C. H. Spurgeon en Calvijn (5)
Positie
Uiteraard was er bij Spurgeon een duidelijk verschil met het Calvinisme ten aanzien van de verbondsbeschouwing vanuit zijn baptistisch standpunt inzake de Heilige Doop.
Immers, bij Calvijn is de leer van het verbond belangrijk als fundament voor de kinderdoop; deze doop is teken en zegel van Gods verbond, en niet het antwoord van de wedergeboren mens op de roeping van God. In de Heilige Doop handelt God, en niet de mens.
In het Baptisme wordt op een subjectivistische wijze de waarde van de doop gelegd in de daad van gehoorzaamheid van de mens. Dan is de volgorde aldus: geloof, wedergeboorte, gehoorzaamheid, belofte; terwijl in de Calvinistische doopbeschouwing de belofte van God voorop gaat.
Vanuit het gezichtspunt van het Baptisme wordt het verbond der genade met de uitverkorenen eerst van kracht in de wedergeboorte.
Voor het Calvinisme is het verbond der genade van eeuwigheid van kracht voor de gelovigen én hun zaad (vgl. Abraham én zijn zaad). In de tijd wordt dit verbond der genade van kracht bij de geboorte, en niet bij de wedergeboorte, zoals in het Baptisme. In dit genadeverbond bélooft God en gelooft de mens, en wel in déze volgorde. Het verbond der genade hangt dan niet af van geloof of ongeloof, maar het hangt aan God en Zijn Woord.
Dit maakt de gedoopte verantwoordelijk vanaf zijn geboorte, toen hij teken en zegel van dit genadeverbond ontving. Het is dan ook hiér en zó, dat Calvijn de mens tenvolle verantwoordelijk stelt voor Gods aangezicht.
Het Baptisme én het Hypercalvinisme stellen de verantwoordelijkheid van de mens in zijn 'goed en recht geschapen zijn'.
Evenals in het Baptisme worden ook bij het Hypercalvinisme het genadeverbond en dus (!) de kinderdoop eerst van kracht in de wedergeboorte (herschepping).
Dit breukvlak met het Calvinisme was niet gering, want daarmee stond Spurgeon in feite op een hypercalvinistisch standpunt. En daarmee wordt opnieuw duidelijk, dat hij Calvijn vertolkte door middel van het 17e eeuwse Puritanisme, in welke geestesstroming de kinderdoop steeds meer 'veruitwendigd' werd, en waarbij de doop eigenlijk eerst van kracht werd in de wedergeboorte.
Het Hypercalvinisme is daarmee dan ook getekend als een crypto-baptisme (verborgen of bedekt baptisme). Zo gezien is het duidelijk, dat Spurgeon geen enkele 'moeite' heeft gehad met het Puritanisme. In wezen was er geen verschil in verbonds- en doopbeschouwing tussen Spurgeon en deze geestelijke stroming.
Het blijft onduidelijk of Spurgeon zich het onderscheid tussen het Puritanisme en het Calvinisme bewust is geweest.
Aangenomen moet worden, dat voor hem het Puritanisme niet verschilde van het Calvinisme.
Ondertussen bracht deze 'inperking' en 'versmalling' van de gereformeerde verbondsbeschouwing met zich mee, dat er een verschuiving plaats vond van de objectiviteit (voorwerpelijkheid) van het heil naar de subjectieve (onderwerpelijke) beleving daarvan in het hart.
De doop op belijdenis van geloof vereiste een min of meer plotselinge en dramatische bekering, als 'insnijding' in het leven van de dopeling; dit in onderscheid met Calvijn in dezen, die het accent primair legde op de bekering als een voortdurend proces, dat weliswaar een keer aanving, ofschoon soms in het verborgene, maar zich uitstrekte over het hele leven van de gelovige. Calvijn stelt in zijn Institutie: 'Hun dwaasheid mist elke schijn van redelijkheid, die hun bekeerlingen bepaalde dagen voorschrijven om met de bekering te beginnen, gedurende welke zij zich in de bekering moeten oefenen; en na verloop van die dagen tot de gemeenschap van de evangelische genade toelaten. Ik spreek hiervan de meeste der Wederdopers, voornamelijk van hen, die zich er wonderlijk in verheugen voor geestelijke mensen gehouden te worden. Zulke vruchten brengt die dwarrelgeest voort, dat hij de bekering, die door een christenmens over zijn ganse leven uitgestrekt moet worden, insluit binnen de grenzen van weinige daagjes'.
Bij Spurgeon werd deze toespitsing op de bekering 'in engere zin' grotendeels gecompenseerd door een sterke nadruk op de levensheiliging.
Ondertussen bleef het gevaar sluimerend aanwezig van een verschuiving van de rechtvaardiging van de goddeloze naar de rechtvaardiging van de vrome.
De sterke nadruk op de daad van het geloof zou de vorm aan hebben kunnen nemen van een zekere neo-nomisme (nieuw wetticisme). Nu ontkwam Spurgeon grotendeels aan dit gevaar, omdat hij op een wezenlijk reformatorische wijze de rechtvaardiging van de goddeloze preekte. Echter, deze verkondiging geschiedde niet in de eerste plaats binnen de ruimte en binnen het kader van het genadeverbond, maar binnen de 'ruimte' van de wereld.
De Calvinist zegt: Hoewel u in zonden ontvangen en geboren bent, en daarom aan allerlei ellendigheid, ja, aan de verdoemenis zelf onderworpen, belijdt u niet, dat u in Christus geheiligd bent, en daarom als lidmaat van de gemeente, behoorde gedoopt te worden (vgl. Form. H.D.)?
De Baptist zegt: Hoewel u in zonden ontvangen en geboren bent, en daarom aan allerlei ellendigheid, ja, aan de verdoemenis zelf onderworpen, belijdt u niet, dat God alzo lief deze wereld gehad heeft, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe, en dat u daarom behoort gedoopt te wezen of te worden als u dit gelooft?
Bij de Calvinist is ons géloven meer een antwoord op Gods béloven, en bij de Baptist is Gods béloven meer een antwoord op ons géloven.
Nu was Spurgeon te veel Calvinist om te verdrinken in dit 'doperse' vaarwater. Hij had leren zwemmen in de wateren van vrije genade.
Wél mag worden gesteld, dat, als zijn prediking zou worden getransformeerd binnen de ruimte van het verbond der genade, deze prediking minstens zo veel vruchten van geloof en bekering zou moeten voortbrengen.
En als de prediking van de Baptist C. H. Spurgeon dan al zo rijk gezegend werd, wat mogen de belijders van de kinderdoop dan wel niet van de prediking verwachten? Van de God van de prediking, die Hij laat betekenen en verzegelen in de Heilige Doop?! Dan worden er ongekende mogelijkheden geopend door onze God en Vader, in Jezus Christus, Zijn Zoon en onze Heere, door de Heilige Geest.
Veni Creator Spiritus – Kom Schepper Heilige Geest!
C. A. van der Sluijs, Veenendaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's