De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk is Gods werk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerk is Gods werk

7 minuten leestijd

Al enige jaren behoort ds. H. J. Hegger, bekend van zijn werk voor de stichting 'In de Rechte Straat' te Velp, tot de Nederlandse Hervormde Kerk. Na rooms-katholiek priester te zijn geweest trad hij toe tot de Gereformeerde Kerken in Nederland nadat hij voor de beginselen van de Reformatie was ingewonnen.We hebben als redactie van ons blad ds. Hegger gevraagd enkele artikelen te schrijven over een door hemzelf gekozen thema. Het resultaat was een viertal artikelen, waarin hij zijn visie op Kerk en Gemeente, ook in haar concrete gestalte vandaag, verwoordt. Bijgaand het eerste van de vier artikelen. Red.

Toen ik vanuit Brazilië waar de Heere mij geleid had tot de ontdekking van het Evangelie van de vrije genade in Christus alleen, naar Europa (België) terugkeerde, werd ik opgevangen door een gereformeerde familie in Brussel.
Ik kreeg toen voor het eerst konkreet te maken met de wirwar van de vele verdeelde kerken van de gereformeerde gezindte, waaruit ik een keuze moest maken.

Het principe van de kerkelijke afscheiding
Mij werd voorgehouden het principe van de kerkelijke afscheiding: Wanneer iemand tot de overtuiging komt dat zijn kerk is afgedwaald van de leer van de Schrift zoals die in een onderling akkoord van plaatselijke kerken is vastgelegd (b.v. in de Drie Formulieren van Enigheid), dan moet je je daarvan afscheiden.
Ik nam dat principe aan, omdat ik dat destijds wel aannemelijk vond en geen tijd had om mij eerst nog weken of maandenlang te verdiepen in deze kwestie.
Toen ik echter tot de overtuiging was gekomen dat de Gereformeerde Kerken afgedwaald waren van de (handhaving van de) belijdenisgeschriften, besloot ik in 1974 op grond van het principe van de kerkelijke afscheiding om de Ger. Kerk te verlaten.

Waar dan heen?
Meteen kwam opnieuw de vraag op mij af: Waar nu heen? Ik kon daarop nog steeds geen duidelijk antwoord geven.
Krachtens het principe van de kerkelijke afscheiding kwam de Ned. Herv. Kerk in elk geval niet in aanmerking.
Maar welke van de overige van de 'Tien keer gereformeerd'? moest ik dan wèl kiezen?
Ik vond het onverantwoord om maar, op hoop van zegen en op goed geluk af, een keuze te doen. Daarom heb ik een tijd lang in kerkelijk niemandsland vertoefd in biddende overdenking van het kerkelijke vraagstuk.

De Kerk geen mensenwerk
De oplossing kwam doordat ik begon in te zien dat de kerk niet het werk van mensen is, maar Gods werk.
Wanneer ik lid zou moeten worden van een bepaalde kerk, omdat daarin een door mensen opgestelde samenvatting van de leer van de Schrift door mensen gehandhaafd wordt door middel van de tucht, dan zou het wezen van de kerk van Christus rusten op mensenwerk.
En wanneer ik op grond daarvan een bepaalde kerk die deze belijdenis niet meer handhaaft, zou moeten verlaten, dan zou ik daardoor gehoorzaam zijn aan mensen, aan leden en/of leiders van een andere kerk die beweren dat ik bij hen moet komen, omdat zij die door mensen opgestelde belijdenis wèl handhaven. Mijn overgang naar hun kerk zou dan tot eer van mensen zijn.

Hand. 15 : 14
Ik werd getroffen door Hand. 15 : 14, waar Jakobus zegt: 'Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen (in het Grieks staat hier "ex ethnoon" = uit de niet-joodse volken) heeft bezocht om uit (hen) een volk (hier staat: "laon" = het joodse, door God geheiligde en uitverkoren volk) aan te nemen voor Zijn Naam'.
Op dat zogenaamde apostelconvent ging het niet over de vraag of Israël opgehouden was als natie Gods uitverkoren volk te zijn, omdat er voortaan slechts één volk Gods (de gemeente van Christus) zou zijn, waarin de joden helemaal hun identiteit als lid van het door God, uit alle andere volken apart gezette, volk zouden verliezen.
De vraag was: moeten al die duizenden heidenen (= leden van niet-joodse volken) door besnijdenis en proselietendoop ingelijfd worden in het nationale Israël, wanneer ze tot geloof in de God van Israël waren gekomen, zoals tot dan toe steeds gebeurde? En dan komt het antwoord: nee, want blijkbaar heeft God besloten om naast (dus beslist niet: in de plaats van) Israël voor Zich ook een volk uit de niet-joodse volken aan te nemen.

