De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De aanval ingezet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De aanval ingezet

8 minuten leestijd

'En in het vijftiende jaar van de keizer Tiberius, als Pontius Pilatus stadhouder was over Judea en Herodes een viervorst over Galilea, en Filippus, zijn broeder, een viervorst over Iturea en over het land Trachonitis en Lysanias een viervorst over Abilene;onderde hogepriesters Annas en Kajafas…Lukas 3 : 1, 2

En. Zo vaak is het in de Schrift, hoe klein ook, een machtig veelzeggend woord. Zo, ook aan het begin van Lukas 3. Op de valreep van het vorige hoofdstuk vermeldt de evangelist de toename van Jezus in wijsleid, grootte en genade bij God en de mensen. Maar de vraag rijst: hoe en wanneer komt het ervan dat het Rijk van dit Kind de wereld aangrijpt? Nog altijd ligt het verscholen in het verachte Nazareth. Maar daar zal het niet blijven overeenkomstig de beloften Gods. Het zal als een zuurdeeg de wereld doortrekken en het zal de wereld overwinnen. Alleen, hoe moet het ervan komen?
Voorlopig lijkt de eerste winst gevallen aan de kant van de wereld. Keizer Augustus heeft zijn rijk knap op poten gezet. Een klinkende organisatie is de uitdrukking van een macht, die er niet om liegt. Als een spin in zijn web zetelt de keizer middenin iet machtige netwerk dat hij in absolute leerschappij heeft geweven. Rome is een glorieus zenuwcentrum vanwaaruit de impulsen de wereld door trekken. Wie kan de Verhevene, de Goddelijke aan? Waar is de God der goden eigenlijk en wat doet Hij? Een vraag, die post kan vatten bij het overvegen van dit gebeuren. De keizer hééft och de wereld?
En… Alsof Lukas, die de geschiedenis als evangelist beschrijft, zeggen wil: er zit wel degelijk schot in dat Koninkrijk. God is bezig, hoe afwezig Hij ook lijkt te zijn. Er wordt gewerkt aan het Koninkrijk. Alleen, zoals zo vaak, gaat dat niet gepaard met opzienbarende gebeurtenissen en tot de verbeelding sprekende ontwikkelingen. Sterker nog: het heeft er alle schijn van dat God geen slechter tijdstip had kunnen kiezen om tot handelen over te gaan. Dat hele Lukas 3 vers 1 en 2 is immers één schrikbarende concentratie van ongunstige factoren. Het Koninkrijk moet optornen tegen een gigantische macht en tegelijk temidden van geestelijke omstandigheden, die er onder het volk Gods allerbedroevendst uitzien. Keizer Tiberius zit in het vijftiende jaar van zijn regering vast in het zadel. God overrompelt hem niet in een zwak moment. Hij tast het imperium Romanum niet aan in een staat van uitholling en innerlijke volmolming. Verre van dat! Voor de geallieerden was de invasie in 1944 een hachelijke onderneming. Europa's kust was één bastion van staal en beton. Daartegenover stond wel een enorme legermacht. Maar wat heeft God om in te zetten tegen Tiberius? Eén Man, één mens… De dwaasheid en de zwakheid gekroond! Maar dat is nu gans en al naar de orde en het wezen van alle werken Gods. Het is het kenmerk van het Koninkrijk (vgl. 1 Cor. 1!).
Neemt het ter harte nu wij staan aan de ingang van 1989. Dezer dagen worden de kansen gewogen, de ontwikkelingen gepeild en de perspectieven op hun realiteit onderzocht. Wat zal dit jaar de wereld en ons, mensen, brengen? Men let op Washington, Moskou, Peking; op de woorden van een handvol mensen, van wie men gelooft dat het lot van mens en wereld afhangt. Hoe benepen, hoe kortzichtig is doorgaans de visie van mensen met een brede blik! De geschiedenis wordt – tot in haar jaartelling toe – beheerst door Christus, door de levende God en Zijn Rijk. Daarom is zij niet een aaneenrijging van louter toevalligheden en zijn het niet de machtsblokken, die de loop der dingen bepalen. Christus is het Die de fronten aangeeft en het strijdterrein afbakent. Toegegeven, wij vrezen duizend vrezen en sterven duizend doden menigmaal. Wij menen dat God de zaken op hun beloop laat en méér moest ingrijpen. Wat wou u Hem van advies dienen? Hij weet Zijn eigen zaken en behartigt haar naar Zijn wil. Ik toch heb Mijn Koning gezalfd! (Ps. 2). En – wonderlijk – zo'n groot en souverein God heeft mijn haren geteld en géén valt er zonder Zijn wil.
