De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verkaveld geestelijk leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verkaveld geestelijk leven

12 minuten leestijd

Het hier volgende is ingegeven door een bijdrage van de heer G. Roos in het Reformatorisch Dagblad. In zijn wekelijkse rubriek 'Van het kerkelijk erf' gaat Roos van week tot week in op zaken in de kerken, die zijn aandacht trekken. Vaak houdt hij zich bezig met zaken, die in de 'grote' kerken aan de orde zijn. In het algemeen leveren die kerken ook voldoende gespreksstof, enerzijds omdat standpunten ten aanzien van allerlei zaken naar buiten worden gebracht maar eveneens omdat tegenstellingen en discussies binnen die kerken onbedekt naar buiten komen. Als zodanig biedt bijvoorbeeld de Nederlandse Hervormde Kerk voldoende stof tot schrijven. Standpunten en discussies over abortus, homofilie, euthanasie, kernwapens, rassenkwesties e.d. bieden stof te over voor (kerk)joumalisten om er hun kranten mee te vullen. In de kleinere kerken is er veel meer terughoudendheid als het gaat om standpuntsbepalingen ten aanzien van publieke zaken of in het naar buiten brengen van tegenstellingen, ook al dringt er bij geruchte altijd wel iets door wanneer er van zulke tegenstellingen sprake is. De rubriek 'Van het kerkelijk erf' moet het nogal eens hebben van wat de grote kerken bieden.
Me dunkt dat, als het over zulke zaken gaat, de lezers van de betreffende rubriek het er globaal genomen ook wel mee eens zijn, wellicht zelfs bij voorbaat, al vraagt die en gene zich wellicht wel eens af of van buitenaf en niet van binnenuit schrijven soms wel eens niet te gemakkelijk is en gaat. Men verwoordt de kritiek op eigen kerk liever zelf, in liefde die scherp kan zijn.

Spanningsveld
Maar intussen maakte Roos recent in zijn rubriek wel kenbaar in welk spanningsveld hij schrijven moet als het om zaken gaat, die de bonte verscheidenheid van kerken, kerkjes en groeperingen betreft, die tot de 'Gereformeerde Gezindte' (met toevoeging: in engere zin) behoren. Hij slaakt in ieder geval de verzuchting dan voor de één soms te rechts en voor de ander te links, voor de één te bevindelijk en voor de ander niet bevindelijk genoeg, voor de één te leerstellig en voor de ander niet zuiver in de leer te zijn. Ieder van de gevarieerde lezerskring, waarvoor hij schrijft, snijdt zijn opvattingen toe op 'de leer', die in eigen kring bepalend is voor het kerkelijk en geestelijk leven.
In reactie daarop knoopt Roos aan bij Groen van Prinsterer, die onbekrompen en ondubbelzinnig handhaving van de belijdenis voorstond maar zich verzette tegen dor confessionalisme, loutere leerstelligheid, waar het geestelijk leven uit is. Over zulk geesteloos confessionalisme heeft Groen zich inderdaad soms ook scherp uitgelaten. En aangezien kerkscheidingen en scheuringen soms teruggaan op bepaalde leergeschillen worden tegenstellingen tussen de kerkelijke groeperingen ook in de praktijk van elke dag op de noe­ mer van die leergeschillen gebracht. Met dat euvel heeft Roos kennelijk in zijn wekelijkse rubriek te maken. Hij vraagt dan – terecht – hoe het met het geestelijk leven daarachter zit. Hij raakt hier wat ik zou willen noemen het euvel van de verkaveling van het geestelijk leven.

