De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het aanroepen van de Naam (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het aanroepen van de Naam (1)

5 minuten leestijd

Genesis 4 vs. 26: 'En Seth werd ook een zoon geboren en hij noemde zijn naam Enos. Toen begon men de Naam des Heeren aan te roepen.'

Twee namen springen kennelijk en letterlijk naar voren: Seth en Enos. Het zijn net twee voorposten in vijandelijk gebied, die straks weer worden teruggetrokken, en hun plaats innemen in de linie; de lijn, die de Here trekt, de lijst, het boek van Adams geslacht. Niet toevallig, wel opvallend, die twee. Seth, de plaatsvervanger van Abel. Want Kaïn heeft hem doodgeslagen.
Kaïn, dat is waar ook, wat is er van hem geworden? Toen de Heere hem op broedermoord betrapte, deed hij eerst of zijn neus bloedde. Hij maakte er zich van af: Ben ik mijns broeders hoeder; moet ik soms op hem passen? Hoe bruut en hoe brutaal. Maar toen God Zijn vloek over hem uitsprak, tranen geen gebrek. Dwalen over de aarde, ronddolen. En … als iemand met hem deed, wat hij met Abel gedaan had? Hij die mij vindt zal mij doodslaan!
Hoe lankmoedig was de Heere tegenover Kaïn. Hij nam hem in bescherming. Voortaan droeg Kaïn daarvan een teken! Wel, wie Kaïn doodslaat, zevenvoudig zal het door God gewroken worden!
Kaïn waagt het daarmee, wat wil hij meer? Kaïn, gaat van het aangezicht des Heeren weg. Dat is: hij gaat de verkeerde kant uit. Hij zegt eigenlijk de Heere vaarwel! Wij spreken tegenwoordig veel over emancipatie. Slaven worden vrijgelaten, ieder krijgt gelijke rechten. Hier hebt u de oorsprong van de emancipatie: mensen maken zich los van God en gaan huns weegs. Vechten voor hun rechten, en… een mens is heel wat mans.
Kaïn krijgt een zoon, hij bouwt een stad, en noemt die naar de naam van zijn zoon Henoch. Een stad en een naam. Dat zijn zekerheden! Kaïn komt tot gevestigde stand. In zijn geslacht is sprake van ontwikkeling. Lamech is daar het toonbeeld van. Tentenmakers, muzikanten, koperslagers, wapensmeden. De bakermat van de cultuur lag in het land Nod, ten oosten van Eden. De mensheid buit allerlei mogelijkheden uit, haar geschiedenis staat in het teken van de vooruitgang! Wetenschap en techniek liggen in het verlengde van deze emancipatie. We zullen er niet op schimpen. We hebben het sindsdien nog veel 'verder' gebracht. Ondertussen dienen we als gemeente op onze tellen te passen: wat zit er achter? En waar loopt het op uit? De mens wordt niet 'menselijker'. De 'ontwikkeling' vertoont onmenselijke trekken! Na de ontgoddelijking de ontmenselijking. En om God bekommert hij zich niet. Kaïn en Lamech. Moderne mensen.
De vervreemding van God, maakt ons vreemden voor elkaar, nauwelijks naasten! We kiezen voor het conflictsmodel, dat is uit Kaïn. Het harmoniemodel is zonder God trouwens niet te verwezenlijken. Het geslacht van Kaïn gaat echter met Lamech de mist in. Over het geslacht van Seth, schijnt het licht van Gods waarheid en trouw: Ik zal. Het gaat met Noach een nieuwe toekomst tegemoet. En het is hoog tijd, dat wij navraag doen naar Seth, de tweede Abel.
Hem wordt een zoon geboren! Ook hem. De vader is in dit geval de naamgever: en hij noemde zijn naam: Enos. Dat betekent: mens. Maar het is haast een verkleinwoord: Mensje. Net als Abel: minnetjes. Een mens is heel wat mans. Seth denkt daar anders over: een mens is maar een mens. Hij kijkt naar zijn zoon, zo'n klein kereltje! Mensje. Het leven is voor hem een begrensd en bedreigd leven. De dagen des mensen zijn gelijk het gras – Ps. 103 : 15 –. Ze worden nog heel oud, maar ze overleven het niet, ook Enos niet. Mens, dat is Adam! Mensje dat is Enos. Het mag geen naam hebben, terwijl Kaïn zich in de naam van zijn zoon beroemt.
De nadruk valt op dat broze, dat zwakke van de mens. Voor de verzoeking van Kaïn is Seth niet bezweken. Hij is er diep van overtuigd, dat zijn zoon niet méér is dan een mens. Dat dienen wij ook te bedenken en het stemt ons ootmoedig. De mens is de mens uit een vrouw geboren, de mens die een strijd op aarde heeft te voeren, de mens die tot stof wederkeert. De psalmisten herinneren er ons aan en Job is er door verbijsterd: Enos, mens. Wij maken ons breed in de wereld, wij beklimmen de steile wanden van ons bestaan. Hoe heten wij? Enos. De heidenen – en de heiden huist in ons aller hart – willen dat niet weten. Zij willen meer zijn zich met God meten. Die dwaze droom 'gij zult als God wezen', is nog niet uitgedroomd. Seth werd wakker gemaakt; hij noemde zijn naam Enos. Laat de heidenen weten, dat zij mensen zijn, Ps. 9 : 21. Want groter tegenstelling is niet denkbaar: God is God; de mens is mens. Wie dat leert is wezenlijk wijzer geworden.
Enos. Wie zijn wij tegenover God? Hoe bestaat het dat ik er ben. Hoe verwonderlijk dat we er zijn! Dat ons 'mens'-zijn voor God geen reden is, zich niet met ons te bemoeien. Nu, het gaat er niet om, dat wij de mens 'kleineren'. Het gaat er om, dat wij gaan vragen: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt (Ps. 8 : 5), bezoekt, kent en kroont. Zie Seth daar staan, met Enos in zijn wat onwennige armen. Een vader met zijn zoon. Dan slaat hij de blik naar boven: Heere, dat U zich met ons inlaat. Dat U het voor ons opneemt. Dat U het goede met ons vóórhebt. Haar zaad hebt U gezegd Heere! Enos is uit haar zaad. U zult er voor zorgen, dat de belofte niet faalt. Kent u die stille verwondering, vertedering, over die naam: Enos. En over die God van Enos. Dan hebt u geen hoge dunk van eigen kracht. Vooral niet als u aan God denkt. Van Hèm echter is de verwachting die we ook ons en onze kinderen mogen koesteren. Dat Gij zijner gedenkt. Van dat gedenken, dat genadige gedenken des Heeren is Seth zeker! En wij met hem.
(wordt vervolgd)

L. Kievit, Putten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het aanroepen van de Naam (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's