De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De gemeente uit het gebeente van Christus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeente uit het gebeente van Christus

7 minuten leestijd

Al enige jaren behoort ds. H. J. Hegger, bekend van zijn werk voor de stichting 'In de Rechte Straat' te Velp, tot de Nederlandse Hervormde Kerk. Na rooms-katholiek priester te zijn geweest trad hij toe tot de Gereformeerde Kerken in Nederland, nadat hij voor de beginselen van de Reformatie was ingewonnen.We hebben als redactie van ons blad ds. Hegger gevraagd enkele artikelen te schrijven over een door hemzelf gekozen thema. Het resultaat was een viertal artikelen, waarin hij zijn visie op Kerk en Gemeente, ook in haar concrete gestalte vandaag, verwoordt. Bijgaand het derde van de vier artikelen.Red.

Is de gemeente van Christus hetzelfde als het kerkinstituut? Sinds ik tot de ontdekking kwam dat ik het kerkinstituut moest zien als liggend in het verlengde van Israël als Gods heilige natie, kon ik die vraag niet meer bevestigend beantwoorden.
En tot mijn vreugde bemerkte ik dat veel predikanten van de bevindelijke richting er ook moeite mee hebben om de kerkgangers als geheel aan te spreken met 'Gemeente van onze Heere Jezus Christus'.

Eeuwenlang verborgen
Ik zou dat nog wel kunnen, wanneer ik Israël en het kerkinstituut, Gods volk uit de heidenen, zie als prototype en schaduwbeeld van de gemeente van Christus. Christus heeft immers als Engel des Heeren ook Israël geleid, zodat Hij uit dit volk de menselijke natuur zou aannemen en de wet tot vervulling zou brengen (Mat. 5 : 17). Maar dan gebruik ik de woorden 'Gemeente van Christus' anders dan Christus zelf en dan Paulus het bedoelde.
Anders dan Christus, want Hij zei: 'Op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen' (Mat. 16 : 18). Die gemeente van Hem was er toen dus nog niet, want Hij zegt dat Hij ze zal bouwen, dat ze dus iets is van de toekomst.

Iets nieuws
Anders ook dan Paulus, want die zegt dat de Gemeente van Christus een 'verborgenheid is, die van (alle) eeuwen verborgen is geweest in God', 'welke in andere eeuwen de kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard' (Ef. 3 : 5, 9).
En Paulus bedoelt dat niet als iets dat wel eerder bestond, maar nog niet bekend was, maar als iets heel nieuws, want hij beschrijft die verborgenheid van de gemeente van Christus aldus: 'dat de heidenen medeërfgenamen zijn en van hetzelfde lichaam en mededeelgenoten van Zijn belofte in Christus door het Evangelie' (v. 6).

Lichaam èn bruid
Paulus noemt de Gemeente van Christus Zijn lichaam en Zijn bruid, beide tezamen in Ef. 5 : 22-33.
Hij verwijst dan naar de schepping van de vrouw uit de man: 'Want wij zijn leden van Zijn lichaam en van Zijn gebeente. Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zal zijn vrouw aanhangen; en die twee zullen tot één vlees zijn'.
Christus heeft Zijn hemelse Vader verlaten en het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Hij heeft zelfs aanvaard dat Hij in de hel van Golgotha door Zijn Vader volstrekt verlaten werd, opdat Hij Zijn Gemeente daardoor tot Zijn bruid zou kunnen werven.

Zij braken Zijn benen niet
Eva was uit het gebeente van Adam geschapen. 'En de Heere God bouwde die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw en Hij bracht haar tot Adam. Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees' (Gen. 2 : 22, 23).
Zo is ook de Gemeente geschapen uit het gebeente van Christus. 'Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg (dit, ziende) op Christus en op de Gemeente' (Ef. 5 : 32).
'Maar komende tot Jezus, toen zij zagen dat Hij nu gestorven was, zo braken zij Zijn benen niet. Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer en terstond kwam er bloed en water uit.' 'Want deze dingen zijn geschied, opdat de Schrift vervuld worde: Geen been van Hem zal verbroken worden. En weer zegt een andere Schrift: Zij zullen zien in Wie zij doorstoken hebben' (Joh. 19 : 33-37).

De Gemeente lééft
De Gemeente van Christus wordt door Paulus ook genoemd 'een heilige tempel in de Heere, een woonstede Gods in de Geest' (Ef. 2 : 21, 22).
En dat sluit weer aan bij wat Johannes schrijft: 'En drie zijn er die getuigen op de aarde: de Geest en het water en het bloed; en deze Drie zijn één (1 Joh. 5 : 8).
En ook Petrus vermaant in dezelfde geest dat wij moeten komen tot de levende Steen Jezus Christus en vervolgt dan: 'Zo wordt gij ook zelf als levende stenen gebouwd (tot) een geestelijk huis' (1 Petr. 2 : 5).

