De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prediking en communicatie (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prediking en communicatie (3)

10 minuten leestijd

Medium
Het medium, waarvan de zender zich bedient om met zijn bericht de ontvangers te bereiken, is de taal, het gesproken woord. Hij brengt zijn gedachten en bedoelingen zo duidelijk mogelijk onder woorden. Voor deze vorm van verbale communicatie is van beslissende betekenis hoe de zender dit medium hanteert. Hoe is zijn taalgebruik? Hoe vormt hij zijn zinnen? Spreekt hij met onnodig lange ingewikkelde zinnen, waarin veel vreemde woorden voorkomen, die het luisteren tot een vermoeiende bezigheid maken? Of is zijn stijl doorzichtig en boeiend? Daarmee hangt ook samen een aantal niet verbale aspecten: hoe is zijn stemgebruik wat betreft toonhoogte en modulatie? Hoe is zijn gebaar, zijn uitspraak en tempo?
In de laatste jaren is veel onderzoek gedaan in de communicatie-theorie naar het taalgebruik en daarbij zijn ook verrassende dingen gevonden. Een boekje als van J. de Groot, 'Schrijven en gelezen worden' kan ieder van ons als een kritisch boek gebruiken. Het leidt zonder enige twijfel tot een beter taalgebruik.
Intussen is daarbij wel van belang niet wat wij beweren, maar achter dit alles ligt de vraag: hoe gaat de zender in zijn. gebruik van het medium met de ontvangers om? Is zijn omgang met de taal zodanig, dat zij er uit wijs kunnen worden? Of maakt hij er een slordig gebruik van zodat de ontvangers een onduidelijk bericht toegestuurd krijgen?
De preek moeten wij zo opstellen, dat de gemeente die verstaan kan. Natuurlijk kan niemand elk misverstand voorkomen. Maar de kans daarop kan wel zo klein mogelijk worden gehouden. Soms gebruiken wij een bepaald woord of uitdrukking met de achtergrond van de streek waar wij van afkomstig zijn en hebben er dan geen notie van dat de ontvangers dat woord geheel anders uitleggen. Veel luisteren en lezen kan ons in dat opzicht voor eigenaardige misverstanden behoeden.
Er zijn nog altijd auteurs, die wij kunnen gebruiken terwille van een glashelder taalgebruik. In een vorige generatie was dat wijlen ds. Knap; ook Veldkamp bezat een doorzichtig taalvermogen. En – wij behoeven niet te schromen om een auteur als Godfried Bomans eens te lezen om hem te bewonderen. Deze mensen spelen met de taal. Hun bedoeling komt onmiddellijk over.
En waarom gebruiken wij over het algemeen zo weinig beelden en gelijkenissen? De wereldliteratuur is er vol van. Denkt u maar eens aan de sprookjes van Christiaan Andersen. Wie ze leest zal bemerken wat een fantastische mogelijkheden deze bieden om bepaalde geestelijke waarheden te illustreren. En waarom zouden de hoorderders in de kerk niet eens een beetje mogen lachen?
Het gaat onder ons veelal zo doodernstig toe, zo weinig smeuïg. Goed, laat dat voor een deel op rekening komen van onze Hollandse stijfheid, aan de andere kant is het de Schrift zelf die ons er in voorgaat de diepste dingen met grote openheid en levendigheid te vertellen. Leest u daarvoor maar eens de gelijkenissen van Jezus zelf.
Er schuilt waarheid in de wenk die de vader van Joseph Luns vertelde tot zijn zoon; Je moet lange en vervelende toespraken houden. Die worden geappreciëerd in dit land.
Niet wat wij zeggen, maar wat de hoorders vernemen is voor het contact beslissend. Daaruit kan worden afgeleid, dat wij in de preek van doen hebben met een vrij gebrekkige vorm van communicatie. Het risico om misverstaan te worden is voortdurend aanwezig en de aansprakelijkheid daarvan ligt vooral aan de kant van de woordvoerder. In elk geval is een eerste voorwaarde voor juist taalgebruik: begrijpen, dat anderen niet meteen alles begrijpen. En juist dat laatste hebben ze dan met ons gemeen.


