De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

De Afdeling Voorlichting Universiteit Utrecht bracht een brochure uit onder de titel 'De mooiste dag van je leven', over promoveren aan de universiteit. Van de gebruikelijke stellingen bij een proefschrift (sinds 1987 hóeft het niet meer, mág het nog wel) zijn er 169 bijeengebracht, uit verschillende vakgebieden. Hier volgen enkele opvallende stellingen:

'Het is nadelig voor de kwaliteit van een stelling als de promovendus erop uit is die stelling in NRC-Handelsblad geplaatst te krijgen. (C. J. M. Hakfoort Optica in de eeuw van Euler: opvattingen over de natuur van het licht, 1700-1795. 23 juni 1986).


Een bouwwerk is pas gereed als de laatste stelling is afgebroken. (Walter Roest. Spreidingspatroon van de Noord-Atlantische oceaan tussen 10° en 40° N. 17 juni 1987).


Het publiceren van stellingen op 31 oktober is in het verleden niet altijd zonder gevolgen gebleven. (H. A. Vahl. Vitamin A, Iron and Virginiamycin in broiler diets Effects on performance and immune responsiveness. 31 oktober 1985).


Het verdient aanbeveling voor een promovendus om in een vroeg statium van het onderzoek tienvingerig te leren typen. (P. C. M. de Wilde. Kwantitatieve histologische en immunohistochemische deagnostische criteria voor het syndroom van Sjögren. 2 december 1986).


Het beste proefschrift is nog geen kookboek, maar een goed kookboek is wel een proefschrift. (J. van Nes. Clinical electrophysiological studies of the ulnar and radial nerves in the dog. 15 juni 1985).


Het is de hoogste tijd dat de overheid de superheffing ook geldig verklaart voor haar eigen melkkoe, de auto. (J. H. van der Stroom-Kruyswijk. Residuen van penicilline in melk. 27 juni 1985).


Regenten kijken niet naar wat ze achterlaten, omdat regeren vooruitzien is. (Paul Verweel. Verandering en planning. 12 juni 1987).


In verband met de gevolgen van een voortschrijdende verontreiniging van oppervlaktewater dient het gezegde 'Zo gezond als een vis' beschouwd te worden als archaïsme. (J. A. M. Raaijmakers. Receptoren van het autonome zenuwstelsel in longweefsel van patiënten met CARA karakterisatie en interaktie met geneesmiddelen. 7 april 1987).


Uit een oogpunt van milieuhygiëne verdient het aanbeveling bij het roken zo diep te inhaleren, dat in de uitademingslucht vrijwel geen schadelijke stoffen meer aanwezig zijn. (Paul J. P. Kuijer. De invloed van postextrasystolische potentiatie (PESP) op de diastole. 20 mei 1986).


Voor de diepere levenswijsheden kan men beter bij de boeren dan bij de wetenschappers te rade gaan. (J. Terlouw. Bewijstheoretische analyses van transfiniek recursie en inductieve definities. 29 september 1986).


Wellicht zouden veel meer Nederlanders zich zorgen maken over de zure regen als zij beseffen dat deze niet alleen de bomen maar ook hun auto aantast. (P. A. M. Aarts. The role of hemodynamic factors in the interaction of blood platelets with the vessel wall. 18 juni 1985).


Voor de geloofsoverdracht aan jongeren is het van wezenlijk belang, dat het contact tussen kerk en school geïntensiveerd wordt, zodat een wederzijdse inspiratie en informatie mogelijk wordt. (L. W. Nijendijk. De christologie van de herder van hermas: een exegetische godsdienst- en dogmenhistorische studie. 26 juni 1986).


Een huiscomputer hebben is nog niets; er mee om kunnen gaan is al heel wat; het ding begrijpen is heel goed; er van af kunnen blijven is pas knap. (Maarten van den Buuse. Brain catecholamines and the development of hypertension in the Spontaneously Hypertensive Rat. 7 november 1985).


Tekstverwerkers zijn een zegen voor de papierindustrie. (J. W. Roelofs. Verwerking van visuele informatie bij autistische kinderen. 5 juni 1987).'