Geen Verbondsautomatisme
Als je al dat moois wat de Bijbel zegt over de Gemeente, op je laat inwerken en serieus neemt, dan kun je toch moeilijk de kerkgangers van 's zondags als geheel aanspreken met 'Gemeente van onze Heere Jezus Christus'.
Dat kun je alleen doen in de boven door mij bedoelde zin ofwel wanneer je van de veronderstelling of misschien zelfs van de zekerheid uitgaat dat al die kerkgangers wedergeboren zijn en dus als levende stenen deel uitmaken van die levende tempel van de Heilige Geest.
Ik wijs die gedachte echter beslist af als een onbijbels verbondsautomatisme. Slechts wie tot bekering en persoonlijk geloof in de Persoon van Jezus Christus is gekomen, mag als een wedergeborene in de zin van Joh. 3 : 3, 5 beschouwd worden.

Het volk Gods van het Nieuwe Verbond
Maar, zo zal iemand vragen, waar blijft de Gemeente van Christus dan, als zij niet samenvalt met het kerkinstituut?
Ik zou daarop eerst willen antwoorden met een wedervraag: Waar is het volk Gods van het Nieuwe Verbond in het bloed van Christus (Mat. 26 : 28), dat voorzegd werd in Jer. 31 en als gerealiseerd verkondigd wordt in Hebr. 8 : 7-13?
De daar beschreven leden van dat volk Gods vertonen duidelijk de trekken van wedergeborenen.
'Ik zal Mijn wetten in hun harten inschrijven.' Slechts iemand die door de werking van de Heilige Geest is wedergeboren, onderschrijft Gods wet met zijn hart. De niet-wedergeborene zucht (en vloekt soms) onder die wet als een last, die hem van buiten af wordt opgelegd.
'Zij zullen Mij allen kennen van de kleine onder hen tot de grote onder hen.' Met dat 'kennen' is eveneens het kennen van het hart bedoeld en daarvan zegt Jezus: 'En dit is het eeuwige leven dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus die Gij gezonden hebt' (Joh. 17 : 3). De leden van dat volk van het Nieuwe Verbond bezitten dus allen het eeuwige leven en zijn kinderen Gods, wedergeborenen. 'Want Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn en hun zonden en hun overtredingen zal Ik geenszins meer gedenken.' Iemand van wie dat gezegd wordt, is een wedergeborene.

De Gemeente is onzichtbaar
Welk kerkinstituut durft zeggen: Wij zijn dat volk van het Nieuwe Verbond, want de leden van onze kerk zijn allemaal wedergeborenen? Een kerk die dat wel beweert, maakt zich schuldig ofwel aan Verbondsautomatisme ofwel aan Labadisme, de heiligverklaring van zichzelf.
Ik meen daarom dat de Gemeente als lichaam en bruid van Christus onzichtbaar is, omdat de wedergeboorte waardoor wij als levende leden worden ingevoegd in het Lichaam van Christus, een werk van de onzichtbare Heilige Geest is, een werk dat tot stand wordt gebracht in de diepten van de ziel. Want de wedergeboorte 'is een gans bovennatuurlijke, een zeer krachtige en tegelijk zeer zoete, wonderbare, verborgene en onuitsprekelijke werking'. 'Hij dringt ook in tot de binnenste delen des mensen met de krachtige werking deszelfden wederbarenden Geestes' (Dordtse Leerregels).

Dynamisch
Het onderscheid tussen het kerkinstituut en de Gemeente van Christus bestaat ook daarin dat het kerkinstituut, net als Israël, een duidelijk aanwijsbare statische grootheid is.
Maar de Gemeente is dynamisch. Ze zit vol leven en kracht, want alle leden van dat lichaam zijn levend verbonden met het levenwekkende Hoofd, Jezus Christus.
Daarom hoeft er ook nooit een botsing te ontstaan tussen het kerkinstituut en de Gemeente van Christus.

Herkenbaar?
De Geloofsbelijdenis zegt: 'En aangaande degenen die van de Kerk zijn, die kan men kennen uit de merktekenen der christenen, te weten uit het geloof en, wanneer zij, aangenomen hebbende de enige Zaligmaker Jezus Christus, de zonde vlieden en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben, niet afwijken noch ter rechter- noch ter linkerhand, en hun vlees kruisigen met zijn werken'.
Ik zou dat negatieve kenmerken willen noemen in deze zin: iemand die deze kenmerken niet vertoont, kan niet behoren tot •de Kerk (bedoeld als Gemeente, lichaam van Christus).
Maar kunnen we met alle zekerheid konkluderen: iemand die deze kenmerken wel vertoont, is een wedergeborene? Ik meen van niet. Wij, mensen, kunnen alles imiteren. De schijn kan ons altijd weer bedriegen.
Ik meen dat je de ander pas dan echt als mede-kind van God herkennen kunt, wanneer je met hem de levende eenheid in de levende Christus beleeft. Dan gaat bevindelijk en waarachtig in vervulling de belofte van Jezus: Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen' (Mat. 18 : 20). Dan zeg je na zulk een ontmoeting tegen elkaar: 'Was ons hart niet brandende in ons, toen Hij tot ons sprak? ' (Lk. 24 : 32).

H. J. Hegger, Velp

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De gemeente uit het gebeente van Christus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's