De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samen op weg?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samen op weg?

8 minuten leestijd

Al enige jaren behoort ds. H. J. Hegger, bekend van zijn werk voor de stichting 'In de Rechte Straat' te Velp, tot de Nederlandse Hervormde Kerk. Na rooms-katholiek priester te zijn geweest trad hij toe tot de Gereformeerde Kerken in Nederland, nadat hij voor de beginselen van de Reformatie was ingewonnen.We hebben als redactie van ons blad ds. Hegger gevraagd enkele artikelen te schrijven over een door hemzelf gekozen thema. Het resultaat was een viertal artikelen, waarin hij zijn visie op Kerk en Gemeente, ook in haar concrete gestalte vandaag, verwoordt. Bijgaand het laatste van de vier artikelen. Red.

Het ligt voor de hand dat in het licht van de gedachten die ik in de twee voorafgaande artikelen heb ontvouwd, de vraag 'Samen op Weg' zich vanzelf opdringt.
Er is hierover al veel geschreven, maar deze kwestie is dermate belangrijk dat het goed is om ze vanuit verschillende invalshoeken te benaderen.

De zonde van Jerobeam
Een proces SOW zou alleen dan zijn toe te juichen, wanneer de gereformeerden tot de erkenning zouden zijn gekomen: Onze vaderen hebben in het verleden de zonde van Jerobeam bedreven en wij willen hen daarin niet langer volgen.
Wat was die zonde van Jerobeam? De Heere had via de profeet Ahia, nadat deze zijn profetenmantel in twaalf stukken had gescheurd, deze opdracht aan Jerobeam gegeven: 'Neem u tien stukken; want alzo zegt de Heere, de God Israëls: Zie, Ik zal het koninkrijk van de hand van Sálomo scheuren en u tien stammen geven' (1 Kon. 11 : 31.
Dat is de enige keer in de Bijbel dat God opdracht geeft tot een scheuring.

Maar…
1. Deze scheuring was door de Heere bedoeld als een straf: 'Daarom dat zij Mij verlaten en zich neergebogen hebben voor Astoreth, de god der Sidoniërs, Kamos, de god der Moabieten, en Milkon, de god van de kinderen Ammons' (v. 33). Was de Ned. Herv. Kerk ook afgegleden tot zulk een afgoderij ten tijde van de doleantie?
2. Jerobeam kreeg die opdracht rechtstreeks van de Heere via een profeet. Hebben Kuyper en andere kerkscheurders via een profetische boodschap van de Heere rechtstreeks de opdracht tot een scheuring gekregen? Indien niet, moet dat dan niet veroordeeld worden als een eigenmachtig optreden als rechter over anderen, zonder daartoe door de Heere Zelf te zijn aangesteld?

Dan en Bethel
3. Jerobeam kreeg alleen de opdracht om het rijk, de staatkundige eenheid van Israël, te scheuren, maar de godsdienstige eenheid moest hij intakt laten. Jeruzalem moest het centrum van de cultus blijven.
Maar 'Jerobeam zeide in zijn hart: Nu zal het koninkrijk weer tot het huis van David keren. Zo dit volk opgaan zal om offeranden te doen in het huis des Heeren te Jeruzalem, zo zal het hart van dit volk tot hun heer, tot Rehabeam, de koning van Juda, weerkeren; ja, zij zullen mij doden en tot Rehabeam, de koning van Juda, weerkeren' (1 Kon. 12 : 26-27).
Daarom liet hij twee gouden kalveren maken en plaatste ze op een offerhoogte in Bethel en in Dan.
Als de Heere nooit een scheuring van de godsdienstige eenheid van Zijn volk gewild heeft, waarop kunnen kerkscheurders zich dan beroepen dat zij dat wél mogen?
Wanneer de gereformeerden tot het inzicht zouden komen dat hun vaderen die zonde van Jerobeam, de eigenwillige, godsdienstige scheuring van Gods verbondsvolk, begaan hebben en dat zij zich daar nu van willen distantiëren en daarom terug willen keren tot de oorspronkelijke eenheid van Gods verbondsvolk in Nederland, de Ned. Herv. Kerk, dan zou de zaak heel anders liggen.

De zonde van Jerobeam in het kwadraat
Maar deze gedachte is bij de gereformeerden totaal niet aanwezig. Integendeel, alles wijst erop dat men de zonde van Jerobeam opnieuw en nu in het kwadraat wil gaan bedrijven.
Immers het is niet de bedoeling dat de gereformeerden zich zonder meer bij de Ned. Herv. Kerk te voegen. Men wil de Ned. Herv. Kerk én de Gereformeerde Kerken opheffen om daarvoor iets nieuws in de plaats op te richten.
Dat zou te vergelijken zijn met Jerobeam en Rehabeam, die – laten we dat eens veronderstellen – na enkele jaren tot een compromis zouden zijn gekomen: We heffen de heiligdommen in Bethel en Dan, maar ook in Jeruzalem op en we bouwen een nieuw heiligdom ergens anders b.v. in Jericho of Hebron.