Grondtrek van Gods handelen
Als dat inderdaad zo is, ligt het voor de hand dat Gods handelen met dit volk uit de niet-joodse volken dezelfde grondtrekken zal vertonen als Zijn handelen met Israël: 'En deze dingen zijn geschied ons ten voorbeeld' (1 Kor. 10 : 6).
En wat is de belangrijkste grondtrek van Gods handelen met Israël? Zijn trouw ondanks de ontrouw van Israël (Rom. 3 : 3). Met nadruk zegt Paulus: 'Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre' (Rom. 11 : 1).
En zo hebben ook de apostelen en de eerste christenen gehandeld. Ze bleven de tempel bezoeken, ook al had Israël, evenals de vrijzinnige 'christenen' later, de godheid en het plaatsbekledende sterven van Christus geloochend en Hem zelfs aan de heidenen ter kruisiging hadden overgeleverd.

Gods trouw aan een ontrouw volk
Daaruit meende ik te moeten besluiten dat God ook Zijn volk uit de heidenen niet zal verstoten vanwege de ontrouw (van de leiders) van dat volk in het handhaven van de belijdenis aangaande de Christus der Schriften.
Dat betekende voor mij dat ik het principe van de kerkelijke afscheiding moest verwerpen en mij moest aansluiten bij de Ned. Herv. Kerk.

Vervolgt de Herv. Kerk de gelovigen?
Maar, zo zal iemand vragen, wat doet u dan met art. 27-29 van de Geloofsbelijdenis? Dan meen ik te moeten antwoorden: Wat wordt daarin als wezenlijke trek van de valse kerk aangegeven? 'Zij vervolgt degenen die heilig leven naar het Woord Gods'.
Pas als dàt gebeurt, moet je een kerk als 'vals' beschouwen en haar verlaten.
Zo hebben de christenen uit de joden het ook gezien. Wanneer zijn zij, na de verwoesting van de tempel, opgehouden de synagoge te bezoeken? Toen, onder druk van rabbijn Gamaliël II, in het jaar 85 de vervloeking van de christenen in de liturgie van de synagoge werd ingevoerd.
Dat is ook de reden waarom wij niet meer de r.-k. kerkdiensten kunnen bezoeken en officieel geen lid meer kunnen zijn van de R.-K Kerk. Die kerk heeft nl. in het concilie van Trente de vervloeking uitgesproken over hen die de leer van de Reformatie, volgens ons de belijdenis aangaande de Christus der Schriften, aanhangen. En omdat de R.-K. Kerk van nu die vervloekingen van Trente handhaaft (zie het nieuwe kerkelijke wetboek van 1983 canon 833), kunnen wij ook nu geen lid meer zijn van de R.-K. Kerk.
Maar vervolgt de Ned. Herv. Kerk van nu 'degenen die heilig leven naar het Woord Gods?' Nee, dan is er ook geen gerechtvaardigde reden om die kerk te verlaten of, als men dat reeds heeft gedaan, om er niet toe terug te keren.

Ook de R.-K. Kerk Gods volk
En zelfs al zou de Ned. Herv. Kerk ooit tot zulk een vervolging overgaan en we dus die kerk zouden moeten verlaten, dan zou ik die kerk toch als Gods volk blijven zien. Nogmaals: God blijft trouw aan Zijn volk, eerst aan Israël en nu ook aan Zijn volk uit de heidenen, het kerkinstituut, ondanks onze ontrouw.
Zo blijf ik ook de R.-K. Kerk als Gods volk beschouwen, ook al is ze een valse kerk in de zin van onze geloofsbelijdenis geworden.
Immers hoe kunnen we anders de Doop van de R.-K Kerk aanvaarden, wanneer die kerk alleen maar een verzameling van heidenen, en niets meer, zou zijn?
Daarom kan ik die kerk, evenals de profeten dat deden tegenover het afgedwaalde Israël waarvan slechts 7000 niet de knie bogen voor de Baäls), op grond van Gods trouw aan Zijn verbond terugroepen naar Gods Woord: 'Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls' (Ez. 33 : 11).
Een oproep tot de Rooms-Katholieke Kerk om zich te bekeren heeft voor mij een ander karakter dan een oproep aan heidenen om zich te bekeren.
Wanneer iemand mij een platvloers anti-papisme verwijt, kan ik alleen maar verbaasd reageren: Waren de profeten die Israël hartstochtelijk opriepen om terug te keren tot de God van het Verbond, soms ook anti-judaïsten? Maakten zij zich schuldig aan een vulgair antisemitisme, wanneer zij fel de afdwalingen van hun volk striemden?

Troost, troost Mijn volk!' (Jes. 40 : 1)
Dat zicht op de trouw van God aan Zijn verbond, dus ook aan het volk van Zijn verbond, is een machtige pleitgrond voor het gebed voor de Ned. Herv. Kerk.
Dat zicht kan ons bewaren voor moedeloosheid, wanneer wij zien hoe het ook in onze Herv. Kerk bergafwaarts gaat. Het geloof ziet niet op de werkelijkheid die doordrenkt is van de zonde, maar op de belofte Gods, op Zijn eeuwige trouw. Zijn volstrekte genade voor zondaars die tot geloof in Christus zijn gekomen. 'Zalig zijn zij die niet zien en toch geloven!'

H. J. Hegger

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De kerk is Gods werk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's