De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Groei.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Groei.

Van overzee

9 minuten leestijd

Maïs.
Er was eens een landbouwdeskundige die de campesino's 1) van Guatemala wilde helpen. Hij dacht: 'Als ik nu eens een soort maïs kon ontwikkelen, die per plant geen één of twee maïskolven oplevert, maar wel drie of vier. Ai, dat zou geweldig zijn voor deze kleine tobbers. Want zonder maïs kunnen zij niet leven; het is hun dagelijks brood! Maar dat leven zou wat gemakkelijker kunnen zijn als er een ruimere oogst was. Want dat betekent: meer eten èn wellicht wat overhouden om te verkopen. Met die centavos 2) kunnen ze dan weer andere noodzakelijke dingen kopen.'
Zo gedacht, zo gedaan. Het resultaat leek veelbelovend! Planten met drie en vier, ja zelfs vijf maïskolven; dat kon wat worden! Maar toen begonnen er her en der wat planten te verpieteren. En op een middag – 't was regentijd – trok er een zware onweersbui over met flinke windstoten. Het proefveldje stond er daarna triest bij. Met de meeste maïsplanten waren de schone idealen en hooggespannen verwachtingen van de landbouwdeskundige dubbelgeknakt. Mismoedig lieten ze het hoofd hangen.
De campesino's – indianen, die al geslachten lang met maïs in de weer waren geweest – kwamen bij hem. 'We waren er al bang voor. Want jij zat maar over meer maïskolven en je dacht dat je er alles van wist. Máár…, je vergat de stengel die alles dragen moet; de wortels die de hele plant moeten voeden; en de aarde die niet onuitputtelijk is in haar voedingsstoffen.'

'Crecimiento de Ia Iglesia!'
'Groei van de kerk/gemeente' betekenen deze Spaanse woorden, die ook in de Presbyteriaanse Kerk van Guatemala zeer belangrijk zijn. Niet in het minst – als ik het wat onaardig zeggen mag – in de competitie met de vele pinksterkerken en de talloze sekten die hun duizenden verslaan.
Een belangrijk thema dus en daarom was het ook gekozen als onderwerp voor twee van de vier lezingen die tijdens een van de classicale vergaderingen – die duren dan ook zo'n dag of drie – gehouden werden. Aan mij was de eer te beurt gevallen om deze lezingen te houden. Twee dus over de groei van de gemeente en twee over een ander gevoelig onderwerp: 'Het ambt van de ouderling'; daarover hoop ik u een andere keer wat te vertellen.
Een gevoelig onderwerp dus; niet alleen vanwege de al genoemde competitie, maar ook vanwege de situatie binnen de Presbyteriaanse Kerk.
Er is daar namelijk erg veel aandacht voor evangelisatie. Er worden heel wat projekten en ambitieuze plannen uitgedacht. En vaak uitgevoerd ook. Met zegen!! De kerk in de stad groeit en in het gebied van de Kek'chi-sprekende indianen zijn inmiddels al drie nieuwe classes gevormd.
Máár…, de jaarlijkse statistische gegevens laten toch een terugloop van het aantal leden zien. Hoe dat komt? Daar zal het laatste woord nog niet over gezegd zijn en zeker niet door mij uitgesproken worden. Een feit is echter dat de gemeenten te maken hebben met 'kerkverlating'; van jongeren en ouderen, maar vooral van 'pasbekeerden'. Dat wil zeggen, degenen die door het werk van evangelisatie bereikt zijn, blijven daar soms/vaak niet lang. Waar ze dan wel blijven? Vaak bij een of andere pinksterkerk. Kennelijk weet de Presbyteriaanse Kerk haar nieuwe leden in spé niet vast te houden, komt er geen binding met de gemeente tot stand.

Antiochië.
Tegen deze achtergrond heb ik geprobeerd met de ouderlingen en predikanten van een van de classes van de kerk te luisteren naar Handelingen 11 : 19-26.
Dat is een voorbeeld van groei. Eerst was er immers alleen de gemeente in Jeruzalem (vs. 22), maar even verder wordt er ook gesproken over de gemeente in Antiochië (vs. 26).
Groei dus. Maar juist dit stukje kerkgeschiedenis laat ons een aantal onmisbare basisvoorwaarden zien voor de groei van de gemeente.
Samen hebben we naar de maïsplant gekeken van de u reeds bekende landbouwdeskundige. Een reëel voorbeeld omdat voor alle aanwezigen het leven zonder maïs(-produkten) ondenkbaar is. En… lijken wij met onze aandacht voor groei niet erg veel op deze landbouwdeskundige? Dat vroegen we ons af. Letten wij alleen op numerieke groei (= meer maïskolven), maar vergeten we de stengel (= het fundament) en de wortels plus de aarde (= de bron) niet?
Wel, over het fundament en de bron van de groei van de gemeente heeft Handelingen 11 ons iets te zeggen. In 't kort wil ik u enkele hoofdpunten van het besprokene doorgeven.
Opdat u met de kerk en de gemeenten hier kunt meeleven en meebidden. Wellicht ook om eens in de spiegel te kijken.

