De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

9 minuten leestijd

Prof. dr. W. H. Velema, Kennen jullie elkaar? Over huwelijk en relaties, uitg. Boekencentrum B.V., 's-Gravenahage 1988, 112 blz., ƒ 19,90.
In dit boekje wil prof. Velema in gesprek zijn met de mens van deze tijd. Hij probeert achtergronden en intenties te peilen van de ontwikkeling van nieuwe relatievormen (samenwonen, LAT-relaties, netwerk van vriendschapsrelaties).
Tegelijkertijd wil de auteur een handreiking bieden en aan het denken zetten. Daarbij gaat de Bijbel open. Niet in een belerende zin, maar zo dat we bij de hand genomen worden om het diepste geheim van een gelukkig huwelijk te (her)ontdekken; de afspiegeling van de verhouding tussen Christus en Zijn gemeente. Als een rode draad loopt door dit boekje, de afwijzing van de individualisering, zoals deze bijvoorbeeld in de beschouwingen van mevr. Iteke Weeda de toon aangeeft. Het gaat Velema om de wij-ervaring, waarmee Eros en Agapè samengaan en waarmee tevens de openheid voor het krijgen van kinderen gegeven is. Gen. 2 : 24 typeert Velema trefzeker als de 'magna charta', de grondwet, van de bijbelse opvatting over het huwelijk.
Hij keert zich tegen trouwen onder voorbehoud: voorwaardelijk trouw is een innerlijke tegenstrijdigheid.
Heel concreet zijn de hoofdstukjes over afspraken maken en over het omgaan met spanningen. Het gesprekskarakter dat dit boekje nastreeft wordt onderstreept door het laatste hoofdstukje onder de titel: 'de lezer moet het laatste hoofdstuk schrijven'.
Men zou de schrijver schromelijk onrecht doen door te beweren dat hij traditionele standpunten repeteert of met restauratiepogingen bezig is. Velema wil in gesprek blijven met kritische lezers en met moderne mensen. Hij doet dat intussen vanuit een heldere oriëntatie op de Bijbel: 'In uw licht zien wij het licht' (Ps. 36 : 10).
Ik hoop dat dit boekje veel gelezen en in huwelijken, door verloofden, in gesprekskringen besproken zal worden.
J. Hoek, V.

Evert W. van der Poll/Janna Stapert, Bewaar de Aarde, uitg. Merweboek, Sliedrecht, 61 blz., prijs ƒ 9,90.
Bewaar de aarde is een werkboek dat christenen wil stimuleren verband te leggen tussen geloof en milieubeheer. Het boek sluit nauw aan bij een eerder door de auteur uitgegeven boek: 'Als het water bitter is'. Er wordt bij de praktijkopdrachten – na elk hoofdstuk – steeds naar verwezen. In het eerste hoofdstuk probeert de schrijver de lezer duidelijk te maken, dat het onze taak is als mensen, als beelddragers van God, om de aarde te beheren. We zijn de 'kroon van de schepping' en derhalve ook tegelijkertijd verantwoording schuldig aan God, Die ons 'bijna goddelijk' heeft gemaakt (Ps. 8). Het gaat bij die taak om twee belangrijke begrippen: bewerken en bewaren. Bewaren wil zeggen: zorgen, beschermen, in stand houden, beheren, intakt laten, de grenzen kennen en in acht nemen, niet de schepping onze wil opleggen maar erkennen dat alles zijn eigen waarde voor God heeft.
Bewerken wil zeggen: ontplooien, tot ontwikkeling brengen, de mogelijkheden uitwerken die God erin gelegd heeft, kennis vergaren, gebruik maken van onze eigen scheppende vermogens in techniek, kunst, ambacht, taal…
Het is juist ten aanzien van deze twee aspekten met de schepping, door de zondeval, goed fout gegaan. Er is sprake van uitbuiting, onbeheerbaarheid, milieubederf, onverantwoord handelen enz. Wat wil de schrijver dan? De verantwoordelijkheid van christenen wakker roepen en hen aanmoedigen om kleine 'beginnetjes' te maken met het behoud van de schepping. Geen beginnen aan? Van der Poll wijst dan m.i. terecht op de kracht van het mosterdzaadje. Juist de kleine voorbeelden kunnen na verloop van tijd van grote betekenis worden. Bij de volgende hoofdstukken wordt allereerst kort stilgestaan bij een bepaald probleem (b.v. consumptiegedrag, energie, landbouw en voeding, industrie). Aan elk hoofdstuk wordt dan toegevoegd een bepaald bijbelgedeelte ter bezinning, vragen en opdrachten, voorbereiding op het volgende hoofdstuk en worden suggesties gedaan om materiaal te lezen voor verdere studie en verdieping. Van der Poll is er m.i. goed in geslaagd om met dit boek christenen te stimuleren om in het kader van het zgn. 'conciliair proces', dat in de kerken in gang is gezet, na te denken en met elkaar indringend te spreken over het behoud van de schepping en ons aandeel daarin. Een boek, dat gebruikt kan worden voor verschillende gespreksgroepen in de gemeente (jeugdwerk, catechese, gesprekskringen e.d.).
A. Peters, Barneveld

