En noemde zijn naam Seth (1)
Genesis 4 vs. 25:'En Adam bekende wederom zijn huisvrouw en zij baarde een zoon en noemde zijn naam Seth; want God heeft mij een ander zaad gezet voor Abel, want Kaïn heeft hem doodgeslagen'.
Hoe verder we teruggaan in de geschiedenis, hoe vager de gebeurtenissen worden, hoe bleker de namen die de mensen dragen, hoe, dat is ook waar, minder onze nieuwsgierigheid bevredigd wordt. Daarom dreigen wij bij het verhaal van Adam en Eva, Kaïn en Abel, meer vragen te stellen, dan naar het woord te luisteren, en zo wijzer te worden. Er worden, dat is duidelijk, stippellijnen getrokken, veel wordt alleen aangestipt. Maar wij zijn er toch bij betrokken, want wij maken deel uit van de mensheid, wier vroegste geschiedenis hier wordt beschreven. En deze geschiedenis strekt zich uit naar de toekomst.
Neem nu die reeks van namen eens: het boek van Adams geslacht (Genesis 5). Behalve de hier genoemden, zijn er veel meer mensen, mannen en vrouwen, geweest. Maar deze springen eruit; passen in die lijst, in die lijn, die op Noach uitloopt. Later volgt de lijst: Noach tot Abraham. Om, via David, opgenomen te worden in het geslachtsregister van Christus!
God trekt die lijn met vaste hand! Hij heeft de komst van Christus op het oog. En draagt er zorg voor, dat in de lijn der geslachten de verwachting levend is gebleven. In zo'n dorre geslachtsrol ritselt het van leven!
Maar vóór wij in het boek van Adams geslacht, al die vreemde namen lezen – Noach het laatst – krijgen we er twee, die onze bijzondere aandacht verdienen: Seth en Enos. Het is niet per ongeluk, maar met opzet, dat zij, even te voren, apart vermeld worden. Kaïn trouwt immers, krijgt kinderen, vormt ook een geslacht, en het schijnt, als beheerst zijn geslacht voortaan de geschiedenis. Dan wordt ons, tot onze troost alvast verteld: Er waren nog anderen ook; zachtmoedigen, die de aarde zullen beërven, de aarde waar de hardvochtigen de heer en meester uithangen.
Want Kaïn heeft hem doodgeslagen! Dat is een schokkend bericht! Wie! Abel, zijn eigen broeder. Kaïn, zijn naam krijgt een Wrede en kwade klank. Hij was de eersteling van Adam en Eva – vs. 1 – Hoe trots was zijn moeder – moeder aller levenden, ondanks en onder de vloek – met hem: Een man, van de Heere verkregen. Dacht ze aan dè man, die, uit haar voortgekomen, de vloek zou wegnemen en de duivel zou overwinnen? Of heeft heeft ze al te boud gesproken? De man die het kan, die het maakt! Op wie men kan bouwen. Abel was maar een 'nietig kereltje', bij Kaïn vergeleken: een ademtocht. Van hem is niet veel te verwachten. Hoe heeft ze aangezien, wat voor ogen is; zich vergist. Kaïn heeft hem doodgeslagen. De mens is een mens met een verleden: de zondeval. Een zondaar dus. De zonde doen wij niet, omdat wij anderen navolgen, het slechte voorbeeld krijge dàn de schuld. Nee, het is de verdorvenheid van ons hart. Uit het hart des mensen komen voort: … doodslagen – Mark. 7 : 21. Van zondeval naar broedermoord. Een huiveringwekkend vervolg! De Heere had hem gewaarschuwd. Maai Kaïn keek strak naar de grond, hij keek de Heere niet aan, hij keek ook Abel niet recht in de ogen. Er broeide wat in zijn hart en dat bij het altaar. Toen hij zijn kans schoon zag sloeg hij Abel dood met een knots van een vuist.
Sindsdien ging het van kwaad tot erger: mensenmoord, massamoord! De wereldgeschiedenis is grotendeels geschreven met een pen, in bloed gedoopt. En de aarde, de goede schepping, is van bloed doordrenkt, bloed dat tot de hemel roept. Wist Kaïn niet wat moord en dood was, hij kon weten dat het de zonde was, die voor de deur lag te loeren. En zonde is het de naaste te haten. Toch zijn wij 'van nature' daartoe geneigd. Dat is niet te veel gezegd, onze driften en kiften bewijzen het, en de 'gevallen' mens is zo agressief; wie zichzelf handhaaft, en geeft aan de ander niet veel ruimte, hij ruimt hem uit de weg. Wat een plagen en sarren, buren en broers! Wat wordt de samenleving er door verminkt. Want Kaïn heeft hem doodgeslagen. Moord, poging tot moord. Allemaal op onze rekening. Hoe nodig is voor zulke zonden verzoening! En voor zo'n hart, vernieuwing.
We horen het in de tekst uit de mond van Eva! Denkt het u eens in, wat Adam en Eva te verwerken kregen: Abels dood. Dat was dus de dood waarmee God gedreigd had. Het verbijstert hen. En Kaïn's misdaad. Eigenlijk zijn ze Kaïn ook kwijt. Hij gaat van het aangezicht des Heeren weg; hij zoekt een andere woonplaats, om daar een stad te bouwen. Zo verdwijnt hij ook uit onze gezichtskring. In het geslachtsregister van Adam vindt u zijn naam niet. Gen. 4 : 1: en baarde Kaïn. Gen. 5 : 3: en gewon Seth. Geschrapt. Deze twee kinderen Kaïn en Abel. En dat verschrikkelijke: Want Kaïn heeft hem doodgeslagen. Het verdriet trok door haar woorden heen.
Ze zegt het bij de geboorte van een ander kind. Adam had gemeenschap met Eva gehad en Eva bracht een kind ter wereld; een zoon! God heeft mij. Gegeven dus met dankbaarheid kennis. Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u. Want de Heere denkt aan de toekomst! Kinderen is toekomst. Het menselijk geslacht wordt niet in de kiem gesmoord, ook niet nu Kaïn Abel doodsloeg. De lijn wordt nog doorgetrokken. Een mengeling van verdriet en vreugde, als ze hem Seth noemt. Blijkbaar deed de moeder dat. De zoon, het zaad, is van de vrouw. Later neemt de man dat meestal van haar over. Vertederd kijkt ze naar haar kind. Net Abel! Ik weet het niet. Als ze maar niet vergeet, dat hij buiten het paradijs geboren is. Daar had zoiets als dat van Kaïn en Abel nooit plaats kunnen hebben.
(wordt vervolgd)
L. Kievit, Putten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's