De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

10 minuten leestijd

Rik Valkenburg, Nederlandse Kerken en christenen in Canada en U.S.A., uitgave Vijlbrief, Haarlem, 256 pag., ƒ 37,50.
Valkenburg kreeg de tip eens bij 'de vele kerkelijke emigranten uit Nederland in Canada en de U.S.A van Noord Amerika' op bezoek te gaan. Het resultaat is een dik boek, geïllustreerd met vele foto's. Valkenburg heeft gesproken met mensen die in verschillende kerken terecht gekomen zijn, de Christian Reformed Church, de Reformed Church (R.C.A.), de Free Reformed Church (Chr. Geref. Kerken), de Geref. Gemeenten, de Geref. Kerken (vrijg.).
Er zijn interviews met predikanten die daar arbeiden (C. A. Schouls, Jac. Overduin, ds. C. Pronk, prof. M. H. Woudstra) of die weer in Nederland arbeiden na daar geweest te zijn (ds. P. den Butter). Maar ook mensen in hun sociale way of life, annex hun kerkelijke gang komen aan de orde. Uitvoerige aandacht besteedt Valkenburg aan wijlen ds. W. C. Lamain en diens gemeente in Grand Rapids.
Maar ook de bekende schrijver Cornelius Lambregtse met zijn boeken 'In zijn arm de lammeren' en, 'Het scharlaken koord' kreeg een beurt. Aan het eind van het boek komt ook de Gereformeerde Bond ter sprake, gezien de aktiviteiten van de laatste jaren in Canada en N. Amerika. Dr. J. Hoek 'vraagt' begrip voor onze motieven en openheid en toenadering vanuit de Bond. Voor velen is het kennelijk een probleem dat emigranten ook daar de prediking zoeken die ze in hun moederland gewend waren, terwijl ze dat voor hun 'eigen' mensen vanzelfsprekend achten. Voor eerstgenoemden heet het 'infiltratie'.
Al met al heeft Valkenburg ons een kloek boek gegeven, dat evenwel, met name als het om historische achtergronden en ontwikkelingen gaat, de sporen van oppervlakkigheid draagt, kenmerkend voor veel interviews. De interviews zelf zijn ook springerig, van de hak op de tak met soms vragen die niet ter zake zijn. Bijv. als aan ds. Pronk gevraagd wordt of hij zijn geadopteerde kinderen wel eens een pak slaag geeft; of als ds. Den Butter op zijn Israëlvisie wordt bevraagd, die niets met de thematiek te maken heeft.
Maar al met al krijgt men een beeld van het (Gereformeerd) kerkelijk leven aan de overkant van de plas.

v. d. G.

Ds. Nico ter Linden, Jakob, 72 blz., uitg. Kok, Kampen, ƒ 13,25.
De schrijver van dit boekje over Jakob geniet bekendheid als voorganger in tv-kerkdiensten en is als predikant werkzaam in de Westerkerk te Amsterdam. Al eerder verscheen een bundeling van de Abraham-verhalen uitgezonden door de NCRV-televisie onder de titel 'Op verhaal komen in de Wester'. Dit deeltje over Jakob sluit daarop aan in uitvoering en opzet en weer zijn de teksten geïllustreerd met etsen en tekeningen van Rembrandt. Ook in dit boekje hebben we te maken met vertellingen, dit keer over Jakob, in 1987/1988 door de NCRV-tv uitgezonden. Uitgangspunt van ds. Ter Linden is de uitspraak 'over het geheim kan eigenlijk alleen in verhaalvorm worden gesproken'. Hij bedoelt ermee dat de verhaalvorm, de gelijkenis, het beeld dè manier bij uitstek is om over het geheimenis van God en mensen te spreken. Ik moet toegeven dat deze narratieve vorm van verkondiging een sterke aantrekkingskracht heeft, heel direkt overkomt, een methode waardoor het aloude bijbelverhaal middenin onze werkelijkheid landt. Toch kunnen we met de hierachter liggende schriftopvatting onmogelijk instemmen. Ds. Ter Linden geeft aan beïnvloed te zijn door drs. F. H. Breukelman, Karel Deurloo e.a. We spreken tegenwoordig van de 'Amsterdamse School'. Deurloo schreef een boekje onder de titel 'Waar gebeurd', het onhistorisch karakter van bijbelse verhalen. Onhistorisch wil niet zeggen: aan de historie ontheven, maar niet feitelijk en letterlijk zo geschied als het verhaal vertelt. Ter Linden gaat heel duidelijk in diezelfde richting als hij verklaart waarom de bijbelverteller aangeeft hoe Jakob en Ezau elkaar vanaf de moederschoot al in de haren zitten. Die verteller doet dat expres, aldus ds. Ter Linden, want hij laat steeds 'één gestalte voor Israël spelen en hij zet er een contrastfiguur naast, die de volken representeert… Een rollenspel is het, de één speelt voor Israël en de ander voor de volkeren'. Een paar bladzijden verder zegt ds. Ter Linden het zo: het gaat in verhalen als deze niet om de chronologie maar om de theologie. Verhalenderwijs vertellen de mensen in Israël van God en van de lotgevallen van hun geloof. Maar zo ontneem je de bijbelverhalen hun historisch karakter. Het worden tendensverhalen. In scene gezette gebeurtenissen om een boodschap door te geven. De bijbelverhalen krijgen een sprookjesachtig karakter. De Deen Andersen en de gebroeders Grimm hebben ons schone verhalen nagelaten die soms heldere boodschappen bevatten. Maar op die lijn staan in geen enkel opzicht de geschiedenissen die de Schrift ons vertelt. De schrijver gebruikt een paar keer het woord 'misjpoge' zonder dit woord te vertalen.
Het lijkt me een te hoge inschatting van zijn luister- en kijkpubliek zonder meer te veronderstellen dat ieder wel weet waar je het dan over hebt. Dat geldt trouwens ook het woord 'gojim'. Als proeve van prediking met op de achtergrond genoemde theologische en exegetische opvattingen interessant. Maar onaanvaardbaar voor wie een Gereformeerde Schriftopvatting huldigt.
J. Maasland, C. a. d. IJ.

