De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat de vrijheid van onderwijs op het spel? (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat de vrijheid van onderwijs op het spel? (4)

11 minuten leestijd

In 1920 was het zover.
De bijzondere school werd een gesubsidieerd feit. De ouders waren tevreden én gerustgesteld: hun kinderen kregen immers onderwijs op een 'School met de Bijbel!'
Achteraf gezien is het toen misgegaan.
Ouders behoefden geen offers meer te brengen voor het christelijk onderwijs.
Vóór 1920 moesten sommige ouders het offer van een derde deel van hun inkomen brengen voor het christelijk onderwijs van hun kinderen.
Toen wilden de ouders heel goed weten hoe dat derde deel van hun inkomen werd besteed.
Nu wordt het onderwijs door de staat betaald.
Het is opmerkelijk, dat het ons nu veel minder interesseert, wat er in de school gebeurt.
Dit is een triest gevolg van gesubsidieerd onderwijs!
Ouders hebben behalve hun opvoedkundige taak, ook verantwoordelijkheid voor de manier waarop de school haar taak uitvoert.
Dat geldt zowel voor het basisonderwijs als voor het voortgezet onderwijs.

De bijbel op school
Gedurende de schoolstrijd hebben onze voorouders zich ingezet om de Bijbel op school te krijgen.
Nu moeten we ons inspannen om – zeker in het voortgezet onderwijs – de Bijbel op school te houden en een functionele plaats te geven.
We merken steeds meer, dat velen hun eigen mening erop nahouden. Het is opvallend dat, bij het uitdragen van al deze levensbeschouwingen, de Bijbel zelf nauwelijks meer aan bod komt.
Het is toch de taak van de christen-docent om op school samen de Bijbel te lezen en uit te leggen met de bedoeling de leerlingen de enige Weg tot het Leven te wijzen?
De Bijbel moet meer zijn dan een randversiering, waarmee we ons aan het begin van de schooldag een korte tijd bezig houden. Het gaat ook bij de dagopening om de grote vraag, wat de Bijbel in onze situatie te zeggen heeft.
De school heeft een grote taak gedurende de periode, dat de leerlingen aan haar zorgen zijn toevertrouwd.
Vernieuwing van het geestelijk leven in ons christelijk volksdeel is noodzakelijk om de christelijke school werkelijk tot kweekplaats van het Christendom te maken.

