De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wetenschap en godsvrucht (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en godsvrucht (2)

8 minuten leestijd

B. De godsvrucht
Begripsmatig is het woord godsvrucht verschillend van het woord wetenschap. Wetenschap heeft betrekking op wat de mens doet, godsvrucht heeft betrekking op hoe de mens is. Bij godsvrucht gaat het niet alleen om een aktiviteit van de mens, maar om zijn hoedanigheid.
godsvrucht is afgeleid van het oud-Duitse woord Gottesfurcht. In de Statenvertaling is het de weergave van het Griekse woord eulabès, zoals in Hand. 2 : 5 en Hand. 8 : 2. In Luk. 2 : 25 is het vertaald met 'godvrezend' (Simeon).
Het gaat dan om een vrome levenshouding waarbij men rekening wil houden met de Geboden van de Heere.
Een verwant begrip is eusebeia. In 2 Tim. 3 : 12 met 'godzaligheid' weergegeven.
De vreze des Heeren is in het N.T. het ontzag hebben voor God, maar zonder angst. Al deze uitdrukkingen komen voort uit de Otische wortel: de vreze des Heeren, de jirath Jahwè. In Ps. 19 : 10 wordt zij rein genoemd en in Spr. 1 : 7 het beginsel van de wijsheid. In het begrip vreze des Heeren zitten ook weer verschillende elementen. Allereerst: ontzag hebben voor de Heere. Miskotte noemt het een huiverende machtige eerbied. Voor de Heere en Zijn wil. Ten tweede bevat vreze des Heeren ook het element van vertrouwen. Het is geen angst, maar 'fürchten, lieben und vertrauen' (Luther). De vreze des Heeren, de godsvrucht is dus een houding, waarbij de mens in eerbied en vertrouwen tegenover de Heere staat en zo met Zijn Woord omgaat. H. Bavinck zei: 'Godsvreze is de innerlijke gezindheid van de vrome Israëliet tegenover de heilige wetten van God. Ze is geen angstige gezindheid maar gaat over in en is verbonden met allerlei godsdienstige stemmingen, zoals geloven en ook het liefhebben.'
Op één notie willen we nog wijzen i.v.m. ons onderwerp. In Luk. 18 lezen we het verhaal over de onrechtvaardige rechter. Van hem zegt Jezus dat hij God niet vreesde. Kittel zegt dat hiermee vooral een houding van autonomie wordt aangeduid. Hij houdt geen rekening met Gods wet en bepaalt zelf hoe hij tegenover God en de mens zal leven. Deze man kende geen godsvrucht. Want godsvrucht is in diepe afhankelijkheid van de Heere leven. Zich door de Heere laten gezeggen in alle dingen.
In de Nadere Reformatie speelt de vreze des Heeren, de praktijk der godzaligheid, een grote rol. Bij iemand als Voetius is zij ook voluit betrokken op de wetenschap. Hij ziet de godsvrucht als een door de wedergeboorte ingestorte gezindheid die het hele leven doortrekt. De godsvrucht, de godzaligheid, heeft zowel een kennende als een handelend element in zich (Steenblok, 128).
godsvrucht is dus een levenshouding, voortkomend uit de vernieuwde relatie met God, die geldt voor alle terreinen van het leven. Ook voor het terrein van de wetenschap. Wat God zegt is waar. God is de Waarachtige. De godsvruchtige wetenschapper bidt: 'Leid mij in uw Waarheid'.