Het fundament.
De maïskolven – hoe meer, hoe liever! – worden gedragen door de stengel, maar die moet dan wel van goede kwaliteit zijn. We ontdekken in Handelingen 11 : 19-21 twee eigenschappen van die stengel.
1. Mensen die de Heere Jezus verkondigen (lett. 'evangeliseren'). Zij delen de blijdschap die ze zelf in Hem ontvangen en gevonden hebben met anderen door de boodschap van Gods heil door te vertellen.
Máár…, zij doen dit niet in het kader van een groots opgezette evangelisatiecampagne, zij werken niet met perfekte projekten. Welnee! Het zijn vluchtelingen! (verg. Hd. 8 : 1-4). En zij kunnen het uit liefde en gehoorzaamheid (Hd. 4 : 20; 5 : 42) gewoon niet laten om over hun Heere te spreken.
Natuurlijk mogen we best plannen maken, broeders (en zusters), als we maar niet vergeten dat ze gedragen moeten worden door een hartelijk getuigenis en een verlangen om de blijdschap in de Heere te delen met anderen. Ieders persoonlijke relatie met de Heere God is dus in het geding.
Als het alleen maar 'moet' omdat de dominee of de ouderlingen het zeggen…?!
2. Voor we nu gaan denken dat alles van ons getuigenis afhangt, is het goed om op de tweede eigenschap van de stengel te letten, het fundament dat de groei draagt.
'En de hand des Heeren was met hen' die het Woord verkondigden en dáárom geloofden er velen en bekeerden zich tot Hem.
'Gods rechterhand is hoog verheven;
des Heeren sterke rechterhand
doet door haar daân de wereld beven
houdt door haar kracht Gods volk in stand.' (Ps. 118 : 8 ber.)
…en zeker hen die het Evangelie van de Heere Jezus doorvertellen. 'Ziet Ik ben met u…', want Ik ben de HEERE, de God die op aktieve (hand!) wijze present is. Zo is Hij, Immanuël, God met ons.
Uiteraard kon ik de genoemde psalmregels niet citeren, maar we mochten wel ontdekken dat we onszelf als instrumenten in goede handen mogen weten. Onze monden in Zijn handen…, dan komt er schitterende, evangelische muziek uit: 'Jezus, Jezus! Kent u/jij die Naam (nog) niet (meer)? Die Naam draagt mijn Heiland!'
Weet u een beter fundament?

De Bron.
Dat ze ook in de jonge gemeente van Antiochië hun mond niet gehouden hebben, wordt ons duidelijk uit het feit dat ze door anderen (!) christenen genoemd worden. 't Viel kennelijk op dat ze het vaak over Christus hadden. Toch is er geen sprake van overhaaste zendingsaktiviteiten en enorme akties. De Heilige Geest moest er aan te pas komen eer Paulus en Barnabas uitgezonden werden (Hd. 13 : 1-4). En blijkens ons gedeelte is daar op z'n minst een vol jaar overheen gegaan (vs. 26). Een verloren jaar?
We hebben nog eens naar de maïsplant gekeken. Als er geen goed wortelstelsel is, kan de plant nooit goed groeien, laat staan dat hij overeind zou kunnen blijven. De wortels zijn natuurlijk niet de bron, maar dienen wel om de voedingsstoffen aan de aarde te onttrekken en naar de rest van de plant te transporteren. Zoals er een putemmer met touw nodig is om het water uit de aangeboorde bron/wel omhoog te halen.
De gemeente hééft haar bron, daar hoeven we niet meer naar te zoeken. Dat is het Woord, waarin de Heere God zich openbaart. Dat is de Heere Jezus, die door Woord en Geest tegenwoordig wil zijn.
Waar we wel naar mogen zoeken is naar een wortelsysteem om de voedingsstoffen aan deze bron te onttrekken; naar een putemmer om ons te kunnen laven aan het Levende Water.
Hoe deden ze dat in Antiochië?
Door te vergaderen en te leren/onderwijzen.
Nog meer vergaderen en redeneren? Doen we dat al niet veel te veel?
Paulus en Barnabas vergaderden samen (met anderen?) als 'kerkeraad' om het beleid uit te stippelen. Zij besloten eerst te werken aan de toerusting van de gemeente, aan groei in de diepte en niet alle aandacht te richten op de groei in de breedte. Vergaderen, samenkomen; samen komen voor Gods aangezicht is echter geen kwestie van planning zondermeer. Het is als ambtsdragers je zelf laven aan de Bron en je voeden met het Brood. Zoniet, dan valt er niets uit te delen en te onderwijzen. We dienen toegerust te zijn/worden om anderen toe te kunnen rusten. Vergaderen is dus heel geestelijk!
Vervolgens vergaderen zij ook met heel de gemeente om hen te onderwijzen. Onderwijzen heeft tot doel om de jonge – maar ook een 'oude' gemeente heeft dit broodnodig! – gemeente verder op te bouwen. Juist door het fundament te verstevigen. Door een diepere kennis van het Woord des Heeren. Laat dat ook nu een kenmerk van onze samenkomsten (kerkdiensten, bijbelkringen, verenigingen, enz.) zijn, dat er geléérd wordt. Een gemeente die toegerust is om te getuigen van Hem is een gemeente van discipelen (vs. 26!), van leerlingen.
Het zijn léérlingen die door anderen christenen genoemd worden…!!
Het is in die gemeente dat de Heilige Geest mensen afzondert om het Evangelie tot aan de einden der aarde te brengen!
Groei….
We komen er mee aan de voeten van onze Rabbi terecht!

W. G. Teeuwissen, San Felipe,
Guatemala

1) campesino = kleine boer; in onze termen een keuterboer, die ook daggelder is om aan de kost te komen
2) centaro = cent

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Groei.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's