In 1854 hield het Indiaanse opperhoofd Seattle zijn magistrale toespraak over de verkoop van zijn land aan de blanken. Bij uitgeverij Kaimos te Soest verscheen de authentieke, door dr. Henry A. Smith in 1854 opgetekende redevoering en wordt aangevuld met een prachtige bewerking, die de Amerikaanse dichter William Arrowsmith er later van maakte.
Toen Seattle zijn toespraak hield was hij achtenzestig jaar, een gerijpt en wijs man. Gedurende zijn hele leven had hij voor vrede en vriendschap geijverd. Hoewel hij besefte dat de komst van de blanken de ondergang van zijn volk betekende, onderhield hij zeer vriendschappelijke betrekkingen met hen.
Voor hem als Indiaan waren de opvattingen en het gedrag van de blanken onbegrijpelijk. Zij negeren de wetten van de natuur en dit kan op den duur hun ondergang worden.
Hier volgt een deel van de tekst:

'Het grote opperhioofd in Washington laat weten dat hij ons land wil kopen. Het grote opperhoofd heeft ook woorden van vriendschap en vrede gesproken. Dat is heel vriendelijk van hem want wij weten dat hij onze vriendschap niet nodig heeft.
Maar wij zullen uw aanbod overwegen want wij weten dat als wij ons land niet verkopen, de blanke man waarschijnlijk met zijn geweren komt en het in bezit neemt.
Hoe kan men de lucht of de warmte van het land kopen of verkopen? Deze gedachte is ons vreemd. Als wij de tinteling van de lucht en de glinstering van het water niet bezitten, hoe kunt u ze dan kopen? Wij zullen hierover te zijner tijd een beslissing nemen.
Op wat het Opperhoofd Seattle zegt kan het grote opperhoofd in Washington vertrouwen; even vast als onze blanke broeders kunnen rekenen op de terugkeer van de seizoenen. Mijn woorden zijn als de sterren, zij veranderen niet.
leder gedeelte van dit land is heilig voor mijn volk. ledere dennenaald die glanst, elk zandstrand, de nevel in de donkere bossen, elke open plek en elk insekt dat er zoemt is heilig in de herinnering en ondervinding van mijn volk. Het sap dat door de bomen stroomt bevat de herinneringen van de rode man. De doden van de blanke man vergeten het land van hun geboorte als zij weggaan om tussen de sterren te dwalen. Onze doden vergeten dit prachtige land nooit want het is de moeder van de rode man.
Wij zijn een deel van de aarde en de aarde is een deel van ons. De geurende bloemen zijn onze zusters; het hert, het paard en de machtige adelaar zijn onze broeders. De rotsige hoogten, de grazige weiden, de lichaamswarmte van pony en mens – alles is aan elkaar verwant.
Als het grote opperhoofd in Washington ons laat weten dat hij het land wil kopen, vraagt hij wel veel van ons (…).
Ik begrijp het niet. Onze levenwijze is anders dan de uwe. Het zien van uw steden doet pijn aan de ogen van de rode man. Maar misschien komt dat doordat de rode man een wilde is en niets begrijpt.
Nergens is er stilte in de steden van de blanke man. Nergens een plek om in de lente te luisteren hoe bladeren zich ontvouwen of insektenvleugels trillen. Maar misschien begrijp ik het niet omdat ik een wilde ben.
Het lawaai doet pijn aan onze oren. Wat heeft het leven voorzin als een mens de eenzame roep van de nachtzwaluw niet meer kan horen, of het gesprek van kikkers 's avonds rond het meer? Ik ben een rode man en begrijp het niet. De indiaan houdt van het zachte geluid van de wind die over het watervlak van een vijver strijkt, en van de geur van de wind, gezuiverd door de middagregen of bezwangerd met de geur van pijnbomen (…).
Als wij ons land aan u verkopen, houdt er dan van zoals wij er van gehouden hebben.
Behoed het, zoals wij het behoed hebben.
Bewaar in uw hart de herinnering aan het land zoals het is op de dag dat u het in bezit nam.
Behoed het voor uw kinderen met alle kracht die in u is – in uw hart en in uw geest – en heb het lief… zoals God ons allen liefheeft.
Een ding weten wij zeker: onze God is dezelfde God. Hij houdt van deze aarde. Zelfs de blanke man zal niet uitgezonderd worden van ons aller bestemming. Misschien zijn wij toch broeders – wij zullen zien.'
Dit is slechts een greep uit een juweeltje, dat ik niet meer van de hand doe.

V. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1988

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1988

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's