De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijden is lijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijden is lijden

Openbare geloofsbelijdenis anno 1989

11 minuten leestijd

Dat belijdenis van het christelijk geloof lijden met zich meebrengt is vandaag nog maar de vraag. Als we lijden tenminste op een bepaalde wijze invullen. Lichamelijk lijden ondervinden we immers vandaag in onze samenleving niet om de Naam van Jezus Christus. Dan moeten we zijn in landen waar Christus-vijandige dictaturen – linkse en rechtse – het voor het zeggen hebben. Of dan moeten we in de tijd enkele eeuwen terug gaan toen hier brandstapels rookten. Maar wie vandaag het christelijk geloof belijdt roept niet zulk martelaarschap over zich.
En wat de openbare geloofsbelijdenis betreft, op z'n paasbest staan de nieuwe lidmaten voor in de kerk. De dienst, waarin belijdenis des geloofs wordt afgelegd, heeft iets feestelijks. In vrijheid kan de dienst worden gehouden. En we zingen: 'ik zet mijn treden in Uw spoor'. Zoveel lijden is er niet aan. En toch zeg ik bewust: belijden is lijden. Enkele aspecten daarvan mogen hier volgen.

Aan het leven
Ook een christen ondergaat de pijnen van het leven, de één vroeg, de ander later. De dichter Goethe heeft eens gezegd, dat hij vijf dagen in zijn leven echt gelukkig is geweest. Gelukkig die mens, die meer van zulke dagen telt dan Goethe. Maar feit is dat het leven strijd is. De pijnen van het leven dienen zich aan, wanneer zich ernstige ziekten voordoen, wanneer dierbaren ons ontvallen, wanneer zich werkloosheid aandient, wanneer een kind geboren wordt, dat een ernstige afwijking heeft, wanneer het op het werk tegen zit, wanneer conflicten rijzen tussen ouders en kinderen, wanneer de harmonie in het huwelijk verdwijnt, wanneer de dood zich in eigen leven aandient.
Levenspijn, ze is aan het leven eigen. En de christen staat er niet buiten. Integendeel, er is zelfs het element van de extra beproeving voor de christen, de loutering, de katharsis. God kastijdt degene, die Hij lief heeft, maar dan 'tot ons nut' (Hebr. 12 : 10). Juist ook in de pijnen van het leven blijkt wat het geloof waard is, of er een houvast is buiten mezelf. Is ook vandaag de realiteit (Goddank!) niet, dat mensen juist door de pijnen van het leven naar God toegedreven worden? Ook vandaag staan temidden van jongeren, die belijdenis doen, hier en daar ouderen, getekend door concrete levenspijn en daardoor juist gelouterd naar Christus toe. Juist tegenslag in het leven bracht hen tot het verlangen de Naam des Heeren in het midden van de gemeente te belijden.


Immers, in al onze benauwdheden is Christus benauwd geweest. Al onze smart en al onze ziekten heeft Hij gedragen. Als belijden lijden is aan de levenspijn dan mag dat lijden geschieden met Hem, achter Hem aan. Zijn voetsporen drukken. In het zand van de woestijn staan voetstappen van Iemand, die daar al eerder was dan wij.

Aan de wereld
Wie oprecht de Naam des Heeren belijdt lijdt ook aan de wereld. Hoe ver is de wereld verwijderd van Gods bedoeling. God zag al wat Hij gemaakt had en het was zeer goed. En nu? Een zuchtende creatuur. Oorlogen, geruchten van oorlogen, onderdrukking en discriminatie, verderf van het mooiste wat God in Zijn schepping schonk. Maar vooral: wetteloosheid. De mens is zichzelf tot norm en leeft niet naar de inzettingen des Heeren. Het Woord des Heeren is een vreemd element in de wereld.
Een christenmens kan lijden aan de wereld ver weg maar ook dicht bij hem: in zijn werksituatie, in de wetenschap, in de cultuur. De wereld is in de Schrift behalve Gods schepping ook Gode-vijandige, van God afgevallen wereld. En dat wéten we, dat ervaren we. Wie niet met het boekje in het hoekje leeft, omdat God ons midden in het leven plaatst, ondervindt de pijn van een wereld, die niet leeft zoals God het vraagt, die het goede van het gebod Gods niet beleeft, die niet leeft tot de eer van God.
Wanneer Gods eer wordt aangetast lijdt een kind des Heeren. Er is dezer dagen een golf van discussie in de hele wereld opgeroepen door het geruchtmakende boek van Salman Rushdie 'The satanic verses', waarin de profeet van de Islam wordt gelasterd. De discussies spelen zich intussen af in een wereld, waarin het lasteren van de Naam van God en Zijn Christus gewoon is geworden. O zeker, op de film 'The last temptation' is best heel wat afgekomen. Maar terwijl – om maar één voorbeeld te noemen – voor de radio werd gediscussieerd over Rushdie's boek werd een zender verder een blasfemisch lied over God en de hemel de ether wordt ingeslingerd. In het van huis uit christelijke Nederland is dat gewoon en toelaatbaar geworden.
Belijden vandaag is lijden aan de wereld. Een christen, die het niet op een accoordje wenst te gooien met de wereld en een eigen levensgedrag trouw wil blijven, ondervindt lijden van de wereld en lijdt intussen aan de wereld, die zo ver af is van wat God met haar bedoelde.


