De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

C. Gerretson als historicus van de Gereformeerde Gezindte

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

C. Gerretson als historicus van de Gereformeerde Gezindte

4 minuten leestijd

Indertijd heb ik in dit blad mogen bespreken de zes delen van de Verzamelde Werken van C. Gerretson. Tot onze niet geringe verbazing (en blijdschap!) is nu nog een zevende deel verschenen, nota bene elf jaar ná de verschijning van deel VI. Wat dit laatste deel nuttig maakt, is dat het een uitvoerig register bevat op de voorafgaande delen; wat het echter boeiend maakt, is de inleiding op de persoon en het werk van Gerretson door dr. G. Puchinger. Zo er iemand daartoe bevoegd was dan Puchinger, niet alleen vanwege het feit dat hij Gerretson van nabij gekend heeft, maar ook omdat hij als historicus vertrouwd is met het milieu waar Gerretson in geleefd en gewerkt heeft. Zo is de inleiding van Puchinger uitgegroeid tot een prachtig essay over een stuk vaderlandse geschiedenis van de twintigste eeuw met Gerretson als centrale figuur. Een essay van liefst 220 klein gedrukte bladzijden met veel toegevoegde noten, waarin weer veel interessante stof is bijeen gegaard.
Na een hoofdstuk dat een beschrijving is van Gerretson's levensloop, volgt een hoofdstuk over Gerretson als literator, dan één dat handelt over Gerretson als historicus. Vervolgens komt breedvoerig aan de orde Gerretson als historicus van de Gereformeerde Gezindte. Er volgen dan nog hoofdstukken over Gerretson als koloniaal en constitutioneel historicus èn over zijn visie op Oranje en het Verenigd Koninkrijk, waarin het vooral gaat over zijn bevlogenheid voor de Groot-Nederlandse gedachte en zijn contacten met de historicus Geyl.
Vooral het hoofdstuk over Gerretson als historicus van de Gereformeerde Gezindte heeft mij erg geboeid. Vanaf zijn jonge jaren zijn er twee bronnen geweest, die hem tot schrijven hebben gedrongen: de religie en de historie van zijn volk. Al vroeg heeft hij zijn sympathie uitgesproken voor de eenvoudige vromen, 'dit zo wonderlijk fijngevoelige geestesleven dier eenvoudigen in den lande, aan hetwelk, wij erkennen het gaarne, ook wij ons verwant voelen'. En in een van zijn laatste artikelen, gepubliceerd kort voor zijn verscheiden, getuigde hij 'dat de sterkste politiek-vernieuwende impulsen in de regel uitgaan van de kleine religieuze gemeenschappen'. Mede daarom had hij ook oog voor de grote betekenis van de beweging van de kerkelijke Afscheiding van 1834. Zo groot was die sympathie dat hij in 1951 zich niet alleen kind van het Réveil noemde, doch in zekere zin ook een zoon van de Afscheiding. Ja, zelfs gaat hij zover te verklaren: 'ik sta zo dicht bij de kerkelijke beweging onderhoudende artikel XXXI der Kerkenorde'.
De liefde voor de Gereformeerde Gezindte was ook dat hem verbond met Groen van Prinsterer. Diens visie op de staatkundige positie van het gereformeeerde volk, dat hij in de historie had ontdekt en gezien, deelde Gerretson geheel. Daarom had het begrip Gereformeerde Gezindte voor Gerretson, evenals voor Groen, niet uitsluitend een religieuze, maar ook een politieke en maatschappelijke betekenis. In dat verband karakteriseerde hij Groen dan ook als de politieke leider bij uitstek van het achteruit gezette volksdeel; leraar niet in de religie, maar in de betrekking, beter de uitstraling van de religie tot en in de buitenpersoonlijke, maatschappelijke en staatkundige sfeer.
Als geschiedschrijver van de Gereformeerde Gezindte constateerde Gerretson met wrevel, hoe er bij de moderne geschiedschrijvers een sterke tendens is om met aansluiting aan de libertijnse traditie het volstrekt overwegende van het religieuze moment in onze natievorming op de achtergrond te dringen en te bagatelliseren. Sinds de 18e eeuw wordt de vaderlandse geschiedschrijving beheerst door Wagenaar, dat wil zeggen door de anti-orangistische regenten-mentaliteit. De gezeten burgerij, de bourgeoisie, 2àt was voor hen de natie. Mèt Groen van Prinsterer stelt Gerretson daartegenover de twee andere belangrijke factoren, die onze geschiedenis gevormd hebben, namelijk Oranje èn het calvinistische volk. In hun saamhorigheid hebben die beide meer recht op de term historische natie dan de bourgeoisie. Wat in de vorige eeuw, de eeuw van het Reveil als opwekking van de Gereformeerde Gezindte, de eenvoudige schoolmeester van de christelijke school, gewapend met Groen's Handboek van de Geschiedenis van het Vaderland, voor de religieus-nationale bewustwording van ons volk heeft gedaan, grenst aan het ongelooflijke!
Alle tegenstand, spot en hoon ten spijt zag Gerretson het Nederlandse volk als een christelijk volk. Sterker nog, het zal dat ook nog zijn, wanneer de statistieken aantonen dat de meerderheid tot geen kerkgenootschap meer behoort! Het zal dat zijn op dezelfde wijze, als een kind niet aan zijn doop kan ontkomen want geen volk kan zijn historie, de leiding van God, te niet doen!

W. Aalders, Den Haag
N.a.v. C. Gerritson, verzamelde werken, deel VII, uitgave Bosche-Keuning, Baarn, ƒ 49,–.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

C. Gerretson als historicus van de Gereformeerde Gezindte

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's