Het zou de moeite lonen om eens na te gaan hoe het, onder andere oorzaken, toch komt dat het kerkbezoek zo vermindert. Ik weet het – u hebt gelijk; er is het secularisatieproces met alle verdere facetten. Maar nu eens op de man af, lokt het u aan om naar de kerk te gaan bij een man, die ons bulderend en verward verteld, dat Christus de Zaligmaker van zondaren is? Wij moeten niet vergeten dat wij moeten concurreren met geniale radiosprekers en televisiesterren, die voor hun werk een uitstekende opleiding hebben genoten. Is dan de dienst des Heeren het niet waard ook aan de uiterlijke vormgeving aandacht te besteden? Wij weten heus wel, dat wij met deze dingen het Woord Gods te koop kunnen dragen. Wij kunnen gaan knoeien met het Woord des Heeren. Een handeltje er van maken ter voordele van onszelf. Een beetje water bij de wijn doen. Maar daar gaat het ons niet om in de eerste plaats. Wij bedoelen edele vormen na te streven voor een edele inhoud. Een mus kan zich nu eenmaal niet als een adelaar voordoen. Maar helaas een adelaar met mussenvleugels komt ook niet tot zijn recht!
De toon en het gewicht van de tekst moeten doorklinken in de preek. Hoed u voor cerebrale excursen, ver boven het begrip van de gemeente. Hoed u voor versleten termen en frasen, die echt niemand meer iets zeggen, maar die in een preek als dogmatische rechtvaardigingen moeten dienen. Het is niet anders dan muf behang, waarvan het patroon is verbleekt.
Daarom mogen wij staan naar lucide taalvaardigheden. Een taalgebruik dat weet te verwoorden van wat de voorganger zich uit de Bijbel heeft eigen gemaakt. Taalaccent moet gebruikt worden. De taal moet decorum vertonen, aptum zijn – dat wil zeggen: afgestemd op tekst en luisteraars. Dan zal ons taalgebruik niet ouderwets of conventioneel zijn. Maar evenmin barok of romantisch-zweverig. Het wordt een eigentijds gebruik.
Wij hoeden ons dan gedurig voor psychologie of demagogie – ook op de kansel geen vreemd vertoon. Wij hoeden ons voor mooipraterij; voor hol enthousiasme, voor de binding aan eigen persoon, voor allerlei bombast, knaleffecten en goedkope leuzen. Evenzo voor een eigenaardige dreun, die soms wel het toppunt schijnt te zijn voor een zekere bondse mode.
Daarbij helpt maar één middel. Niet enkel descriptief beschrijven, redenerend preken – néén, verhalen en schilderen, opdat wij aan de gemeente laten zien, wat de Bijbel ons laat zien. Een preek moet inderdaad interessant zijn. Het gaat niet louter om kennisoverdracht, als of de kerk een soort volksuniversiteit is voor de beoefening van exegese en dogmatiek. Wij moeten motiveren tot de dienst van God en laten zien, dat het dienen van God een goede en schone zaak is in het leven. Dus zoekt de prediker naar woorden, waarmee hij de gevoelens van de gemeente kan raken.
Hier begint het hart warm te worden. Als de prediker wat ziet, dan gaat de gemeente het ook zien. Dat bewaart voor toneeleffecten. Het Woord raakt ons… en de gemeente.

Kanaal
Wij hebben al verschillende communicatie-factoren genoemd. Wij hebben gewezen op de zender, de ontvanger, het bericht en het medium van de taal. Er is nu nog één element, het kanaal, waar om zo te zeggen het bericht doorheen moet.
Onder kanaal is dan te verstaan het complex van factoren, die buiten de direkte relatie tussen prediker en gemeente het effect van de preek kunnen beïnvloeden.
Er is gewezen op een veelheid van grote en kleine dingen, die alle een rol spelen wanneer wij met onze preek de gemeente willen bereiken. Wij denken aan enkel sfeergevoelige elementen als stemming, beleving van de opkomst, het orgelspel, de acoustiek, de temperatuur, het gebouw, de hoogte van de kansel en dergelijke dingen. Het kan zelfs zijn de man of de vrouw die vóór, naast of achter u zit.
Het betreft dus voor het merendeel zaken, die wij helemaal niet in de hand hebben. Min of meer toevallige variabele factoren zijn het, waarmee bij het preken als communicatievorm moeilijk of in het geheel niet methodisch te rekenen is.
Toch is de term 'kanaal' uitnemend geschikt om aan te nemen wat onze woorden op weg naar de gemeente zoal kunnen tegenkomen. Er kan zo'n geruis ontstaan in onze ziel door dat klein goed, dat wij helemaal niet meer luisteren. Maar ook omgekeerd kan de zender soms niet meer functioneren wegen bevangenheid of ergernis die ons stoort. Je bent er soms weerloos tegen.
Een verscherpte gevoeligheid op dit punt kan aan de ene kant de moeilijkheden vergroten. Gefluister, gehoest of geschuifel op dat moment dat wij zullen beginnen, kan daardoor des te meer als hinderlijk worden ervaren. Je raakt soms gefixeerd door iemand die almaar door zit te krabben of te wrijven. 'k Denk ook aan het open en dicht knippen van damestassen.


