gods in de kerk. Het licht dat in Christus verschenen is en het altijd groene en frisse leven, dat in Hem openbaar kwam. Bewust of onbewust blijft de versiering zo symbolisch en verwijzend naar het Woord van God.
We hebben nu de kerstafbeeldingen bekeken van die periodieken. Een ieder van ons zal er nog het nodige naast kunnen leggen. Bekijkt u de kerstkaarten maar eens, die in steeds grotere aantallen worden verstuurd. U zou met wat knippen en sorteren een hele verzameling kunnen aanleggen. En dan niet te vergeten de zondagsschoolplaatjes, ook daarbij treffen we allerlei voorstellingen aan.

Geschiedenis
Onwillekeurig komt dan de vraag op naar de geschiedenis. Daarbij is er eerst de kweste van het Kerstfeest zelf Het is voor de hand liggend, dat juist de viering van de geboorte van de Heere Jezus Christus de beeldvorming sterk heeft bevorderd. Het is, ook onder de lezers wel een bekend feit, dat het Kerstfeest niet altijd is gevierd. Het Paasfeest is veel ouder en eigenlijk het belangrijkste christelijke feest. Het Kerstfeest is pas opgekomen in het begin van de vierde eeuw als vervanging van een oud Romeins lichtfeest. Vanaf die tijd begint Kerst steeds meer in beeld te komen. Geboortevoorstellingen van voor de opkomst van het Kerstfeest vertonen merkwaardige symbolische trekken. Het Kindje ligt bijvoorbeeld niet in een kribbe, maar op iets, dat op een tafel lijkt. De Heere Jezus is dan het brood, dat uit de hemel is neergedaald. De geboorte is direkt verbonden met Pasen. Zo kan ook het grotachtige van de stal herinneren aan de duisternis van de dood, waaruit Jezus herrijzend verscheen.
Toch is de ontwikkeling van de kerstafbeeldingen sindsdien niet ongebroken voortgegaan. Er is een sterke remming geweest vanuit het tweede gebod. Het beeld, de afbeelding is in de christelijke kerk niet vanzelfsprekend aanvaard. Zeker niet als het ging om het heilige, ja dé Heilige. Oorspronkelijk bestond er dan ook een sterke beduchtheid voor afbeeldingen. Men ging niet verder dan wat symbolen, waarvan de vis een van de bekendste is. Toch nam vooral in de sfeer van de volksvroomheid de hang naar afbeeldingen toe. Vooral het monnikendom heeft dat krachtig gestimuleerd. Hierbij wordt wel verwezen naar Egyptische mummiebeeldjes, die een overledene moesten vertegenwoordigen. Toch bleef er verzet in de kerk tegen het visuele. Nog in 386 heeft een synode van Elvira in Zuid-Spanje bepaald, dat het verboden was om schilderijen in de kerk op te hangen. Veel geholpen heeft dat echter niet. Aan het eind van diezelfde eeuw spreken de drie grote figuren van de kerk in het oosten zich voor schilderijen uit. Het waren Basilius de Grote, Gregorius van Nazianze en Gregorius van Nyssa. Zij wezen vooral op de mogelijkheid om door afbeeldingen eenvoudigen te onderwijzen. Het probleem van beeldenverering leefde voor hen niet. In de jaren, die volgen duiken zelfs afbeeldingen op, waarvan men geloofde, dat ze niet door mensenhanden waren gemaakt. Zo is er een oude traditie over een doek, waarop de Heere Jezus Zijn aangezicht zou hebben afgedrukt, en waarmee een zieke koning van de Syrische stad Edessa wonderlijk zou zijn genezen.
In de achtste eeuw rijst er opnieuw sterk verzet tegen de beeldenverering. Keizer Leo III liet in 738 zelfs een edikt uitgaan, dat alle beelden van Christus, Maria en de heiligen vernietigd moesten worden. Een ware beeldenstorm brak los. Veel oud kultuurgoed moet toen verloren zijn gegaan. In 787 wordt echter op het concilie van Nicea de afbeelding in de christelijke kerk weer toegelaten. Hoe meer immers de beschouwer zich in het verdiept, des te meer zal hij zich inspannen de afgebeelde persoon na te volgen. Hij zal hem vereren, zonder hem te aanbidden. De verering met wierook en kaarsen geldt via de afbeelding de afgebeelde zelf. Het zal toch nog honderd jaar duren eer dit besluit bevestigd wordt door keizerin Theodora. Uit die tijd stamt het feest der orthodoxie. Een bekend voorstander van de afbeeldingen was Johannes Damaskenus. In zijn geschrift 'Over de ikonen' verdedigde hij de stelling, dat de oudtestamentische afwijzing van het beeld, sinds de komst van Christus was achterhaald. Christus was in het vlees gekomen en was het Beeld van de onzienlijke God.
Daarna ontwikkelt zich het beeld gestaag. Het is ondoenlijk, dat in kort bestek allemaal na te gaan. Wel willen we nog wijzen op het kenmerkende van de afbeeldingen uit de Grieks- en oosters-orthodoxe sfeer. In het westen zien we het verschijnsel van de kerststal opkomen. Daarin is ook wel een zekere symboliek, maar de voorstellingen zijn toch vooral reëel, konkreet en aards. De levensstijl van de tijd weerspiegelt zich duidelijk in de afbeeldingen.
In het oosten zijn er de ikonen. Letterlijk betekent dat ook niet anders dan 'beelden'. Maar ze vormen toch een aparte groep.
Ze zijn duidelijk mystieker van inslag. Een eeuwigheidslicht straalt als het ware door hen heen. De bron van dat licht is in God. Maar het doorstraalt het hele zijn. In Christus, in Maria, in de heiligen vinden we koncentraties van dat licht, zij het in afnemende mate. Hun ikonen brengen ons in kontakt met dat licht. Hun goudkleur weerspiegelt de glans van de eeuwigheid. De ikonenwand, waarachter het altaar is in een oosters-orthodoxe kerk is als het ware een poort, waardoor het licht de kerk binnenstroomt. Voor het vervaardigen van ikonen golden dan ook vaste procedé's en vaste vormen. En men moet terdege in deze materie ingeleid zijn om bepaalde stijlen te kunnen onderscheiden.