Maar ook dan belijden we met Christus. Ze hebben Mij eerder gehaat dan u, zegt Hij, wanneer Hij Zijn discipelen erop voorbereidt dat ze tegenstand en smaad en zelfs vervolging van de wereld zullen ondervinden. Maar bovendien, – hoopvol perspectief – Christus zegt: 'Vrees niet, Ik heb de wereld overwonnen'.

Aan de kerk
Van de kerk zouden we mogen verwachten dat ze een ark des behouds is wanneer de stormen, de Godsgerichten ook over de wereld gaan of over ons menselijk leven. En dat ze zou spreken en leren en handelen op de toonhoogte van het Woord van de Koning der Kerk. Maar hoever is ook de kerk vaak verwijderd van de reinheid van het heiligdom.
Liefdeloosheid, waar liefde moest zijn.
Wereldgelijkvormigheid, waar Godsvrucht zou moeten zijn.
Twist en tweedracht, waar gemeenschap zou moeten zijn.
Onbekeerlijkheid en hardheid des harten, links en rechts.
Dwaalleer in plaats van de rechte leer van Christus.
Afkalving van de kerk, ook al is er nergens een boodschap die beter is voor het hart. Verwijdering tussen diegenen, die zeggen op dezelfde bodem van dezelfde belijdenis te staan.
Wie door het Woord Gods, door de werking van de Heilige Geest werd gegrepen, wedergeboren tot een levende hoop, weet van lijden aan de concrete kerk vandaag, aan de concrete gemeente vandaag. Is het wonder als we zouden moeten bemerken dat de Geest des Heeren wijkt van Zijn kerk? Het oordeel begint van het huis Gods, zegt de Schrift. Bederf van het beste is toch het slechtste?
Het zou niet voor het eerst zijn dat de kerk verdwijnt of als tot niets schijnt gekomen te zijn in de ogen der mensen, dáár waar ooit een bloeiend kerkelijk leven was. In Noordelijk Afrika liggen de ruïnes van Carthago, symbool van een rijk christelijk verleden. Zelfs de canon van de Bijbel is er vastgesteld. En nu? Weg is weg! Luther zei: ze hebben het Evangelie gehád.
Wie vandaag belijdt treedt toe tot de 'gemeenschap' van een gebroken kerk. Wie de rijkdom van het Woord heeft ervaren, in en door de levenmakende bediening van de Heilige Geest, binnen de wanden van de kerk des Heeren, weet van lijden aan de kerk wanneer die rijkdom niet overal doorstraalt en uitstraalt. Belijden vandaag is ook lijden aan de kerk.


Ook in dat (be)lijden vinden we geborgenheid bij Christus. Hij is met Zijn kerk tot het laatst der dagen. Hij grondde Zijn kerk op de belijdenis van Petrus – 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God – ondanks het feit dat Hij wist dat Petrus heiii ooit drie maal zou verloochenen. Hij was het van wie het initiatief tot de vernieuwing van het verbond uitging, toen Hij Petrus na de Opstanding diep in de ogen keek en vroeg: 'hebt gij Mij lief?'