Dr. J. P. Versteeg, Eerlijk luisteren naar de Bijbel, uitg. Kok, Kampen, 108 bIz., ƒ 14,90.
De in april 1987 helaas zo jong overleden nieuwtestamenticus aan de Apeldoornse Hogeschool zal om een aantal thema's die hij in zijn leven met een zekere regelmaat aan de orde stelde in de herinnering blijven voortleven van hen die zijn geschriften kennen. Te denken valt aan het werk van de Geest. Om te beginnen handelde zijn dissertatie over 'Christus en de Geest' (1971). Later stelde hij nog enkele aspecten van het werk van de Geest aan de orde in 'De Heilige Geest en het gebed' (1973) en in 'De Geest en de gelovige' (1976). Ook in het hier besproken boekje komen enkele gebundelde artikelen voor die handelen over de Geest. Een ander thema dat prof. Versteeg aan de orde stelde was de relatie ambt en charisma. Hiermee verband houdend was b.v. zijn geschrift 'Kijk op de Kerk' (1985), over de structuur van de gemeente volgens het N.T. In dit kader valt ook te noemen het boek 'Oog voor elkaar' (1979).
Te denken valt verder aan zijn manier om exegetisch werk vruchtbaar te maken voor de gemeente van vandaag in boeken als 'Bijbelwoorden op de man af' (1982) of 'Het gebed volgens het Nieuwe Testament' (1976) en 'Hoger Onderwijs' (1987). De titel van het nu verschenen boek is ontleend aan de eerste bijdrage. Als pakkende titel voor een boek niet zo geslaagd. Maar wel geeft het aan hoe prof. Versteeg met de Schriften wilde omgaan. Luisteren, met het oor bovenop de woorden Gods. En dan eerlijk luisteren. Niet bevooroordeeld, maar in de luisterhouding als grondpositie waarmee we voor God hebben te staan in Zijn preken door Zijn Woord. Naast de al genoemde thema's vallen in deze bundel op een aantal korte bondige meditaties naar aanleiding van de christelijke feesten èn een paar artikelen over de toekomst van Israël en de gemeente van Christus. Een register van bijbelteksten verhoogt nog de bruikbaarheid en waarde van dit geschrift. Het is van een eenvoud die het geschrift geschikt maakt voor'iedere belangstellende bijbellezer.
J. Maasland, C. a. d. IJ.

Dr. Gerben Heitink, Om raad verlegen, doch niet radeloos… Ervaringen van aporie bij de beoefening der praktische theologie, uitg. Kok, Kampen, 50 bIz., ƒ 9,90.
De uitgewerkte versie van de rede die Heitink heeft uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar in de praktische theologie aan de V.U. te Amsterdam.
Een goede oriëntatie inzake de verschillende pogingen om te komen tot een plaatsbepaling voor de theolgie 'voorbij de vanzelfsprekendheid'.
Uiteindelijk blijkt Heitink zich met name op D. Bonhoeffer te willen richten. Al te gemakkeiijk neemt hij op blz. 16 afscheid van de visie van Abraham Kuyper. Bij Kuyper zou sprake zijn van een objectief waarheidsbegrip, waarbij de mens als subject met zijn ervaringswereld, teveel buitenspel staat. Persoonlijk zou ik dichter bij Kuyper willen blijven met wèl een sterk accent op de applicatie, de toepassing van de geopenbaarde waarheid en de vertolking binnen de eigentijdse ervaringswereld.
J. Hoek, V.