2. Wetenschap en godsvrucht op gespannen voet
De vraag waar we nu dieper op in willen gaan is: hoe verhouden wetenschap en godsvrucht zich tot elkaar? Is er verband, overeenkomst tussen beide mogelijk? Is er een godsvruchtige wetenschap of wetenschappelijk godsvrucht? Of sluiten ze elkaar uit als voortkomend uit twee principes die elkaar niet verdragen?
Er is een opvatting volgens welke ze niets of weinig met elkaar te maken hebben, godsvrucht is iets van 'Jeruzalem' en wetenschap is iets van 'Athene' en wat heeft Jeruzalem met Athene te doen? (Ter tullianus, ± 160-220).
Deze visie kan men op twee manieren inhoud geven:
a) Wie wetenschap bedrijft ervaart de godsvrucht als een belemmering.
b) Wie godsvruchtig wil zijn ervaart de wetenschap als een bedreiging.
Beide opvattingen kwamen in het verleden en komen nu nog voor. We willen daar nu eerst op ingaan.
a) Wel wetenschap, geen godsvrucht.
In het antieke Griekse denken treffen we een vrije en onbevooroordeelde wetenschapsbeoefening aan. Een denken waarbij de mens met behulp van zijn rede, zonder hulp van buiten, de weg bewandelt om de waarheid te vinden. Deze visie komt op uit het geloof van de mens in zichzelf. De autonome mens. We treffen hierin het mensbeeld aan zoals ons dat getekend wordt in Gen. 3. De mens die van God is afgevallen en die zelf wil weten, dat is zelf wil bepalen, wat goed en kwaad is. Dit is de mens, die in zijn hart zegt: 'Er is geen God' (Ps. 14). Deze vorm van wetenschap wordt in de Schrift dwaasheid jenoemd (idem). Het is een wijsheid van deze wereld (1 Cor. 1 : 20), een ijdele filosofie en een verleiding (Kol. 2 : 8).
In onze West-Europese cultuur waren wetenschap en christelijk geloof lange tijd nauw met elkaar verbonden. Denk aan keizer Karel de Grote (742-814), die overal scholen oprichtte. De wetenschap voegde zich daarbij naar de normen van de kerk. De kerk was het dak, waaronder het hele leven zich afspeelde. Onderzoekers met afwijkende meningen, zoals Galileï en Copernicus werden teruggefloten onder het dak. Toch heeft de kerk deze normerende positie ten aanzien van de wetenschap niet kunnen volhouden. Het Griekse autonome denken breekt op een gegeven moment door de kerkelijke kaders heen en trekt de wetenschap onder het kerkelijk dak vandaan om buiten de Kerk een eigen kapel te bouwen. In dit denken vindt een omwenteling van honderdtachtig graden plaats als het gaat om de plaats van de mens. Hij wordt subject van het denken en doen. Descartes formuleerde: 'Ik denk, dus ik besta'. De bestaansgrond van de werkelijkheid wordt vanuit de mens gevonden. Daardoor ontstaat er een geheel nieuwe wijze van wetenschap in onze West-Europese cultuur. Een wetenschap die zich niet meer laat leiden door het gezag van de kerk en het Woord van God, maar die eigen wegen gaat. Het is het denken van de Verlichting, dat zich baanbreekt. I. Kant (1724-1804) zegt van de Verlichting: 'Ze is het uittreden van de mens uit de onmondigheid waarin hij door zijn eigen schuld verkeerde. Onmondigheid is de onmacht om zich van zijn verstand te bedienen zonder leiding van anderen'. Het Verlichtingsdenken heeft èn in de vorige eeuw èn in onze eeuw steeds meer terrein veroverd. Wetenschap is pas wetenschap als zij vrij is. Ze moet niet gehinderd worden in haar ontplooiing door waarheden die ze niet zelf heeft kunnen vaststellen.
Francis Bacon, de Engelse filosoof (1561-1626) scheidde al filosofie en theologie. Theologie berust op geloof en put haar inhoud uit de Openbaring. Filosofie heeft tot bron de menselijke rede en kan in haar onderzoek tot van de Theologie afwijkende resultaten komen. Kant scheidde ook het terrein van de rede van het terrein van het geloof, waar je de rede buiten moet laten. Het supranaturalisme veronderstelt een soortgelijke scheiding tussen het terrein van de natuur en de rede en de bovennatuur en het geloof.
Er ontstaat op deze wijze, hoe men het wendt of keert, een dubbele waarheid.
Deze theorie van de dubbele waarheid kan tot grote spanningen aanleiding geven.
Dat zien we al bij iemand als B. Becker in wiens boek De betoverde wereld het Cartesiaanse uitgangspunt botst met het gezag van de Schrift. Becker wordt door de Synode van Alkmaar in 1692 afgezet.

Spanning
Dezelfde spanning treedt op een andere manier aan de dag. Namelijk bij de bekende Oudtestamenticus J. Wellhausen van wie M. J. Paul meedeelt dat hij in 1882 zijn ontslag aanbiedt aan de theologische faculteit Greifswald met de volgende verklaring: 'Ik ben theoloog geworden, omdat mij de wetenschappelijke behandeling van de Bijbel interesseert; het is mij pas langzamerhand duidelijk geworden dat een hoogleraar in de theologie tegelijk de praktische taak heeft om de studenten voor te bereiden op de dienst in de Evangelische Kirche en dat ik voor die praktische taak niet voldoe, maar mijn toehoorders – ondanks alle terughoudendheid van mijn kant – voor hun ambt eerder ongeschikt maak. Sinds die tijd ligt mijn theologisch professoraat mij zwaar op het hart.
Er is een verwereldlijkte wetenschap ontstaan. In dit kader is er voor godsvrucht alleen maar plaats in het privé-leven van de wetenschapper of ze kan object van wetenschap worden. Iemand als R. F. Beerling (wijsgeer en socioloog te Leiden, atheïst), zegt ter verklaring van het verschijnsel 'godsvrucht': 'Om zijn leven te beschermen projecteert de mens een "God", bij Wie hij geborgenheid zoekt. Dat is overigens geen nieuw geluid. Ongeveer honderd jaar geleden sprak K. Marx ook al in soortgelijke termen. Op dit punt is de autonome wetenschap dus niet zo erg creatief geweest. Waar het ons om gaat is dat we hier duidelijk een uiteengaan waarnemen tussen wetenschap en godsvrucht. Wetenschap wil vrij zijn van godsvrucht. Laat die over aan het privé-leven en verklaart ze in extreme gevallen voor overbodig.

W. Verboom, Hierden/Harderwijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wetenschap en godsvrucht (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's