Aan de andere kant is er de mogelijkheid om juist dergelijke storende factoren enigzins te kanaliseren. In plaats van zich er door te laten overvallen is het mogelijk ze als hinderlijke gegevens tot hun juiste proportie terug te brengen of te elimineren. Zo kan het bijvoorbeeld een groot verschil maken of wij een inzinking van de aandacht zonder meer aan ons optreden toeschrijven, dan wel of we rekening houden met de mogelijkheid dat die genoemde variabele factoren als 'ruis' in de communicatie voor de gesignaleerde belemmering mee verantwoordelijk zijn.
Een zekere soepelheid in onze geest kan hier zeer dienstig zijn. Een groot incasseringsvermogen brengt ons niet zo gauw van de wijs. Een wenk is het om geheel onszelf te zijn. Het is ook waar, dat het kerkpubliek van de ene voorganger alles verdraagt en van de andere niets. Zelfs het woordje 'o' door de ene uitgesproken kan een mystieke beleving teweegbrengen, terwijl het bij de andere niet anders is dan een ademhalingsgebaar.
Dit geldt ook de gebarentaal. Wat een sfeer kunnen deze veroorzaken! Er kan heel gauw misbruik van worden gemaakt.
Hoe meer wij een open, lenige persoonlijkheid hebben, gewend en geoefend aan allerlei situaties in het leven, hoe meer wij ook ons acceptatievermogen hebben zien vergroot. En dan – wat wonder doet een kleine pauze of stilte!
Het is, wanneer wij voldoende flexibel zijn, goed om op die afleidingen meteen in te spelen of er in de preek op in te gaan. Chrysostomus, de beroemde kerkvader, was daar een meester in. Het vereist intussen wel een geoefend sprekersschap. Anders geraken wij geheel van de wijs.
Voortdurend aan onszelf werken, onze geest telkens weer losweken door het opnemen van literatuur en goede omgang, dat zijn de eeuwen door de middelen geweest om vooruit te komen in de kunst van de voordracht. Een vlotte omgang met de gemeente zonder gewilde populariteit kan als vanzelf tegenwerpingen in de preek opnemen en problemen ter sprake brengen. Het gewone dagelijkse leven dompelt ons er vanzelf in. De gemeente moet niet de indruk ontvangen dat de dominee een vanzelfsprekendheidsreligie wil verkopen of er louter op uit is te bevestigen wat de gemeente allang als eigen bezit heeft ervaren.


Kortom, in geheel de houding, tot en met stem en gebaren, moet blijken dat de predikant zich onderworpen toont aan de boodschap die hij heeft te brengen. Hij is met opgedragen werk bezig en de gemeente mag best aan hem zien, dat hij het daar wel eens moeilijk mee heeft. Het is goed dat wij dan wel eens een fout maken of ons schromelijk vergissen. Het verhoogt het aspect van menselijkheid aan de voorganger. Wij zijn geen electriciteitsmast in het landschap, hoog en verheven, maar mens onder de mensen. Bukken wij in oprechtheid voor God, dan straalt dat vanzelf wel door. De gemeente komt er wel achter. Dat dient per slot van rekening de doorstroming in het kanaal.
Wat wij daareven opmerkten, brengt niet in mindering dat wij van tijd die variabele factoren eens goed in de loep nemen en onder kritiek zetten. Wanneer de commercie alles doet om haar produkt zo aangenaam mogelijk te verkopen, moeten wij dan maar tevreden zijn met het inferieur materiaal? Het hoogste is voor de dienst des Heeren alleen maar goed genoeg.
Laten wij in dat licht voortgaan steeds meer te dienen. Niet in onzuivere motieven. Maar naar Paulus' woord: wij dragen niet, gelijk velen het Woord Gods te koop; maar als uit oprechtheid, maar als uit God, in de tegenwoordigheid Gods, spreken wij het in Christus.
Dat is de hoogste toetssteen.

A. v. Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prediking en communicatie (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's