Lukas 3 meldt de inzet van de aanval op Gods tijd. Al staan – menselijk gezegd – de papieren van Zijn Rijk op dat ogenblik uiterst slecht. Namen en landstreken in onze tekst spreken zo hun eigen taal. Nauwkeurige lezing onthutst ons. Waar is de troon van koning David? Waar de eens zo grote heerlijkheid van zijn rijk? U leest een triest verhaal van opgedeelde vorstendommetjes – zulks volgens het ijzeren principe van 'verdeel en heers'. Pontius Pilatus, Herodes, Filippus, Lysanias – allemaal namen, die de regering van heidenen en bastaarden aanduiden. De genoemde gebieden vormen samen ongeveer het vroegere machtsgebied van koning David. Lukas 2 demonstreert al de verrevallende schaduw van Rome. In Lukas 3 is de schemer nog dieper, het vroegere rijk immers nóg meer verbrokkeld. Gerust waar: de oude glorie van David en zijn huis is tot het nulpunt gezonken. Slechts herinneringen resten nog, hier en daar nog levendig gehouden bij en door sommige wonderlijke mensen, wat terzijde van de heirbaan van de nieuwe tijd en de nieuwe ideologie. Er zijn nog kringen waar het oude geloof nog niet is gestorven maar in de kerk van die dagen viert de theologie van de aanpassing haar triomfen. Woordvoerders zijn de twee, die zichzelf stevig in het zadel houden: Annas en Kajafas. Aanpassing. Jawel: hogepriesters, meervoud. Twee tegelijk, haaks op de oude, door God aangegeven orde. Annas, de man, die alle wisselingen en wentelingen van macht en regiem overleeft, ook al zo'n oud, onuitroeibaar verschijnsel! Met zijn co-assistent Kajafas is hij een aangrijpend symbool van de geestelijke verwording van Israël.
De Koning van het Rijk dat ten aanval trekt zal ze straks allemaal ontmoeten. Zij zullen Zijn pad kruisen om het tot een kruisweg te maken. En tot in het boek van de Handelingen toe zullen Pontius Pilatus en Herodes en de hogepriesters model staan voor wat het zeggen wil om een verklaarde vijand van God, Zijn Rijk en Zijn Kerk te zijn. De aanval van het Rijk Gods wordt derhalve ingezet op het ogenblik dat er van Levi en Aäron en van David en Salomo slechts bleke schimmen zijn overgebleven. Priesterschap en koningschap zijn van glans en kracht beroofd.
Dat is Gods tijd om tot handelen over te gaan. En Lukas zegt: dat is goed nieuws, evangelie. Maar je moet het wel geloven! Wie het op het zichtbare houdt, komt er niet uit. Daarom liet de Heilige Geest het ook aan Lukas zien om het zó op te schrijven. Tot onze vermaning en vertroosting ook in het jaar onzes Heeren 1989. Het verzet tegen het Priester-Koningschap van Gods Gezalfde leidt een taai bestaan. Het lijkt heden zelfs krachtiger dan ooit. Het is – welbeschouwd – zelfs het beheersende gezichtspunt in de wereldgeschiedenis. Zo'n psalm als de tweede schrijft haar! Tekent haar als verzet tegen Zijn offer en tegen Zijn regering. Ooit ontdekt dat het zenuwcentrum daarvan ligt in uw hart? Ineens bent u niet langer toeschouwer maar dader. Zoiets is een schokkende ontdekking. U wordt weggehaald uit uw verhullende neutraliteit. Die laatste leek u een veilige positie maar u wordt eruit geschoten. Bij wijze van spreken dan. Omdat God in Zijn aanval meestentijds de liefde als pijl op Zijn boog heeft. Ik zou niet weten hoe het anders bij ons tot een capitulatie zou moeten komen. Liefde is het als Hij Zijn koninklijke Wet voor ons tot gelding brengt en wij ons verzet tegen Hem leren opgeven. Zó wordt een mens met een heel klein woord uit de Bijbel allergelukkigst.
En. En is evangelie. Zalig die er voor valt en bijtijds uit de gelederen van de vijand wordt overgebracht in die van de krijgsgevangenen en van de zalige verliezers. Er valt menige traan van droefheid over zo'n verzet tegen zulk een goede Koning. Maar één ding vervult ons voor eeuwig met diepe dankbaarheid: God heeft vijanden liefgehad!
Wij maken de balans op. De aanval ingezet. 'k Moest u even onder vier ogen spreken over de liefde Gods. Hebt u het daarvan al verloren? Dat blijft het geheim van het dwaze en verachte, het geringe en het onedele van deze wereld. Dat wordt in de voortgang van de Koninkrijks-strijd betrokken. Leest het vandaag nog eens met vreugde: En! God gaat door. Wat in Bethlehem begon, vanuit Nazareth verder ging, in Jeruzalem zijn beslag kreeg wordt straks voor eeuwig bekroond. Nimmer wordt de aanval afgebroken. De overwinning is al lang uitgeroepen, nog eer de strijd ten einde is. Vergaap u niet aan de machten. Zij zijn als bomen, die getekend zijn. Hun wortel deugt niet, zij gaan eruit. Schijnen de machten breed en sterk, er heeft een woord geklonken dat voor eeuwig beslist over de zege. Het is volbracht! Het is geen kwestie van kansen wegen. Zo u daar van spreken wilt, zij zijn eens en voorgoed gekeerd. Houd u dat voor gezegd. Gekeerd ten gunste van de Gekruiste. Want het dwaze Gods is wijzer dan de mensen en het zwakke Gods is sterker dan de mensen!

A. Beens, Lunteren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De aanval ingezet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's