C. Houtman, Exodus I, 130 blz., ƒ 21,50, uitg. J. H. Kok, Kampen, 1988.
In de serie Tekst en Toelichting. Een praktische bijbelverklaring, verscheen het eerste deel van de uiteenzetting van het boek Exodus, h. 1-15. Van de auteur kwam in 1986 een uitvoerig commentaar uit op Ex. 1-7 met een omstandige inleiding. Het vervolg hiervan zal, naar men hoopt, binnenkort uitkomen.
Het bovenstaande boek geeft evenals de andere delen van Tekst en toelichting heldere verklaring, populair in de goede zin des woords. In de inleiding geeft de schrijver zijn standpunt over theologische hoofdlijnen over de ontstaansgeschiedenis, over de naam Exodus (stamt van de Septuaginta). De schrijver houdt vast aan de theorie, die stelt, dat het boek Exodus een deel uitmaakt van een geschiedeniswerk, dat Gen. tot 2 Kon. omvat. Dit werk zou dateren uit de zesde eeuw en laten zien waarom de catastrofe van 586 zich heeft voltrokken. Dit werk was een doorlopende oproep tot bekering. Deze kritische opvatting deel ik niet. Evenmin aanvaard ik de opvatting van een drieërlei zondeval (Gen. 3 : 6-1 en 11 : 1-9).
Egypte was niet uitsluitend de plaats van handeling van Ex., ook Gosen en Midian. Men krijgt soms de indruk, dat Israël temidden van Egypte woonde. Het verblijf in Egypte wordt in Ex. 20 : 40 op 430 jaar gesteld. De periode waarvan Ex. spreekt moet enige generaties omvat hebben.
Boven de geschiedenis van de bevrijding van Israël kan men schrijven: Wie Gods volk aanraakt, raakt Gods oogappel aan. Farao verzet zich tegen de vervulling van Gods beloften aan Israël. Israël is het volk, aan hetwelk de Heere zijn beloften heeft gegeven reeds in de dagen van de aartsvaders, h. 2 : 24. Israëls bevrijding uit de hand van de Farao is geen zaak van mensen. De Heere is de souvereine h. 2 : 15. De bevrijding is Gods werk. Ook in de beroeping van de bevrijder heeft Hij het laatste Woord! Wie ben ik, vraagt Mozes. Hij krijgt op zijn klacht een profeet mee, h. 7 : 1: Ik heb u tot een god gezet over Farao en Aaron zal zijn profeet zijn. De geschiedenis van de bevrijding is een verhaal van de ene spanning naar de andere, een gestadige vertraging van de bevrijding – vijftien hoofdstukken lang spreken ervan. Het doel van alle plagen was dat Israël in vrijheid den Heere zoude dienen en ook dat tot in de geslachten van de tekenen Gods zouden verhalen. Laat Mijn volk trekken opdat zij Mij dienen h. 10 : 2.
En wat was de bijdrage van Israël in de worsteling om de bevrijding? Meer dan eens kiest Israël de kant van de Farao en zijn volk, h. 5 : 21. Meer dan eens had men weinig vertrouwen in de woorden van Mozes en Aaron. 'Zij hebben ons stinkende gemaakt bij Farao', h. 5 : 21.
In h. 14 : 11v. rebelleert men tegen Mozes. Men heeft weinig vertrouwen in de bevrijding. Gods uitleiding wordt in discussie gesteld: 'Liever wil men dwangarbeid doen in Egypte dan te sterven in de woestijn. Alle wonderen zijn vergeten. De schrijver noemt Israël een hardleers volk. En toch lezen we in de Schrift, dat de Heere opkomt voor Zijn volk. De ganse geschiedenis toont de hardnekkigheid van Farao. Door zware plagen werd hij onder druk gesteld, opdat hij Israël zoude vrijlaten. Negen zware plagen waren niet genoeg om het volk de vrijheid terug te geven. Zelfs het reddende handelen Gods, meer dan eens aan de Farao betoond kon de Farao niet tot gehoorzaamheid brengen, h. 14: 11v.
Aangrijpend is de beschrijving van de fatale slag, de tiende plaag, als op het middernachtelijke uur de eerstgeborenen van mens en dier door de dood worden weggemaaid (h. 12 : 29v.). Dan heeft de Farao maar één wens tegenover Mozes en Aaron: het vertrek van Israël. Hij geeft toe en capituleert, maar niet volledig.
Het werk eindigt met Farao's ondergang en Israels bevrijding. Nog eens onderstreep ik het doel van de plagen: dat Israël de vrijheid zou bezitten om de Heere te dienen en in de geslachten van de tekenen zou verhalen.
De schrijver onderstreept dat menigmaal in het O.T. aan Ex. 1 - 15 wordt herinnerd en ook in het N.T. (o.a. Hand. 7 : 13). Dat is voor ons een prikkel om dit gedeelte van de Schrift, waarin de bevrijding van Gods kerk als een zaak Gods getekend wordt ook als een zaak Gods te onderzoeken. Ex. 2 : 24v.
H. Bout, Huizen