Gods zegen op eigenwilligheid?
Dan zouden deze beide koningen, ondanks hun (schijnbaar) goede bedoelingen, de zonde van Jerobeam bedrijven en in nog veel ernstiger mate. Hoe kan men in het licht van de Bijbel verwachten dat er zegen zou kunnen rusten op zulk een eigenwilligheid?
Maar hoe kan men dan zegen verwachten op zulk een louter menselijk oprichten van een nieuwe kerk?
De Kerk is Gods werk. Daar moeten wij met onze handen van afblijven, tenzij we uitdrukkelijk daartoe een profetische opdracht hebben gekregen. We mogen daartoe nooit overgaan louter op grond van menselijke redeneringen en berekeningen.
Maar ik heb nog nergens gelezen dat er iemand beweerde: 'Ik heb rechtstreeks van de Heere de boodschap gekregen dat we zulk een nieuwe kerk moeten oprichten'.

Wat drijft ons?
Dat geldt natuurlijk evenzeer voor hen die van hervormde zijde ijveren voor zulk een nieuwe kerk.
Wij zullen allen ons voor Gods aangezicht moeten onderzoeken: Wat drijft ons zowel bij het strijden voor of bij het afwijzen van SOW?
Ook bij het afwijzen van SOW kunnen vleselijke motieven een rol spelen, b.v. de angst van Jerobeam voor de macht van Rehabeam, de angst van de hervormden voor de (organisatorische) macht van de gereformeerden?
Maar de drijfveer voor het oprichten van zulk een nieuwe kerk kan evenzeer het machtsdenken zijn: Nu er steeds meer kerkverlating plaats heeft, moeten we ons aaneensluiten en samen één machtig blok vormen, een rots in de branding van deze woelige tijd.

Verootmoediging en gebed
Maar zulk een rots is dan niet de Rots der eeuwen, Jezus Christus. Hij heeft niet aan zulk een door mensen in elkaar geknutselde kerk de belofte gegeven dat de poorten der hel haar niet zullen overweldigen.
Hoe de verbroken eenheid weer hersteld kan worden? Dat kunnen we in de Bijbel lezen o.a. in 2 Kron. 7 : 14. 'Zo Mijn volk waarover Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken en zich bekeren van hun boze wegen, zo zal Ik uit de hemel horen en hun zonden vergeven en hun land genezen'.
De weg naar de eenheid is dus de weg van de verootmoediging en van het gebed.

Van de binnenkamer naar de linnenkamer
Hervormden en gereformeerden moeten in de schuld komen tegenover elkaar. Geen van boven af georganiseerde wederzijdse schulderkenning. Die kan hol zijn en bol staan van heimelijke machtsbedoelingen.
Maar een innerlijke verootmoediging, die begint in de binnenkamer van het gebed en die dan vanzelf doordringt tot de linnenkamer van de uiterlijke, onderlinge verhoudingen.
'Nu dan ook, spreekt de Heere, bekeert u tot Mij met uw ganse hart en dat met vasten en met geween en met rouwklacht. En scheurt uw hart en niet uw klederen en bekeert u tot de Heere, uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid'. 'Laat hen zeggen: Spaar Uw volk, o Heere, en geef Uw erfenis niet over tot een smaadheid dat de heidenen over hen zouden heersen' (Joël 2).

Wij hebben gezondigd,
wij en onze vaderen
Laten wij als Daniël onze persoonlijke en gezamenlijke zonden belijden in de gemeenschap met onze hervormde en gereformeerde vaderen, die eveneens gezondigd hebben zoals wij:
'Gij grote en verschrikkelijke God die het verbond en de weldadigheid houdt… Wij hebben gezondigd en hebben onrecht gedaan en goddeloos gehandeld en gerebelleerd, door af te wijken van Uw geboden en van Uw rechten. Bij de Heere, onze God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hadden. Om onze zonden en om de ongerechtigheden van onze vaderen zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen die rondom ons zijn. O Heere, hoor! O Heere, vergeef! Om Uws Zelfs Naams wil, o mijn God!' (Dan. 9).

De rouwklacht over de Eerstgeborene
Als wij ons zo in biddende verootmoediging buigen voor de heilige en genadige God, bevinden wij ons Samen op de Levende Weg, Jezus Christus.
Want Hij alleen is het die over ons zulk een geest van verootmoediging kan uitstorten als vrucht van de Heilige Geest, die van zonde overtuigt.
Dan zullen wij misschien ook Israël, onze oudste broeder, tot jaloersheid verwekken (Rom. 11 : 14) en, volgens Zijn beschikking, de dag verhaasten waarop ook over Israël de Geest van de verbreking wordt uitgestort overeenkomstig de belofte:
'Doch over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik uitstorten de Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen die zij doorstoken hebben en zij zullen over Hem rouwklagen als (met) de rouwklacht over een enige zoon; en zij zullen over Hem bitter kermen gelijk men bitter kermt over een eerstgeborene' (Zach. 12 : 10).

H. J. Hegger, Velp

P.S. Om misverstand te voorkomen: de viering van het Heilig Avondmaal in kleinere kring waarover ik schreef in mijn tweede artikel, is vanzelfsprekend slechts mogelijk, wanneer dat gebeurt in opdracht en onder toezicht van de kerkeraad.
H. J. H.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Samen op weg?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's