De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wezenlijke inhoud van het pastoraat

Bekijk het origineel

Wezenlijke inhoud van het pastoraat

Verstandelijk gehandicapten binnen de christelijke gemeente (6)

5 minuten leestijd

Terugblik op de voor mij wezenlijke inhoud van het pastoraat aan ouders van verstandelijk gehandicapten
In het voorgaande schreef ik dat het pastoraat aan ouders van verstandelijk gehandicapten grotendeels in het teken staat van 'bijstaan' en 'begeleiden' op de weg van hun beproeving.
Deze functies vallen onder het houdingsaspect van dit pastoraat. Daarnaast is er ook het inhoudelijke aspect van dit pastoraat. In het kort wil ik nog pogen de voor mij wezenlijke inhoud van dit pastoraat weer te geven.
In de eerste plaats denk ik dan aan het 'pastoraat van de vier vrienden' uit het Evangelie (Markus 2 : 1-13, Matth. 9 : 1-8, Lukas 5 : 17-26).
Het is heel opmerkelijk hoe in dit 'opstandingsverhaal' de vier vrienden na veel belemmeringen en onmogelijkheden er toch in slagen om hun verlamde medebroeder bij Jezus te brengen.
In gelovige inventiviteit hebben zij net zo lang gezocht naar een weg om bij Jezus te komen, totdat zij daar kwamen waar ze hun vriend wilden hebben: aan de voeten van de Heiland der wereld, de 'Heelmaker' naar ziel èn lichaam. De Heelmaking van deze verlamde realiseert zich via het geloof van de vier vrienden.
Heel nadrukkelijk lezen we immers dat Jezus hun geloof zag.
Verpleegkundigen die met het stukje 'roeping' in de zwakzinnigenzorg werkzaam waren en geplaatst waren in een voorziening voor diep-zwakzinnigen vroegen mij bij herhaling hoe zij de godsdienstige begeleiding van hun bewoners vorm en inhoud konden geven. Ze voelden zich zo machteloos en konden weinig of niets aan ze 'kwijt'.
Met grote nadruk heb ik hen gewezen op het 'pastoraat van de vier vrienden', en gezegd dat zij hun bewoners in geloof en gebed bij Jezus mochten brengen. Dat betekende vaak een verrassende opening in de godsdienstige begeleiding van deze bewoners.
In het pastoraat aan ouders van verstandelijk gehandicapten in, maar ook buiten een 'euthanasie-situatie' heb ik samen met de ouders en de verpleegkundigen gezocht om met name deze weg van de 'vier vrienden' te gaan.
Het is een weg die op een specifieke wijze gekenmerkt is door het 'plaatsvervangend geloven'.
Waar bewoners niet zelfde weg van geloof en gebed kunnen gaan, mogen wij vóór hen en in hun plaats deze weg naar de Heiland gaan.
Het is een weg die ons zelf in het Evangelie gewezen wordt en een rijk gezegende weg blijkt te zijn.
Bij begrafenissen van bewoners bleek telkens weer hoe het verhaal van de 'vier vrienden' houvast, troost en uitzicht gaf.
Na afloop van een rouwdienst vertelde een oud-verpleegkundige mij hoe zij, na haar afscheid, de inmiddels overleden bewoonster dagelijks in haar gebed bij de Here Jezus had gebracht en de zekerheid had ontvangen dat dit kind een plaats in het Vaderhuis had ontvangen.
Op deze weg van het 'plaatsvervangend geloven' wordt gewezen in één van de belijdenisgeschriften van de kerk. Gewezen wordt op de grote troost dat gelovige ouders (maar ook zogenaamde 'vervangouders') niet mogen twijfelen aan de verkiezing en zaligheid van hun vroeggestorven kind.
In de tweede plaats mag het pastoraat aan ouders van verstandelijk gehandicapten heenwijzend zijn naar Christus die in definitieve zin het gebrokene zal helen en het geschondene zal vernieuwen en alle tranen van de ogen zal afwissen.
Het is een pastoraat in het perspectief van het Koninkrijk dat gekomen is en in volle heerlijkheid zal doorbreken op de grote dag van de wederopstanding van het vlees.
Tegen alle feiten in van deze tegenwoordige wereld, die een wereld is in gebrokenheid, mag in het geloof beleden worden dat het niet blijft zoals het is.
Vanuit allerlei gedeelten in het oude en nieuwe testament (o.a. Jes. 11 en 35, de 'opstandingsverhalen uit het nieuwe testament, passages uit de brieven en de openbaring van Johannes) wordt dat op een aangrijpende wijze verkondigd.
In de geestelijke toerusting van de groepsleiding mogen deze bijbelgedeelten aan de orde komen en gewezen worden op de bijbelse hoop, die gegrond is op de opstanding van Christus en niet beschaamd maakt.
Het werk onder de verstandelijk gehandicapten, met name onder de ernstig verstandelijk gehandicapten, kan in volhardende zin alleen gedaan worden, als die hoop telkens weer uit het geloof oplicht.
Deze houding van 'hoop' mag beslissend zijn voor deze zorg ten leven!

Geloofsvragen van ouders nu en in de toekomst
Het is evident dat de waardigheid van het leven van verstandelijk gehandicapten steeds meer ter discussie komt te staan. Dat heeft te maken met de achtergronden van het eerder genoemde gaafheidsmodel.
Enerzijds valt een ontwikkeling waar te nemen dat de waarde van het leven meer en meer afgemeten wordt naar de mate van economisch nut en produktiviteit. Verstandelijk gehandicapten worden dan als een last beschouwd. Zij zijn niet of zeer weinig produktief en kosten de samenleving vaak veel geld.
Juist in een tijd van grootscheepse bezuinigingen lijkt deze visie steeds aannemelijker te worden.
Anderzijds gaan kracht en schoonheid steeds meer de waarde van een mens bepalen, zodat de ontluisterde en geschonden mens in feite zijn recht op leven verloren schijnt te hebben.
Geluk en genot worden als het hoogste goed beschouwd.
Zwakzinnigheid wordt verbonden met lijden en verdriet en dat past niet meer in het gaafheidsmodel van onze tijd.
In toenemende mate wordt het lijden uit het leven gelimineerd. Wij willen een leven zonder lijden en verdriet.
Onder invloed van bovengeschetste ontwikkelingen zullen ouders van verstandelijk gehandicapten het steeds moeilijker krijgen om rekenschap af te leggen van hun beslissing om hun kind als uit Gods hand te accepteren.
Een positieve stellingname vanuit het joods-christelijk erfgoed acht ik niet alleen een aangelegen zaak voor de christelijke gemeente in deze tijd, maar ook een testcase!
Hier ligt voor de christelijke gemeente, die de band met het joods-christelijk wenst te bewaren, een uitgesproken taak en opdracht.
Waar moeten ouders van verstandelijk gehandicapten in hun strijd en aanvechting meer veilig zijn dan binnen de christelijke gemeente?
In toenemende mate zal pastorale aandacht geschonken dienen te worden aan die ouders, die in grote gewetensnood dreigen te komen wanneer de mogelijkheid bestaat dat bepaalde beslissingen aan hen opgedrongen gaan worden.

L. van Nieuwpoort, Rotterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wezenlijke inhoud van het pastoraat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's