Aan onszelf
Dit maakt de kring intussen nóg weer kleiner. Want de kerk dat zijn we zelf. Wie zich opgenomen weet in de gemeenschap der kerk lijdt het diepst aan zichzelf, aan eigen onvolkomenheid. Belijden is lijden aan jezelf. Dat lijden wordt niet gekend als het afleggen van belijdenis des geloofs een cosmetische zaak is, een kwestie van een opgesierd uiterlijk. Met het afleggen van de paasbeste jurk of het paasbeste pak wordt ook de belijdenis soms aan de kapstok gehangen. En het is telkens weer de bittere realiteit dat van diegenen, die vandaag belijdenis des geloofs afleggen, een deel morgen afhaakt, met Demas de tegenwoordige wereld lief krijgt. Soms begint dat heel sluipend met het slechts één keer naar de kerk gaan op zondag.
Alleen wie weet van het sterven aan eigen ik, weet ook van lijden omdat dat 'ik' steeds weer de kop opsteekt. Wie wederomgeboren is, is weliswaar opnieuw geboren tot een levende hoop. Maar zulk één leeft ook het leven der bekering. Dat is, zoals de Heidelberger het zegt, de afsterving van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens. In dat proces van afsterving en opstanding is er het lijden aan onszelf:
omdat dsoms de eerste liefde terugwijkt;
omdat het gebed verslapt;
omdat de zorgvuldigheden van het leven het zaad van het Woord wegpikken;
omdat ouder worden soms kouder worden betekent;
omdat niet gesproken wordt waar dat zou moeten en gezwegen wordt waar dat niet zou mogen;
omdat op de bodem van ons hart de hartstocht woelt en altijd weer de zonde ons boeit. Petrus kwam, ondanks zijn krachtige Christusbelijdenis, tot verloochening van Zijn Meester, uit vrees voor een simpel dienstmeisje. Zulk een verloochening is – zo werd het in de zondagse preek gezegd – liefde zonder vlam, verwerping zonder haat. Het is de praktijk van het leven des geloofs, waar soms de vlam van de eerste liefde verkleint tot een waakvlam.
Wie lijdt aan eigen innerlijke onvolkomenheid heeft niet zo gemakkelijk de mond vol over anderen. Belijden is lijden aan onszelf.


Lijden aan onszelf is in de Schrift intussen geen onbekende zaak. Ik ellendig mens – zegt Paulus – wie zal Mij verlossen van het lichaam dezes doods? Ik dank God door Jezus Christus.
Ook wie vandaag de Naam van Christus belijdt in een oprecht geloof, hoe schuchter en beginnend ook, mag weten dat Christus ervoor zorgen zal dat de vlam niet doven zal. In het leven van een christen zal het nooit meer helemaal duister worden, hoezeer ook de twijfel hem bespringen kan of het ongeloof hem belagen kan.

Welkom
Intussen zeggen we ook vandaag, wat al zo vaak is toegevoegd aan hen, die belijdenis des geloofs aflegden: 'welkom in de strijd'. De geloofshelden uit Hebreeën 11 hebben beleden dat ze gasten en vreemdelingen op aarde waren. En dát, terwijl ze de belofte nog niet in vervulling hadden zien gaan. Maar ze stonden in de estafetteloop der tijden tot Christus toe. En ze hebben intussen door het geloof koninkrijken overwonnen. De dienst in de militia Christi namelijk is een dienst met een belofte. Uit zwakheid hebben ze krachten ontvangen en in de strijd zijn ze sterk geworden. In schrille kleuren wordt het letterlijke lijden van de kerk van het oude verbond getekend. Maar hun getuigenis verduurt de eeuwen.
Nieuwtestamentisch is die lijn ook doorgetrokken.
Het leven is geen vrede alhier,
geen wapenstilstand vragen
Het leven is de kruisbanier
tot in Gods Handen dragen
De kerk is de eeuwen door meer kerk onder het kruis dan kerk in glorie geweest. Maar in Christus waren de lijdenden méér dan overwinnaars.
Wij hebben de belofte wel verkregen. Met ons had God wat beters voor, zo eindigt Hebr. 11. Zoals Abraham en wie na hem kwamen vooruit moesten zien vanuit de belofte van de komst van de Messias, zo mogen wij terugzien. En zo komen de gelovigen van de oude bedeling en de gelovigen van het nieuwe verbond elkaar in de estafetteloop van de geschiedenis tegen bij het Kruis, het centrum van de geschiedenis. Daar werd de kerkgeschiedenis voor eens en voor goed geschreven. In het Kruis zal de kerk eeuwig roemen. Daar ligt de garantie dat de strijd al gestreden is.
Als wij verslappen blijft Christus vasthouden. 'Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude', zei Hij tot een zinkende Petrus.
De kerk is gebouwd op de belijdenis van Petrus: Gij zijt de Christus….'
De kerk wordt, als Petrus, bij het geloof bewaard: 'Ik heb voor u gebeden…'
De kerk wordt telkens, als bij Petrus, door Christus in de liefde hersteld: 'hebt gij mij lief?' Het hele leven van Petrus is er zo een levend toonbeeld van geweest hoe Christus Zijn kerk door alles heen bewaart.
Daarom betékent belijden niet alleen lijden maar de kerk belijdt ook in en door het lijden heen.
Door heel Gods kerk wordt steeds, daarboven, hier beneden
in strijd en zegepraal Gods grote Naam beleden.
Welkom in de strijd.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Belijden is lijden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's