De Bijbelverhalen voor kinderen; geschreven door Anne de Graaf en geïllustreerd door José Pérez Montero.
Deel 1 t/m 6. Uitgave van Voorhoeve, Den Haag, ƒ 12,50 per deel. Vertaling van Deense uitgave.
De eerste zes gebonden boekjes uit een serie van dertig zijn verschenen. Deze kinderbijbel volgt de Bijbel op de voet; alle bijbelboeken komen aan de orde. Van elk Bijbelboek wordt een korte samenvatting gegeven. Het Bijbelgedeelte dat samengevat wordt, wordt aangegeven, zodat er uit de Bijbel gelezen kan worden. De uitvoering is piekfijn; de illustraties zijn heel duidelijk en funktioneel. Ik ben benieuwd naar de deeltjes uit het Nieuwe Testament m.b.t. de afbeelding van de Heere Jezus. De verhalen zouden geschreven zijn voor kinderen vanaf ongeveer 7 jaar.
Al lezende komen er toch een aantal vragen op. De geschreven inleiding op het Oude Testament roept veel vragen op:
'Keer op keer gaf God de mensen de kans opnieuw te kiezen tussen goed en kwaad.' Het woordgebruik is vast (te) moeilijk voor zevenjarigen en soms ook oneerbiedig: doodgaan van de mens; Mozes verzon allerlei foefjes e.a.
'De rustdag heeft God iedereen gegeven om niet te hoeven werken, maar te genieten van al het moois dat Hij ons gegeven heeft.'
Steeds wordt er geschreven over 'Heer'; de gebeden zijn verre van eerbiedig. De ootmoedige houding missen we.
Als de geschreven tekst dichtbij de bijbeltekst gebleven zou zijn, dan zou de overstap naar het zelf lezen van de Bijbel makkelijker zijn. Nu wordt er (soms te) vrij vertaald en zaken verondersteld die niet in de Bijbel te vinden zijn: vrije fantasie in plaats van gebonden fantasie. Na het lezen van deze serie neemt voor mij de waarde(ring) toe van(voor) de klassieke kinderbijbels (van W. G. v. d. Hulst tot E. Kuijt) als hulpmiddel bij het lezen van de Bijbel.
Deze serie roept bij mij bedenkingen op ten aanzien van de samenvattingen van de bijbelboeken en de parafraserende weergave van het bijbelgedeelte: dicht bij de tekst van de Bijbel blijven en de boodschap voor nu ook voor onze kinderen aangeven.
I. A. Kole, Berkenwoude

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1989

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1989

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's