Enige troost
Als het er helemaal op aankomt – op het sterfbed van de mens – ligt de kern van het geestelijk leven in vraag en antwoord 1 van de Heidelberger. 'Wat is uw enige troost, beide in leven en in sterven?' 'Dat ik niet mijns maar mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus eigen ben.' Een belijdenis die op een nagel te schrijven is. Maar zó simpel ligt het kennelijk niet. Want de vraag daarachter is: wannéér mag ik me het eigendom van Christus noemen? Wat de beantwoording van die vraag betreft is het christendom verkaveld, is met name ook het gereformeerde kerkelijke leven verkaveld.
Voor velen is die vraag omtrent het eigendom van Christus zijn helemáál geen vraag. Het is vanzelfsprekend zó, dat, als men tot de kerk behoort, men ook het eigendom van Christus is, àls men het zo nog verwoordt. In het blad IDEA van de Evangelische Alliantie stond dezer dagen een ontboezeming van ds. Bernd Schlotthoff, voorzitter van de Duitse Arbeitsgemeinschaft Gemeindeaufbau. Hij zei dat in de (Duitse) volkskerk achtennegentig procent van de predikanten niet weet 'hoe je mensen tot Jezus leidt'. In de opleiding van de predikanten is dat niet aan de orde en in de praktijk speelt het ook geen rol, dit namelijk vanwege de doop-theologie, waarvan hij zegt dat deze een doop-ideologie is geworden. 'Het kind is gedoopt daarom is er ook geloof'.
Ook daar waar de alverzoening of de algemene verzoening wordt geleerd is de vraag hoe en wanneer het eigendom van Christus te zijn geen echte vraag. Of men Christus kent of niet kent, de mensheid is verzoend.
Maar juist onder diegenen, die de Heilige Schrift inzake de twee wegen en het noodzakelijke werk van de Heilige Geest ernstig nemen, is er grote verdeeldheid als het gaat om de vraag wanneer en hoe ik eigendom van Christus ben. De antwoorden van de Heidelberger zijn soms al lang niet meer afdoende en voldoende. Men moest maar meer detailleren en onderscheiden, naarmate het kerkelijke scheuringsproces doorging.
Bij de één overheerst het leven uit de belofte en ter anderer zijde (het wachten op) het moment van een bewuste daad aan de ziel.
Ter ener zijde is er het uitgaan van de verzoening, die is geschied, zodat een mens op Golgotha is bekeerd. Dat laatste is met name het geval in een sterk doorgetrokken Kohlbruggiaanse prediking. Ter anderer zijde is er het besef, dat de verzoening nog móét geschieden, namelijk in de levendmaking van de zondaar. In het RD stond in een bespreking van een boek van ds. F. Mallan 'Het Woord des levens', dat als belangrijkste boodschap herhaaldelijk in dit boek doorklinkt dat God verzoend wil worden met zondaren. De recensent laat hier in ieder geval de nadruk vallen op de uitwerking van de verzoening en niet zozeer het feit van de verzoening.
Aan de éne kant ziet men volle avondmaalstafels en aan de andere kant lege avondmaalstafels.
Ik zou door kunnen gaan met het noemen van uitersten: nadruk op het objectieve (voorwerpelijke) òf het subjectieve; nadruk op de soevereiniteit Gods òf op de menselijke verantwoordelijkheid; nadruk op het Verbond òf op de verkiezing, nadruk op rechtvaardiging in de bewuste vierschaarbeleving of nadruk op rechtvaardiging door het geloof.
Zaken als deze zijn echter zo zeer getrokken in de sfeer van de loutere leer en de geschillen daarover, dat het geestelijk leven, de relatie tot de Levende God Zélf vaak wordt gemist. Enerzijds is zo het geestelijk leven binnen de kerken verzelfstandigd, afgestemd op de leer, die in de onderscheiden kerken aan de orde is. Anderzijds is het geestelijke leven zelf soms leerstellig geworden. Er wordt òf leerstellig over het geestelijk leven gesproken òf er wordt in het geheel niet over geestelijk léven gesproken maar alleen over de leer. Soms vechten we dan tot de laatste punt of komma.
Elke kerkelijke kring binnen het gereformeerd protestantisme heeft zich geestelijk verzelfstandigd, omdat het geestelijk leven wordt opgehangen aan de leer van de eigen kerk, die altijd smaller is dan de leer van onze confessies, dan de leer van de kerk der eeuwen, omdat slechts een deel ervan in de onderscheiden kerken een eigen hoofdaccent kreeg en een eigen leven ging leiden.
In de ene kerk hangt alles aan de leer omtrent de kerk als zodanig en om het kind-des-verbonds zijn, in een andere aan de wedergeboorte, weer in een andere aan de leer van tweeërlei kinderen des Verbonds, weer elders aan de leer van de drie verbonden, en tenslotte komt het ook voor dat er in het geheel van geen leer sprake is want het gaat om het leven. En allen aanvaarden we het gezag van de Schrift en van de belijdenis van de kerk. Allen onderschrijven we ook de noodzaak van het werk van de Heilige Geest in de harten.

Kwalijk
Nu ontkomt niemand er aan dat hij of zij de erfenis meedraagt van de kerkelijke en geestelijke sfeer, waarin men is opgegroeid. De kiemen ervan worden al heel vroeg in het leven van mensen gelegd, inclusief de verzelfstandigingen, die zich in de loop van de kerkgeschiedenis vanwege de vele scheuringen hebben voltrokken. Voor het ons vertrouwde geestelijke leven hebben we een innerlijk orgaan meegekregen, een intuïtieve voorliefde. Maar het wordt ernstig als we dat geestelijk leven verabsoluteren en niet meer beseffen, dat de Heilige Geest ook onderscheidenlijk werkt. Juist de verdeeldheid van de kerk moet ons ertoe dringen ernst te maken met het geloof, dat geestelijk leven niet beperkt is tot eigen kring, óók niet als we die kring verwijden tot allen, die dezelfde taal spreken en op één of andere wijze van dezelfde belijdenis willen uitgaan. Het gaat uiteindelijk om waarheid in het binnenste.
Het is dan ook een hoge regel in de kerk – aIthans zo moet dit zijn – dat de kerk niet over het innerlijk oordeelt. In dit verband moet ook worden gezegd, dat de bijbelheiligen in de Schrift soms geheel verschillend zijn in hun geestelijke ligging en zelfs ook in de taal, die ze spraken. Wat het eerste betreft – het oordelen over het innerlijk – dáár ligt een groot euvel binnen de kerken van gereformeerde confessie. Al te vaak maken mensen uit hoe het met het geestelijk leven bij anderen staat (of niet staat). We hebben het geestelijk leven naar onze kerkelijke of leerstellige snit gesneden. Wie daarbuiten valt kán geen kind Gods zijn. Die valt buiten onze kerk of buiten onze norm. dan kan overigens de leer zo overheersen dat men geneigd is te vragen: waar is de Godsontmoeting, de Godservaring? Waar is het gesprek over God en goddelijke zaken?
Maar ook de keerzijde kan gevaarlijk zijn, namelijk dat wij geloven mogen dat iemand, 'al behoort hij dan tot een andere kerk dan de mijne', een oprecht kind van God is. Zulk een opmerking lijkt mild en ruim maar ze kan tegelijkertijd een selectie bij en daardoor een oordeel over anderen in diezelfde kring of kerk inhouden. Zo in de trant van: geestelijk leven is er nog wel, maar dan bij uitzondering, bij iemand die intussen overleden is, terwijl we de gemeenschap in het heden, in de gemeenschap der heiligen, niet meer geloven en belijden en dan ook niet meer beleven, omdat we bij voorbaat buitensluiten.

