Wie was de dichter van 'Rechtvaardigmaking'? (slot)
Notities rondom een misverstand.
De dichter van 'Rechtvaardigmaking' was dus, zoals reeds gezegd, geen theoloog. Wij moeten zijn woorden dan ook niet theologisch wetenschappelijk wegen, maar daarin zijn geestelijke beleving proeven. Hij sprak de taal van de gezelschappen. Hij had ook allerwegen zijn geestelijke vrienden. Als zijn roeping zag hij niet het predikambt, al werd daar door sommigen wel op aangedrongen. Wel zag hij het als zijn roeping om zijn licht te laten schijnen voor de mensen. Zijn beroep was architect/bouwkundige. Zijn grote bekwaamheden boden hem grote mogelijkheden, maar zijn nauwe principe bracht hem daarbij in vele gewetensconflicten. De bouw van het grote gemengde zwembad 'Woestduin' te Doorn werd hem aangeboden. Waarom gemengd en niet gescheiden? 'Dan trekt het meer publiek', zo werd gesteld. Juist daarom bedankte hij voor de eer. Hij heeft wel gebouwd voor de Duitse keizer Wilhelm, die te Doorn in ballingschap woonachtig was en kreeg van hem uit dankbaarheid een paar gouden manchetknopen. De restauratie van de beroemde Geertekerk te Utrecht werd hem aangeboden. Een Remonstrantse kerk, dat kon hij niet doen. (Later hield ik er mijn proefjpreek.)
Op een uitnodiging om in dienst te treden bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg ging hij niet in. Als bouwkundige maakten ook de onverschilligheid van veel bouwvakkers, het geknoei met geleverde materialen, de sociale verzekeringsplicht enz. het hem in zijn geweten moeilijk. Hij besloot zich te beperken en verrichtte hoofdzakelijk nog beperkt onderhouds- en restauratiewerk op de kastelen en buitenplaatsen in zijn omgeving, samen met zijn broer. Zo had hij kontakten met veel adelijke families en personen: jhr. De Beaufort van Leeuwenburg, baron d'Aumale van Hardenbroek (opperceremoniemeester van H.M. Koningin Juliana, graaf Van Lynden van Sandenburg, douarière Rutgers van Rozenburg, baron Taets van Amerongen van Renswoude enz.
Gepaard aan hun belijnde opvoeding gaf dit aan de familie Pothoven iets edels, welhaast iets adelijks en aristocratisch in de omgang met mensen. Voor zichzelf eenvoudig en nederig, maar fijn beschaafd ten opzichte van de ander die steeds werd hooggeacht.
Elke zomer kwam een voornaam liberaal heer uit Driebergen onze dichter bezoeken om de prachtige bloementuin te bewonderen. De familie Pothoven hield veel van de natuur. Maar die man – zo zei Pothoven mij eens – heeft het mooiste van de bloemen nog nooit gezien: de Schepper, Wiens hand in dit alles blinkt. Waar Pothoven de gelegenheid had, kon hij het niet nalaten zelfs de adel te wijzen op het ene nodige. Trouwens ten opzichte van eenieder was hij gunnend en vrijmoedig. Of het nu in de bus was of in de trein of in de viswinkel, waar het maar kon knoopte hij een gesprek aan over de eeuwige dingen. Tot een Jood in de trein sprak hij eens: 'Ik geloof in de God van Abraham, Izak en Jacob'. De blik van de Jood verhelderde en het gesprek was gaande. Over de Joden sprak hij gaarne als 'de beminden om der vaderen wil'.
Naast zijn dagelijks werk zag hij het ook als zijn roeping om met sommigen uitgebreid te corresponderen over geestelijke zaken. Talloze brieven gingen uit naar Piershil, Amersfoort, Oud-Beyerland, Ouderkerk aan den IJssel, Groningen, zelfs naar Duitsland waar hij correspondeerde met kinderen Gods in het Wuppertal.
Zo heeft hij zijn talent niet begraven, maar liet hij zijn licht schijnen voor de mensen. De laatste jaren van zijn leven was hij wat uitgeblust. Een ernstig hartinfarct had hem geknakt. Zijn grote begeerte was dat de Heere hem zou thuishalen in de helderheid van zijn verstand. Die wens is vervuld.
Op 13 januari 1976 is Rijer Pothoven plotseling overleden. De ganse morgen van die dag was hij in een opgeruimde stemming en liep hij psalmen te zingen. De vorige avond was het gesprek met een geestelijke vriend hem zo aangenaam geweest. Nog op zijn sterfdag ontving hij per post de uitnodiging tot het bijwonen van mijn proefpreek op 27 januari 1976 onder voorzitting van prof. dr. S. van der Linde in de Geertekerk te Utrecht. Zijn zieke zuster Geertje drong er bij hem op aan daar toch heen te gaan. Maar hij was vastbesloten het niet te doen; hij meende bij zijn zuster te moeten blijven. Dit was het laatste. Zo blies hij de adem uit en bleef daar liggen met een glimlach op zijn gelaat. Zo trof ik hem enkele uren later aan. Rijer Pothoven was niet meer. Hij mocht zijn wens verkrijgen en heeft als het ware de dood niet gezien. Het was alsof ik een vader in hem verloor. Mijn proefpreek over Efezen 5 : 8 heeft hij niet meer mogen beleven, maar in het gebed in de dienst heb ik hem mogen herdenken en de Heere gedankt voor wat Hij ons in hem gegeven had. Mijn aantekening van zijn begrafenis vermeldt de woorden: 'Mijn vader, mijn vader, wagen Israëls en zijn ruiteren!'
Moge de gedachtenis des rechtvaardigen tot zegening zijn.
Op 17 januari 1976 leidde zijn vriend ds. J. van der Haar de begrafenis op het kerkhof te Neerlangbroek. Aan het sterfhuis sprak hij over de lievelingspsalm van Rijer Pothoven, die ook op de rouwkaart stond vermeld: 'Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is. Welgelukzalig is de mens, dien de Heere de ongerechtigheid niet toerekent en in wiens geest geen bedrog is' (Ps. 32), de Psalm die ik naast Psalm 51 zo menigmaal voor hem op het orgel had gespeeld. Aan de groeve sprak ik een kort woord naar aanleiding van Job 14 : 10b, waarbij ik ook zijn gedicht 'Rechtvaardigmaking' betrok.
Moge de Heere de inhoud van dit gedicht zegenen en waarmaken in veler hart.
ds. L.H. Oosten, Hedel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's