VBOK – 'Wat hebben we in 1987 gedaan?', door mevr. drs. M. Neele, directeur VBOK.
Een kort verslag van de werkzaamheden van het dienstencentrum van de VBOK in het jaar 1987. Veel en goed werk wordt verricht door de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind. Gaarne blijvend in uw aandacht en ondersteuning aanbevolen.

Drs. G. van Bruggen, Hulpverlening in gebroken situaties: stoppen of doorgaan?
Een referaat gehouden voor de VBOK-werkgroepenvergadering op 26 september 1987. Een aangrijpend en inspirerend getuigenis. Het zwaartepunt in de abortusdiscussie lijkt zich te verplaatsen van 'Is het kind gewenst?' naar 'Is het kind gehandicapt?'. De boodschap is: 'Doorgaan! Pro-life and prolove, zelfs als het leven tijdelijk niet de moeite waard lijkt. Doden is erger'.

De VBOK – een toekomstschets, openingswoord op de jaarvergadering van de VBOK, uitgesproken door de voorzitter, prof. dr. J. Douma, op 7 mei 1988.
In deze rede wijst prof. Douma er op dat de sociale en maatschappelijke druk op ouders om geen kind met afwijkingen te ontvangen, groter kan worden. Dit hangt samen met de toegenomen mogelijkheden van prenatale diagnostiek (het ontdekken van afwijkingen bij het nog ongeboren kind).
De vraag wordt aan de VBOK gesteld: u bent pro-life, maar bent u ook pro-leed?
Het antwoord is: 'Wij kiezen niet voor handicaps, maar we kiezen wel tegen het doden van gehandicapten' (mevr. G. v. Bruggen).
Nieuwe leden kunnen zich opgeven bij het landelijk dienstencentrum van de VBOK, Arnhemseweg 23, 3811 NN Amersfoort, tel. 033-638212.
Daar kunnen de hier genoemde brochures ook worden aangevraagd.
J. Hoek, V.

D. J. van den Berg e.a., Ouderdom verplicht – overheid en burgers in een vergrijzende samenleving. Uitg. Groen van Prinsterer Stichting, De Vuurbaak, Barneveld, 84blz., ƒ 12,–.
De Groen van Prinsterer Stichting, het wetenschappelijk bureau van het GPV, heeft een commissie ingesteld die zich met vragen en antwoorden rond de 'vergrijzing' heeft beziggehouden. Het rapport van deze commissie is nu in brochure-vorm uitgegeven.
Uitgangspunt is een gewenste positieve houding tegenover ouderdom. Vandaar de titel: 'ouderdom verplicht' overheid en burgers, ouderen en jongeren, tot een positieve inzet, om samen te komen tot antwoorden op de vragen die de vergrijzing oproept. Vergrijzing mag niet als een probleem worden benaderd – dat zou een te negatieve invalspoort zijn. Van de concrete aanbevelingen voor de politiek noem ik de volgende: 'Vanwege de toenemende vergrijzing is meer geld voor bejaardenoorden en verpleeghuizen noodzakelijk'.
Bescherming van de identiteit van bejaardenoorden en verpleeghuizen verdient hoge prioriteit, aangezien het kunnen wonen in een omgeving waar de eigen geloofsovertuiging kan worden beleefd, juist wanneer het einde van het aardse leven nadert van extra groot belang is.
Als men bereid is de juiste politieke keuzen te doen, zullen zelfs bij een lage economische groei de kosten van vergrijzing zijn op te brengen. Een principieel verantwoorde bijdrage aan de bezinning over het verschijnsel vergrijzing.
J. Hoek, V.

Ds. J. J. Arnold, Wie is hier niet verlegen? Over ziekenbezoek. Serie Pastoraal Perspectief, uitg. Oosterbaan en Le Cointre, Goes, 1988, 96 blz., ƒ 10,75.
Een fijnzinnig boekje. Geen afgeronde, min of meer systematische behandeling. Dat zou ook te kort doen aan de werkelijkheid, aan de blijvende verlegenheid. Deze vrijgemaakt-gereformeerde emeritus-predikant maakt duidelijk hoe eerbiedig luisteren naar de Schrift en intens luisteren naar de (zieke) naaste samen kunnen gaan en mogen leiden tot een gezegende pastorale ontmoeting. Van harte aanbevolen.
J. Hoek, V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's