Euvel
Het grote euvel, waaraan het gereformeerd protestantisme in Nederland lijdt, is dat van de ontkenning of negering van geestelijk leven elders en van de weeromstuit zelfs van ontkenning van geestelijk leven in het algemeen, waarbij zelfs het heimelijke besef kan leven, dat het in eigen kring toch maar het beste is, ook al is het ook bij 'ons' niet alles goud is wat er blinkt.
Het is intussen een feit, dat de moeite, die men opdoet in het kerkelijke leven, met name als men daaraan mede een zekere leiding geeft, bepaald wordt van buitenaf. Op het gevaar af misverstaan te worden licht ik dat als volgt toe. Men kan vreugde, geestelijke vreugde beleven aan het bezig zijn in eigen kerk of eigen kring, althans onder diegenen met wie men diepe eenheid ervaart in geestelijk en als gevolg daarvan ook in kerkelijk opzicht. Maar de ergernissen komen daar, waar verschillende kerken of groeperingen in hun onderscheiden ligging en in hun uiteenlopende eigenheden, als het om geestelijk leven gaat, op elkaar botsen. Want de van God verleende eer ligt teer. Met dit spanningsveld heeft Roos begrijpelijkerwijs te maken in zijn wekelijkse rubriek, die gelezen wordt 'Van Maasbach tot Mallan', om een uitdrukking van ds. J. H. Velema te gebruiken. Hij zal dan overigens het spanningsveld op z'n best ervaren wanneer er sprake is van geestelijke bewogenheid. Daar, waar alleen van leerstelligheid sprake is overheerst de hardheid.
Ongemerkt slaat overigens dit spanningsveld in leerstellige zin ook over op de onderscheiden kerken als zodanig. De Gereformeerde Gezindte met name is juist, dankzij een medium als het RD, veel meer diffuus geworden voor opvattingen en eigenheden van geestelijk leven elders. De polarisatie heeft ten diepste zijn oorsprong in het feit, dat het gereformeerde leven niet één is. Maar vandaag worden al die leergeschillen, die er tùssen kerken zijn, ook ingedragen binnen de onderscheiden kerken. Het probleem is daarbij, dat ook de heer Roos niet zal kunnen omvatten wat niet te omvatten is. De accolade, die hij casu quo het RD om de Gereformeerde Gezindte slaat, zal nimmer toereikend zijn. Daarvoor is een Godswonder, een wonder van de Heilige Geest nodig. Zodat we elkaar ook geestelijk gaan erkennen en herkennen.

Aangesproken
Ik voel me overigens aangesproken door het appèl op geestelijke benadering van de leer, zoals Roos dit, vanuit Groen van Prinsterer wil doen. Het gaat ten diepste om de Godsontmoeting, de Godservaring. 'Wat is uw enige troost?' Maar àls het daar dan over gaat moet ik niet de vraag stellen of 'ik' ervaren heb, dat de ander ook een kind Gods is maar of ik geloof, dat anderen hetzelfde dierbare geloof deelachtig zijn, waarvan ik ook door de werking van de Heilige Geest deel mag hebben; ook al wordt dat dan in andere bewoordingen tot uitdrukking gebracht dan die ik van mijn jeugd afgewend ben geweest en ook al zijn er dan andere verschijnselen omheen, die ik niet plaatsen kan en ook al staat het in een ander leer-kader, waarin het geestelijk leven helaas verkaveld is, dan het mijne. Het gaat om het gelóóf dat de Heilige Geest, dwars door al onze leerbarrières heen, geeft. Die Geest plaatst ons op de weg van Christus, die de Weg, de Waarheid en het Leven is, Wiens eigendom we zijn. Die leert ons geloven in Zijn wereldwijde kerkvergaderende werk.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verkaveld geestelijk leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's