Waardering
Hoe moeten we nu over dit alles denken? We kunnen natuurlijk wel genieten van de primitieve schoonheid van sommige afbeeldingen en de mystieke inslag van andere kan ons bijzonder aanspreken, maar daarmee is toch nog niet alles gezegd. Het is dan ook goed om blijvend rekening te houden met het tweede gebod. In de tijd van de Reformatie is er opnieuw ernstig kritiek geleverd op de beelden. Ook toen vond er een beeldenstorm plaats. En zeker zouden we niet voor onze rekening willen nemen, de manier waarop toen soms te werk is gegaan. Maar bijbels is het pleit dat gevoerd werd voor soberheid en geestelijkheid. Als onze Heidelbergse Catechismus naar een mogelijk nut van beelden vraagt, wijst ze er op dat God ons niet door stomme beelden, maar door de levende verkondiging van het Woord wil onderwezen hebben. Raak is hier de tegenstelling. Het beeld is stom, ook de afbeelding. Het staat daar maar. We kunnen er van alles bijdenken, er van alles inleggen. Het laat zich dat alles zomaar aandoen.
Het Woord van God is echter levend en krachtig. Het komt ons tegemoet. Het werpt tegenwerpingen omver en het veroordeelt allerlei dwaze gedachtengangen. Het reinigt onze voorstellingen. Het wil telkens weer onze gedachten gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van de Heere Jezus Christus.
Ook met het nog wel eens gehoorde argument, dat Christus toch in het vlees gekomen is, moeten we voorzichtig zijn. Het doel van Zijn vleeswording is niet geweest om Zich te laten bekijken. De Heere Jezus heeft het niet nodig gevonden een schildering van Zichzelf achter te laten, alle legendevorming ten spijt. Het doel van Zijn menswording is Zijn kruisiging en opstanding. Zo kan de apostel Paulus dan ook in zijn tweede Korinthebrief schrijven, dat hij Christus wel naar het vlees gekend hééft, maar nu niet meer. Hij mag Hem nu door de Geest kennen als de verhoogde Heere en Koning, in Wie een nieuwe eeuw is aangebroken. Wie in Christus is, die is een nieuwe schepping. Het is juist ook deze heilshistorische voortgang, die we, tot schade van ons geloofsleven, gemakkelijk kunnen vergeten als we stil blijven staan bij de kerstafbeeldingen. Daarom zou ik het pleit van de Reformatie voor een soberheid en geestelijkheid, die zich allereerst en allermeest oriënteert aan het Woord van God, ook voor onze tijd met nadruk willen onderstrepen.

Er laat zich dan ook best een kritische noot plaatsen bij de argeloosheid en oppervlakkigheid, en vaak ook de smakeloosheid, waarmee in ruime kring het Kerstgebeuren wordt afgebeeld en versierd.
Blijft er dan geen enkele ruimte over voor de uitdrukking ook van het Kerstgeloof in vorm en kleur? Dat zou ik niet graag willen beweren. Ook met artistieke gaven op dit terrein mogen we onze God en anderen dienen. Maar daarbij dienen wel de symboolfunktie en de verwijzing naar het levende Woord van God voorop te gaan. Want nog eens: God wil zijn christenen niet door stomme beelden, maar door de levende verkondiging van Zijn Woord onderwezen hebben.

J. Westland, Kampen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1988

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Kerst in beeld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1988

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's