Het godsdienstonderwijs
Zonder het godsdienstonderwijs op de school kunnen we dit onderwijs moeilijk 'christelijk onderwijs' noemen.
Binnen het voortgezet onderwijs is voor veel leraren en leerlingen godsdienstonderwijs eigenlijk het moeilijkste vak.
Het is een vak, dat veel leerlingen nauwelijks nog interesseert en waarmee veel leraren niet goed raad weten.
We kunnen dit ook constateren als we ons op de hoogte stellen van de leerboeken, die worden gebruikt.
Een nieuwe methode voor het godsdienstonderwijs kwam begin 1988 op de markt. Deze methode heet 'Levende Godsdiensten' en is mede door het CPS (Christelijk Pedagogisch Studiecentrum) tot stand gekomen.
De vorm en de aanpak van de methode zijn uitdagend.
Wanneer we ons bezig houden met de inhoud van deze methode herkennen we nauwelijks iets van het christelijk geloof.
Het is in feite een boek over religies geworden, zodat onder de naam Godsdienstonderwijs binnen het voortgezet onderwijs een boek over Geestelijke stromingen wordt aangereikt.
Deze methode breekt radicaal met de Bijbelse wijze van geloofsoverdracht en vorming van onze jeugd, zoals deze vanuit het Woord plaatsvindt.
Het is zelfs taboe om kennis aan de leerlingen over te dragen.
De Bijbelse waarheid mag niet meer worden doorgegeven.
We lezen in de methode:
'De docent is niet degene die leert hoe de werkelijkheid in elkaar zit, maar die de leerlingen op pad stuurt om te ontdekken hoe de werkelijkheden (let op het meervoud!) in elkaar zitten.'
In deze methode wordt de leerlingen geleerd niet naar God te luisteren, maar naar mensen die hun religie beoefenen en waarbij alles gelijkwaardig is, mits het maar 'zelf-beleefd' is.
Deze nieuwe methode voor het godsdienstonderwijs staat haaks op het Bijbelse denken.
In het basisonderwijs komen we op de christelijke scholen eveneens materiaal tegen, dat de toets der kritiek niet kan doorstaan.
Veel scholen hebben een abonnement op het 'Praxis-bulletin' van uitgeverij Malmberg te 's Hertogenbosch.
De redactie van dit blad probeert lesideeën aan te reiken voor diverse vakgebieden in het basisonderwijs.
In het nummer van december 1988 is het vak 'geestelijke stromingen' aan de beurt. In 'het woord vooraf' geven de auteurs de volgende verantwoording: 'We hebben dit artikel geschreven om u de gelegenheid te geven in deze christelijk-religieuze maand:
* de kinderen kennis te laten maken met de belangrijkste aspekten van enkele godsdienstige stromingen.
Daarbij hebben we ons beperkt tot christenen, islamieten, joden en hindoes. Dat zijn immers de grootste godsdienstige stromingen in ons land;
* met elkaar eens een aantal typisch godsdienstige en culturele kenmerken te bespreken van de genoemde godsdienstige stromingen;
* met de kinderen van gedachten te wisselen over enkele belangrijke religieuze feesten van de genoemde godsdienstige stromingen;
* eens met elkaar te praten over hoe gelovigen en niet-gelovigen in Nederland het kerstfeest kunnen ervaren.'
De leerkrachten krijgen de benodigde informatie en voor de kinderen zijn acht kopieerbladen opgenomen.
Elke stroming is getekend in zes afbeeldingen.
Bij de tekst over het Christendom wordt nergens het geloof in Jezus Christus als de Zoon van God vermeld.
Het unieke van ons christelijk geloof is niet terug te vinden.
Op het laatste kopieerblad staan een aantal uitspraken van kinderen over hoe zij Kerstfeest (in de tekst staat: Kerstmis) ervaren. In een gesprek met de auteur van dit bulletin werd me duidelijk, dat hij heel willekeurig enkele kinderen deze vraag had gesteld.
Twee uitspraken geef ik hieronder weer:
* 'Bij ons thuis zijn we niet gelovig. Maar toch betekent Kerstmis voor mij wel iets. Ik vind het het feest van de vrede. Wij praten daar thuis dan ook over. Verder betekent Kerstmis voor mij ook: lekker eten, gezelligheid en cadeautjes krijgen onder de kerstboom.'
* Bij ons thuis zijn we van de Gereformeerde Bond.
'Kerstmis betekent voor mij: veel naar de kerk gaan en veel bidden. Lekker eten en veel gezelligheid is er bij ons niet bij.'
De afbeelding bij de laatste tekst geeft een kerk op de achtergrond weer met daarvoor in het zwart geklede mensen met een Bijbel in de hand. Een echte karikatuur!
Wanneer we constateren, dat bovenvermelde uitspraken en afbeeldingen zeer tendentieus zijn, vragen we ons af of de rest van dit bulletin wel objectief genoemd mag worden.
Dit lesmateriaal is totaal ongeschikt voor het christelijk onderwijs.
Tevens geeft het een duidelijk beeld van de achtergrond van de auteurs van dit bulletin.
We kunnen op de presentatie van dergelijk materiaal slechts één antwoord geven: het abonnement op het Praxis-bulletin opzeggen!

Geen christelijke schoolboeken!
Er zijn nauwelijks nog christelijke schoolboeken in de christelijke school te vinden. Alle grote uitgevers van schoolboeken, die geen behoefte hebben een christelijk boekenfonds te stichten, hebben binnen het christelijk onderwijs een stevige positie veroverd.
In hun uitgaven worden dan enkele bladzijden besteed aan problemen, die het boek voor iedereen acceptabel moeten maken.
We moeten het overwegend doen met produkten van een gedevalueerde christelijke inhoud of van een inhoud die zelfs vijandig is van het christelijk denken.
Het karakter van de christelijke school moet ook in de leerboeken tot uiting komen.
Wanneer we op dit punt verstek laten gaan, komt het christelijk karakter van de school op het spel te staan.
Voor het taalonderwijs op de christelijke basisschool is nauwelijks een acceptabele methode te vinden.
Een tweetal methoden kan – met een aantal aanpassingen – redelijk verantwoord worden ingevoerd.
We vinden helaas in christelijke basisscholen ook taalmethoden, die geheel onverantwoord zijn.
Een voorbeeld hiervan is de methode 'Taal aktief' van uitgeverij Malmberg te 's Hertogenbosch.
Dat willen we duidelijk maken met een aantal voorbeelden.
* In het deel taalaktiviteiten voor kinderen van 4 tot 7 jaar wordt het volgende lesidee aangedragen:
'Eén van de kinderen is waarzegger en zit op een stoel voor de groep. In het vlammetje van een theelichtje of in een bol kan hij of zij zien, wat er later met je gaat gebeuren als je groot bent. De andere kinderen mogen om beurten bij de waarzegger op bezoek gaan.'
Het gebruik van achtergrondmuziek kan een bepaalde sfeer aan het spel geven en de betrokkenheid vergroten.
* In de gehele methode worden schuttingwoorden en vloeken gebruikt.
*Ver doorgevoerde emancipatie wordt gepropageerd.
* Het ouderlijk gezag (respect hebben voor ouders!) wordt omlaag gehaald.
* Gebeurtenissen uit de Bijbel (bijv. het verhaal van de zondvloed) worden belachelijk voorgesteld.
* Jongeren brengen de zondagmiddag door in een kinderkookcafé in Amsterdam.
* In een leerlingenboek lezen we het volgende over de kindertelefoon: 'De mensen achter de kindertelefoon proberen jouw probleem zo goed mogelijk te begrijpen. Het is erg fijn als je je hart eens kunt luchten.'
* De leerlingen krijgen gedurende een aantal lessen informatie over horoscopen en moeten hierover een aantal opdrachten verwerken.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden.
Uit deze methode spreekt een anti-christelijke geest.
Het is onbegrijpelijk, dat dergelijk materiaal op christelijke scholen wordt ingevoerd!
Het is de taak van de ouders om niet alleen de schoolleiding, maar ook het schoolbestuur hierop aan te spreken.
Leerkrachten en schoolbestuur zijn verantwoordelijk voor een dergelijke onverantwoorde keuze van lesmateriaal.
De eerste grondslagen van christelijke opvoeding, die door de vader en de moeder in de kinderziel zijn gelegd, zijn een onaantastbaar en onvergankelijk fundament.
Hiermee behoren alle onderwijsgevenden rekening te houden.
Wanneer dat niet gebeurt, dan komt het kind door het onderwijs op school in allerlei conflictsituaties.
Het ontbreken van verantwoord lesmateriaal binnen het christelijk onderwijs is helaas ook aan de orde bij andere vakgebieden.
Op het gebied van lesmateriaal is voor veel vakgebieden het verschil van leerboek tussen openbaar en bijzonder onderwijs uitgewist.
De aanwezigheid van lesmateriaal, dat zich niet aan het christelijk geloof gebonden acht, vormt een voortdurende ondermijnende kracht op de christelijke school.

Samenvattend:
* Op 18 januari 1989 zijn de stukken van de eindtermencommissies openbaar geworden.
Half februari komt de Tweede Kamer met het eindverslag. Als het allemaal 'meezit', zijn we tegen mei aan de mondelinge behandeling van de basisvorming toe.
En als het nog meer 'meezit' kan de Eerste Kamer de zaak ook nog voor de zomervakantie afwikkelen.
* Wat betreft de sollicitatiecode is de regeling inzake werving en selectie van het personeel per 26 november 1988 van kracht geworden. Dit betekent dat alle scholen op 26 februari 1989 (eventueel uitstel tot 26 mei 1989 is mogelijk) dienen te beschikken over de vermelde regeling.
* Van dinsdag 28 februari tot en met zaterdag 4 maart wordt in Utrecht de nationale onderwijstentoonstelling (NOT) gehouden. Hier zal opnieuw veel lesmateriaal worden aangeboden, dat in strijd is met de identiteit van de christelijke school.

Zeer dringend appèl!
Ter afsluiting van deze artikelenserie wil ik een zeer dringend appèl doen op leerkrachten en ouders (inclusief schoolbestuurders). We moeten verder, ondanks alles verder!
Het moet in onze christelijke scholen gaan om onderwijs, dat in al z'n geledingen wordt gegeven in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift.
Bij dit alles draait het voor het grootste deel om de man of de vrouw voor de klas.
Daarom moeten we van een leerkracht vragen, dat hij of zij een oprecht christen is. Zondag 12 zegt hierover: 'Waarom wordt gij een christen genoemd? Omdat ik door het geloof een levend lidmaat van Christus ben en alzo Zijn zalving deelachtig!'
We moeten helaas constateren, dat binnen het christelijk onderwijs tal van leerkrachten werkzaam zijn, die innerlijk geheel vervreemd zijn van het christelijk geloof.
Men heeft bij hun benoeming meer gelet op hun kennis en didactische kwaliteiten, dan op hun beginseltrouw.
De eigenlijke oorzaak van allerlei fatale ontwikkelingen in het christelijk onderwijs is geweest, dat men te weinig het onderwijs in organisch verband met het gezin heeft gezien.
Men heeft zich daardoor niet meer verplicht geweten ten opzichte van al de geestelijke waarden en normen, die het kind uit het huiselijk milieu heeft meegekregen, of althans mee had behoren te krijgen.
Op deze wijze worden er 'handlangersdiensten' verricht aan de machten der duisternis.
Daarom: Ouders waakt!
De meeste ouders worden dikwijls pas aktief 'als het kalf verdronken is'!
In de meeste gevallen zeggen de ouders: 'De leerkrachten worden ervoor betaald en zijn ervoor opgeleid, dus het zal wel goed gaan'!
Wanneer het dan eenmaal zover is, dat er problemen worden geconstateerd, kan er vaak niets meer worden teruggedraaid.
Het is een dure plicht van de ouders om zeer alert te zijn op alles wat er in de school gebeurt.
Praat erover met de kinderen, praat erover met de leerkrachten en de schoolbestuursleden.
Schroom niet om de zaken aan de orde te stellen en 'verantwoord' christelijk onderwijs te eisen.
Het is ook onze taak om een beroep te doen op de politici, die de strijd voor de vrijheid van onderwijs aandurven.
Tevens moeten we hen daadwerkelijk steunen.
Het is 'vijf voor twaalf'.
Het is de hoogste tijd, dat we op diverse terreinen de krachten gaan bundelen om een barricade op te werpen ten opzichte van genoemde ontwikkelingen.
Tevens is het onze taak om verantwoorde alternatieven te bieden.
Daarvoor is saamhorigheid, eerlijkheid, geloof, inspiratie, maar bovenal de werking van Gods Geest nodig.
Door het gebed mogen we deze zaken neerleggen voor de troon van Gods genade.

Wanneer u naar aanleiding van deze artikelenserie wilt reageren, kunt u dat doen door middel van de eindredactie van dit blad!
Uw reactie kan mede een aanzet geven tot een réveil binnen het christelijk onderwijs.

A. A. Korevaar, Barneveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Staat de vrijheid van onderwijs op het spel? (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's